Den Haag, 1983 — Nadat eerder op de dag protesterende Amsterdamse brandweerlieden het Binnenhof hadden volgespoten met blusschuim, had de Haagse brandweer de handen vol aan het verwijderen van het sneeuwlandschap.
© ANP / Cor Mulder

Chemours & DuPont

In de Verenigde Staten wordt de PFOA-vervuiling door het Amerikaanse chemiebedrijf DuPont omschreven als een van de grootste milieuschandalen ooit. Duizenden Amerikanen stellen dat ze ziek zijn geworden door PFOA in hun bloed. Intussen hebben ook in Nederland claim-advocaten zich op de zaak gestort.

Follow the Money bracht in 2015 aan het licht dat er ook in Nederland sprake was van substantiële vervuiling rond de teflon-fabriek van DuPont in Dordrecht. Onze artikelen leidden tot Kamervragen en een groot onderzoek door het RIVM. Dat bevestigde onze analyse. Niet alleen werknemers, maar ook omwonenden in Dordrecht en Sliedrecht bleken jarenlang te zijn blootgesteld aan hoge concentraties PFOA, ook wel bekend als C8.

19 Artikelen

Hoe nu verder met PFAS?

7 Connecties

Onderwerpen

PFOA C8 pfas genx PFOS

Organisaties

DuPont Chemours
17 Bijdragen

In 2015 zette Follow the Money de PFAS-problematiek op de kaart. Nu de bouw op veel plekken is stilgelegd vanwege deze groep ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’, is het debat in een stroomversnelling geraakt. Maar wat weten we eigenlijk over deze relatief nieuwe vervuilers?

Dit stuk in 1 minuut
  • Van PFAS — een groep door de mens gemaakte chemische verbindingen — is al jaren bekend dat ze in de Nederlandse bodem zitten. De stoffen komen voor in alledaagse producten als flosdraad en fastfoodverpakkingen en zijn ontzettend moeilijk om af te breken, waardoor ze jarenlang in ons milieu aanwezig blijven.
  • Uit verschillende onderzoeken blijkt dat deze stoffen toxisch, hormoonverstorend en kankerverwekkend kunnen zijn. Hoe gevaarlijk de PFAS precies zijn, is echter nog onduidelijk: het onderzoek staat nog in de kinderschoenen.
  • Omdat het ministerie door die onduidelijkheid zo voorzichtig mogelijk wilde zijn met nieuwe normen voor grondverzet, zijn er in de bouw veel projecten stil komen te liggen.
  • Een andere vraag die overal ter wereld gesteld wordt, is wie voor de schade moet betalen. In binnen- en buitenland worden meerdere rechtszaken gevoerd tegen de bedrijven die de stoffen produceren en verkopen, en de overheden die niet of nauwelijks toezicht hielden.
  • Er worden nieuwe technieken ontwikkeld om PFAS uit het water en uit de bodem te filteren. Sommige van die technieken leveren hoopgevende resultaten.
Lees verder

‘Your grandma tells me her grandson is some fancy environment lawyer down in Cincinnati.’

— ‘I’m a corporate defense attorney.’

‘So?’

— ‘I defend chemical companies.’

‘Well, now you can defend me.’  

Je hoort het niet iedere dag, een krantenartikel dat het tot speelfilm schopt. Maar dat is precies wat er hier is gebeurd: Dark Waters, de film waar bovenstaande scène in zit, gaat vandaag in première in de Verenigde Staten. Centraal in het verhaal staat de PFAS-vervuiling rond de DuPont-fabriek in het provinciestadje Parkersburg, West Virginia, een zaak die in de VS nu al ‘het grootste milieuschandaal ooit’ wordt genoemd.

De hoofdpersoon, Rob Bilott, is een bedrijfsadvocaat die in 1998 op het punt staat om partner te worden bij het kantoor Taft Stettinius & Hollister. Dat wil zeggen, tot er een oude bekende van zijn grootmoeder aanklopt. Deze man, Wilbur Tennant, is een boer in Parkersburg. De afgelopen jaren heeft hij de koeien op zijn land — pal naast de DuPont-fabriek — bij bosjes zien sterven.

Bilott besloot om de boer bij te staan. De zaak leidde in de Verenigde Staten uiteindelijk tot een schikking van 3.550 potentiële rechtszaken met omwonenden en ex-werknemers van de DuPont-fabriek. DuPont en spin-off Chemours betalen ieder de helft van het totale schikkingsbedrag van maar liefst 671 miljoen dollar.

De trailer van Dark Waters

PFOA in Nederland

In september 2015 wijdde Follow the Money een artikel aan de zaak. Daarin maakten we aannemelijk dat er ook in Nederland sprake is van PFAS- en PFOA-vervuiling. Specifieker: in de omgeving van Dordrecht, waar in een fabriek van DuPont (inmiddels Chemours) al jaren teflon werd geproduceerd.

Dat artikel leidde tot Kamervragen en een groot onderzoek van het RIVM in de omgeving. Uit dat onderzoek bleek vervolgens dat de werknemers en omwonenden jarenlang waren blootgesteld aan hoge concentraties PFOA, een hulpstof die gebruikt wordt bij de productie van teflon.

Het is dus al een tijdje bekend dat deze stoffen in onze lucht, water en bodem zitten. In juli van dit jaar werd het probleem echter landelijk nieuws. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelde nieuwe, tijdelijke normen in voor de omgang met PFAS; omdat er zo weinig bekend is over deze stoffen, zijn die uit voorzorg extra streng. Bouwprojecten moeten nu veel meer grond dan voorheen naar laboratoria sturen om de PFAS-waarden te laten meten. Als de PFAS-waarden te hoog zijn, mag de grond niet verplaatst worden naar de beoogde bestemming.

Het gevolg: ondernemingen zitten met ontzettend veel licht (of zwaarder) vervuilde grond, die ze lastig ergens kwijt kunnen en alleen heel duur kunnen reinigen. Bouwprojecten lopen vertraging op en komen in sommige gevallen zelfs helemaal stil te liggen. Hoe moet het nu verder?

Wat zijn PFAS en hoe gevaarlijk zijn ze?

Even een stapje terug: waar hebben we het ook alweer over? PFAS (voor poly- en perfluoralkylstoffen) zijn een familie van ruim vierduizend soorten chemische stoffen die bestaan uit variaties op fluor-koolstofverbindingen. De bekendste: PFOS, PFOA en GenX. Ze zitten (in geringe mate) in een hele reeks aan alledaagse producten, vooral wanneer deze een vet- en/of waterafstotende functie hebben: van vuil-afstotende tapijten tot makeup en zonnecrème, van regenjassen tot cupcakevormpjes en pizzadozen, verpakkingen van magnetronpopcorn, papier van chocoladeverpakkingen, fastfoodverpakkingen. Het spul zit zelfs in kunststof schaatsbanen.

Enorm veelzijdige stoffen dus, maar met een groot nadeel: aan het begin van deze eeuw werd door wetenschappelijk onderzoek duidelijk dat de stoffen persistent, bioaccumulatief en toxisch kunnen zijn. Dat wil zeggen, ze zijn lastig af te breken, stapelen zich op in het lichaam en zijn giftig. Ook kunnen de stoffen hormoonverstorend werken: een studie gepubliceerd in het Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism toonde in 2018 aan dat ze bij mannen bijvoorbeeld kunnen leiden tot kleinere penissen en minder zaadproductie. Enkele stoffen van deze familie zijn mogelijk of waarschijnlijk kankerverwekkend.

PFOS en PFOA staan al sinds december 2013 op de Europese lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen en sinds juli 2019 zijn ook de GenX-stoffen op die lijst terug te vinden. Voor PFOS en PFOA is door de Europese Unie een verbod op productie, handel en gebruik bekendgemaakt, voor de GenX-stoffen (nog) niet. Van het grootste deel van de andere PFAS weten we nog weinig tot niets over de schadelijke effecten. Een rapport uit maart dit jaar van de Nordic Council of Ministers — een samenwerkingsverband tussen de vijf Scandinavische landen — schat in dat voor deze stoffen ‘de jaarlijkse gezondheidsgerelateerde kosten tussen de 52 en de 84 miljard euro bedragen voor alle landen die horen bij de Europese Economische Ruimte.’

Toch worden er ook kanttekeningen geplaatst bij de ernst van de gezondheidsschade die door PFAS wordt aangericht. Onder wetenschappers is daar nog geen consensus over, omdat er ook nog veel onbekend is over het gedrag van deze stoffen in het menselijke lichaam. Zo schreef Martijn Katan, biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam, begin november in een column in NRC Handelsblad: ‘Bij ratten veroorzaakt PFAS wel leververgroting, maar als je de gebruikte hoeveelheden vertaalt naar mensen moet je dag in dag uit de hoeveelheid PFAS uit een dertigtons vrachtwagen vol verontreinigde bagger naar binnen werken.’

In de discussie rond de nieuwe normen is volgens experts de nuance verloren gegaan

Tegelijkertijd verscheen diezelfde week een artikel in Bionieuws waarin toxicoloog en hoogleraar milieuchemie aan de VU Jacob de Boer nog zijn ernstige zorgen uitte over de stoffen: ‘Ik moet zeggen dat van alle stoffen die ik heb onderzocht, deze groep voor mij het meest zorgwekkend is, vanwege de persistentie — je komt er werkelijk niet vanaf — en de hoge toxiciteit.’

Waar komen PFAS in Nederland vandaan?

In hoeverre PFAS gezondheidsschade veroorzaken, is nog niet met zekerheid te zeggen. Wat wél zeker is, is dat de stoffen erg wijdverspreid zijn in Nederland, onder andere door de kleine hoeveelheden in eerder genoemde alledaagse producten. Lange tijd is de PFOS-variant ook op grotere schaal gebruikt in brandblusschuimen; nog steeds worden andere soorten PFAS gebruikt in brandblusschuim. Op plaatsen waar brand is geweest of waar met blusschuim geoefend is, wordt dus vaak een hogere concentratie in de bodem aangetroffen. En aangezien de stoffen ontzettend lastig afbreken, blijven ze in de bodem zitten.

Een andere bron van de stoffen in Nederland is het chemische bedrijf Chemours, een spin-off van het vroegere DuPont. Dat bedrijf gebruikte lange tijd PFOA, en toen dat vanaf 2012 niet meer mocht GenX, als hulpstof om teflon te produceren — het goedje waar onder meer de anti-aanbaklaag in koekenpannen van wordt gemaakt. Daardoor zijn vooral in de omgeving van Dordrecht en Sliedrecht veel van deze stoffen in het milieu terechtgekomen

In september 2018 stuurde Dordrecht namens de zeventien gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid een brandbrief naar staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven, om aan te dringen op landelijke normen voor deze nieuwe stoffen. Omdat in de regio rond Chemours veel PFAS in de grond zitten, en andere regio’s nog geen waarden kenden van de PFAS in hun grond, kon de regio bijna geen grond meer verzetten. Dat kan zonder normen namelijk alleen wanneer de grond er niet vuiler van wordt. 

De (tijdelijke) landelijke normen kwamen er; ze werden opgetekend in een zogeheten ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. De normwaarden zijn gebaseerd op het voorzorgsprincipe: als er nog weinig bekend is over een stof, kunnen we maar beter te voorzichtig zijn.

In de discussie rond de nieuwe normen is volgens experts echter ook de nuance verloren gegaan. Over de 0,1µg/kg-normwaarde voor landbouw en natuur bijvoorbeeld. Het idee onstaat dat grond vanaf die waarde direct giftig is, maar dat klopt niet: dat is de eerste waarde waarop de PFAS überhaupt gemeten kunnen worden. De waarde wanneer grond met PFAS volgens het RIVM kwalijk is, ligt (nu nog) op 7 µg/kg.

Eigenlijk wil de normwaarde van 0,1 µg/kg zeggen: als je deze waarde meet, moet je onderzoek doen naar hoe en of je deze grond ergens anders heen mag verplaatsen — iets wat voorheen niet hoefde als men daar geen aanleiding toe zag. Maar in de regio’s waar nog niet voldoende gegevens zijn over de PFAS, levert dat tijdelijk problemen op. Daar moet namelijk worden voldaan aan het standstill-principe: de grond die er al ligt mag niet vuiler worden door er nieuwe grond op te storten. Ze mag dus geen hogere concentraties PFAS bevatten na het grondverzet. Ter illustratie: als een bouwbedrijf uit Utrecht voor PFOS de waarde 2 µg/kg meet, en de locatie waar het zand naartoe meet de waarde 1 µg/kg, dan kan het zand daar dus niet naartoe. Zo moet een bouwbedrijf soms veel metingen doen voor een geschikte locatie is gevonden voor de grond.

Als men helemaal niet weet hoeveel PFAS er in de grond van de doellocatie zitten, moet worden uitgegaan van de allerlaagste waarde om voorzichtig te zijn, dus 0,1, de detectiewaarde. Om die reden moeten gemeenten en provincies zo snel mogelijk meten hoeveel PFAS er bij hen in de grond zitten; op het moment dat de meetgegevens van de regio op orde zijn, is er ook meer ruimte om een regio-eigen norm te bepalen door het bevoegde (lokale) gezag. De provincie Noord-Holland heeft woensdag bijvoorbeeld al besloten om eigen normen te hanteren, die minder streng zijn dan die in het tijdelijke handelingskader.

De landelijke normen die er nu liggen zijn nog tijdelijk. Naar aanleiding van de grote ontevredenheid in de bouw- en baggersector heeft minister gevraagd aan het RIVM om sneller dan gepland — op 1 december — al met nieuwe achtergrondwaarden te komen, op basis van meetgegevens van provincies. Aan de hand daarvan wordt door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat misschien de norm voor PFAS voor de functie landbouw/natuur aangepast. Het ministerie wil tegen die tijd ook met een norm komen voor het toepassen van grond op de waterbodem, zoals in diepe plassen. Maar of dat voldoende zal zijn om de gemoederen te temperen, en of die waarden veel hoger zullen liggen dan degene die nu worden gehanteerd, moet nog blijken. 

Intussen rijst ook een andere vraag: moet de veroorzaker van het probleem — de vervuiler dus — eigenlijk niet opdraaien voor de schade?

Rechtszaken over PFAS: het einde voor Chemours/DuPont? 

In 2018 begonnen de gemeenten Dordrecht, Papendrecht en Sliedrecht een aansprakelijkheidsprocedure voor Chemours en Dupont omwille van, in hun eigen woorden, ‘de schade die wij hebben geleden, lijden en mogelijk in de toekomst nog zullen lijden als gevolg van de uitstoot van PFOA en GenX-stoffen.’ De focus van de gemeenten ligt op compensatie voor de bodemverontreiniging in de omgeving. Ook de gemeente Molenlanden, vlakbij Dordrecht, heeft zich inmiddels bij deze procedure aangesloten.

Op 24 september 2019 zegt de gemeente Dordrecht in een brief dat ‘de advocaat van de gemeenten ‘nog mogelijke vervolgstappen voorbereidt’. Veel meer wil een ambtenaar van de gemeente daar tegenover Follow the Money niet over kwijt: ‘We hebben deze bedrijven eerder aansprakelijk gesteld, en om dat een stap verder te brengen zul je wel concrete casussen naar voren moeten brengen, en dat is de advocaat aan het voorbereiden’. Ook met uitspraken over de winstkans is hij voorzichtig. ‘Eenvoudig is het niet, maar als we er niet in zouden geloven, zouden we het niet doen.’ De moeilijkheid zit er onder andere in dat Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland voor een groot deel van de PFAS-uitstoot een vergunning heeft gegeven.

In afwachting van de zaak is de PvdA Sliedrecht al een eigen actie begonnen: ‘Retour Afzender’. Elke week wordt een emmertje met zand bij Chemours voor de deur afgezet, om zo ‘de vervuilde grond weer terug te brengen naar waar die vandaan komt’. Omwonenden werden afgelopen week nog meer overtuigd van die noodzaak, toen bleek dat Chemours illegaal grond met GenX naar België had verscheept. Daarvoor had het bedrijf niet de juiste EVOA-vergunning aangevraagd, schreef Van Veldhoven — inmiddels minister van Milieu en Wonen — in een brief aan de Tweede Kamer. Het ging dus om een administratieve overtreding

Ook elders in de wereld worden rechtszaken gevoerd over PFAS. In Australië gaan tot wel 40.000 inwoners van steden die vervuild zijn met PFAS uit blusschuim de overheid voor de rechter slepen, in wat volgens Australische media ‘the biggest class action lawsuit in the country’s history’ zou zijn. In de Verenigde Staten daagt de attorney general (een soort minister van Justitie) van de staat New York bedrijven als DuPont en 3M voor de rechter vanwege hun rol in het maken en promoten van de PFAS-chemicaliën en blusschuim dat PFAS bevat.

Volgens Chemours organiseerde DuPont de spin-off ‘as part of a plan to try to off-load its historical environmental liabilities’

En dat is slechts een van de vele zaken die op dit moment in de VS spelen. Zoveel zelfs, dat in een artikel van Bloomberg News, wordt gespeculeerd dat dit het einde voor Chemours zou kunnen betekenen: ‘Estimates of Chemours’ liabilities related to the chemicals [...] range from the company’s figure of up to $802 million, to one analyst’s calculation of more than $160 billion—more than 15 times the company’s highest-ever market capitalization.’ 

Wat de claims ingewikkeld maakt, is dat Chemours een spin-off is van DuPont. Chemours is de verzelfstandigde chemie-divisie van het Amerikaanse bedrijf en heeft sinds de zomer van 2015 een eigen beursnotering. Volgens Chemours is dat echter niet helemaal eerlijk gegaan: bij de overdracht van de productie zou DuPont de nadelige effecten van PFAS hebben verhuld. Dat is althans de aanklacht waarmee Chemours haar oude moederbedrijf in mei dit jaar voor de rechter sleepte.

In de aanklacht zegt de advocaat van Chemours dat DuPont de spin-off orchestreerde ‘as part of a plan to try to off-load its historical environmental liabilities.’ DuPont zou volgens de advocaat ook hebben gelogen bij de inschatting van de maximale liabilities. Op basis daarvan is bepaald dat spin-off Chemours levensvatbaar zou zijn: ‘It has since become clear that DuPont’s supposedly ‘maximum’ numbers were systematically and spectacularly wrong’. De vraag is dus in hoeverre Chemours aansprakelijk kan worden gesteld, en of het bedrijf in staat is om de gigantische claims te betalen. 

Een andere belangrijke vraag die beantwoord moet worden, is hoeveel de bedrijven die gebruik maakten van PFAS al wisten van de nadelige effecten van sommige van de stoffen, terwijl ze die nog promootten en op de markt brachten. Uit verschillende interne documenten die onder de aandacht zijn gebracht door onder andere het Amerikaanse online onderzoeksplatform The Intercept en de New York Times, blijkt dat zowel DuPont als fabrikant 3M — een groot producent van blusschuim met PFAS — al jaren wisten dat de PFAS die ze op dat moment gebruikten schadelijk waren voor mens en milieu.

The Intercept beschrijft hoe 3M al sinds 1979 door eigen studies bekend is met de toxiciteit en het ophopingsvermogen van PFOS en PFOA; ook de negatieve effecten van PFOS en PFOA op het immuunsysteem zouden uit die studies al blijken. Ook bij DuPont waren volgens de New York Times al in de jaren ‘70 de eerste signalen te horen dat er iets mis was met PFOA.

Hoe lossen we dit op?

Maar alleen een schuldige aanwijzen, lost dit probleem niet op. Om de bouw- en baggerbedrijven weer in staat te stellen om grond te verplaatsen, moeten de stoffen die al in de bodem zitten, daar liefst zo snel mogelijk uit verwijderen. Er bestaan op dit moment al technieken waar dat mee kan, maar die zijn ontzettend duur: de grond moet onder andere tot meer dan 1.100 graden verhit worden. 

In oktober kondigde het consultancybedrijf Arcadis echter aan dat het een extra oplossing zou hebben om grond te reinigen. Het bedrijf heeft een optie genomen op een Australische methode, die zijn oorsprong vindt in de mijnbouw: ‘Het idee is dat je een kolom met water hebt, waarin in verschillende stappen ozonbubbeltjes worden ingebracht,’ legt Wim Plaisier van Arcadis uit. ‘PFAS willen graag op grensvlakken zitten, dus gaan ze naar het grensvlak van de bubbel en het water. Het bijzondere aan deze techniek met ozon is dat de bubbeltjes veel kleiner zijn dan wanneer er gewone lucht wordt gebruikt. Daardoor is een 30 miljoen keer groter grensvlak waar de PFAS op kunnen gaan zitten.’

De methode zorgt er dus voor dat de PFAS naar boven ‘schuimen’, en zo in geconcentreerde vorm aan de oppervlakte verschijnen. Zo zijn ze makkelijker af te scheiden, waarna de deeltjes verhit kunnen worden om ze te verdampen. De methode is volgens Plaisier vooral geschikt om PFAS bij de bron aan te pakken: in Australië wordt de techniek bijvoorbeeld toegepast om bluswater te zuiveren, en ook bij oefenlocaties van de brandweer, waarbij veel PFAS-houdend blusschuim wordt gebruikt, kan die volgens Plaisier zeer effectief zijn. Als het gaat om ontzettend lage concentraties, zoals het geval is bij drinkwater, ziet Plaisier de methode als minder relevant.

‘Het is niet omdat mensen zeggen dat deze stoffen niet afbreken, dat dat ook echt zo is’

Bij Arcadis zijn ze druk bezig de techniek aan te passen zodat die ook in Nederland toegepast kan worden. Plaisier schat in dat de eerste experimenten en pilots al eind dit jaar of begin volgend jaar plaats kunnen vinden. Hij verwacht er veel van: ‘in Australië behaalde de techniek een rendement van 99,6 procent.’

De schijnbaar onverwoestbare PFAS kunnen misschien zelfs ook nog op een natuurlijke manier worden afgebroken: ‘Het is niet omdat mensen zeggen dat deze stoffen niet afbreken, dat dat ook echt zo is,’ is de wijze raad van Princeton-onderzoeker Peter Jaffe. ‘Ze dachten dat ook bij PCB’s toen ik nog studeerde, en die kunnen we nu ook al afbreken.’

Samen met zijn collega Shan Huang heeft Jaffe een bacterie ontdekt die PFAS in laboratoriumsetting kan afbreken. In hun 100 dagen durende onderzoek werden 60 procent van de gehele concentratie aan PFAS afgebroken. In totaal hebben de onderzoekers voor ongeveer vijftien soorten ook nog afzonderlijk getest of de bacterie ze kon afbreken; bij alle geteste soorten vonden ze fluor na het afbraakproces. Dat betekent dat de bacterie de ‘forever chemicals’ af heeft gebroken. 

Het was eigenlijk bij toeval dat de onderzoekers deze bacterie ontdekten. Dat gebeurde tijdens een onderzoek naar het afbreken van ammonium. Jaffe schat in dat — op voorwaarde dat de condities optimaal zijn — de techniek over drie jaar al voorzichtig in gebruik kan worden genomen. Het voordeel dat deze techniek volgens hem heeft ten opzichte van andere technieken: ‘Het geldt eigenlijk altijd dat dingen die biodegradable zijn beter zijn en goedkoper.’ Inmiddels heeft Princeton een patent genomen op het gebruik van de bacterie voor de afbraak van PFAS.

Dan is er nog een laatste probleem: de PFAS worden ook nog steeds gebruikt in allerlei producten. Ze blijven dus ook in ons milieu terechtkomen. Over het beleid dat nodig is om dat probleem op te lossen, wordt nog flink gediscussieerd. ‘Pak de groep van fluorverbindingen als geheel aan’, vragen verschillende partijen, waaronder Suzanne Kröger van GroenLinks. ‘Zodat we in de toekomst niet met alweer zo’n stof worden opgezadeld.’

Kröger diende ook een motie in om te onderzoeken of het gebruik van PFAS in voedselverpakkingen in Nederland kan worden verboden, die door de meerderheid van de Kamer werd aangenomen. Aan die oproep heeft het kabinet gehoor gegeven: in het maatregelenpakket voor de stikstof- en PFAS-problematiek dat zij 13 november aankondigde, staat onder andere dat het kabinet het probleem ook bij de bron wil aanpakken. Specifiek wil het kabinet zich inzetten om ‘alle toepassingen van alle stoffen behorende tot de stofgroep PFAS te verbieden, met uitzondering van de essentiële toepassingen.’

Tot slot heeft Kröger minister Van Veldhoven gevraagd of bodemassen — de as die overblijft na afvalverbranding en daarna onder wegen enzovoort wordt toegepast — onderzocht kunnen worden op PFAS: ‘Het afval van Chemours is altijd verbrand op ongeveer 700 graden, dus het is niet duidelijk of die PFAS eruit zijn, en die bodemassen zijn overal toegepast.’ Om PFAS eruit te filteren moeten de afvalstoffen tot 1.100 graden verhit worden en de gasvormige PFAS-deeltjes afgevangen. De minister heeft er inmiddels mee ingestemd om bodemassen mee te nemen in het onderzoek naar een landelijk beeld rond PFAS. Een eerste versie van zo’n landelijk beeld wordt verwacht in maart volgend jaar, en wordt opgesteld naar aanleiding van de metingen van lokale overheden en bedrijven die bij het RIVM worden verzameld.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Mira Sys

Gevolgd door 621 leden

Redacteur grondzaken

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Chemours & DuPont

Gevolgd door 539 leden

In de Verenigde Staten wordt de PFOA-vervuiling door het Amerikaanse chemiebedrijf DuPont omschreven als een van de grootste...

Volg dossier