De Europese Unie kraakt in haar voegen. Ontembare problemen stapelen zich op, en overal klinkt de waarschuwing dat de EU uit elkaar dreigt te vallen. Is er nog perspectief? Ja, zeggen journalist Hella Hueck en econoom Robert Went van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Aan de vooravond van het referendum waarin Nederland zich uitspreekt over het EU-handelsverdrag met Oekraïne, schetsen ze in elf vragen (én antwoorden) het pad naar een nieuwe EU — flexibel en functioneel.

    Vraag 1: Hoe diep zitten we in de shit?

    Behoorlijk diep, dat ontkennen maar weinigen. De vluchtelingencrisis, de eurocrisis, de aanhoudend hoge werkloosheid en de mogelijke 'Brexit' eisen hun tol. Wie had een jaar geleden gedacht dat het Verdrag van Schengen ter discussie zou komen te staan en landen als Oostenrijk weer grenscontroles in zouden stellen? Onze eigen Europese big shot Frans Timmermans vreest voor het uiteenvallen van de EU door gebrek aan onderling vertrouwen. De bekende schrijver en journalist Robert Kaplan zegt in het Financieele Dagblad dat Europa verbrokkeld raakt en dat het best kan dat we getuige zijn van het begin van de neergang van de EU. Hoofdcommentator Wolfgang Munchau schrijft in de Financial Times dat desintegratie dreigt. En het Global Risks-rapport van het World Economic Forum had afgelopen februari hetzelfde sombere thema. Intussen hopen de belangrijkste leiders in het Europees parlement dat onze premier Rutte als EU-voorzitter Europa gaat redden.

    Achter de façade van de Europese Unie gaat een hoop geruzie en hypocrisie schuil

    Maar dat hoort er allemaal bij, die ruzies en crises, zeggen sommige deskundigen. Dat laat zien dat Europa normaal wordt. Toch krijg je, als je het nieuws volgt, een beetje de indruk dat hier met de moed der wanhoop naar een halfvol glas gezocht wordt. Achter de façade van de Europese Unie gaat een hoop geruzie en hypocrisie schuil.

    ‘Het is moeilijk een Europese beleidsmaker te vinden die echt enthousiast is over de EU. Ik heb velen van hen off the record gesproken en was verbijsterd door hun scepsis.’ Dat schrijft de in Polen geboren jurist en politicoloog Jan Zielonka in zijn boek Is the EU doomed?, dat twee jaar geleden verscheen en ook in ons land veel aandacht kreeg. Hij werkte aan universiteiten in Leiden en Florence en is nu hoogleraar Europese politiek in Oxford. Daar zoeken we hem op voor een uitgebreid gesprek, waar we wat bedrukt vandaan komen. ‘De EU is volledig disfunctioneel geworden’, betoogt hij. ‘Het is hoog tijd voor Plan B.’

    Vraag 2: Wat zit hierachter, wat zijn onze grootste problemen?

    De Franse filosoof Montesquieu is met zijn scheiding der machten niet alleen een van de belangrijkste grondleggers van onze westerse democratie, maar ook de man die geloofde dat meer handel ons vrede zou opleveren. ‘Twee naties die met elkaar handelen, worden wederkerig afhankelijk van elkaar; de een heeft een belang om te kopen en de ander om te verkopen.’ Ook de grondleggers van Europese integratie, zoals Jean Monet en Robert Schuman, geloofden daarin: een gemeenschappelijke markt zou vrede waarborgen. 

    Maar het belangrijkste gedachtegoed waar de unie op is gebaseerd, voldoet in de 21ste eeuw niet meer. Volgens N. Turkeler Isiksel, hoogleraar aan Columbia University, is de droom van 'commercial peace' voorbij. De eurocrisis heeft laten zien dat landen binnen de Unie niet gelijkwaardig worden als ze meer met elkaar handelen. Ze groeien zelfs uit elkaar. Zo werd Griekenland ongenadig hard geraakt door de onwrikbare hervormingsagenda waar Duitsland op hamerde.

    En als we alle handelsbarrières met elkaar hebben geslecht, waar doen we het dan eigenlijk nog voor? ‘Zolang de Europese Unie niet meer is voor z'n burgers dan een gelegenheidshuwelijk – een unie voor de rijkeren, maar niet voor de armeren – zal elke nieuwe economische crisis het voorbestaan van de EU in twijfel trekken’, schrijft Turkeler Isiksel. De Turkse politicologe pleit voor een veel breder debat dan het economische: we moeten het hebben over waarden als vrijheid, democratie, gelijkheid en rechtvaardigheid. Het zijn woorden die je niet meteen te binnen schieten als je naar de deal kijkt die de EU nu gesloten heeft met Turkije over het verdelen van vluchtelingen. De EU verkoopt met de overeenkomst zijn ziel, schrijft commentator Wolfgang Münchau in de Financial Times. ‘Als de EU niet meer het morele gelijk aan zijn zijde heeft, moeten we niet verbaasd zijn dat mensen zich afvragen waar de EU voor staat en waarom we de EU nodig hebben.’ 

    Gelijkheid en rechtvaardigheid. Het klinkt allemaal wat soft, maar het is de kern waar het volgens Jan Zielonka binnen Europa om draait: we moeten een nieuwe manier vinden om welvaart te herverdelen en investeringen te doen. ‘Ik zeg niet dat dat makkelijk is. Het lukt een land als Italië ook nog steeds niet met een heel rijk noorden en een arm zuiden. Maar vergeet niet: de Europese landbouwpolitiek was in eerste instantie vooral bedoeld als sociaal beleid. Met landbouwsubsidies moesten de boeren ontzien worden die steeds harder internationaal moesten concurreren.’

    ‘Democratie speelt zich niet meer alleen maar af in het parlement, maar op sociale netwerken’

    Zielonka wijst er ook op dat de EU niet weet in te spelen op de gevolgen van de internetrevolutie. Internet heeft de laatste twintig jaar alles beïnvloed: financiële transacties zijn met een druk op de knop gedaan. Je kunt met je bedrijf de hele wereld bedienen door een webshop. Ook de democratie verandert van gedaante door digitalisering. Het succes van de Duitse AfD partij en de aandacht van GeenPeil voor het referendum over Oekraïne zijn mede te danken aan internet. Mensen informeren zich buiten de traditionele mediapartijen om. Zielonka: ‘Democratie speelt zich niet meer alleen maar af in het parlement, maar op sociale netwerken.’ (zie ook dit artikel op Vox.com).

    Zielonka windt zich op over het gebrek aan democratische legitimatie van het Europese parlement. ‘Toen ik hoorde dat Juncker was "gekozen" op basis van een uitslag met de laagste opkomst ooit, wist ik niet of ik moest lachen of huilen.’ Maar er is volgens hem nog iets veel fundamentelers aan de hand: ‘De internetrevolutie heeft ook onze economie op z'n kop gezet. We leveren meer en meer diensten. De verliezers zijn de werknemers uit de industrie. Het zijn de megasteden die juist profiteren van deze groei.’

    Volgens Zielonka moeten we toe naar een heel andere manier van samenwerken binnen Europa. Hoe? ‘Het huidige model van integratie is volledig gebaseerd op de macht van lidstaten. Als we het hebben over modernisering en groei, moet je ook Londen of de haven van Rotterdam er bij betrekken. Zo'n 80 procent van de groei komt uit steden of regio's zoals de Randstad. Die steden sluiten we nu uit, terwijl een ministaatje als Letland wel een plek aan tafel heeft. We moeten naar functionele samenwerking die grenzen overstijgt. Ik noem dat "chaotisch pluralisme". Als je van bovenaf naar de kaart van Europa kijkt, zie je alle landen en hun territoriale grenzen. Maar dat is maar één manier om er naar te kijken. Als de EU niet verandert, zullen in de achtertuin van Europa andere samenwerkingsverbanden opbloeien en maakt de EU zichzelf overbodig.’

    Vraag 3: Ik word nu al depressief. Mag ik eerst even een muziekje?

    Vraag 4: Zo erg kan het niet zijn. Wat is er dan mis met de euro?

    Europa was een convergentiemachine waarin de economische verschillen tussen landen kleiner werden — totdat de euro werd ingevoerd. Dat schrijft de Wereldbank in zijn vier jaar geleden verschenen Golden Growth-rapport. Er is iets vreselijk misgegaan. De bedoeling was dat we in de eurozone allemaal van de euro zouden profiteren en dat landen dankzij de gemeenschappelijke markt en munt economisch meer naar elkaar toe zouden groeien. Het tegendeel is gebeurd.

    De landen die de euro lanceerden, zijn economisch nu verder van elkaar verwijderd dan toen de munt geïntroduceerd werd

    Dat schrijft een van de belangrijkste instellingen van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank (ECB). Die kwam een half jaar geleden met een studie waarin zij zich 'teleurgesteld' toont dat de landen in de eurozone economisch niet naar elkaar zijn toegegroeid (convergentie). De landen die de euro lanceerden, zijn economisch nu verder van elkaar verwijderd dan ze waren toen de munt geïntroduceerd werd, zegt de ECB. En dat gaat in tegen de veronderstelling dat de achterblijvers langzaam bij zouden trekken, constateert de centrale bank:

    Zoals de figuur laat zien, groeiden tot de crisis van 2008 Griekenland en Spanje sneller dan de rest van de eurozone. Maar in de jaren daarna is die convergentie snel ongedaan gemaakt door de recessie in deze landen. Bij Portugal moet je goed zoeken om überhaupt een periode van convergentie te vinden. En Italië presteerde gedurende bijna de hele periode onder het niveau van het gemiddelde van de eurozone, met grotere verschillen binnen de eurozone (divergentie) tot gevolg. Duitsland, dat met de hereniging van west en oost een huzarenstukje uithaalde met hoge kosten, strompelde de euro binnen. Maar het land floreert nu met een volgens de Europese regels veel te groot handelsoverschot (net als Nederland), dalende werkloosheid en een historisch begrotingsoverschot. 

    De officiële positie van ons land was altijd dat de Europese integratie een gevolg moest zijn van economische convergentie en niet andersom

    De officiële positie van ons land was altijd dat de Europese integratie een gevolg moest zijn van economische convergentie. Dat mocht niet worden omgedraaid. Maar toen tijdens de Europese top van Maastricht in december 1991 werd besloten dat de Europese en Monetaire Unie (EMU) 1 januari 1999 onherroepelijk zou ingaan en dat de euro per 1 januari 2002 zou worden ingevoerd, werd onze regering daardoor overvallen. Dat schrijft historicus Mathieu Segers in zijn prijswinnende boek 'Reis naar een continent: Nederland en de Europese integratie, 1950 tot heden', waarvoor hij diep in de archieven dook.

    In Maastricht werden weliswaar convergentiecriteria afgesproken waar landen aan moesten voldoen, maar velen (onder wie, in 1997, ook 70 Nederlandse economen) waarschuwden dat die geen garantie vormden voor een convergentie van de reële economie. Toen puntje bij paaltje kwam, werd de economische convergentie tussen landen binnen de EU ondergeschikt gemaakt aan hoe de ECB vorm zou moeten krijgen en door op voorhand al te bepalen wanneer de EMU van start zou gaan – convergentie of niet.

    Nederland deed mee. En hoe. Wat zich bij de totstandkoming van de euro allemaal precies heeft afgespeeld, zal vermoedelijk nog lang een geheim voor ons blijven. De archieven blijven 30 jaar dicht, dus historici moeten wachten voordat ze alle documenten mogen bestuderen. Misschien komt er eerder een parlementaire enquête, maar ook dan wordt het lastig om de feiten boven tafel te krijgen omdat andere landen hun archieven ook 30 jaar of zelfs langer (Frankrijk) dichthouden. Wat we weten, is dat Nederland over zijn bezwaren heenstapte. Het nieuwe EU-verdrag werd feestelijk in ons land ondertekend. Onze toenmalige premier Ruud Lubbers mocht, in de woorden van Mathieu Segers, 'schitteren op zijn eigen feest, als Macher van Europese allure'.

    De critici en sceptici hebben in elk geval gelijk gekregen met het punt dat er geen enkele garantie was dat verschillen tussen de eurolanden kleiner zouden worden. We hebben geen convergentie gekregen, maar divergentie, zegt dus ook de ECB.

    Vraag 5: Maar zitten we in de ellende dankzij de euro?

    Allereerst misschien een geruststelling: de wereld van voor de introductie van de euro was verre van perfect. Van het ene op het andere moment werd in die dagen bijvoorbeeld de lire of de peseta gedevalueerd. Dan waren onze Nederlandse producten ineens duurder voor het buitenland, terwijl de olijfolie uit Italië of Spanje voor ons goedkoper werd.

    ‘Grote wisselkoerseffecten hebben grote economische kosten’, schrijft econoom en Financial Times-journalist Martin Sandbu in Europe's Orphan: The future of the euro and the politics of debt. Internationale handel wordt door grote wisselkoerseffecten ontmoedigd en het rendement op investeringen wordt onzeker. ‘Een plotselinge devaluatie of appreciatie van een munt kan een gezond ondernemersplan meteen in de prullenbak doen belanden. De kosten die mensen moeten maken om zich in te dekken tegen valutaverschillen (hedgen) zijn hoog. Je hebt niet per se een muntunie nodig om met elkaar te handelen, maar het helpt wel.’

    'Je hebt niet per se een muntunie nodig om met elkaar te handelen, maar het helpt wel’

    De roep om uit de euro te stappen zwelt de laatste jaren vaak aan met het argument dat we de soevereiniteit terug willen over ons monetaire beleid. Ook wij pleiten voor het herstellen van de nationale autonomie (zie verderop, in vraag 8). Maar we moeten niet het beeld romantiseren van Nederland dat zelf bepaalt hoe de wereld rolt. President Duisenberg van de De Nederlandsche Bank kwam altijd vrijwel direct na de Duitse Bundesbank met zijn rentebesluit, dat ook toen invloed had op onze pensioenen en spaartegoeden. ‘Dit leverde hem in Frankrijk de bijnaam Monsieur Cinq Minutes op: als de Duitsers een rentewijziging doorvoerden, deed hij meestal kort daarop hetzelfde.’ En we hebben internationaal nu eenmaal te maken met grote machtsblokken die in dollars, yen of yuan handelen. Een kleine munt als een gulden kapotspeculeren, zoals investeerder George Soros deed met het Britse pond in jaren '90, is een stuk makkelijker dan een gemeenschappelijke munt wegspelen.

    Toch is een grote verwachting die we toen hadden, niet uitgekomen. ‘De hoop was dat landen die achterop liepen binnen Europa wel gedwongen zouden worden te investeren in het verhogen van hun arbeidsproductiviteit om langetermijngroei te garanderen, nu ze niet meer de "quick fix" van een devaluatie van hun munt tot hun beschikking hadden’, memoreert journalist Martin Sandbu. Dat is veel te weinig gebeurd. Het is het grote probleem van Europa: hoe blijven we genoeg groei realiseren om onze welvaartsstaat in stand te houden met een bevolking die steeds meer vergrijst? 

    De euro heeft de pech gehad te worden geboren in de grootste kredietbubbel aller tijden, schrijft Sandbu. Zuidelijke landen konden door de euro goedkoper lenen dan daarvoor. Banken namen het risico te goedkoop uit te lenen. En overheden (niet alleen in Europa; de crisis ontstond in de VS) deden te weinig om de financiële sector te reguleren. Maar wie het ontwerp van de euro de schuld geeft voor de verkeerde prijs van krediet, verwart nationaal falen met nationale onmacht, zegt Sandbu. Overheden hadden genoeg autonomie om uit zichzelf banken hogere kapitaaleisen op te leggen. Of om in te grijpen op de huizenmarkt. Voordat de kredietcrisis uitbrak, waarschuwde het IMF al dat de huizenprijzen in Nederland 30 procent te hoog waren. Omdat burgers zo goedkoop konden lenen, werden de huizenprijzen opgedreven. Maar de regering deed pas iets ter inperking van de hoeveelheid die je mag lenen voor een hypotheek, nadat de huizenmarkt in elkaar geklapt was.

    Het beleid van de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank hebben de crisis de eerste jaren zelfs verergerd. De Europese Centrale Bank kwam erg laat met beleid om groei aan te jagen, en maakte geld lenen voor bedrijven en consumenten zelfs duurder door de rente in 2011 twee keer te verhogen. Nationale overheden gingen banken redden voor miljarden, waardoor de rekening niet bij de aandeelhouders van de banken kwam te liggen, maar bij ons allemaal — de belastingbetalers. Vervolgens gingen die landen — waaronder Nederland — bezuinigingsprogramma's doorvoeren: die hebben ons in Europa in 2013 bijna 8 procent groei gekost

    Het lukte bovendien niet het taboe te doorbreken dat schulden soms moeten worden afgeboekt – even hard huilen, verlies nemen en weer doorgaan. Dat zien we aan de nog steeds slopende discussie over schuldvermindering voor Griekenland. Daardoor blijven de aflossing van schulden (en de rentebetalingen daarover) drukken op de begroting van een land, en dat veroorzaakt ook veel chagrijn bij de regeringsleiders in de eurozone onderling. Het is moeilijk de kosten van samenwerking gebaseerd op wantrouwen in geld uit te drukken, maar goed doet het de Europese samenwerking in elk geval niet.  

    Het is, samenvattend, populair de euro van alles de schuld te geven. Maar als we binnen Europa – de EU en nationale overheden – een ander beleid hadden durven voeren, had Europa er heel anders uit kunnen zien.

    Vraag 6: Hebben we te veel soevereiniteit overgedragen? 

    Ja, wij denken van wel. Meer centralisering en overdracht van bevoegdheden zal aan Europa meer schade toebrengen dan problemen oplossen. De EU kan nationale staten niet vervangen. Het is een samenwerkingsvorm om uitdagingen aan te gaan die landen op zichzelf niet effectief kunnen oplossen in een geglobaliseerde wereld.

    De ECB pakt steeds meer een politieke rol

    De EU moet daarom ook niet proberen met een Europees Parlement zelf een directe relatie op te zetten met de burger, maar dat aan lidstaten overlaten. Dat zegt Dieter Grimm, een voormalig rechter van het Constitutionele Hof in Duitsland, in het boek Na de storm: Hoe we de democratie in Europa kunnen redden. De uitvoerende en rechterlijke instanties, de Commissie en het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn verzelfstandigd en staan 'tegenover de democratische processen in de lidstaten en in de EU zelf'.

    Grimm werkte mee aan het Verdrag van Maastricht, dat nu bijna 25 jaar geleden is afgesloten. Van de oorspronkelijke gedachte zijn we ver afgedreven: ‘In de oorspronkelijke opvatting van de Europese integratie was dat niet voorzien. Beslissingen over de richting die Europa in het algemeen diende in te slaan en over de Europese wetgeving, lagen enkel in handen van de Raad, waarin de lidstaten vertegenwoordigd waren en die unaniem moest beslissen. Geen enkele lidstaat kon bijgevolg worden onderworpen aan Europese voorschriften die het land eerder niet had goedgekeurd. De Commissie en het Hof mochten het recht dat door de lidstaten uitgevaardigd was, enkel handhaven, en niet vormgeven.’

    De Europese Unie heeft haar bevoegdheden enorm uitgebreid. Handelsverdragen worden afgesloten door de Europese Commissie. De Europese Centrale Bank ziet erop toe dat onze banken financieel stabiel genoeg zijn. De ECB pakt steeds meer een politieke rol met zijn beslissingen om de Europese economie draaiende te houden. De rente naar 0 procent. Voor tientallen miljarden per maand schuldpapier opkopen. Wie snapt het nog en wie houdt toezicht op de ECB? ‘Geef mij mijn economie terug! Een die ik begrijp. Een met marktwerking, vraag, aanbod’, schreef presentator Roland Koopman in een column. Draghi roept de politiek al tijden op meer te doen om de Europese economie aan te jagen. Maar terwijl geld lenen voor overheidsinvesteringen zo ongeveer gratis kan, doen de Europese overheden dat niet omdat er Europese uniforme regels zijn die verbieden dat onze staatsschuld boven een bepaald percentage komt.

    Maar zonder verdere centralisering, algemeen geldende regels en gelijkschakeling van economisch en fiscaal beleid is de Europese Unie gedoemd uit elkaar te vallen, horen we van de eurocraten. Met een beroep daarop kwamen in de zomer van 2015 de vijf presidenten van Europa – Juncker, Dijsselbloem, Tusk, Draghi en Schulz – met een rapport met verdergaande nieuwe plannen. Zij willen uiterlijk in 2025 een 'diepe Economische en Monetaire Unie (EMU)' bereikt hebben, waar EU-lidstaten die de euro nog niet hebben, zich dan ook bij kunnen aansluiten.

    Ons wordt door de vijf presidenten een proces van 'opwaartse convergentie' beloofd dat tot meer 'sociale cohesie' moet leiden. Daarvoor is het volgens de vijf nodig de loonvorming over grenzen heen te harmoniseren, en nationale overheden minder te zeggen te geven over hun eigen nationale begroting en economisch beleid. Als u dit verhaal wantrouwt, bent u niet de enige — dat doen wij ook. Bij de invoering van de euro was ons ook al een sociaal Europa beloofd met minder verschillen tussen de lidstaten, en het tegendeel is gebeurd (zie vraag 4).

    Iedereen kan zien dat er onvoldoende draagvlak is voor nog meer overdracht van bevoegdheden aan Brussel en de ECB, en het verder inperken van de zeggenschap van nationale electoraten, parlementen en regeringen over hun eigen economisch en sociaal beleid. Steeds meer mensen in Europa willen dat niet of hebben daar geen vertrouwen in. Stappen naar meer integratie kunnen daardoor juist een dynamiek op gang brengen die niet tot meer integratie, maar tot meer desintegratie leidt, waarschuwt Jan Zielonka.

    Vraag 7: Moeten we niet gewoon uit de euro, en een muur om ons land zetten?

    Nou nee, dat lijkt ons een slecht idee. We discussiëren geregeld, wat de euro betreft, over de vraag of we er destijds aan hadden moeten beginnen, maar dat is toch echt een gepasseerd station. Niemand kan overzien wat de gevolgen zijn als de euro uit elkaar zou klappen, en we herinneren ons geen geloofwaardige plannen voor een geordende ontmanteling van de euro. Als we de geschiedenis als leidraad nemen, dan zijn het juist de sterke, en niet de zwakke landen die een gemeenschappelijke munt opblazen. Dat zou dus Duitsland moeten zijn. Dat land wordt dan ongetwijfeld heel snel gevolgd door Nederland en Finland, en die landen vormen dan misschien samen met andere landen een noordelijke munt – de neuro. Zeg nooit nooit, maar wees reëel: hoe waarschijnlijk is dat? 

    We zagen bij vraag 5 al dat, bij het managen van de euro, grote fouten gemaakt zijn door de ECB en de Europese technocraten en beleidsmakers. We zagen ook dat een andere benadering mogelijk is. Er zijn daarnaast voorstellen om de euro te hervormen. Zo bedacht onze landgenoot André ten Dam The Matheo Solution (TMS), een flexibel monetair systeem waarin de euro blijft bestaan, maar zich aanpast aan verschillende snelheden in Europa. En de bekende Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz komt in september met een nieuw boek over de euro waarin hij voorstellen doet voor 'een systeem waarin verschillende landen of blokken binnen de eurozone hun eigen "euro" kunnen hebben met aanpasbare pariteiten'. Of deze voorstellen hout snijden, kunnen we niet gelijk beoordelen. Maar we denken dat er alle reden is om eerst een serieuze discussie over dit soort mogelijkheden te voeren, voordat we eventueel het eurokind met het badwater weggooien.

    Zelfs met een muur om ons land en een dak erbovenop, zouden er veel grensoverschrijdende zaken en problemen zijn

    Wie denkt of claimt, breder dan alleen de euro, dat het paradijs binnen handbereik ligt als we ons maar meer afschermen van de rest van Europa en de wereld, droomt of draait zichzelf en anderen een rad voor ogen. Er zijn veel zaken die binnenlands geregeld kunnen en moeten blijven worden. Maar zelfs met een muur om ons land en een dak erbovenop, zouden er veel grensoverschrijdende zaken en problemen zijn die we samen met andere landen moeten regelen. Immigratie in goede banen leiden, aanpak van terrorisme, onze energievoorzienig duurzaam maken. Dat hoeft niet altijd in het kader van de EU te gebeuren en ook niet altijd met de EU als geheel (zie ook vraag 10 en 11). We kunnen daar flexibeler mee omgaan. Maar het moet wel gebeuren. 

    We doen bovendien geen recht aan de geschiedenis als we zaken waar we het niet mee eens zijn, aan 'Brussel' wijten, of aan 'Europa'. Politici proberen daar nog weleens mee weg te komen, maar we zijn niet militair bezet door Europa. Nederlandse premiers, ministers en ambtenaren beslissen mee over alle belangrijke zaken. Centrale bankiers, inclusief de onze, hebben de euro tot in detail uitgedacht. En Nederland staat net als onder meer Finland bekend als hardliner in euroland als landen meer budgettaire ruimte willen of hun schulden willen herstructureren. Vraag maar na in Griekenland.

    Vraag 8: Oké, duidelijk: we moeten dus meer integreren en centraliseren? 

    Hier zit meteen het probleem: met integreren wordt meestal centraliseren bedoeld. Integreren is soms wenselijk en nodig, mits dat gebeurt op basis van vrijwilligheid en wederzijdse belangen. Meer integratie als chantagemiddel inzetten omdat de EU anders in elkaar stort, is een gevaarlijke weg die we niet moeten inslaan. En we moeten ook af van de afschuifmaniertjes van politici die roepen dat iets 'van Brussel nou eenmaal moet'. 

    We moeten op zoek naar een andere manier van samenwerken. Een manier van samenwerken die ook meer tegenwicht biedt aan Duitsland, zeggen we Martin Sandbu na: anders wordt Europa straks een German Europe. Samenwerking die juist ruimte laat aan eigen, nationaal beleid: we moeten de diversiteit binnen Europa uitbuiten in plaats van tegengaan: ‘Een groot probleem van gecentraliseerd beleid is dat er minder ruimte is voor experimenteren, waar anderen van kunnen leren.’ De EU heeft in de crisis een pad uitgestippeld dat neerkomt op het versterken van de concurrentie door de lonen laag te houden — zoals Duitsland dat deed aan het begin van de 21ste eeuw. Dat land werd concurrerender ten opzichte van het buitenland, maar bedrijven investeerden minder in de Duitse economie en de lonen stagneerden lange tijd. Don't try this at home! Landen moeten aangemoedigd worden zelf met groeidiagnostiek te bepalen waar de belangrijkste obstakels voor groei zitten, en daar dan iets aan kunnen doen.

    En waarom zouden we niet stimuleren dat er zuidelijke euro-obligaties komen? De weerstand van Duitsland tegen euro-obligaties is altijd groot geweest, want als je samen schuldpapier uitgeeft, wordt de rente op die schuld een gemiddelde van de rente in alle landen die meedoen. Dat zou voor kampioen Duitsland een hogere rente kunnen betekenen. Maar dat hoeft Frankrijk, Italië, Spanje en nog een paar andere eurolanden er niet van te weerhouden samen schuldpapier uit te geven. Investeerders lopen misschien iets meer risico dan bij Duitse obligaties (wellicht samen met Nederland en Oostenrijk), maar vangen daar ook een hogere rente voor (de denktank Brueghel deed hier al eens een voorstel voor).

    Wie zijn zinnen heeft gezet op verdere centralisering en uniformering, zal roepen dat Europa dan in twee delen uit elkaar zou kunnen vallen. Wij zeggen: binnen het huidige Europese bestel is veel meer eigen beleid en experimenteren mogelijk en nodig. We moeten durven uitvinden of dat werkt, om weer vooruit te komen. Laten we niet in het frame stappen dat er geen alternatief is tussen meer centraliseren of de boel laten klappen.

    Vraag 9: Maar als we dat niet doen, stort de euro toch in elkaar?

    Nee hoor, verder centraliseren zoals de vijf presidenten willen, is helemaal niet nodig om de euro overeind te houden. Sterker nog: er is veel dat daartegen pleit. Er is onder de bevolking volstrekt onvoldoende draagvlak voor. En als verschillende landen andere keuzes maken en naar eigen voorkeur beleid op maat uitproberen, kunnen we daar allemaal beter van worden én van leren. Daar is ook alle reden toe: erg succesvol is het beleid van de Europese Commissie en ECB niet geweest de afgelopen jaren, om het zachtjes te zeggen.

    Dat verdere centralisering en overdracht van nationale bevoegdheden niet nodig zijn, en contraproductief, zeggen ook leidende internationale economen. Een van de bekendste is Barry Eichengreen, die in december nog het jaarcongres van de Nederlandse economenvereniging KvS toesprak. In een interview in het Financieele Dagblad na afloop van die lezing zei hij dat het geen zin heeft 'landen vanuit Brussel allerlei begrotingsopdrachten te geven. De criteria die Maastricht stelt aan overheidstekorten en -schulden kunnen van tafel. Voor een stabiele eurozone is het noodzakelijk dat het begrotingsbeleid teruggegeven wordt aan de hoofdsteden.'

    'Voor een stabiele eurozone is het noodzakelijk dat het begrotingsbeleid teruggegeven wordt aan de hoofdsteden'

    De belasting-inning en publieke uitgaven van een land zijn bovendien nauw verbonden met zijn nationale cultuur en geschiedenis, schrijft Eichengreen in een stuk samen met econoom Charles Wyplosz. Dat is fundamenteel. In Nederland hebben we bijvoorbeeld een historie om eigenhuizenbezit fiscaal te stimuleren en is lenen voor je eigen huis heel normaal. In landen als Spanje word je geacht je eigen geld mee te brengen. In Nederland is de leencultuur aan banden gelegd omdat het de prijzen opdreef. In Spanje, waar de economie de crisis nog lang niet te boven is, zou de regering best kunnen overwegen verantwoorde leningen voor een eigen huis te stimuleren.   

    Vraag 10:  We zijn nog even EU-voorzitter. Waar moet Nederland dus op inzetten? 

    ‘Gebrek aan visie? Ik zie het niet’, grapte Mark Rutte op het Correspondents' Dinner afgelopen februari. Wij moesten er wel om lachen. De roep om de fameuze stip op de horizon en consistent beleid is groot vanaf de zijlijn. Maar de praktijk is weerbarstig. Politici moeten subtiel laveren tussen het behartigen van (inter-)nationale belangen en tegelijkertijd de achterban tevreden houden. En altijd doemt weer een onvoorziene crisisijsberg op waar omheen gezeild moet worden. Hoe beslissen we binnen Europa hoe we de vluchtelingenstroom eerlijk verdelen met elkaar? Willen we een deal sluiten met Turkije, en op wat voor voorwaarden dan? We lezen in de media dat alle 28 lidstaten de Europese delegatie een mandaat tot onderhandelen hebben gegeven. Want zo werken we formeel binnen Europa. Maar de werkelijkheid laat zich slecht in procedures vangen. Wat is dat mandaat dan precies? Dat is nergens terug te lezen.

    De werkelijke besluitvorming is chaotisch en informeel. Het zijn de regeringsleiders die in verschillende formaties naar een oplossing zoeken. Achter de schermen wordt het echte spel gespeeld, waarbij nationale belangen schoorvoetend, stampvoetend en soms met het mes op de keel moeten worden uitgeruild om tot een oplossing te komen. De premier van Hongarije, Victor Orban, zei het voorafgaand aan de vluchtelingentop ronduit hardop: ‘We zullen de belangen van Hongarije verdedigen. Voor de rest... we zien wel.’

    De vluchtelingencrisis heeft vele pragmatische, donkere kanten, maar is tegelijkertijd het feest van de democratie in Europa. De raad van regeringsleiders is dé plek waar alle 28 democratisch gekozen regeringsleiders samenkomen, ruziemaken en compromissen sluiten. Ze voelen allemaal de publieke opinie in hun nek hijgen. Zo bestaat ook in Nederland grote weerstand tegen het akkoord. Premier Rutte zet in op het meest haalbare: improviseren moet, niets doen is geen optie. De vraag stellen of het altijd mooi is wat er uitkomt, is hem beantwoorden. Nee dus: dat krijg je met zo'n diversiteit aan belangen en opinies.

    Een van de belangrijkste principes voor het werk van de EU is subsidiariteit: de EU moet alleen die taken uitvoeren die niet op nationaal niveau kunnen worden uitgevoerd. Die regel is het afgelopen decennium naar de achtergrond verdwenen. Maar de eigen beleidsruimte van lidstaten moeten we blijven agenderen en borgen. Eerst vielen we van onze stoel toen Jeroen Dijsselbloem ineens zei dat hij zelf ook niet zoveel begrijpt van de Europese begrotingsregels voor het structureel tekort, en dat de regels soepeler moeten. Had juist hij niet met zijn strikte interpretatie van die regels Griekenland het vel over de oren getrokken? Maar met moraliseren komen we niet heel veel verder. Onder aan de streep is het goed dat wordt ingezien dat een regel waar al langer kritiek op was, ook vanuit het CPB, in de prullenbak verdwijnt. Dat heet lerend vermogen, en dat is cruciaal als we vooruit willen komen.

    De eigen beleidsruimte van lidstaten moeten we blijven agenderen en borgen

    En als we dan toch vanaf de zijlijn aan het roepen zijn: nodig, als EU-voorzitter, de Fransen een keer uit voor een broodje zalm. Op het Elysée is het stil over Europa. Te stil. President Hollande is in de vluchtelingencrisis nergens te bekennen. Frankrijk heeft normaal gesproken een leidende rol in militaire operaties. Dat de Duitse minister van Defensie een NAVO-missie naar de Egeïsche Zee organiseert om mensensmokkelaars tegen te houden, is een teken aan de wand. Want een Europese Unie zonder een actieve rol van Frankrijk, is een Unie die niet in balans is.

    Vraag 11: Kunnen jullie nog even voor me samenvatten hoe het nu verder moet?

    De Europese Unie uit elkaar laten vallen en de euro opblazen, of nog meer nationale bevoegdheden uithollen en overdragen aan technocraten in Brussel en in Frankfurt? Dat is de keus die ons vaak wordt voorgehouden: zal ik uw arm eraf hakken of uw been? Het is was ons betreft hoog tijd met die chantage te stoppen en serieus naar het alternatief te gaan kijken. Paus Franciscus — we citeren hem niet dagelijks — zei tijdens een toespraak in het Europees Parlement terecht dat 'de grote ideeën die ooit Europa inspireerden, hun aantrekkingskracht lijken te hebben verloren, en vervangen zijn door bureaucratische technicaliteiten en instituties'.

    De 'nieuwe' derde optie die bestaat voor Europa, is kort samen te vatten: eenheid in verscheidenheid. In een tijd waarin goederen en diensten steeds meer op maat kunnen worden gemaakt, past geen Europese Unie die pluriformiteit en diversiteit tussen lidstaten als een probleem ziet, en begrotingsbeleid en fiscaal beleid steeds meer wil uniformeren en centraliseren. Het contrast kan niet sterker: terwijl Mercedes een deel van zijn robots door mensen vervangt om maatwerk te kunnen leveren, willen de vijf presidenten van Europa de keuzevrijheid van nationale staten inperken door het begrotingsbeleid en fiscaal beleid aan steeds strakkere technocratische regels te binden. Martin Sandbu heeft het weinig vleiend over de technische staf van de 'overlordship of creditors'.

    Europa raakt, denken wij, steeds verder in de problemen zonder meer nationale autonomie en zelfbeschikking en meer ruimte voor nationale keuzes en beleid. Onder de bevolking van veel lidstaten erodeert het enthousiasme voor Europese instellingen en verdere politieke integratie. En het weinig succesvolle economische beleid in de eurozone is een extra argument voor meer experimenteren en diversiteit, en voor meer ruimte voor landen om een eigen koers te proberen — daar kunnen we dan allemaal van leren. 

    Maar dan maken landen zoals Italië en Griekenland er meteen weer een potje van, zul je misschien denken. Martin Sandbu mailt ons het volgende als we hem dit dilemma voorleggen: ‘Natuurlijk kunnen nationale politici een slecht economisch beleid uitvoeren. Net als uiteraard politici of technocraten belast met eenstemmig pan-Europees beleid. Maar dat zouden we niet automatisch als een gezamenlijke kwestie moeten zien. Als de Griekse kiezer, of de Nederlandse, een regering zou kiezen met een beleid dat tot een geringe economische groei leidt, wat dan nog? Wij kunnen wel denken dat ze het mis hebben. We kunnen klagen over het resultaat. (Wij kunnen het ook mis hebben.) Maar dat is in wezen een zaak tussen de regering en de bevolking van het desbetreffende land.’

    ‘We hoeven’, gaat hij verder, ‘niet te verwachten dat de monetaire unie iedereen even rijk maakt, noch te denken dat de euro dat nodig heeft voor zijn bestaansrecht. De euro zal in feite meer bestaansrecht hebben als hij zich beter aanpast aan nationale democratische keuzes, die van land tot land zullen verschillen.'

    'De euro zal meer bestaansrecht hebben als hij zich beter aanpast aan nationale democratische keuzes'

    Allemaal leuk en aardig, horen we soms als het functioneren van de EU en de eurozone ter discussie worden gesteld, maar zolang je geen uitgewerkt alternatief hebt, kun je beter je mond houden. Om de discussie dood te slaan en het denken te stoppen, is dat een methode waar we niet van onder de indruk zijn. Een compleet alternatief voor een project dat al zo lang loopt en waar zo veel geld en macht en posities en ego's en reputaties mee verbonden zijn, bedenk je niet op een namiddag met een paar mensen. We zijn tijdens onze zoektocht wel een paar kernelementen voor zo'n andere benadering tegengekomen.

    We moeten het niet alleen over staten hebben, maar ook over steden, regio's, professionele organisatie en NGO's, want die vormen ook grensoverschrijdende netwerken. Integratie en samenwerking moeten daarom niet langer hiërarchisch benaderd worden, maar 'polycentrisch': er zijn meerdere plaatsen en niveaus waar samenwerking vorm krijgt. Europese samenwerking kan geen verticale piramide (meer) zijn met een almachtig centrum (in Brussel), zegt Zielonka: denk eerder aan horizontale cirkels. Anders gezegd: we hebben op alle niveaus samenwerking en bestuur nodig dat past bij een netwerksamenleving.

    Zielonka pleit ook voor functionele, in plaats van territoriale samenwerking. In ons gesprek met hem, verwijst hij naar de doctrine van de voormalige Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld: ‘De missie bepaalt de coalitie.’ Om een voorbeeld te geven uit het boek van Martin Sandbu: we moeten aanmoedigen dat landen die bijvoorbeeld samen staatsobligaties uit willen geven, dat gaan doen zonder op de hele EU te wachten. Andere landen kunnen dan kijken hoe dat loopt en zich er later wellicht bij aansluiten. En zo kunnen ook op allerlei andere thema's coalities van landen ontstaan die gaan samenwerken.

    Flexibel, pluralistisch, divers, nationale keuzes… het zijn geen woorden die we horen als het over Europese samenwerking gaat. Dat moet echt anders, want in de wereld van nu kunnen we het niet stellen zonder grensoverschrijdende samenwerking. En het Europese project verkeert in een diepe crisis; doormodderen is wat ons betreft veel te riskant. ‘Om de spanning uit het systeem te halen kun je twee dingen doen’, schrijft Luuk van Middelaar in Na de storm, het boek waarover we het eerder hadden. ‘De eenheidsmunt afschaffen of de nationale democratie opheffen. Het zal allebei niet gebeuren.’

    We zijn daar niet zo zeker van. Des te meer reden om, voor het ontwikkelen van andere, nieuwe vormen, te hopen op veel initiatief, denkkracht en energie.

    Over de auteurs

    Hella Hueck is freelance journalist en presentator bij onder meer RTL Z en Toekomstmakers. Robert Went is econoom bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Dit artikel is eerder gepubliceerd op www.rtlz.nl.

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Robert Went

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Over de auteur

    Hella Hueck

    Hella Hueck (1972) is financieel-economisch journalist. Zij werkte ruim tien jaar als verslaggever voor RTL Nieuws en present...

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Gesprek over Europa

    Gevolgd door 281 leden

    Een goed gesprek over de Europese Unie komt maar niet van de grond. Follow the Money wil daar verandering in brengen. Samen m...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid