Peuro: mosterd na de maaltijd of bittere noodzaak?

    Een groep academici rondom Het Forum voor Democratie wil een parlementaire enquête over de invoering van de euro destijds. De groep wil opheldering over een aantal brandende vragen.

    Toegegeven, ook ondergetekende heeft de petitie van de groep academici getekend. Maar toen ik kennis nam van dit initiatief was mijn allereerste reactie: wat voor zin heeft het om nu nog een parlementaire enquête over de invoering van de euro te eisen? Dat is mosterd na de maaltijd.

    Hoe zit het staatsrechtelijk?

    Staatsrechtelijk heeft het parlement het enquêterecht. Dat recht bestaat al sinds de eerste grondwet van Thorbecke, uit 1848. De Wet op de Parlementaire Enquête geeft de Kamer allerlei specifieke onderzoeksrechten als het instrument van de enquête wordt ingezet. Een voorbeeld is de verplichting voor getuigen zich onder ede te laten verhoren. Sinds 1977 kunnen ook ministers en ambtenaren onder ede worden gehoord. Voor het houden van een enquête is een meerderheidsbesluit van de Kamer nodig. Na de grondwetswijziging van 1983 zijn er 11 parlementaire enquêtes gehouden, waaronder een naar het Financieel Stelsel (2009-2012) in verband met de kredietcrisis van 2008. Het ging daarbij in een eerste onderzoeksronde om de structurele problemen in het financieel stelsel. Vanaf november 2011 kwamen de door het kabinet vanaf september 2008 genomen maatregelen aan de orde - met name om het bankwezen te ondersteunen. Die ronde had als belangrijkste doel een bijdrage te leveren aan het adequaat functioneren van het financieel stelsel in het algemeen en in Nederland in het bijzonder.
    Commissie eerder: er zijn vele schuldigen aan de crisis, maar er is geen hoofdschuldige
    Belangrijkste conclusie van de onderzoekers was: er zijn vele schuldigen aan de crisis, maar er is geen hoofdschuldige. Een behoorlijke open deur.

    Nog meer conclusies

    Een aantal andere conclusies was, dat de Tweede Kamer niet actief en niet attent genoeg was in de jaren voorafgaand aan de crisis en dat er in de Kamer een nijpend tekort aan financiële expertise is. Ook de banken kregen ook een forse veeg uit de pan: zij moeten beter hun eigen gedragscodes navolgen; bonusregelingen en salarissen in de bancaire wereld moeten worden versoberd; hun Raden van Commissarissen moeten beter toezicht houden; er moeten nieuwe regels komen voor banken, verzekeraars en andere financiële instellingen, liefst via Europese of mondiale regelgeving; en banken moeten meer bufferkapitaal aanhouden. Onnodig te zeggen, dat van al die fraaie aanbevelingen in de praktijk weinig is terechtgekomen. Ja, er zijn wel maatregelen getroffen, maar de bottom line is dat er weinig écht veranderd is in de financiële sector.
    In de financiële sector is alles intussen 'business as usual'
    Daar geldt inmiddels: business as usual. Bovendien concludeerde de Commissie dat bestuurders van banken veel risico's genegeerd hebben; dat alle actoren veel te weinig kritisch waren over hun eigen rol bij het ontstaan van de problemen; dat de oorzaken die hebben geleid tot de financiële crisis nog lang niet zijn verdwenen en dat als er een nieuwe crisis ontstaat, dit mogelijk een nog grotere impact zal hebben dan de financiële crisis uit 2008. Veel aanbevelingen, weinig échte veranderingen in de financiële wereld. De conclusie kan niet anders luiden, dan dat parlementaire enquêtes daarvoor geen garantie bieden.

    Het huidige initiatief

    Een groep burgers, onder wie rechtsgeleerde heren als Thierry Baudet en Paul Cliteur, wil thans via een petitie afdwingen dat het parlement de ware toedracht onderzoekt rond de invoering van de euro. Hoe sympathiek dit initiatief ook is, ik vrees dat het een achterhoedegevecht is, dat de huidige problematiek niet oplost. Als er al een enquête komt - en die kans is vrij groot, aangezien al na enkele dagen meer dan de helft van het benodigde aantal van 40.000 ondertekenaars is gehaald - dan zal dat waarschijnlijk als conclusie opleveren dat er destijds in Nederland een algemene consensus bestond over de invoering van de euro. Er zal dan waarschijnlijk worden vastgesteld dat dit ten koste is gegaan van de degelijkheid van de invoering, maar dat het de meeste politici destijds een goed idee leek. Al was het maar omdat onze belangrijkste handelspartners vastbesloten waren de eenheidsmunt in te voeren.
    Initiatief moet breder getrokken worden
    Is het initiatief dan een slecht idee? Nee, dat vind ik niet. Sterker, ik zou het breder willen trekken. Vragen als: hoe kan het dat de toenmalige regering Kok en Zalm zo kritiekloos onze munt hebben omgeruild tegen de euro, met alle gevolgen van dien voor de soevereiniteit van ons land, zijn relevant; maar ook dienen vragen te worden gesteld naar de conversiekoers van de gulden naar de euro. Die, zoals we weten uit de Wisselverlieszaak, tegen een veel te lage koers is omgeruild. En naar ik inmiddels begrepen heb is deze vraag toegevoegd: 'Wisten de Kamerleden die het verdrag ratificeerden dat de gulden voor zo'n 10% te weinig werd verkocht?' Essentiële vraag, aangezien toenmalige minister Zalm - nu bestuursvoorzitter van de met belastinggeld geredde bank ABNAMRO - meermaals in de Kamer heeft verklaard dat de euro 'juist geprijsd' was.

    De Wisselverlieszaak

    Zo'n parlementaire enquête dient zich inderdaad te richten op de vraag hoe het mogelijk is geweest dat zo'n ingrijpende beslissing in de jaren negentig met zo weinig kritisch debat gepaard is gegaan, terwijl er zeer grote en, naar inmiddels blijkt, onverantwoorde risico’s genomen werden. Dit geldt overigens niet alleen de Nederlandse politiek, maar bijvoorbeeld ook de Nederlandse economische wetenschap en nationale  media, waaronder met name de financieel-economische. Weliswaar heeft op 13 februari 1997 een groep van zeventig economen tegen de invoering van de euro gewaarschuwd via een ingezonden brief in de Volkskrant, maar het algemene beeld dat door de regering werd uitgedragen was dat van een zegerijke munt. De euro zou ons welvaart en werkgelegenheid brengen. De media namen die boodschap kritiekloos over.
    De onjuiste conversiekoers van de Nederlandse gulden heeft Nederland een flink stuk welvaart gekost
    De onjuiste conversiekoers van de Nederlandse gulden naar de euro en de desastreuze gevolgen daarvan zouden in de enquête een wezenlijke rol moeten spelen, aangezien die gevolgen nog altijd doorwerken. Minstens even belangrijk is overigens wel dat in het algemeen Europees maatschappelijk belang de desastreus en destructief gebleken eenheidseuro zo snel mogelijk opgedoekt gaat worden. Het is dringend noodzakelijk dat we een krachtig herstel van de economieën en werkgelegenheid in alle eurolanden bereiken. We moeten dus nu vooral ook onze aandacht richten op, en werk gaan maken van een nationaal politiek, maatschappelijk en wetenschappelijk debat over passende en effectieve alternatieven voor de euro. Daarom heb ik getekend.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 230 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren