Zonnig claimklimaat

2 Connecties

Onderwerpen

Ernst & Young Landis
1 Bijdragen

Accountantskantoor Ernst & Young moet op de blaren zitten voor haar laakbare rol in de Landis-affaire. Columnist Pieter Lakeman ziet het claimklimaat jegens accountants verbeteren.

Het Financieele Dagblad van 9 juli bevat een instructief overzicht van de succesvolle wijze waarop gedupeerden in de Landis affaire een groot accountantskantoor tot betaling van schadevergoeding hebben gedwongen.

Na een aantal misleidende jaarrekeningen te hebben gepubliceerd, ging het ICT-bedrijf Landis vier jaar na de beursintroductie in de zomer van 2002 failliet. Volgens onderzoekers van de Ondernemingskamer had Landis zich gedragen als ‘een man die kaartjes verkoopt voor een theatervoorstelling waarvan hij geen idee heeft of die ooit zal plaatsvinden’.  Wanneer onderzoekers van de Ondernemingskamer deze bloemrijke taal gebruiken moet de onderneming wel erg weinig hebben voorgesteld. De misleidende jaarrekeningen waren goedgekeurd door een van de vier grote accountantskantoren, dit keer toevallig Ernst & Young. Tot zover weinig nieuws. Tenslotte werden, en worden, misleidende jaarrekeningen van banken all over de world nog steeds door accountants goedgekeurd.

Goedkeuring vóór controle
Om de accountant met succes financieel aansprakelijk te kunnen stellen moet je aantonen dat de goedgekeurde jaarrekeningen misleidend waren. Maar dat is niet voldoende. Je moet ook aantonen dat de accountant controlefouten heeft gemaakt. Daarvoor is het nuttig (en bijna altijd noodzakelijk) een tuchtklacht in te dienen. Bij Landis was aan deze voorwaarden voldaan. Bij de Landis-affaire kwam bovendien een extra toefje slagroom op de taart: Landis had een brief aan haar bankiers geschreven waarin stond dat de onderneming financieel gezond was. Ernst & Young had dit stuk goedgekeurd maar, naar later bleek, zonder dit stuk te hebben gecontroleerd.

Dat de jaarrekeningen een uiterst misleidend beeld gaven, bleek zowel uit de verslagen van curatoren, als uit het verslag van de deskundigen van de Ondernemingskamer, als uit de beslissingen van de tuchtrechter. In 2010 werd de accountant door de tuchtrechter voor een half jaar geschorst. In maart 2013 werd deze beslissing in hoger beroep bevestigd. Gebleken was dat E&Y de jaarrekening 2000 al had goedgekeurd voordat hij de controle had voltooid. Dit laatste is een vrij zeldzame gebeurtenis. Het goedkeuren van misleidende en geflatteerde jaarrekeningen is, althans in de financiële wereld, aan de orde van de dag maar de accountant heeft zijn urenstaat altijd wel volgeboekt. Dat de accountant zijn goedkeurende verklaring afgeeft voordat hij de controle heeft voltooid is een grote zeldzaamheid en roept vragen op. De accountant verricht zijn ‘controlewerkzaamheden’ tenslotte in de eerste plaats om omzet voor zijn kantoor te genereren en het is bijzonder dat de accountant vrijwillig van die omzet afziet. Het lijkt, van buitenaf gezien, niet uitgesloten dat E&Y door Landis onder druk is gezet. Ook dat soort praktijken is aan de orde van de dag maar leidt zelden tot het voortijdig beëindigen van omzet genererende activiteiten.

Schikkingen
Ernst & Young had al tijdens het hoger beroep voor € 11,5 miljoen met curatoren van Landis geschikt. Dat bedrag was bedoeld voor 25% van de schuldeisers van Landis. Een nieuw gegeven in het FD artikel was dat Ernst & Young onlangs ook een aparte schikking met de bankiers van Landis heeft getroffen. Die vormden tezamen 75% van de schuldeisers en die schikking zal dus in ieder geval meer dan € 34,5 miljoen hebben bedragen. Omdat de juridische positie van de bankiers nog sterker was dan van de curatoren (ook hoger beroep tuchtklacht gewonnen en extra toefje slagroom) moet dit tweede schikkingsbedrag aanmerkelijk boven de € 34,5 miljoen hebben gelegen. Ik schat het bedrag op tussen de € 40 miljoen en € 50 miljoen.


Er komt ook nog een derde schikking met de VEB aan. Die treedt namens gedupeerde aandeelhouders op. Dan is er nog een vierde groep claimanten in de markt, of misschien beter gezegd, in de lucht: bestuurders en commissarissen van Landis die onlangs zelf door de rechtbank zijn veroordeeld tot een schadevergoeding van € 25 miljoen en dit bedrag ook op de accountant willen verhalen. Bestuurders en commissarissen zeggen dat zij op de accountant hadden vertrouwd. Met betrekking tot commissarissen zou dat mogelijk zijn maar voor de directieleden is dat ridicuul. Een veroordeelde inbreker kan ook niet stellen dat een politieagent hem te laat heeft gearresteerd en daarom schuldig is aan zijn misdrijf. Net zo min kan een lid van de Raad van Bestuur klagen over het feit dat een accountant door het bestuur vervalste cijfers heeft goedgekeurd. Daar komt nog bij dat de veroordeling van € 25 miljoen kennelijk niet onder de dekking valt van de verzekering voor bestuurdersaansprakelijkheid. Dat maakt hun claimkans tegen de accountant er niet groter op.

Precedent-werking
Het weigeren van een schikking was in het verleden vaak gebaseerd op de overweging dat een schikking als een schuldbekentenis uitgelegd kon worden waardoor het accountantskantoor reputatieschade zou kunnen oplopen. Het leed van de reputatieschade is inmiddels wel een gepasseerd station. In 2007 en 2008 hebben alle grote accountantskantoren wereldwijd bankbalansen goedgekeurd waarin Amerikaanse subprime hypotheken ver boven de reële waarde waren opgenomen en de negatieve vermogens van die banken als positieve vermogens werden afgebeeld. Uit recente commentaren van ECB bestuurders blijkt dat een groot aantal Europese banken nog steeds met te kleine, zo niet negatieve, vermogens opereert. Desondanks worden al deze bankbalansen tot op de dag van vandaag door de accountant goedgekeurd.

Het FD constateert terecht dat de schikking ook interessant is voor andere partijen die in de clinch liggen met een van de grote accountantskantoren en noemt als voorbeeld de Vestia- zaak waarin SOBI, de AFM en Vestia zelf tuchtklachten tegen Deloitte & KPMG hebben ingediend.

Ik zou nog een stap verder willen gaan. Het claimklimaat in het algemeen is in Nederland de laatste jaren duidelijk verbeterd. De rechterlijke macht schrikt niet meer van claims van tientallen of honderden miljoenen euro’s. Die positieve ontwikkeling geldt logischerwijs ook voor claims tegen accountants. Daarbij spelen ook de vaak negatief beschreven Amerikaanse ontwikkelingen een positieve rol. Om van het verbeterde schikkingsklimaat gebruik te kunnen maken blijft het wel noodzakelijk een sterke casus te hebben en een goede tuchtklacht in te (laten) dienen. Wanneer de accountant een deel van de controle niet eens heeft uitgevoerd, hetgeen ook nu nog voorkomt, versterkt dat de claim natuurlijk. Maar ook onjuist uitgevoerde controles (zoals Deloitte bij Ahold) kunnen een goede basis zijn.


* * *

Pieter Lakeman is adviseur en  financieel onderzoeker en schrijft zijn columns voor Follow The Money op persoonlijke titel.

 

Pieter Lakeman
Pieter Lakeman
Introductie behoeft hij nauwelijks. Lakeman (1942) studeerde natuurkunde en econometrie aan de Universiteit van Amsterdam. Na...