Pleidooi voor de bedachtzame afstand

Nederland snakt naar saamhorigheid en tegelijkertijd daalde het vertrouwen in de politiek naar een historisch dieptepunt. Dat gebrek aan vertrouwen pompt grote hoeveelheden argwaan en achterdocht in de samenleving rond. Wat te doen? Hoe samen te leven in zulke roerige tijden?

‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’, is het motto van het nieuwe kabinet. Ter verwezenlijking van die toekomst vliegen de miljarden ons om de oren. Allemaal mooi en aardig, denk ik dan - ja, het regeerakkoord is ambitieus en er spreekt een enorme wil tot verandering uit – maar hoe naar de toekomst (vooruit) te kijken wanneer je er met je rug naartoe staat, omdat je helemaal geen toekomst meer ziet?

Als desillusie en desinteresse zich eenmaal in je hart genesteld hebben, als je niet mee kunt doen of buitengesloten bent, als er geen enkele aanleiding is om hoop op een betere toekomst te koesteren, laat staan er enig vertrouwen in te hebben, dan kan die toekomst je gestolen worden.

Dat gebrek aan vertrouwen pompt grote hoeveelheden argwaan en achterdocht in de samenleving rond

Voor wie de toekomstperspectieven schraal zijn, is vertrouwen een luxeartikel. Dat geldt in de platformeconomie voor een uitdijend leger van flexwerkers, maar evengoed voor al diegenen die hun hoop op een betaalbare woning hebben zien vervliegen of voor wie de overheid een onbetrouwbare partner is gebleken. Het proletariaat van de 21e eeuw heet nu het precariaat: een groeiende groep mensen voor wie het bestaan ongewis is en de toekomst precair.

Hoezeer vertrouwen aan erosie onderhevig is, werd onlangs bevestigd door onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Nederland snakt naar saamhorigheid en tegelijkertijd daalde het vertrouwen in de politiek naar een historisch dieptepunt. Het virus werkt als contrastvloeistof die de zwakke plekken van het maatschappelijke lichaam blootlegt. De wederzijdse vertrouwenscrisis tussen overheid en burger is zo’n zwakke plek, een met in potentie fatale gevolgen.

Dat gebrek aan vertrouwen pompt grote hoeveelheden argwaan en achterdocht in de samenleving rond. Het gevolg: rigide wet- en regelgeving (toeslagenaffaire!), maatschappelijke onverschilligheid (#ikdoenietmeermee!) of, in het uiterste geval, vijandigheid ten aanzien van democratische verworvenheden; een sentiment waarop een extreemrechtse beweging als Forum voor Democratie uitstekend gedijt.

"Onder dergelijke omstandigheden is de even actuele als urgente vraag: wat is er nodig om samenlevingen leefbaar en menswaardig te houden?"

Daar komt bij dat onze cultuur en politiek door beeldvorming wordt behekst, door vluchtige en onmiddellijke indrukken dus. Wat in de hijgerigheid van de beeldcultuur bijna altijd verloren gaat is context en nuance. Politici die hun bijdrage aan Kamerdebatten reduceren tot gelikte YouTube-fragmentjes, demonstranten die met hun smartphone in de aanslag elke tik van de wapenstok registreren en delen: het zijn visuele snippers met een hoog ‘zie je nou wel!’-gehalte, bedoeld ter bevestiging van het eigen Grote Gelijk.

De algoritmische receptuur van Big Tech, met haar voorliefde voor alles wat ophef, verontwaardiging en tweespalt veroorzaakt, doet de rest: het wantrouwen en onbehagen tot grote hoogte aanjagen. En zo, met de pandemie als ultieme katalysator, begint de polarisering verontrustende vormen aan te nemen. Dusdanig verontrustend, dat de stabiliteit en zelfs het voortbestaan van open, democratische samenlevingen in gevaar komt.

De overgang naar een klimaatneutrale wereld zal tegenstellingen, zoals de toenemende sociale en economische ongelijkheid, verder op scherp zetten

Onder dergelijke omstandigheden is de even actuele als urgente vraag: wat is er nodig om samenlevingen leefbaar en menswaardig te houden? Die vraag is des te relevanter nu we middenin een omwenteling zitten die zonder precedent is. De overgang naar een klimaatneutrale wereld zal (nog los van de effecten van de klimaatverandering zelf) bestaande tegenstellingen, zoals de nu al toenemende sociale en economische ongelijkheid, verder op scherp zetten.

De klimaat- en energiecrisis zal namelijk onherroepelijk gepaard gaan met een ingrijpende maatschappelijke heroriëntatie en een herschikking van sociale verhoudingen, te vergelijken met de manier waarop de industriële revolutie de wereld omploegde. De overgang van ambachtswerk naar fabrieksarbeid zorgde indertijd voor een metamorfose van landschap en steden en de veranderende arbeids- en productieverhoudingen scherpten bestaande klassenverhoudingen aan.

We leven al met al in ‘interessant tijden’. Dat wil zeggen: tijden waarin de zusjes Desoriëntatie en Verwarring bij menigeen aan de deur zullen kloppen, op de voet gevolgd door naaste familieleden van de dames: de onruststokers Ontheemding en Onbehagen.

"Over de hoofdschuldige voor het maatschappelijke onbehagen zijn de meesten het wel eens: het neoliberale gedachtengoed, dat de samenleving in losse delen uiteen gereten heeft"

Volgens hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans gaan we een tijd van onrust en chaos tegemoet – een periode waarin instituten en oude vanzelfsprekendheden zullen verkruimelen waar we bijstaan – totdat we een nieuw evenwicht hebben bereikt. Historicus Philipp Blom meent dat we nu het einde meemaken van het idee dat de aarde een onderdaan is die we naar believen kunnen uitbuiten. Waar we ons thans in bevinden, is niets minder dan ‘de verandering van een visie op de wereld en onze plaats daarin, die eigenlijk veel groter is dan de copernicaanse revolutie,’ aldus Blom.

Piekerend over de vraag wat die ‘verandering van visie’ inhoudt en wat er nodig is om die verandering met enig vertrouwen tegemoet te zien, zijn er denkers en opiniemakers die pleiten voor hernieuwde vormen van gemeenschapszin, een herwaardering van publieke waarden of voor het inzetten van burgerraden – een deliberatieve vorm van democratie die burgers actief zeggenschap geeft bij politieke besluitvorming. Anderen leggen meer nadruk op de systemische kant van de zaak en roepen op tot een rigoureuze verandering van het economische model (denk aan ideeën als ‘de-growth’, of alternatieven zoals de ‘donut-economie’).

Wat is er nodig om nieuwe maatschappelijke verstandhoudingen überhaupt mogelijk te maken? Hoe samen te leven in roerige tijden?

Hoe divers dergelijke ideeën ook zijn, behoorlijk eensgezind is men over het algemeen over de hoofdschuldige voor het maatschappelijke onbehagen: het neoliberale gedachtengoed, dat met zijn agenda van een terugtrekkende overheid, doorgeschoten marktwerking en het adagium van de zelfredzame burger, de samenleving in losse delen uiteen gereten heeft.

Maar de meest wezenlijke vraag blijft in al deze discussies nagenoeg achterwege: wat voor een ethos of grondhouding is er nodig om nieuwe maatschappelijke verstandhoudingen überhaupt mogelijk te maken? Anders gesteld: hoe samen te leven in roerige tijden?

"Als u het mij vraagt heeft de samenleving vooral zuurstof nodig, een zekere mate van elkaar de ruimte geven"

Als u het mij vraagt heeft de samenleving vooral zuurstof nodig, een zekere mate van elkaar de ruimte geven. In tijden van sociale media is de kunst van het samenproppen van mensen, en dus van het elkaar de maat nemen, tot grote hoogten verfijnd. De vrijbrieven voor onwetendheid zijn ingetrokken, er is niets dat ons nog ontgaat, de Ander verschijnt voortdurend in ons blikveld. Maar naarmate je elkaar meer op de huid zit, zul je elkaar ook meer in de weg zitten.

De opdracht lijkt mij de kunst van het inschikken en afwachten nieuw leven in te blazen, teneinde de ander ruimte te geven om te gedijen

In het gedigitaliseerde ‘global village’ heerst een nauwelijks te verteren opdringerigheid, een totaal gebrek aan distantie dat menigeen de adem beneemt. De opdracht lijkt mij om de kunst van het inschikken en afwachten nieuw leven in te blazen, een manier vinden om onze eigen presentie en gevoelens in toom te houden, teneinde de ander ruimte te geven om te gedijen. Om te voorkomen dat je anderen pijn doet, is een zekere mate van terughoudendheid en bedachtzame afstand een effectieve remedie. Daarmee laat je namelijk ruimte om recht te doen aan het verschil en zorg je ervoor dat je je eigen ‘ik’ niet aan anderen opdringt.

Voor deze ‘ethiek van indirectheid’ bestaat een wat archaïsch aandoend woord: tact. Je zou het ook als delicaatheid, discretie of fijnbesnaardheid kunnen vertalen. Naar mijn overtuiging is deze grondhouding, deze manier van je tot elkaar verhouden, hét antidotum tegen polarisatie en de manier om de menselijk waardigheid te beschermen. Zie het als een vorm van sociale hygiëne, de uitgelezen manier van ‘omzien naar elkaar’, waarmee we het maatschappelijke lichaam gezond kunnen houden.

Ik wens iedereen, en niet in de laatste plaats onze politici, dan ook een bijzonder tactvol 2022 toe.