In het test- en vaccinatiecentrum bij TT Circuit Assen kunnen zich met een PCR-test of een antigeentest laten testen op corona. Vanaf maandag 18 januari laten zorgmedewerkers zich hier ook vaccineren.
© Robin van Lonkhuijsen / ANP

Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening, en wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan. De gevolgen van deze crisis zijn nog grotendeels onbekend. Maar de maatregelen die we nu nemen, zullen bepalen hoe de samenleving van de toekomst eruitziet. Daarom volgt de redactie van FTM de ontwikkelingen op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen?

149 Artikelen

Vivisectie op een twijfelzaaier in dertien bedrijven

Al maanden circuleren berichten dat de PCR-test die wereldwijd gebruikt wordt om Covid-19 besmettingen vast te stellen, niet betrouwbaar zou zijn. De bron: een handjevol wetenschappers onder aanvoering van de Nederlandse moleculair bioloog – en creationist – Peter Borger. Follow the Money legt de kritiek van Borger op de snijtafel.

Over dit onderzoek
  • Waar gaat dit over? 

Al maanden gaan berichten rond die de betrouwbaarheid van coronatesten met de PCR-techniek in twijfel trekken. Een Nederlandse moleculair bioloog schreef met anderen een artikel waarin hij ronduit stelt dat de PCR-test ‘waardeloos’ is bij testen op het virus. Deze Peter Borger suggereert bovendien dat het testbeleid grote hoeveelheden vals-positieve uitslagen oplevert; in werkelijkheid is corona volgens hem geen probleem. 

  • Waarom moet ik dit weten? 

Duizenden mensen geloven de claims van Borger. Op basis van zijn artikel wordt opgeroepen tot demonstraties en rechtszaken. Dat is niet te wijten aan enkel goedgelovigheid: Borger is wetenschapper en stelt zich op als deskundige. 

  • Waarom onderzoekt Follow the Money dit? 

Het verhaal van Borger klinkt plausibel voor wie niet bekend is met de PCR-techniek voor het testen op corona. Het is complex, bijna niemand heeft er verstand van. Van de experts is bijna iedereen het oneens met Borgers stelling dat de test niet geschikt is voor corona. Als mensen misleid worden door Borger en op basis van verkeerde informatie de straat op gaan of zich sociaal isoleren, is dat kwalijk. Zij zijn dan het slachtoffer van heel overtuigend gepresenteerde desinformatie. Evengoed zou het kwalijk zijn als legitieme kritiek op de coronatest genegeerd zou worden. Daarom neemt Follow the Money de beweringen van Borger onder de loep. 

  • Hoe onderzocht Follow the Money dit? 

We checkten de belangrijkste claims van Borger. We gingen na of daar tegenstrijdige informatie of een weerwoord tegenover stond. We stelden hierover vragen aan verschillende soorten experts: over de inhoud van de claims, maar ook over de manier waarop we het wetenschappelijke gehalte van Borgers claims moesten beoordelen. We spraken Peter Borger zelf eerst uitgebreid over zijn stellingen, legden hem vervolgens meer vragen voor en nodigden hem uit te reageren op het concept van dit verhaal. 

Lees verder

Het aantal nieuwe Covid-19 besmettingen dat dagelijks gepubliceerd wordt door het RIVM heeft zich gedurende het afgelopen jaar zo’n beetje ontwikkeld tot het ‘weerbericht’ van de coronapandemie. De cijfers houden de media, de belangstellende burger, maar vooral de beleidsmakers in de ban.

Het aantal positieve uitslagen en het percentage mensen dat positief getest wordt, heeft daadwerkelijk gevolgen: op basis hiervan neemt de overheid maatregelen om te voorkomen dat de ziekenhuizen bezwijken onder de patiëntenstroom. Zonder die maatregelen, is de verwachting van beleidsmakers, zou het virus in enkele maanden tien- tot honderdduizenden mensen dusdanig ziek maken dat ze allemaal tegelijk ziekenhuiszorg nodig hebben. We zitten thuis om zo’n ‘zorginfarct’ te vermijden; een doemscenario waarbij de ziekenhuizen de toestroom niet meer aankunnen en niet langer alle patiënten kunnen helpen. De stijging of daling van het aantal positief geteste Nederlanders is een van de belangrijkste signalen voor het kabinet om de maatregelen te verscherpen of te versoepelen. 

Maar die cijfers kloppen niet, zegt moleculair bioloog Peter Borger, werkzaam bij de christelijke – en creationistische – studiegemeenschap Wort und Wissen in het Duitse Baiersbronn. De reden: het ontwerp voor de PCR-test zoals die vanaf begin 2020 in Europa wordt uitgevoerd, zou gebrekkig zijn en daarmee geen garantie geven voor nauwkeurige resultaten. Borger zelf beweert op basis daarvan al maanden dat het dagelijks gemelde aantal positieve Covid-gevallen ‘niets zegt’. 

Borger gelooft niet dat Covid-19 werkelijk een probleem is. Dat de ziekenhuizen ondanks ingrijpende lockdownmaatregelen aan de grens van hun capaciteit zitten, doet daar volgens hem niets aan af. Het kunnen volgens de moleculair bioloog net zo goed grieppatiënten zijn die daar liggen. ‘De cijfers zijn wat mij betreft niet echt bijzonder schrikbarend. Ik geloof niet dat er dit jaar nou bijzonder veel aan de hand is, nee.’ 

Niet het virus, maar het testen op corona is volgens hem het probleem. Borger pleit voor stoppen met testen. ‘Het is allemaal flauwekul wat er gebeurt. We worden gewoon voor de gek gehouden met statistiek. Dat is het hele verhaal.’ 


Moleculair bioloog Peter Borger

"Ik geloof niet dat er dit jaar nou bijzonder veel aan de hand is, nee"

Borger en zijn collega’s deelden deze visie uitgebreid via hun eigen website, op sociale media en bij platforms als Café Weltschmerz. Dat leverde hem op LinkedIn zelfs een ban op. Zijn kritiek op de PCR-test vormt ook input voor een rechtszaak die de Duitse advocaat Reiner Fuellmich aanspande tegen Christian Drosten, de Duitse ‘Jaap van Dissel’, en een van de auteurs van het PCR-testontwerp. Fuellmich wil de wetenschapper persoonlijk aansprakelijk stellen voor de schade van alle coronamaatregelen. 

Borger onderbouwde zijn kritiek op de PCR-test in een wetenschappelijk artikel waaraan 21 collega’s meewerkten. Dit bonte gezelschap – met allerlei disciplines, van moleculair bioloog tot huisarts en uroloog – presenteerde deze ‘Corman-Drosten review’ in november. Het artikel heeft nog geen peerreview doorstaan. Het tijdschrift Eurosurveillance, de publicatie waar in januari vorig jaar ook het bewuste ontwerp van de PCR-test gepubliceerd werd, beoordeelt momenteel of de kritiek van Borger en collega’s terecht is. Doel van de Corman-Drosten review is dat het oorspronkelijke ontwerp van de PCR-test dat Christian Drosten in januari met een aantal Europese collega’s publiceerde, ingetrokken wordt. 

Collega-wetenschappers gingen de discussie met Borger al aan op publieke fora – waaronder ironisch genoeg LinkedIn, totdat Borger daarvan verwijderd werd. Een deel van de kritiek op de PCR-test werd op die manier al weersproken of in context geplaatst. Maar de discussie tussen Borger en de zijnen en andere wetenschappers, is voor de leek moeilijk te volgen.  

Het verhaal van Borger wakkert scepsis over de pandemie nog verder aan bij burgers die toch al argwanend tegenover de coronamaatregelen staan. Dat dit gebeurt is logisch: een wetenschapper zegt heel stellig dat de positieve uitslagen eigenlijk geen besmettingen zijn. Dat verhaal klinkt plausibel en gaat dus verder dan alleen twijfels hebben over de test of het virus. Viruswaarheid-goeroe Willem Engel riep afgelopen weekend nog op tot demonstraties bij publieke onderzoeksinstituten in meerdere Europese landen om het originele testprotocol van Drosten terug te trekken. Dit alles vanwege de publicatie van Borger. 

Hoe zit het met de kern van Borgers betoog: worden er door gebrekkige testprotocollen grote hoeveelheden vals-positieve uitslagen gerapporteerd? Staat dat inderdaad zoals de moleculair bioloog zelf zegt ‘als een paal boven water’? 

Peter Borger: moleculair bioloog, creationist en Darwin-scepticus

Peter Borger, die ook wel door het leven gaat als Pieter Borger en soms onder het pseudoniem Peer Terborg, studeerde moleculaire biologie aan de Rijksuniversiteit in Groningen, waar hij ook promoveerde. In zijn eigen uitzending van Café Weltschmertz zegt hij daarover: ‘Ik heb me altijd beziggehouden met het genoom. Ik keek bijvoorbeeld naar astma en hoe bepaalde genen worden aangezet en uitgezet. Je kunt zeggen dat ik genoombioloog ben, of moleculair bioloog.’ 

Borger werkte als onderzoeker aan de universiteit van Sydney in Australië, de universiteit van Basel en de universiteit van Zürich. 

Rond 2003 bekeerde de moleculair bioloog zich naar eigen zeggen tot ‘Christus-volger’. In zijn boek Terug naar de Oorsprong doet hij een poging het Darwinisme – de evolutietheorie – te ontkrachten, of zoals hij het tegenover Follow the Money verwoordt: te ‘updaten’. ‘Ik heb daar eens even naar gekeken, er klopt helemaal geen bal van,’ zegt Borger over de evolutietheorie. ‘Je kunt die overal falsificeren. Dat is heel simpel te doen. Dus ik heb haar herschreven, zodat zij wel klopt.’ 

Op het boek kwam veel kritiek, zowel uit christelijke als atheïstische hoek. Zijn theorie zou niet toetsbaar zijn. Het doet Borger weinig. ‘Ja, dat zeggen ze, maar dat zijn ook weer van die mensen die alleen maar lopen te lullen. Ik heb ook veel bijval gekregen. Wetenschappelijke argumenten heb ik niet gehoord. Atheïsten, dat zijn ook hele zielige mensen, die hebben Darwin nodig om betekenis te geven aan hun leven.’ Borger stelt dat het uiteindelijk niet uitmaakt, die kritiek: het is de ene stroming tegenover de andere. Bij welk idee je je aansluit, heeft volgens hem met geloof te maken — niet met wetenschap.

Ook in zijn huidige baan bij Wort und Wissen publiceert Borger regelmatig. Een substantieel deel van zijn publicaties verscheen in tijdschriften als het Journal of Creation, een tijdschrift dat uitgegeven wordt door Creation Ministeries International, een zendelingenorganisatie die uitdraagt dat de aarde enkele duizenden jaren geleden werd geschapen. Voor meer begrip over de oorsprong van virussen verwijst Borger Follow the Money per mail naar zijn laatste boek: Darwin Revisited, uit 2018: ‘Alleen als je afstand neemt van het darwinistische paradigma kun je begrijpen hoe ze ontstaan.’ 

Volgens Borger spelen zijn ideeën over de evolutietheorie echter geen enkele rol in de manier waarop hij naar de PCR-test kijkt. ‘Dit is puur empirische wetenschap.’ 

Lees verder Inklappen

1. Tijdig in actie komen tegen een nieuw virus is juist de kerntaak van wetenschap

De volledige kritiek van Borger en de zijnen op het oorspronkelijke ontwerp van de PCR-test voor corona ( hier te vinden) is samengevat in tien punten die volgens de auteurs echt van belang zijn en een aantal ‘minor concerns’ (typefouten incluis).

Het eerste kritiekpunt is niet zozeer wetenschappelijk: volgens Borger en collega’s was er in januari 2020 helemaal geen reden om met spoed een PCR-test voor het nieuwe Chinese virus te ontwikkelen, omdat de uitbraak toen nog beperkt was en nog niet zoveel mensen waren overleden. Dat gaat voorbij aan het feit dat wetenschappers als Marion Koopmans en Chantal Reusken, maar ook Christian Drosten in Duitsland, door hun functie in de publieke gezondheidszorg juist tot taak hebben nieuwe virussen te monitoren en op tijd in actie te komen. 

2. Kritiek op primers en probes loopt maanden achter op de werkelijkheid 

Dan volgt de technische inhoud. Een aantal punten sommen de problemen op die er zouden bestaan met de zogeheten ‘primers’ en ‘probes’ die in een PCR-test worden gebruikt. Dat zijn stukjes genetisch materiaal (RNA) die identiek zijn aan fragmentjes van het RNA van het virus zelf. Ze hechten zich aan het virusmateriaal, kopiëren het en plakken er als het ware een fluorescerend signaal aan vast. Dat gebeurt in verschillende rondes (cycli) van opwarmen en afkoelen, waarbij het materiaal zich steeds verdubbelt. Als er op deze manier voldoende ‘kopietjes’ gemaakt zijn die dat signaal afgeven, kan de apparatuur het lezen en herkennen bij een monster waar daadwerkelijk virus-RNA in zit. Dat is althans de bedoeling.

Omdat dit een heel kwetsbaar proces is, moet het stukje RNA van deze primers en probes nauwkeurig gekozen worden. Ze moeten specifiek zijn voor het virus, zodat er niet per ongeluk andere dingen herkend worden. Ook de verhoudingen van het mengsel waarin dit testproces plaatsvindt en de temperaturen waarbij de reactie optreedt moeten zorgvuldig bepaald worden. 

Volgens Borger is daar in het eerste testprotocol van Drosten van alles mis mee; de RNA-fragmenten voor de primers en probes zouden niet goed gekozen zijn, de concentraties van deze elementjes zou te hoog zijn en de temperatuur waarbij respectievelijk de primer en de probe zich hechten aan het virus-RNA zou onderling te veel verschillen. 

Borger zegt dit als expert op het gebied van PCR te kunnen beoordelen. Voor zijn onderzoeken werkte hij dan ook met de PCR-techniek die nu wordt gebruikt om op corona te testen, zij het in een andere context. In Café Weltschmerz zegt hij hierover: ‘Wij deden dat in een research-setting, niet in een diagnostische setting. Ik heb me ook beziggehouden met het opzetten van PCR-technieken. Dus ik weet ook hoe ze werken en wat er fout kan gaan, wat de pitfalls zijn.’ 

Borgers review maakt  in het geval van primers en probes een valide punt: dat ook al maanden eerder door andere wetenschappers was gezien. Twee van de in totaal vier ‘doelwitten’ voor de primers en probes op één van de genen die in de test opgespoord worden, werkten in het testproces niet optimaal. Een observatie die meerdere onderzoekers over de wereld doen en die in juni ook door Eurosurveillance wordt gepubliceerd in een artikel waaraan Christian Drosten nota bene zelf meeschreef. Naar aanleiding van dat onderzoekswerk worden de primers dan ook aangepast door het RIVM. Na validatie van de nieuwe primers is dat op 6 juli 2020 een feit. 

De oude (boven) en nieuwe primers uit het testprotocol van het RIVM. Bron: https://www.rivm.nl/documenten/toelichting-ct-waarde-0

Maar Borger en collega’s melden die – uiterst relevante - informatie opmerkelijk genoeg niet in hun review, terwijl deze onderzoeken al maanden beschikbaar waren toen Borger zijn artikel schreef. Waarom is deze literatuur niet meegenomen? We leggen het – bij herhaling – voor aan Borger, maar een antwoord krijgen we niet. Pas in een op 11 januari  verschenen addendum citeren de auteurs het artikel van Drosten en een hele serie soortgelijke artikelen van andere onderzoekers hierover. Het bevat aldus Borger in een mail aan Follow the Money ‘twintig nieuwe wetenschappelijke papers die tonen dat de Test werkelijk niet deugd’ (sic). Maar deze papers zijn ten eerste dus niet nieuw. Bovendien luidt de conclusie van de aangehaalde onderzoeken nergens dat de PCR-test van Drosten niet zou deugen. Over het algemeen worden alle onderzochte primers en probes juist als betrouwbaar beoordeeld. Maar dat is niet opgenomen in het addendum. 

3. Opvatting over ‘te hoge’ concentraties primers is achterhaald

Op de overige technische kritiek werden Borger en collega’s overigens ook terechtgewezen door een andere PCR-expert: Ian MacKay, associate professor aan de Australische University of Queensland en viroloog. MacKay legde op Twitter in een zeer uitgebreid draadje uit op welke punten Borger de plank misslaat. Een voorbeeld: de volgens Borger ‘te hoge’ concentraties primers, zijn volgens MacKay helemaal niet te hoog. Hij licht toe dat een brede range van concentraties wordt getest om te kijken welke de duidelijkste resultaten geven: ‘Als hogere concentraties beter werken, dan gebruik je die,’ zegt hij. In PCR-onderzoek naar virussen werkt dit anders dan in een puur academische setting, aldus MacKay. Dat mensen die PCR alleen toepassen in het academisch onderzoek dit niet weten, verwondert hem niet, maar voor het zoeken naar ziekteverwekkers is het volgens MacKay ‘heel belangrijk’. De opvatting van Borger over te hoge concentraties primers is volgens MacKay inmiddels achterhaald voor de nu in gebruik zijnde real time RT-PCR-methode voor onderzoek naar virussen.

Ook bekritiseert MacKay een ander punt van Borger: dat Drosten et al. geen positieve of negatieve controles specificeerde om aanwezigheid van het virus aan te tonen. Dat blijkt niet waar te zijn, toont MacKay: er werden wel degelijk negatieve controles omschreven. Hij laat het zien: 

4. Het virus is wel degelijk in zijn geheel bekeken

Vervolgens is het virus volgens Borgers review nooit op moleculair niveau gevalideerd. Daardoor meent hij dat het onmogelijk is om zekerheid te hebben over wát nu eigenlijk getest wordt. Conclusie: ‘the amplified PCR-products can be anything’ – oftewel: het molecuul waarop wordt getest hoeft niet per se Covid-19 te zijn, maar kan van alles zijn. Want, zegt Borgers: er wordt helemaal niet naar het hele genoom van het virus gekeken, maar slechts naar de stukjes code waar de primers en probes op gericht zijn. 

Dat is inderdaad een beproefde en gebruikelijke methode in PCR-onderzoek naar virussen bij de mens, beaamt  Ian Mackay. Maar dat het virusgenoom niet in zijn geheel is bekeken, is niet waar: alleen al in Nederland werd in de eerste maanden van de uitbraak van elk positief getest monster de volledige genetische code in kaart gebracht, zo meldde het Reformatorisch Dagblad (RD) eind november in een uitgebreid artikel over Borgers review. Op die manier werden wereldwijd honderdduizenden volledige genetische codes van virussamples verzameld in de database van Gisaid. De Nederlandse onderzoekers die het genoom van al deze positieve samples in beeld brachten, publiceerden in juli hun aanpak en bevindingen in een artikel in Nature. Co-auteur en viroloog Marion Koopmans van het Erasmus MC tegenover het RD: ‘Kritiek is prima, maar dit verhaal is inmiddels door experts uit de hele wereld bij herhaling ontkracht.’ 

5. En er is een peerreview op het Drosten-protocol losgelaten

Koopmans reageert in het artikel ook op de stelling dat het Drosten-protocol niet aan peerreview zou zijn onderworpen. Borger voert de korte tijd tussen het aanbieden van het artikel op 21 januari en de publicatie ervan op 23 januari als bewijs aan. Maar, zegt Koopmans, er vond wel degelijk peerreview plaats: twee reviewers van het tijdschrift Eurosurveillance behandelden het in een spoedprocedure. ‘Wetenschappers zitten dan startklaar om het artikel in ontvangst te nemen en te controleren,’ legt Koopmans uit in het Reformatorisch Dagblad. ‘Andere wetenschappelijke tijdschriften zoals Nature en Science hebben deze route ook, bedoeld voor zeer urgente onderwerpen.’ 

Het artikel was een bittere pil voor Borger, die met regelmaat stukken voor het RD schrijft, waarin hij Darwin de nek om probeert te draaien op basis van zijn – door de Bijbel geïnspireerde – interpretatie van de wetenschap. Tegenover Follow the Money herhaalt hij het verwijt aan het RD dat hij eerder via Twitter deelde: ‘Ze hebben me erin geluisd.’

6. Het Drosten-protocol was simpelweg het eerste, maar is zeker niet het enige

Naast de technische punten en het commentaar op het review-proces richt de kritiek van Peter Borger en zijn medeauteurs zich in de kern op twee zaken: het ontbreken van een Standard Operational Protocol (SOP) voor de test en de gevoeligheid van de PCR-test, met grote hoeveelheden vals-positieven in de testuitslagen tot gevolg. 

In zo’n SOP moet nauwkeurig en in detail zijn vastgelegd hoe de test moet worden uitgevoerd en beoordeeld. Een woordvoerder van het RIVM wijst er in een reactie op dat  onmogelijk één enkel SOP kan worden gehanteerd, aangezien er niet een enkele PCR-test is. In tegenstelling tot wat Borger en zijn mede-auteurs suggereren is het testprotocol van Drosten niet ‘dé’ basis onder de PCR-test, maar het eerste protocol voor de test die in Europa beschikbaar kwam. Hoewel het daarmee bijzonder belangrijk was, zijn er inmiddels honderden PCR-testen voor Covid-19 ontwikkeld. Daarin worden vaak ook hele andere primers en probes gebruikt. 

Het RIVM publiceerde overigens haar eigen SOP, dat volgens het instituut nog steeds door veel Nederlandse labs gebruikt wordt. ‘Bovendien voert ieder laboratorium zelf kwaliteitscontroles en validaties uit,’ voegt de woordvoerder toe. ‘Ik vind het persoonlijk nogal een miskenning van de vakbekwaamheid van al die duizenden medewerkers van laboratoria om ervan uit te gaan dat zij daar en masse in falen.’ 

Veel voorkomende bacterie

Hoe zit het met de theorie van Borger dat de PCR-test niet alleen op virusmateriaal zou aanslaan, maar ook op andere, veel voorkomende moleculen? Peter Borger is daarvan in ieder geval nog steeds overtuigd. ‘Je vindt die RNA-moleculen overal,’ zegt hij, doelend op het RNA dat door de PCR-test herkend wordt. 

De onderbouwing van die stelling bestaat uit twee bijzinnen in zijn review. Daarin staat dat één van de primerparen uit het Drosten-protocol precies zou passen op de genetische code van de bacterie Pantoea Agglomerans. Dat ontdekten de auteurs met een zoektool voor genetische codes. Deze bacterie komt onder meer op planten, fruit en uitwerpselen voor. De implicatie: de PCR-test zou die bacterie wel eens kunnen herkennen als Covid-19. 

Pepijn van Erp, wiskundige en scepticus en van het blog Kloptdatwel.nl, verdiepte zich in die mogelijkheid. Zijn conclusie: zeer onwaarschijnlijk dat dit daadwerkelijk plaatsvindt. Hij kreeg gelijk van nota bene een co-auteur van Borger, Kevin McKernan, die in zijn toelichting op Twitter zelf duidelijk maakt dat de kans op het aantreffen van die bacterie in je keel erg vergezocht (‘might be a stretch’) is en dat het niet waarschijnlijk is dat de test aanslaat op de Pantoea bacterie. De reden: de stukjes RNA die matchen met een van de testprimers liggen te ver uit elkaar om op een normale manier een positief resultaat in een PCR-test te veroorzaken; het genetisch materiaal zou op een bepaalde manier gevouwen moeten zijn om zo’n match mogelijk te maken. En dat gedurende iedere verdubbelingscyclus opnieuw. 

‘De kans daarop is astronomisch klein, vrees ik,’ zegt Van Erp. ‘De auteurs van het Corman-Drosten review zoeken hier naar theoretische mogelijkheden, al zijn ze nog zo onwaarschijnlijk, dat de test op iets anders kán aanslaan. Ze geven geen enkel inzicht in of onderbouwing van hoe waarschijnlijk ze dat achten en waarom. Als ze zelf oprecht geloven dat deze mogelijkheid reëel is, kunnen de auteurs zelf in het laboratorium onderzoek doen om het aan te tonen. Maar dat doen ze niet.’ 

Lees verder Inklappen

7. Kritiek op drempelwaarde voor vals-positieve uitslag is spraakverwarring

Wat te denken van Borgers andere kritiek: zijn er veel vals-positieve uitslagen en is daar inderdaad hard bewijs voor? 

Dit hele punt draait om de zogenaamde CT-waarde die een positief bevonden monster na de test in het laboratorium oplevert. 

De diepte in: waar staat die CT-waarde voor?

Om de kritiek van Borger en de zijnen te begrijpen is het handig om te weten hoe de test uitgevoerd wordt en waar die CT- waarde precies voor staat. 

Nadat een monster van neus- of keelslijm is afgenomen, wordt daaruit in het laboratorium al het genetische materiaal vrijgemaakt. De eerder genoemde primers en probes gaan vervolgens bij wijze van spreken op zoek naar de stukjes genetische code van het virus waaraan ze zich kunnen hechten. Dit gebeurt in rondes, ofwel cycli, waarin het materiaal opgewarmd en afgekoeld wordt. In iedere cyclus verdubbelt het materiaal zich. Als er bijvoorbeeld 1 virusmolecuul aanwezig is, zijn dat er na de eerste cyclus 2, na de tweede cyclus 4, enzovoort. 

Bij iedere cyclus wordt de hoeveelheid virusmateriaal gelezen, zo ontstaat een curve die exponentiële groei weergeeft. Dat levert een S-vormige curve op, zoals hieronder geïllustreerd met een afbeelding uit een publicatie van de Amerikaanse universiteit Yale. 

Lees verder Inklappen

Het virusmateriaal wordt tijdens de test in verschillende rondes (cycli) verdubbeld, waarbij het een steeds sterker fluorescerend signaal geeft. Zodra dat signaal zó sterk is dat de apparatuur het kan onderscheiden en lezen, is de Covid-19 test positief. Daarvoor geldt een drempelwaarde: de cycle-threshold (CT).  

De CT-waarde is het aantal cycli dat nodig was om die drempel (threshold) te bereiken. Die waarde is bij iedere test weer anders: hoe minder virus-moleculen in het monster, hoe langer het duurt om de drempelwaarde te bereiken, en hoe hoger dus ook de CT-waarde. 

Daar zit wel een ‘maar’ aan: ga je lang genoeg door met de cycli, dan komt ook het signaal van een negatief monster uiteindelijk boven de drempelwaarde uit. Er worden immers al snel miljoenen ‘kopietjes’ gemaakt. Als dat gebeurt, is er sprake van een vals-positieve uitslag. De apparatuur leest een positief signaal op iets dat geen virusmolecuul is. Bij welke CT-waarde gebeurt dat? Volgens het RIVM is dat bij vijftig cycli: ‘Zou je meer dan vijftig cycli draaien, dan krijg je artefacten van primerdimeren en andere troep. Daarom wordt regulier bijna nooit meer dan 40-45 cycli gedraaid.’

Onacceptabel, zegt Peter Borger: ‘Het draaien van 40-45 cycli is in feite lukraak amplificeren.’ Maar dit is een spraakverwarring. Je zou denken dat men volgens het RIVM-protocol zó lang doorgaat met cycli uitvoeren, dat alle monsters wel positief moeten worden. Dat is ook wat Borger op sommige podia expliciet suggereert. Maar zo werkt het niet, zegt de woordvoerder van het RIVM: ‘Als een monster pas na 35 cycli positief wordt, is de uitslag onduidelijk en moet het monster opnieuw getest worden of zelfs opnieuw afgenomen worden bij de patiënt.’ 

Borger accepteert die uitleg niet. ‘Maar dat is toch onzin, dit is verschrikkelijke onzin. Ze moeten gewoon een CT-waarde geven waarbij een monster positief wordt.’ Hij bedoelt daarmee een ander getal waarboven je stopt met testen. Alle monsters die op dat moment nog niet positief zijn, krijgen een negatieve uitslag. Deze afkapwaarde moet volgens Borger en ook volgens de Corman-Drosten review op CT-waarde 30 liggen. Anders zouden er te veel vals-positieve uitslagen gevonden worden. 

Ook daarover praten Borger en het RIVM langs elkaar heen. Want Borger heeft het niet over het meten van virus dat er niet is. Hij doelt óók op monsters van mensen met heel weinig virus-RNA in hun keel. Zij zijn niet meer besmettelijk, stelt hij: ‘Je mag niet meer dan dertig cycli amplificeren, want daarna vind je geen infectieus virus meer. We zijn toch geïnteresseerd in infectieus virus, niet in RNA dat overal voorkomt?’ 

De diepte in: Vals-positief, want niet besmettelijk?

Naast de technische definitie van vals-positief, kan er ook een klinische definitie van vals-positief gemaakt worden: er is wel virusmateriaal aanwezig in de keel, maar de patiënt is alweer beter en de restjes virusmateriaal in het lichaam ‘leven’ niet meer. Dat is wat Borger bedoelt met ‘niet infectieus’ virus. 

Het RIVM beweert niet dat positief getesten per definitie besmettelijk zijn. Marion Koopmans ging er in november uitgebreid op in tegenover Tijs van den Brink. Zij lichtte toe dat positieve testen niet bewijzen dat een patiënt ook besmettelijk is. Niets nieuws overigens: ook in augustus al liet het RIVM dat aan RTL Nieuws weten.

Als er weinig virusmateriaal in het monster te vinden is, zou je verwachten dat een hoge CT-waarde in een PCR-test iets kan voorspellen over besmettelijkheid. De moeilijkheid is dat weinig virus materiaal in het monster niet per definitie synoniem staat aan niet-besmettelijk. Microbioloog Marc Bonten schreef een artikel over vals-positieven bij Covid-19. Bonten deed in zijn laboratorium in het UMC Utrecht onderzoek naar hoge CT-waardes en besmettelijkheid. Hij testte alle positieve monsters nog eens door ze op kweek te zetten in het laboratorium. Van de 1600 positieve uitslagen lukte dat in vierhonderd gevallen niet - een indicatie dat die vierhonderd monsters mogelijk geen ‘infectieus virus’ bevatten. 

Een kwart vals-positieve uitslagen dus? Niet per se, zegt Bonten: ‘Zwak-positieve testuitslagen kunnen in werkelijkheid fout-positief zijn, maar ze kunnen ook passen bij een vroege of doorgemaakte infectie. Om de uitslag juist te kunnen interpreteren, heb je aanvullende informatie van de patiënt nodig. Bij een vroege infectie zal de patiënt waarschijnlijk nog besmettelijk worden en adviseren we om de test te herhalen. In de andere gevallen is de patiënt mogelijk niet infectieus.’

Meerdere wetenschappers zijn er net als Bonten in geïnteresseerd om de relatie tussen besmettelijkheid en CT-waarde helder te maken, zodat bijvoorbeeld quarantainemaatregelen specifieker ingezet kunnen worden of het bron- en contactonderzoek beperkt kan worden tot de meest besmettelijke groep. 

Lees verder Inklappen

8. ‘CT hoger dan 30 = geen kweekbaar virus’ is onjuist, ‘CT hoger dan 35 = geen kweekbaar virus’, te kort door de bocht

Volgens Borger is er dus bij een CT-waarde van 30 en hoger géén infectieus virus meer te vinden. Zijn Corman-Drosten review stelt dan ook dat een CT-waarde van 30 het maximum zou moeten zijn om monsters als positief te bestempelen. Maar die stelling blijkt niet uit de data die Borger aanhaalt om dit te onderbouwen, en is zelfs in tegenspraak met de harde letter van zijn eigen review. 

De review haalt als onderbouwing voor de maximum CT-waarde van 30 een onderzoek aan van de Franse universiteit Aix-Marseille van afgelopen zomer, door Rita Jaafar et al. Zij controleerden van 3790 monsters die met PCR positief getest waren, of het virus ook in het laboratorium op kweek gezet kon worden om een indicatie te krijgen van besmettelijkheid. Bij 1941 monsters gaf ook de kweek een positief resultaat: ruim 51 procent. De overige monsters testten negatief via de kweekmethode: het virus kon in dat geval niet voldoende vermeerderen in de kweekcellen in het laboratorium. 

Er was inderdaad een duidelijke relatie te zien met de CT-waarden die de PCR-test aangaf: hoe hoger de CT-waarden, hoe lager het aantal positieve monsters ook door kweek bevestigd positief bleven. 

In deze grafiek is precies te zien hoe in dit onderzoek de verdeling was van op kweek positief en op kweek negatief geteste monsters die bij PCR allemaal positief waren.

Maar, op een CT-waarde van 30 werd nog 20 procent van de samples met kweek als positief bevestigd. Op een CT-waarde van 35 waren dit er nog minder dan 3 procent. Wel degelijk ‘infectieus virus’ dus, volgens de definitie van Borger. 

De stellige uitspraken die Borger de wereld in slingert over ‘geen infectieus virus’, staan – heel dan ook niet letterlijk in zijn Corman-Drosten review. Daar heet het: bij een CT-waarde van 35 is de kans dat de uitslag vals-positief is 97 procent. 

Maar zelfs die stelling ligt niet zo eenvoudig. ‘De redenering CT hoger dan 35, geen kweekbaar virus in het monster, niet besmettelijk, dus PCR fout-positief is te kort door de bocht,’ zegt RIVM-viroloog Adam Meijer. ‘Net als de PCR-test vertoont de kweek een bepaalde gevoeligheid. Die is afhankelijk is van kweeksysteem, juiste afname, type monster, wanneer in de ziektegeschiedenis materiaal afgenomen wordt. De kans dat kweek fout-negatief is neemt toe met afname van de virale load. Een negatief kweekresultaat betekent daarom niet per se dat de patiënt op het moment van afname geen infectieuze viruspartikels meer uitscheidt.’ 

9. Een andere wetenschappelijke conclusie hoort op argumenten te stoelen

Ook de auteurs van het hierboven aangehaalde Jafaar-artikel delen de conclusie van Borger niet dat je boven een CT-waarde van 30 zou moeten stoppen met testen. De context van het onderzoek ontbreekt dan ook in de Corman-Drosten review. Doel van het onderzoek was namelijk om in te schatten bij welke CT-waarde de kans op besmettelijkheid voldoende was afgenomen om mensen ondanks een positieve uitslag te kunnen ontslaan uit het ziekenhuis. Het was een herhaling van een eerder onderzoek dat kleiner opgezet was. De auteurs concluderen juist dat hun eerder voorgestelde CT-waarde van 35 om mensen uit het ziekenhuis te ontslaan gehandhaafd kan worden omdat ook boven een CT-waarde van 30 nog kweekbaar virus wordt aangetroffen, zij het steeds minder. 


Peter Borger

"Ik ben toch wetenschapper, ik kan toch zelf conclusies trekken uit die data. Ik ben toch niet afhankelijk van het RIVM, ik ben toch niet afhankelijk van andere mensen"

Dat zij de conclusie van Borger niet delen, maakt voor hem niet uit. ‘Ik ben toch wetenschapper, ik kan toch zelf conclusies trekken uit die data. Ik ben toch niet afhankelijk van het RIVM, ik ben toch niet afhankelijk van andere mensen?’ 

‘In het ideale geval spreken de data inderdaad voor zich,’ zegt dr. Michelle Habets, senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut en lid van de Covid-19 commissie van ZonMW. Zij keek op verzoek van Follow the Money mee naar de wetenschappelijke onderbouwing van Borgers conclusies. ‘Maar als je een ander oordeel velt dan de auteurs van een onderzoek verwacht je van een wetenschapper argumenten waarom de conclusie van de auteurs in zijn ogen niet correct zijn.’ 

Die argumenten ontbreken in de Corman-Drosten review. 

Habets vindt ook de manier waarop de claim verwoord is verwarrend. ‘Als Borger bedoelt dat er geen actief virus in het sample kan zitten als je pas na dertig cycli een PCR-product vindt, dan lijkt me dit niet correct. En is het vreemd dat hij het zo stellig zegt, want de data spreken hem tegen.’ 

‘Als hij bedoelt dat er zo weinig RNA in het sample zit dat je dertig cycli nodig hebt om te detecteren dat diegene niemand kan besmetten, moet je weten hoeveel virus nodig is om iemand te infecteren voor je die conclusie kan trekken.’

Ook maakt de context van de studie verschil uit. ‘Bij mensen die al een infectie doormaakten verwacht je niet dat het aantal virusdeeltjes nog stijgt. Dat is anders bij de mensen die in de teststraten komen; zij kunnen ook aan het begin van een infectie staan en daarom nog maar weinig virusdeeltjes hebben.’ 

10. Eén studie is geen studie 

Adam Meijer van het RIVM waarschuwt er dan ook voor dat de data uit het Jaafar-onderzoek niet zomaar representatief voor de hele bevolking: ‘De genoemde percentages zijn maar op één publicatie in een bepaalde situatie gebaseerd.’ 

Habets: ‘Het is moeilijk om conclusies te trekken op basis van één onderzoek. Het liefst heb je natuurlijk een aantal onderzoeken of zelfs een meta-analyse. Maar alle wetenschappers hebben te maken met weinig info en moeten zich baseren op wat er wel is.’ 

Zo’n meta-analyse behandelt alle relevante onderzoeken om antwoord te geven op de vraag. Er waren in november namelijk al veel meer onderzoeken verricht naar de relatie tussen waarschijnlijke besmettelijkheid en CT-waarde. De Britse epidemioloog Tom Jefferson deed vanaf augustus een poging om die te analyseren in een systematische review. Borger haalde een preprint-versie van dat onderzoek aan als onderbouwing voor de stelling in zijn review dat studies laten zien dat vanaf een Ct-waarde van 35 enkel nog ‘dode’ niet-infectieuze virusdeeltjes worden gevonden.

Maar ook hier trekken de oorspronkelijke auteurs een andere conclusie. 

Jefferson is, net als Borger, uiterst kritisch over de Covid-maatregelen, en ook hij pleit voor een nieuwe aanpak. Dat is echter niet stoppen met testen of een harde afkapwaarde, maar differentiatie tussen verschillende soorten positief geteste mensen en meer vrijheden als het risico op besmettelijkheid laag is. Daarbij keken ook Jefferson en zijn collega’s naar de relatie tussen een hoge CT-waarde en de kans op besmettelijkheid. 

Zij verzamelden alle relevante onderzoeken waarin voor Covid-19 een vergelijking is gemaakt tussen CT-waarde van een positieve PCR-test en een positief kweekresultaat. Nergens stelt hij, zoals Borger en collega’s in hun paper beweren, dat er ‘alleen niet-infectieus virus’ wordt aangetroffen bij CT-waardes van 35 en hoger. Dat is ook niet altijd het geval, zo blijkt inmiddels: onderzoek dat is opgenomen in Jeffersons definitieve analyse toont aan dat er tussen de 35 en 40 óók kweekbaar virus wordt aangetroffen. 

Jefferson et al concludeert dat de studies die hij vond, een relatie suggereren tussen besmettelijkheid en CT-waarden van positief geteste Covid-19 patiënten. Hij waarschuwt ook dat het bewijs niet sterk genoeg is voor een betrouwbaar beeld. Een afkapwaarde voor besmettelijkheid is nu dan ook niet vast te stellen, zegt Jefferson. Als basis voor een beter beleid pleit hij voor meer onderzoek naar de relatie tussen CT-waarden en besmettelijkheid.

11. Borgers kritiek is wantrouwen verpakt als wetenschap 

Bij kritische beschouwing van de wetenschappelijke basis onder de stellige claims van Borger, blijken die bijna allemaal boterzacht. Voor niet-ingewijden is het bijna onmogelijk om daar op eigen houtje achter te komen. Het onderwerp is complex en heel specialistisch. Follow the Money vroeg Michelle Habets waar je als leek op kan letten bij controversiële wetenschappelijke claims.  

Kritiek op de wetenschap is van groot belang, stelt Habets voorop: ‘Er zijn wetenschappers die kort door de bocht gaan omdat ze snel iets willen publiceren, zodat ze de eerste zijn. In het geval van deze pandemie is snel publiceren nu eenmaal van groot maatschappelijk belang. En ten derde: onze instituten worden bemand door mensen. Er worden dus per definitie “fouten” gemaakt. Het is dus heel goed om kritisch te blijven, dat is zelfs eigen aan de wetenschap.’  

Over het artikel van Borger zegt ze: ‘Dit artikel is een aanklacht tegen de wetenschappers die aan de bron staan van het beleid. Dit maakt het ook verwarrend. Want Borger en collega’s pretenderen een puur wetenschappelijke bijdrage te leveren, maar eigenlijk hebben ze bezwaar op een ander niveau. Ze hebben geen vertrouwen in het beleid.’ 

‘Hier speelt ook nog een ander probleem. Bezwaar tegen beleid vereist in onze maatschappij vaak een wetenschappelijke onderbouwing, waardoor tegenstanders van beleid geneigd zijn hun toevlucht te zoeken in die wetenschap. Maar weloverwogen beleid ziet ook de beperkingen van wetenschappelijke kennis. In dit geval zijn er naast gezondheid ook andere waarden van belang voor het beleid: economische waarden, maar ook vrijheid en gevoelens van eenzaamheid. Het is van belang dat al die perspectieven meewegen in het vormen van beleid.’

‘De aanklacht in het artikel van Borger is gemakkelijk te ondersteunen met empirisch bewijs. Als de auteurs het vanaf het begin niet eens waren met de PCR-test, zou je verwachten dat ze een nieuw protocol hadden opgesteld, en vervolgens beide protocollen met elkaar hadden vergeleken. Dan zouden ze op wetenschappelijk-empirische basis een argument hebben om het oude protocol te verwerpen. Dat is niet gedaan. As lezer moet je dan al op je hoede zijn.’

De keuze voor het grote aantal co-auteurs dat geen expertise over de PCR-techniek zelf heeft, maar bijvoorbeeld huisarts of uroloog zijn, vindt Habets opmerkelijk. ‘Velen hebben alleen proofreading gedaan, terwijl dit vakgebied duidelijk niet hun expertise is. Deze co-auteurs zetten eigenlijk hun handtekening onder een aanklacht, niet onder een wetenschappelijk bijdrage. Als je een aanklacht tegen beleid doet, wil je dat het door zoveel mogelijk experts wordt ondertekend. Bij een academische publicatie is dit vreemd. Het hoeft uiteraard niet te betekenen dat zo’n artikel niet klopt, maar dit doet wel alarmbellen rinkelen.’  

‘Omdat er achter dit artikel meer zit dan alleen kritiek op wetenschap, verwacht je dat het daar ook op ingaat.’ Als voorbeeld noemt ze mogelijke onderzoeksvragen om de kritiek op het beleid te onderbouwen: ‘Hoeveel vals-positieven zijn onacceptabel? Hoeveel vals-positieven zouden het beleid doen veranderen? En tegelijkertijd, hoeveel vals-negatieven kunnen we tolereren? Dit wordt niet expliciet behandeld.’ 

‘Bovendien richten ze zich voornamelijk op het probleem van de vals-positieve testen en niet op de vals-negatieve. Beide zijn een probleem bij een protocol.’ De vraag is volgens Habets of je een hoger risico accepteert op vals-positieve, of vals-negatieve uitslagen. ‘Deze vraag is een beleidsvraag, geen wetenschappelijke vraag, en hij wordt niet expliciet behandeld in het artikel van Borger. Juist omdat het artikel ook een aanklacht is tegen het beleid dat nu gevoerd wordt, is het belangrijk dat hij dit duidelijk maakt. Want als je minder cycli toestaat in het testen, wordt de kans op vals-negatieve uitslagen natuurlijk groter. 

12. Zoektocht naar de wetenschap achter kritiek bevestigt de kwaliteit van de PCR-test

En daar wringt de schoen. Zelfs wie de interpretatie van Borger en collega’s volledig volgt en de resultaten van het Franse onderzoek als representatief neemt voor de hele bevolking, moet erkennen dat dan ruim de helft (51,2 procent) van de testuitslagen in dat onderzoek ook volgens Borgers definitie besmettelijke patiënten betreft. En daarvan scoort in dat onderzoek 6,18 procent een CT-waarde boven de 30. 

Als het RIVM Borgers advies op zou volgen om die allemaal negatief te verklaren, zou dat betekenen dat bij de huidige aantallen positieve testuitslagen dagelijks circa 150 besmettelijke patiënten naar huis gaan met een vals-negatieve uitslag. Die mensen zouden ten onrechte geloven dat ze volkomen veilig in de buurt van (kwetsbare) familieleden en vrienden kunnen verkeren.

De zoektocht naar het waarheidsgehalte van Peter Borgers claims over de tekortkomingen van de PCR-test, levert netto vooral veel wetenschappelijk bewijs op dat juist de kwaliteit van deze test voor Covid-19 bevestigt. 

Helemaal stoppen met PCR-testen op Covid-19 is alleen houdbaar wanneer je net als de auteurs van de Corman-Drosten review gelooft dat Covid-19 niet écht een probleem is. De auteurs kunnen zich die visie veroorloven, ook al is die bij beschouwing van hun wetenschappelijke bewijs daarvoor nergens echt onderbouwd. Zij dragen namelijk niet de verantwoordelijkheid voor een eventueel zorginfarct. 

Het enige dat als een paal boven water staat is dat niet alle positief geteste mensen ook besmettelijk zijn – maar dat is geen nieuws. Of die niet-besmettelijken nou bijna de helft uitmaken van het totaal aantal positieve uitslagen, zoals in het onderzoek dat Borger aanhaalt, of een kwart, zoals in het onderzoek van het UMC Utrecht, maakt voor beleidsmakers niet veel verschil. 

13. De PCR-test dient de publieke gezondheid – niets meer, niets minder

Beleidsmakers zien al maanden dat de zowel relatieve als absolute stijging in het aantal positieve testen parallel loopt aan een daaropvolgende stijging van ziekenhuis- en IC-opnames. Het enige dat hen helpt om niet-besmettelijken een vervelende quarantaine te besparen, is degelijk wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen besmettelijkheid en CT-waarde, niet een algemene aanklacht tegen de hele PCR-test. Dat hoeven ze van Borger en zijn co-auteurs niet te verwachten. 

Wetenschapsjournalist Jop de Vrieze vatte het in december al samen op Twitter: de kritiek op de PCR-test slaat vooral de plank mis omdat het testbeleid niet om medische diagnostiek gaat, maar om publiek gezondheidsbeleid. De Vrieze tegen Follow the Money: ‘Natuurlijk zou je idealiter een test hebben die in het kader van de publieke gezondheid/het tegengaan van de verspreiding heel precies alleen de personen eruit pikt die besmettelijk zijn.’  

‘Zolang die test er niet is, moet je op de koop toenemen dat je meer mensen in quarantaine plaatst dan strikt noodzakelijk zou zijn geweest als je wel alleen de besmettelijken had geïdentificeerd.’ 

Wederhoor Peter Borger: ‘Een slecht en tendentieus stuk vol fouten’

We ontvingen een reactie van Peter Borger op dit artikel. Samengevat vindt Borger het een slecht en tendentieus stuk: ‘Het staat vol fouten’. Hij noemt de volgende: 

Op de vraag waarom de Corman-Drosten review de zeventien artikelen over de kwaliteit van de probes en primers niet meteen, maar pas op 11 januari in een addendum publiceerde, geeft Borger geen antwoord. Hij blijft stellen dat al die artikelen het gelijk van zijn paper bewijzen: ‘Als je een paper met een diagnostische test publiceert, dan kun je er maar beter voor zorgen dat ALLE primers en probes kloppen, dat er geen valse positieven wordt gegenereerd, en dat er een gedegen peerreview plaatsvindt. Geen van alle gaat op voor de Corman-Drosten paper.’ 

Borger zegt bewijs te hebben dat de Corman-Drosten paper niet werd ge-peerreviewed. ‘Dat moet zeker worden gemeld in jouw artikel, want we hebben hier bewijs voor.’ Dat bewijs levert hij echter niet. We moeten volgens hem zijn redenering volgen dat het niet kán zijn gebeurd vanwege de korte tijdspanne en dat er typefouten in zijn blijven staan (dit is al behandeld onder punt 5). Hij keert verderop in zijn reactie de bewijslast om: het tijdschrift Eurosurveillance moet maar aantonen dat er een review is geweest. 

Over de stelling dat het virus niet moleculair gevalideerd was en dat een positief resultaat dus ‘van alles’ zou kunnen zijn, nuanceert Borger in een reactie dat hij erkent dat die validatie inderdaad achteraf alsnog uit de in de praktijk gebruikte test kwam. Alleen niet in het protocol dat Drosten in januari maakte. Kortom, aldus Borger, zijn stelling ‘klopt voor de Corman-Drosten paper en mag je niet extrapoleren’. Dit gaat voorbij aan het feit dat er in januari nog geen positief getest virusmateriaal in Europa was en het testprotocol juist tot doel had het virus alsnog te kunnen testen. Ook staat in de review van Borger en collega’s nergens de nuance te lezen dat het virus nadien honderdduizenden malen moleculair werd gevalideerd. 

De ‘mening’ van MacKay en ‘het geschrijf’ van Van Erp heeft Borger naar eigen zeggen samen met collega-auteur Kevin McKernan weerlegd, maar hij gaat niet inhoudelijk in op MacKay en Van Erp en linkt niet naar die weerleggingen. 

Borger vindt het ook belangrijk dat benoemd wordt dat het RIVM in september haar testprotocol wijzigde. ‘Het aantal cycli werd van dertig naar 35 verhoogd, en waar men eerst nog twee genen bepaalde, werd er vanaf september nog maar één bepaald. Dit draagt zonder meer bij tot een verhoging van het aantal vals-positieven. Bovendien kun je nu niet meer met alle voorgaande data vergelijken. Het is pseudoscience.’ Daarover stelde ook Kamerlid Wybren van Haga eerder vragen en volgde uitleg van het RIVM dat met het verschuiven van de cycli niet de grens tussen positieve en negatieve verschoof, maar slechts die voor hertesten. Ook wordt volgens het RIVM niet per september nog slechts één gen bepaald: ‘Waar eerst vanwege materiaal en reagentia tekorten van twee targets (E-gen en RdRP-gen) overgaan kon worden naar één target (E-gen) zijn door introductie van commerciële kits (zoals hiervoor genoemd en voorbeeld IFU bijgesloten) en betere beschikbaarheid van materialen en reagentia steeds meer tests met meerdere targets in gebruik genomen.’ De volledige reactie is hier te vinden.

Update: in eerste instantie weigerde Borger toestemming te geven om zijn volledige reactie openbaar te maken. Na publicatie van dit artikel deelde Borger zijn volledige e-mail alsnog in een thread op Twitter. We hebben daarom besloten Borger's integrale reactie te publiceren. Het document is hier te vinden: download PDF.

Lees verder Inklappen