Eén van de grootste milieuschandalen uit de geschiedenis maakt ook slachtoffers in Nederland. Lees meer

In de Verenigde Staten wordt de PFOA-vervuiling door het Amerikaanse chemiebedrijf DuPont omschreven als een van de grootste milieuschandalen ooit. Duizenden Amerikanen zijn ziek geworden door PFOA in hun bloed. Intussen hebben ook in Nederland claim-advocaten zich op de zaak gestort.

Follow the Money bracht in 2015 aan het licht dat er ook in Nederland sprake was van substantiële vervuiling rond de teflon-fabriek van DuPont in Dordrecht. Onze artikelen leidden tot Kamervragen en een groot onderzoek door het RIVM. Dat bevestigde onze analyse. Niet alleen werknemers, maar ook omwonenden in Dordrecht en Sliedrecht bleken jarenlang te zijn blootgesteld aan hoge concentraties PFOA, ook wel bekend als C8.

26 artikelen

In dit dossier onderzoeken we hoe vervuilende stoffen in de bodem terechtkomen, wie hier verantwoordelijk voor is en wie voor de kosten van sanering opdraait. Lees meer

Asbest, niet-biologisch afbreekbare PFAS, giftige metalen en andere schadelijke stoffen hopen zich op in onze grond en ons drinkwater. Voor veel gemeentes is verontreinigde grond een dure erfenis uit het verleden. Maar voor anderen kleeft aan diezelfde grond soms een lucratief verdienmodel.

In dit dossier onderzoeken wij hoe vervuilende stoffen in de bodem terechtkomen, wie hier verantwoordelijk voor is en wie voor de kosten van sanering opdraait.

38 artikelen

Water is steeds meer een product dat op de markt wordt verhandeld. Van wie is het 'blauwe goud'? Lees meer

Onderzoek naar de problematiek rond PFAS in ons drinkwater zette ons aan het denken over de kwetsbaarheid en de eindigheid van schone drinkwaterbronnen. Dit is immers geen geïsoleerd probleem. Allerlei fenomenen die onze landsgrenzen overstijgen bedreigen de kwaliteit van het drinkwater, overal ter wereld. De stijging van de zeespiegel, verwoestijning, verzilting en vervuiling door industrie. Niet voor niets wordt drinkbaar water ook wel aangeduid als ‘het blauwe goud’ en is water op veel plekken meer waard dan olie.

Wat zijn de gevolgen? Van wie is het drinkwater eigenlijk? Van ons allemaal, zou je zeggen. Maar in toenemende mate is water een product dat op de markt verhandeld wordt door private partijen. Wat betekent dat? En wie verdienen daaraan? Dat zijn vragen die Follow the Money gaat onderzoeken.

18 artikelen

© Lynne Brouwer

Ze zijn overal en maken ons ziek. Hoe komen we van pfas af?

De gifstoffen zitten in ons water, eten, kleding, make-up, in talloze andere producten én in ons lichaam. Pfas (perfluoralkylstoffen) zijn gevaarlijke, niet afbreekbare stoffen. Maar ze zijn niet verboden en chemieconcerns lozen ze nog dagelijks. Hoe komen we ooit van ze af? En waarom is de omvang van het probleem nog steeds niet helder in kaart gebracht?

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • Poly- en perfluoralkylstoffen (pfas) zijn door de mens gemaakte stoffen die zich opstapelen in mens en dier en tot verschillende gezondheidsproblemen kunnen leiden. In Nederland zitten ze vooral in (huishoud)stof, in sprays om leer en textiel waterdicht te maken, in poetsmiddelen en in gerecycled papier. Ze zijn ook al gevonden in drinkwater en voedingsmiddelen en dan vooral in vis en wild. 
  • Je kunt producten kopen zonder pfas, maar die zijn vaak duur en je weet nooit helemaal zeker of er inderdaad geen troep in zit. 
  • Het ministerie en het RIVM maken plannen om de blootstelling aan pfas te verminderen. De EU is bezig met het voorbereiden van een pfas-verbod. Maar omdat de stoffen niet vanzelf afbreken in het milieu, zullen ze nog lange tijd overal aanwezig zijn. 
  • Op donderdag 3 november debatteert de Tweede Kamer met de ministers Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) en Ernst Kuipers (Volksgezondheid) over de gezondheidsrisico’s van pfas. Follow the Money-redacteur Mira Sys belicht voorafgaand aan dat debat de stand van zaken. Als pfas overal zijn, hoe ontloop je dan schade aan je gezondheid? En hoe ga je om met pfas-vrees?
Lees verder

Wanneer begon mijn onderzoek mijn leven te beïnvloeden? Was dat toen een vriendin me een kopje thee aanbood, en ik me afvroeg of het wel verstandig was om uit een kartonnen beker te drinken? Was het die keer dat het zo regende, en ik twijfelde over de aanschaf van een regenjas? Of toen ik op vakantie mijn groenten niet wilde bakken in een bekraste koekenpan?

Pfas, of poly- en perfluoralkylstoffen, vind je overal. De kleine gifdeeltjes worden sinds de jaren ’40 door de mens gemaakt, maar de afgelopen jaren werd pas duidelijk hoe vervelend ze echt zijn. Ze breken niet vanzelf af, stapelen zich op in dier en mens, en zijn toxisch. 

Ze zijn een erfenis van een mondiale industrie die met water- en vuilafstotende producten het leven makkelijker maakt, zonder de schaduwkanten ervan eerlijk te belichten. 

‘Groene’ rietjes

In de recente verkenning ‘PFAS in products and waste streams in the Netherlands’ schrijft het adviesbureau Arcadis dat ze vooral voorkomen in (huishoud)stof, in sprays om leer en textiel waterdicht te maken, in poetsmiddelen en in gerecycled papier. Eerder bleek al dat ze in ‘groene’ kartonnen rietjes zitten. Het RIVM komt vermoedelijk begin volgend jaar met een nog uitgebreider rapport over pfas in producten.

Ik ben nu vier jaar met het onderwerp bezig, heb sindsdien al mijn pannen vervangen – door keramieken varianten – en mijn make-up voor een groot deel weggegooid. Ik koop nu lipstick bij H&M, omdat ze daar beloven dat al hun make-up pfas-vrij is. 

Maar hoe betrouwbaar is dat? Sommige merken maken misbruik van de roep om pfas-vrije producten. Die adverteren bijvoorbeeld met ‘pfoa-vrije pannen’. Wees alert: pfoa-vrij is niet hetzelfde als pfas-vrij. In de pannen zit dan gewoon een ander type van dezelfde schadelijke stoffen. Zelfs in producten die zogenaamd ‘pfas-vrij’ zijn worden ze soms teruggevonden.

Pfas-pindakaas

In de Verenigde Staten speelt de discussie al veel langer dan in Nederland, en is de vervuiling veel grootschaliger. Om die reden ging ik er recent nog heen, om te bekijken hoe ze daar met het probleem omgaan. 

Ik bezocht ‘pfas-Tsjernobyl’ Hoosick Falls, en hoorde daar van inwoner Loreen Hackett dat ze via een consumentenonderzoek ontdekte dat zelfs in haar ecologische pindakaas pfas zitten. ‘Pindakaas!’ riep ze uit, met haar handen naar de hemel. En ik begreep die boodschap heel goed: waar de f* zitten ze niet in?

Hoe die pfas in pindakaas terechtkwamen? Misschien door de pesticiden die pindaboeren gebruiken bij de teelt? Door de bagger die als mest over de akkers wordt uitgespreid? Of via een plastic verpakking? Het kan allemaal.

‘Mijn eerste advies is om bekraste pfas-pannen weg te gooien, maar niet iedereen kan nieuwe betalen’

Hackett raakte met haar biologische pindakaas ook aan een ander heikel punt: het is duur om schone, (hopelijk) pfas-vrije producten te kiezen. Vroeger kweekte ze zelf groenten, maar de grond in haar tuin is zo vervuild dat ze nu ook voor biologische groenten naar de supermarkt moet. Een grote kostenpost. 

Over dat onderwerp had ik een verhelderend gesprek met de Amerikaanse epidemioloog Erin Bell, die de gezondheidseffecten van pfas in kaart brengt. Ze onderzoekt verschillende gemeenschappen, rijkere en armere Amerikanen, die te maken hebben met ernstige vervuiling. ‘Mijn eerste advies is om bekraste pannen met pfas weg te gooien. Maar dan krijg ik te horen dat niet iedereen zo’n mooie nieuwe pan kan betalen.’ Dat hoor ik ook van mensen in Nederland, vooral de laatste tijd.

In het algemeen helpt het al om bij nieuwe aankopen te kiezen voor producten zonder pfas, zodat de stoffen minder in ons milieu terechtkomen. 

In alle voedingsmiddelen

Maar de verantwoordelijkheid om gifvrije keuzes te maken, zou eigenlijk niet bij de consument moeten liggen. Het RIVM schrijft op zijn website letterlijk dat je ‘contact met pfas bijna niet [kunt] voorkomen’. En: ‘We verwachten het in alle voedingsmiddelen terug te vinden.’ Zo wijdverspreid zijn ze dus. Het instituut raadt een gevarieerd dieet aan.

In sommige voedingsmiddelen lijken ze wel makkelijker op te stapelen dan in andere. Dat geldt vooral voor wild en vis, blijkt uit een Europese verkenning. In Nederland is het oppervlaktewater al te vervuild met pfas om er dagelijks (zoetwater)vis uit te eten. De Westerschelde spant de kroon: het RIVM adviseert om daaruit niet vaker vis te eten dan  één keer per jaar. 

Ook in het Nederlandse drinkwater zijn pfas-hoeveelheden gevonden die volgens de nieuwste inzichten ver boven de ‘gezonde’ waarden vallen. Minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) kondigde daarom twee weken geleden aan opnieuw en strenger te kijken naar de vergunningen van bedrijven die pfas lozen in hun afvalwater.

Ook in schapenlevertjes zijn veel pfas gevonden en dat is logisch, want de lever is naast het brein, de nieren en de longen een van de organen waarin de stoffen zich opstapelen. Dat is ook de reden waarom pfas veelal gelinkt worden aan leverschade. 

Het RIVM bekeek hoeveel pfas Nederlanders wekelijks eten en drinken – andere bronnen als textielsprays namen ze nog niet eens mee – en schat dat we anderhalf tot tien keer meer binnenkrijgen dan gezond voor ons is.

Gevaarlijk?

Maar wat betekent dat nu precies? Kort gezegd dat bijvoorbeeld erg lage pfas-waarden al negatieve effecten hebben op ons immuunsysteem. Zo vond de Deense wetenschapper Philippe Grandjean dat kinderen die vanaf de geboorte meer pfas in het bloed hebben een stuk slechter reageren op bepaalde vaccins.

Baby’s krijgen pfas in hun lichaam via de placenta en/of moedermelk. En andere melk geven is geen garantie, want die wordt niet op de stoffen getest.

Pfas zorgen bij hogere waarden – nog onduidelijk is waar de grens precies ligt – ook voor hogere kans op hart- en vaatziekten en ze verstoren de hormonen die nodig zijn voor de voortplanting, waardoor baby’s bijvoorbeeld te licht geboren worden

Daarnaast kunnen ze nierkanker veroorzaken, en worden ze in verband gebracht met onder meer borst- en zaadbalkanker. Hier vind je een overzicht van aandoeningen die samen kunnen hangen met pfas.

Verbod

Dat pfas slecht zijn voor de gezondheid, daar twijfelt eigenlijk niemand meer over – behalve dan bedrijven als 3M, die de stoffen produceren of verwerken. 

Maar hoe wordt ervoor gezorgd dat ze niet meer in ons lijf terechtkomen? Het goede nieuws is dat de concentraties, in ieder geval in Europa, op termijn omlaag gaan. De EU heeft een pfas-verbod in voorbereiding en in Nederland geldt sinds 1 juli van dit jaar een verbod op enkele typen pfas in voedselverpakkingen.

De bedrijven die pfas produceren zijn wat minder blij met deze ontwikkeling. Hun lobby richt zich nu op producten waarin pfas ‘essentieel’ zijn omdat ze er nog geen alternatieven voor hebben. Die producten zijn uitgezonderd van het verbod en de industrie probeert zoveel mogelijk onder die noemer te krijgen. Of ze dat lukt, en of het lang duurt voordat er een totaalverbod komt, bepaalt mede hoelang we met z’n allen nog aan pfas worden blootgesteld.

Oplossingen

Want zelfs met een verbod zijn ze zo alomtegenwoordig dat we er lastig vanaf komen. Jarenlang was de enige oplossing ze te verbranden op heel hoge temperaturen. Maar verschillende onderzoekers vonden nog pfas terug in de omgeving van afvalovens. 

Dit jaar kwam een team van Chinese en Amerikaanse wetenschappers met de hoopgevende boodschap dat het misschien toch anders kan. Zij zouden sommige soorten pfas relatief simpel, goedkoop en op lage temperaturen kunnen afbreken tot onschadelijke deeltjes. Daarvoor gebruiken ze een ingrediënt dat vaak in zeep zit.

Meteen schreeuwde iedereen ‘hoera’ en ‘eureka’. Deels natuurlijk terecht, maar we kunnen al die gigantische oppervlaktes met pfas niet zomaar door de wasmachine gooien. Zelfs de onderzoekers waarschuwden dat het nog maar ging om een laboratorium-werkelijkheid: de methode is nog niet in het echt geprobeerd. Daarnaast kunnen er niet alle soorten pfas mee worden afgebroken.

Geen zicht op hotspots

In afwachting van de gouden oplossing is het vooral belangrijk dat duidelijk wordt waar pfas-vervuiling aanwezig is, zodat we de blootstelling eraan kunnen beperken. 

Het is al een aantal jaren duidelijk dat er in de omgeving van Schiphol, Chemours en, als gezegd, de Westerschelde pfas aanwezig zijn in de bodem en het water. Toen Stientje van Veldhoven, toenmalige staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, in 2019 tijdelijk strengere regels invoerde voor het verplaatsen van grond met pfas kwamen overal in het land bouwprojecten stil te liggen – haast alle grondmonsters bleken in meer of mindere mate vervuild.

Zolang we de plekken niet duidelijk hebben, weten we niet hoe we pfas kunnen bestrijden

De Tweede Kamer vroeg vorig jaar via een motie een duidelijk, landelijk overzicht van alle pfas-hotspots. Die vlieger ging niet op. Door decentralisatie zijn kwesties als bodemonderzoek tegenwoordig de verantwoordelijkheid van lagere overheden. En die zijn uit vrees voor ‘maatschappelijke onrust’ tegen zo’n landelijk overzicht, blijkt uit een rapport in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ook zijn nog niet alle relevante locaties onderzocht.

De uiteindelijke overzichtstabel bevat slechts sporadisch een concrete hotspot, zoals de ‘brandweeroefenlocatie (Zuidergasfabriek)’ in Amsterdam en ‘brandweerlocatie Heldenhof’ in Emmen, waar saneringen plaatsvinden.

Zolang we die plekken niet duidelijk hebben, weten we niet precies hoe we de stoffen kunnen bestrijden. Het RIVM werkt op dit moment in opdracht van Infrastructuur en Waterstaat aan een programma dat de blootstelling in heel Nederland moet beperken.

Toch zullen we ermee moeten leren omgaan dat de stoffen nog erg lang in ons milieu en in onze producten zitten. Zo schetste een onderzoeker van het RIVM in september op Follow the Money het schrikwekkende beeld dat in de bodem gestapelde pfas – ook de soorten die al verboden zijn – alsnog in het grondwater terecht zullen komen. Een Zweeds onderzoek toonde aan dat zowat overal ter wereld regenwater meer pfas bevat dan de strenge waarden die het Amerikaanse Milieuagentschap ‘veilig’ noemt. 

Omgaan met pfas-vrees

Bij mij, en veel andere mensen die ik over dit onderwerp spreek, is inmiddels een nieuw soort ‘smetvrees’ ontstaan. Angst om met pfas vervuilde – en vervuilende – producten te gebruiken. Voor wie die smetvrees een te groot probleem wordt, is tegenwoordig hulp voorhanden van gespecialiseerde klimaatpsychologen.

Psycholoog Sara Helmink en psychosociaal begeleider Maarten Hoogslag – beiden van het platform klimaatpsychologie.com – beschrijven bijvoorbeeld hoe extreme weersomstandigheden en nieuwsberichten over milieuschade ‘eco-emoties’ kunnen triggeren. Desgevraagd lichten ze toe dat mensen daardoor last kunnen krijgen van gevoelens van verlies en rouw, of van machteloosheid.

‘De sunny side van ellende is dat ze de motor kan zijn voor verandering’

Dat laatste speelt bijvoorbeeld een rol bij pfas-vervuiling. Hoogslag: ‘Ook hier heb je: er is iets vervelends aan de hand, hoe ga ik daarvan af nu mee om? Het is natuurlijk een rotidee dat je pfas in je lijf hebt en dat je nota bene zelf jarenlang pizza hebt besteld en er dan achter komt: daar hebben al die tijd pfas in gezeten.’

Helmink: ‘Het lijkt soms dat hoe meer je weet, hoe erger het is. Dat kan best zwaar zijn. Dan helpt het om gelijkgestemden te zoeken, met eenzelfde kennisniveau.’ Daar kan ook actie uit ontstaan, zegt ze, dat je je samen inspant om het probleem onder de aandacht te brengen. ‘Dat is echt de sunny side van ellende, dat ze de motor kan zijn voor verandering. Op die manier kan de ellende ook weer een beetje verzachten.’

En ook: ga niet doomscrollen. ‘Je mag een keer ‘nee’ zeggen tegen meer informatie, zegt Hoogslag: ‘Als je een artikel ziet over nieuwe plekken waar pfas zijn ontdekt, kun je besluiten: het zal wel, ik ga dit niet ook nog lezen, ik ben al op de hoogte.’

Helmink: ‘En stel jezelf regelmatig de vraag: hoe diep zit ik in de fuik? Vergeet niet dat je telefoon ook een uitknop heeft en een vliegtuigstand. Voor jezelf zorgen is echt alles. Je maakt de wereld niet beter als je in elkaar stort.’