Ted van der Vlies in zijn tuintje
© Foto Peter Donk / Sliedrecht24

    Hoeveel giftige gefluoreerde koolwaterstoffen (PFAS) er in de Nederlandse bodem zitten, is nog nauwelijks bekend. Slechts in een klein aantal gemeenten is onderzoek gedaan, en landelijke interventiewaarden ontbreken. Het risico op verspreiding van de vervuiling is reëel: dat gebeurt via water, lucht, blusschuim en vervuilde grond die wordt hergebruikt. Bij hoge concentraties kunnen PFAS kwalijke gevolgen hebben, zo weten de omwonenden van Chemours in Dordrecht.

    Ted van der Vlies (70) at meer dan 45 jaar lang met plezier uit zijn moestuintje in de Zuid-Hollandse gemeente Sliedrecht. Met zijn vrouw en kleinkinderen plukte hij er graag appels, of oogste er zijn zelfgekweekte courgettes en boerenkool. Maar sinds vorig jaar durft hij dat niet meer. Zijn tuin is vervuild met PFOA: een stof die onder natuurlijke omstandigheden niet afbreekt, die ernstige ziektes en voortplantingsproblemen kan veroorzaken, en schadelijk is voor het milieu.

    Uit bloedonderzoek van het RIVM blijkt dat Van der Vlies zeer hoge waarden van deze stof in zijn bloed heeft: 157,9 microgram per liter bloed. Dat is ver boven de mediaan — 3,5 microgram PFOA per liter — die in Europees onderzoek is vastgesteld. Van der Vlies heeft nu kanker, maar een oorzakelijk verband met de stoffen is moeilijk aan te tonen; hij noemt zichzelf wrang ‘de giftigste man van Sliedrecht’.

    Pal tegenover Sliedrecht, aan de de rivier de Merwede, ligt het gigantische terrein van de chemiefabriek Chemours, voorheen DuPont. Je kunt zeggen dat het moestuintje van Van der Vlies onder de rook van Chemours ligt. Het gaat alleen niet om rook, maar om fijnstof.

    Amerika versus Nederland

    In de Verenigde Staten zijn in de jaren ’90 verschillende mensen in de omgeving van Chemours/DuPont ernstig ziek geworden; ook vee in de omgeving stierf in grote getale. Dat werd in verband gebracht met de fluorhoudende stoffen zoals PFOA, die Chemours/DuPont uitstootte. Het bedrijf gebruikte PFOA jarenlang als hulpstof voor de productie van teflon, een materiaal dat onder meer als anti-aanbaklaag wordt gebruikt en veel industrële toepassingen kent.

    Eind de jaren ’90 spanden burgers de eerste zaken aan tegen DuPont Later spanden ook anderen dergelijke zaken aan: in 2015 liepen er ruim 3500 civiele zaken tegen de chemiefabriek. Ook in Nederland, vlakbij Dordrecht, stond een fabriek van DuPont/Chemours. Maar waar de kwestie in de VS werd gezien als een ongekend milieuschandaal, bleef het in Nederland stil.

    De stof, in de VS beter bekend onder de molecuulnaam C8, wordt daar sinds 2001 aangemerkt als een van de giftigste en hardnekkigste chemische stoffen die in het milieu en het menselijk lichaam terecht zijn geraakt. FTM onthulde in 2015 dat DuPont decennia achtereen de vervuiling met fluorkoolstoffen in Nederland had gebagatellisseerd. Pas daarna werd ook in Nederland onderzoek uitgevoerd in de omgeving van Dordrecht, waar DuPont/Chemours een grote fabriek heeft. Daaruit bleek dat het ook hier was misgegaan. Het verschil tussen de Nederlandse en Amerikaanse situatie is dat de stof in de VS in grote mate in het drinkwater is beland. In Nederland is de blootstelling van PFAS via het drinkwater miniem.

    Pas in 2013 werd PFOA op de lijst gezet die het RIVM bijhoudt van ‘zeer zorgwekkende stoffen’, nadat PFOA in Europees verband gesignaleerd werd als gevaarlijke stof. Een onderzoek naar PFAS in de bodem bij het Dordrechtse Chemours bleef vooralsnog uit. Pas na het artikel van Follow the Money in 2015 rees ook in Nederland de vraag of er in de omgeving van Chemours vervuiling in de grond zat.

    Lees verder Inklappen

    ‘Eet niet uit je tuintje’

    Sliedrecht en Dordrecht zijn de afgelopen jaren veel in het nieuws geweest rond teflonfabriek Chemours, onder meer door onthullingen in FTM. Tientallen jaren ontving Chemours/DuPont vergunningen van de provincie om eerst met PFOA, en toen dat in 2012 niet meer mocht, met GenX te werken. Doordat de gevaren van de stoffen aanvankelijk niet bij de overheid bekend waren, kon het bedrijf de stoffen jarenlang legaal in beperkte mate uitstoten via de lucht en lozen in het water.

    Zo kwamen de stoffen terecht in de moestuinen in de buurt van de fabriek – ook bij het tuintje van Van der Vlies. In juli 2017 troffen VU-onderzoekers bij verkennend onderzoek verhoogde concentraties PFOA aan op het gras en de bladeren die ze in de omgeving van Chemours onderzochten. Ze raadden de omwonenden in eerste instantie aan om niet meer uit de moestuintjes te eten. Vervolgens mocht dat – na uitgebreid onderzoek van het RIVM datzelfde jaar – weer wel. Alleen het fruit en de groenten in een straal binnen een kilometer van de fabriek konden de liefhebbers volgens het RIVM beter ‘met mate’ consumeren. Dit vanwege de combinatie met andere mogelijke blootstellingsroutes, bijvoorbeeld de lucht.

    Maar wat blijkt: er is opnieuw onduidelijkheid. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft enkele maanden geleden een (nog niet gepubliceerde) nieuwe conceptrichtlijn opgesteld voor de maximale wekelijkse inname, die ze in augustus dit jaar presenteerde op het DioXin-congres in Krakau. Volgens VU-onderzoekers is de nieuwe richtlijn vijftien keer strenger voor PFOA dan de waarden die het RIVM heeft gebruikt. Omwonenden kunnen misschien toch niet zorgeloos de gewassen eten, zoals het RIVM eerder meldde. Promovenda Ike van der Veen van de VU: ‘In Dordrecht zijn door ons lab vorig jaar een aantal struiken bemonsterd, en de EFSA heeft pas de normen aangescherpt. Als jij regelmatig uit die tuintjes eet, kom je daar al snel boven’. Van der Veen bestudeert bij de afdeling Milieu en Gezondheid het gebruik van PFAS in outdoorkleding: de stoffen worden gebruikt om textiel – zoals jassen en handschoenen – water- en vuilafstotend te maken.

    Of het RIVM de beoogde richtlijn nog kan beïnvloeden, wil de woordvoerder niet zeggen

    Gewoonlijk nemen Europese lidstaten de richtlijn van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid rechtstreeks over, maar ditmaal wijkt het RIVM af van deze staande praktijk. De twee organisaties zijn momenteel in discussie over de conceptrichtlijn voor de risicowaarden. Volgens ingewijden zijn ze het onderling oneens over de wetenschappelijke methode die is gebruikt om de risicowaarden af te leiden. Mogelijk baseert het RIVM zich op laboratoriumonderzoek naar de effecten van PFAS in het bloed van dieren, en het EFSA op een onderzoek naar de effecten van PFAS in het bloed van mensen in een niet-experimentele setting.

    In de komende weken wordt volgens de EFSA-woordvoerder de definitieve richtlijn op de website van de organisatie gepubliceerd. Die wordt volgens een woordvoerder van het RIVM vergezeld van een statement over het verschil van mening tussen het RIVM en de EFSA – tenzij die in de tussentijd tot overeenstemming komen. Of het RIVM de beoogde richtlijn nog kan beïnvloeden, wil de woordvoerder niet zeggen. ‘Ik moet daarover mijn mond houden. Dat is de manier om netjes met elkaar om te gaan.’

    Laatbloeiers

    De verantwoordelijke voor deze omgevingsvervuiling, het chemische bedrijf Chemours, mag tot op de dag van vandaag doorgaan met het lozen van GenX, zij het in mindere mate. GenX is als fluorhoudende opvolger van PFOA sinds februari dit jaar opgenomen in de lijst met ‘potentiële zeer zorgwekkende stoffen’ van het RIVM. Onder grote maatschappelijke druk – en de dreiging van Europese schadeclaims, na de schikkingen die het bedrijf in de VS moest treffen – heeft Chemours in september dit jaar aangekondigd 75 miljoen te zullen investeren in de afbouw van zijn GenX-uitstoot in Dordrecht. Dat wil het bedrijf doen door de stof met actieve-koolstoffilters uit het water te halen. Eind 2020 wil Chemours de uitstoot van GenX met 99 procent reduceren; de uitstoot van andere gefluoreerde stoffen moet tegen 2023 met 80 procent zijn verlaagd.

    De gevaren van fluorhoudende stoffen zijn al sinds de jaren ’90 bekend. De problematiek rond PFAS is in Nederland lange tijd onder de radar gebleven. ‘We moeten kennelijk applaudisseren bij dit nieuws,’ zegt buurtbewoner Arie de Ruiter uit Sliedrecht over de plannen van Chemours. Hij houdt al bijna twintig jaar de vervuiling bij de fabriek in de gaten. ‘Maar je vraagt je af: waarom is dat niet eerder gebeurd?’  

    Duitsland en Zweden zijn al langer bezig met maatregelen tegen PFAS. De twee landen hebben vorig jaar een gezamenlijk voorstel gedaan om 200 soorten PFAS uit te bannen. Dit omdat deze stoffen in die landen in het drinkwater terecht zijn gekomen. ‘Daardoor zijn de landen er wat fanatieker op gedoken, en in een eerder stadium dan Nederland,’ zegt Hans Slenders van ingenieursbedrijf Arcadis. Hij is senior consultant van het Expertisecentrum PFAS, een initiatief van drie consultancybedrijven om de kennis over de stoffen in Nederland te vergroten. Dat expertisecentrum werkt nauw samen met verschillende overheden — zowel lokaal als landelijk — en met het RIVM.

    Wat zijn de effecten van PFAS op de mens?

    PFAS-deeltjes kunnen zich honderden jaren in het milieu opstapelen. Ook in het lichaam stapelen ze zich op, en breken tergend traag of zelfs niet af, waardoor ze bijvoorbeeld pas via borstvoeding het lichaam verlaten en aan baby’s worden doorgegeven.

    Iedereen heeft een zekere concentratie aan PFAS in zijn bloed, aangezien de stoffen  inmiddels in diverse consumentenproducten zijn toegepast, maar doorgaans vormen die concentraties geen bedreiging voor de gezondheid. De stoffen komen op verschillende manieren het lichaam binnen: via drinkwater, voeding, of doordat ze lekken uit cupcakevormpjes of fastfoodverpakkingen. Ook kunnen ze ingeademd worden.

    Bij hoge concentraties PFAS in het lichaam is er een risico op cholesterolverhoging en leveraandoeningen. Ook hormonaal is inmiddels een effect ontdekt: de pubertijd kan later intreden als gevolg van PFAS. Daarnaast hebben sommige PFAS effect op de voortplanting en zijn ze mogelijk kankerverwekkend.

    Lees verder Inklappen

    Giftig blusschuim

    Nadat in Dordrecht en Sliedrecht fluorhoudende stoffen werden aangetroffen in de bodem, beperkte de aandacht zich tot de vervuiling in die omgeving. Daardoor had het de schijn dat PFAS-vervuiling een lokaal probleem was. Er blijken echter ook andere plaatsen in Nederland te zijn waar PFAS in de bodem zitten, al zijn ze nog niet allemaal bekend.

    De stoffen komen onder andere in de bodem terecht door PFOA- en PFAS-houdend blusschuim. Dit giftige blusschuim werd in het verleden gebruikt voor oefeningen, en wordt tegenwoordig nog altijd ingezet bij grote industriële branden. Voor zulke ingrijpende blusoperaties is er nog geen ‘geschikt alternatief’, concludeerde het Landelijk Expertisecentrum BrandweerBRZO in een verkennend onderzoek in december 2017. De PFAS bezitten immers unieke kwaliteiten, waardoor het vuur eerder dooft. ‘En dan is het afwegen,’ aldus promovenda Ike van der Veen van de VU. Dat dilemma speelt sterk bij industriële branden. ‘Met ander blusschuim ben je gewoon dagen langer aan het blussen. Je gebruikt dan veel meer blusmiddel, maar het betekent ook dat er meer andere rotzooi de lucht in gaat.’ Ze meldt wel dat er nieuwe producten in ontwikkeling zijn, zonder gefluoreerde koolwaterstoffen, die kwalitatief steeds dichterbij de fluorhoudende blusmiddelen komen.

    De meeste brandweerkorpsen in Nederland maken gebruik van fluorhoudend blusschuim

    Het blusschuim kwam onder andere terecht in de omgeving van Schiphol, na een lekkage. In 2008 werden daar voor het eerst in Nederland hoge concentraties aan fluorhoudende stoffen in de bodem aangetroffen. ‘Links en rechts is toen aangekaart dat we dit probleem voor heel Nederland zouden moeten bekijken,’ zegt Hans Slenders van het Expertisecentrum PFAS. Dat is echter niet gedaan. ‘Het werd toen toch gezien als een op zichzelf staand incident.’

    Maar dat is het niet. Uit onderzoek van het AD in mei 2017 bleek dat de meeste brandweerkorpsen in Nederland gebruikmaken van fluorhoudend blusschuim. Plaatsen waar eerder grote industriële branden hebben plaatsgevonden, zijn zodoende allemaal PFAS-verdacht. Denk bijvoorbeeld aan militaire bases, brandweerkazernes en gebieden rond chemische bedrijven of afvalverwerkers.

    Bij de militaire vliegbasis Soesterberg heeft de provincie Utrecht begin dit jaar ingenieursbedrijf Aveco de Bondt opdracht gegeven een onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS uit te voeren. Aanleiding is volgens een woordvoerder dat ‘de provincie Utrecht ter ore was gekomen dat er mogelijk PFAS zou kunnen zitten in de bodem ter hoogte van de voormalige brandweeroefenplaats.’

    Regionale normen

    Een alomvattend beeld van de aanwezigheid van PFAS in de Nederlandse bodem is er niet. Ook landelijke grens- en interventiewaarden ontbreken. Het bodembeleid is volgens staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat een lokale aangelegenheid, zo liet ze weten na Kamervragen van GroenLinks in april dit jaar. ‘Het is een taak van provincie en gemeente om, indien zij initiatiefnemer van een project zijn, plaatsen waar verontreinigingen zijn of zijn te verwachten voorafgaand aan een ontwikkeling te onderzoeken, waar nodig te saneren en verantwoord om te gaan met voor hergebruik geschikte grond,’ aldus Van Veldhoven.

    Maar zeventien Zuid-Hollandse gemeenten trokken in september dit jaar samen aan de bel, en schreven een brandbrief aan de staatssecretaris. Ze willen een landelijk beleid voor hergebruik van mogelijk met PFAS vervuilde grond. De reden daarvoor, zo legt een woordvoerder van de gemeente Dordrecht uit, is dat er momenteel geen eenduidig beleid rond PFAS wordt gevoerd door de verschillende gemeenten. Sommige gemeenten voeren niet automatisch controles uit bij PFAS-verdachte gebieden, mogelijk omdat zulke controles ontzettend duur zijn. Een onderzoek naar GenX, afkomstig van het bedrijf Custom Powders, kostte de gemeente Helmond naar schatting maar liefst 300.000 euro. ‘Voor het hele bodemonderzoek, dus ook om andere vervuiling in beeld te brengen,’ nuanceert een woordvoerder van de gemeente Dordrecht. ‘Het probleem is vooral dat, als je die stoffen aantreft, je daar dan ook iets mee moet doen.’

    De gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid hebben intussen zelf regels opgesteld voor toepassing van grond met PFAS

    De gemeenten die wel controleren, krijgen niet alleen met hoge onderzoekskosten te kampen, maar vaak ook met stagnatie van hun grondverzetsprojecten, zoals de aanleg van wegen. En wat moet je als er eenmaal PFAS in je grondgebied is aangetroffen? ‘Door te controleren, schiet je jezelf eigenlijk in de voet,’ zegt de woordvoerder van de gemeente Dordrecht. Grondverwerkers zijn namelijk nogal huiverig voor het accepteren van grond die het etiket ‘PFAS’ heeft meegekregen. Ook grond waarin vooral zware metalen zitten en een minieme concentratie aan PFAS, wordt vaak geweigerd. Reiniging van grond met deze stoffen is enorm complex en haast onmogelijk. Bovendien is er geen landelijke wetgeving voor het hergebruik van grond met PFAS, noch voor welke concentraties erin mogen zitten. Afvalverwerkers nemen dus liever geen risico’s met zulke grond.

    De gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid hebben intussen zelf regels opgesteld voor toepassing van grond met PFAS, net als de gemeente Haarlemmermeer (waar Schiphol deel van uitmaakt), zo schrijven ze in de brief. ‘[In onze regio en in Haarlemmermeer is] onderzoek naar PFAS voor toepassing verplicht. In de overige delen van Nederland bestaan dergelijke regels niet. Dit terwijl hier wel grondverzet plaatsvindt en onvermijdelijk ook PFAS-verdachte grond voorkomt. Dergelijk ongereguleerd grondverzet leidt tot ongewenste verspreiding van PFAS-houdende grond naar nu nog schone gebieden.’

    PFAS over de grenzen heen

    De vervuiling met PFAS is grensoverschrijdend: de deeltjes verspreiden zich makkelijk via wind en water. Dat de vervuiling niet plaatselijk is, blijkt ook uit het feit dat de Noordpool sterk vervuild is met PFAS. De deeltjes vliegen door de lucht en strijken er door de kou neer. In Europa is het gebruik van de bekendste PFAS in producten nu aan banden gelegd, maar in China wordt er nog volop gebruik van gemaakt. Zo komen de stoffen nog steeds in (consumenten-)producten terecht.

    Ook in andere landen is de problematiek rond PFAS actueel. Afgelopen jaar is in Australië veel te doen geweest over PFAS. Er worden volgens The Sydney Morning Herald meer dan 90 plaatsen onderzocht op de stoffen, vooral rondom brandweerkazernes en luchthavens. Begin november kwam bijvoorbeeld naar buiten dat het ministerie van Defensie mensen die in de buurt van de Richmond Air Base wonen, waarschuwde om minder eieren, rood vlees en vis uit de buurt te eten, wegens PFAS-vervuiling. In mei dit jaar kwam een gezondheidspanel dat door de regering was samengesteld met een ietwat ambivalente boodschap: PFAS zorgen mogelijk voor een licht verhoogd cholesterol, lichter geboortegewicht van baby’s en een verminderde nierfunctie, maar kunnen volgens het panel niet in verband worden gebracht met ernstige ziektes als kanker.

    Lees verder Inklappen

    Gebrek aan expertise

    Als reden voor de decentralisatie in het bodembeleid stelt een woordvoerder van staatssecretaris Van Veldhoven dat ‘gemeenten de omgeving beter kennen en beter kunnen bepalen wat voor hen nodig en van toepassing is.’ Maar experts betwijfelen of dat klopt.

    Hans Slenders van Expertisecentrum PFAS heeft bij meerdere gemeenten onderzoek gedaan naar PFAS in de bodem. Hij stelt dat deze problematiek ‘wel erg complex’ is om over te laten aan lokale bestuurders en ambtenaren. ‘Het is niet goed mogelijk om voor PFAS alle expertise en ervaring in elke gemeente op te bouwen,’ zegt hij. ‘Ondertussen weten we ook dat de stoffen te breed verspreid zijn om het als lokaal probleem te benaderen.’ Bovendien is dat volgens hem niet erg effectief. ‘Dan moet elke lokale of regionale overheid zelf het wiel uitvinden. Het zou veel efficiënter zijn wanneer dat centraal wordt aangestuurd. Een lappendeken aan verschillend beleid voor grondstromen is voor regio-overschrijdende activiteiten zoals de aanleg van leidingen en wegen niet handig.’

    De omgang met PFAS is voor het ministerie nog steeds aftasten. ‘Er ligt nu een verzoek bij het ministerie om een landelijke norm voor PFAS te bepalen,’ zegt de woordvoerder van Van Veldhoven midden november. ‘Het ministerie van IenW heeft het RIVM opdracht gegeven om de risicogrenswaarden te bepalen. Op basis daarvan zullen we in overleg met de decentrale bevoegde gezagen kijken hoe hier het beste mee omgegaan kan worden. Daarnaast is het ministerie in den brede bezig om samen met de decentrale overheden te gaan kijken hoe omgegaan kan worden met nieuwe, opkomende stoffen.’ Over die grenswaarden is voorlopig dus nog onduidelijkheid, gezien de betwiste conceptrichtlijn van de EFSA.

    Wassen neus

    Ook in Dordrecht en Sliedrecht is het verhaal nog lang niet klaar, denkt Dordrechtenaar Hans van der Slot, die op 400 meter van het hek van de Chemours-fabriek woont. ‘We zijn er nog lang niet. Aan de waarden van het RIVM is de omvang van het risicogebied opgehangen, maar als die waarden erg onder druk komen te staan, dan is die hele gebiedsafbakening natuurlijk een wassen neus. Dan moet alles op de schop, en niet morgen of overmorgen, maar direct.’ Hij is zelf – net als Sliedrechtenaar Ted van der Vlies – tegenwoordig terughoudend met het eten uit zijn eigen tuin. ‘Ik was toch al niet zo’n uit-de-tuin-eter,’ zegt Van der Slot. Liever haalt hij zijn groenten bij de groenteboer. ‘Of dat veilig is, weet ik natuurlijk ook niet, maar als ik het hier uit de grond trek, weet ik zeker dat het mis is.’

    Dordrecht, Sliedrecht en Papendrecht hebben Chemours en DuPont in februari dit jaar aansprakelijk gesteld voor alle gevolgen van de uitstoot van PFOA en GenX. Denk aan administratieve kosten, kosten door stagnering van grondverzetsprojecten en kosten voor omgevings- en bloedonderzoek, om over de reiniging nog maar niet te spreken.

    De eerste stap, een gesprek met Chemours, is achter de rug. Daarbij heeft het bedrijf laten weten de formele aansprakelijkheidsstelling niet te aanvaarden. ‘Onder andere gezien het feit dat er meerdere bronnen zijn van PFOA in Nederland en daarbuiten, zoals blusschuim’ zegt een woordvoerder van Chemours. ‘Dan zou het niet verstandig zijn om te zeggen; wij accepteren de aansprakelijkheid voor andere partijen. Bovendien is vastgesteld dat de PFAS in de omgeving van Chemours onder de “veilige grens” liggen.’ Als het gaat om het principe ‘de vervuiler betaalt’, geeft hij aan dat de lozingen vergund waren. Welke stappen nu volgen? Daarover zijn de gemeenten druk in overleg.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Mira Sys

    Redacteur grondzaken

    Volg Mira Sys
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Chemours & DuPont

    Gevolgd door 155 leden

    In de Verenigde Staten wordt de PFOA-vervuiling door het Amerikaanse chemiebedrijf DuPont omschreven als een van de grootste...

    Volg dossier