Beeld © Rosa Snijders

Plezier is allerminst een luxe

1 Connectie

Werkvelden

Politiek
12 Bijdragen

Wie de wereld wil verduurzamen, of haar anderszins wil verbeteren, krijgt vaak het verwijt dat er straks werkelijk niets meer mag: dat ons echt alle pleziertjes worden ontnomen. Zo komt een vol consumptief leven ineens tegenover een afgekloven, ascetisch leven te staan. Maar zo hoeft het niet te gaan. Miriam Rasch pleit voor een praktijk die plezier voorop stelt – maar dan wel je eigen plezier, op je eigen voorwaarden.

Het lijkt misschien vreemd om in deze tijden van catastrofe te beginnen over plezier, maar dat is het niet. Als je met doomscrollen opstaat en weer naar bed gaat, als je meer dan ooit het gevoel hebt ondanks ‘vrije’ avonden niets voor elkaar te krijgen, niets van belang dan toch, als de vieze smaak van een binge marathon inmiddels standaard in je mond hangt, als een restklacht na corona (ik spreek hier uiteraard in de eerste plaats over mezelf) – is het dan niet de hoogste tijd om te vragen wat plezier eigenlijk is? Plezier dat niet alleen bestaat uit passief consumeren, maar dat ook daadwerkelijk iets bijdraagt aan je levenslust. 

Dat uitvogelen is niet alleen nuttig in donkere lockdown-maanden. De vraag wat plezier geeft, is evengoed een motor voor verandering op langere termijn. Het belang van zulk plezierdenken leerde ik van de filosoof Timothy Morton, die onconventionele boeken schrijft over ecologie, massa-extinctie en de (on)mogelijkheid van een duurzame levensstijl. Kritiek op wat anders moet is belangrijk, maar niet voldoende.

"Hedonisme geldt als egoïstisch en najagen van plezier wordt gelijkgesteld aan een zwijnenleven"

In Ecologisch wezen (2018) schrijft hij: ‘Volgens mij gaat ecologische politiek over het uitbreiden, aanpassen en ontwikkelen van nieuwe vormen van plezier – en niet over het beknotten van de povere pleziertjes die we nu ervaren, zolang we vasthouden aan onze huidige handelwijze. Hoe zou plezier eruit kunnen zien voorbij de olie-economie?’ Anders gezegd, de retoriek rondom klimaatverandering helpt niet bij het bewerkstelligen van gedragsverandering. Het gaat te vaak om alle aangename zaken die we moeten opgeven, voor een toekomst die hoe dan ook onzeker blijft. Zonder verbeelding van wat er te winnen valt, is het niet zo gek dat mensen kiezen voor plezier op de korte termijn in plaats van voor de verstandige optie. Maar waarom zou ‘verstandig’ gelijk staan aan oersaai?

Plezier heeft door die schrale voorstelling ervan een slechte naam gekregen, en dat is voor een groot deel te danken aan diezelfde critici en filosofen (waartoe ik ook behoor). Zij veroordelen plezier als oppervlakkig en ondubbelzinnig amusement voor de massa, dat eerder afhoudt van betekenisgeving dan dat het eraan bijdraagt. Hedonisme geldt als egoïstisch en najagen van plezier wordt gelijkgesteld aan een zwijnenleven, een stompzinnig en gedachteloos bestaan als zat je opgesloten in de Matrix. Ethische keuzes laten afhangen van wat het meeste plezier en de minste pijn oplevert, zoals de utilisten willen, slaat het leven plat tot een simpele rekensom. Geen wonder als je onder die stortregen van venijn en afkeur bokkig kiest voor een avondje lui vermaak.

Plezier verdient beter. Timothy Morton houdt van disco – in de zin van: een dansvloer met harde muziek en knipperende lichten in tal van kleuren. Een wereld zonder disco is voor hem geen optie, hoe duurzaam ook. Dus in plaats van de disco af te schaffen om energie te besparen, stelt hij de vraag hoe de dansvloer duurzaam uitgebreid kan worden tot een hele club – of de hele wereld.

Kritiek leveren is een vermoeiende bezigheid, voor de beoefenaar – die er in elk geval zelf voor kiest om te klagen – en zeker voor de toehoorder. Als je te lang achter elkaar bezig bent met aanwijzen wat er allemaal verkeerd gaat, vergeet je hoe te dansen. Bovendien bestaat het gevaar dat je blijft vastzitten in het verhaal van je tegenstrever. Voor je het weet krijgen degenen gelijk die klagen dat ‘het milieu’ alles van ons ‘afpakt’.

Iets vergelijkbaars zie je bij kwesties rond data en privacy. ‘Privacy’ klinkt al gauw als een zeuronderwerp, dat riekt naar zielige of juist louche types. Net als data: criticasters willen meestal minder data verzamelen en daar ook nog hobbels voor opwerpen. Hun vragen en twijfels – het vaste gereedschap van de kritische denker – houden de vooruitgang maar tegen. Ze werpen frictie op, en die draagt niet direct bij aan welbehagen. Ik heb zelf vaak genoeg de vraag gekregen of ik er soms op uit ben om mensen hun pleziertjes te ontnemen en of ik eigenlijk wel een leuk leven heb, zo zonder Insta, Whatsapp en slimme apparaten, altijd vol bezwaren tegen het een of ander?

Dansen is de revolutie

Het zijn terechte vragen. Dat ik plezier haal uit frictie is een anomalie, dat weet ik best. En als ik mijn eigen plezier waardeer, zou ik het anderen ook moeten gunnen. Hoe zou een duurzame, privacy-vriendelijke, data-magere toekomst eruitzien, die ook nog eens plezierig is? Er is een lijn van plezierdenkers die aanknopingspunten biedt bij het zoeken naar antwoorden, van de vermeende uitspraak van Emma Goldman – ‘If I can’t dance, I don’t want to be in your revolution’ – tot het meer op genot gerichte Pleasure activism. Hun plezier staat trouwens ver af van pleziertjes gekenmerkt door passieve consumptie. Het is vermengd met politiek, maar, en dat is belangrijk, weigert zich daartoe te laten reduceren. Goldman had het écht over dansen, en seks en erotiek zijn in de eerste plaats aangename tijdsbestedingen in het hier en nu.

Plezier is nooit louter instrumenteel, maar ook altijd een doel op zich. Juist daarom motiveert het om moeite te steken in een wereld waarin het verder zou kunnen opbloeien. Het is niet het middel tot de revolutie, het najagen van plezier is de revolutie. Maar dan wel je eigen plezier, op je eigen voorwaarden.

"Eerder dan ‘wat wil je behouden’, begrijp ik hun vraag als ‘wat neem je mee’"

Zo zingt al maanden de vraag door mijn hoofd van de radicale denkers Fred Moten en Stefano Harney: ‘What do we want to keep?’ Hun essay over de toekomst van de universiteit verspreidde zich online in de lente van 2020, wat de vraag meteen een bredere weerklank gaf. Interessant genoeg is deze vraag in hun handen niet conservatief, verre van, maar een uitnodiging naar de toekomst. Eerder dan ‘wat wil je behouden’, begrijp ik hun vraag als ‘wat neem je mee’. Niet: wat moet stoppen, maar: wat wil je vieren. Het impliceert beweging: we gaan op reis en dragen zorg voor de beperkte bagage die mee kan. (Een plezier dat Fred Moten herhaaldelijk heeft bezongen en vast in zijn koffer zou stoppen, is overigens whisky.)

Het is een vraag naar wat plezier brengt aan jou en de jouwen. Vooruit, ook dat vereist een kritische denkoefening, maar dan eerder kritisch in de zin van onderscheidend dan als afbrander. Juist wanneer ‘plezier’ beelden oproept van illegale raves, knuffelmanifestaties van virusontkenners of de grijns van de Capitoolbestormer met het spreekgestoelte van Nancy Pelosi onder zijn arm, is die oefening hoognodig. Het belang van plezier ontkennen omdat anderen er rampzalige vormen voor vinden, betekent alleen maar dat het alsnog van de aardbodem verdwijnt. Dus wat blijft er over als je alle bijkomende zaken en efemere verschijningsvormen met een soort fenomenologische reductie wegstript, en vooral: alles vergeet wat de markt als jouw interesse en plezier definieert? Zeker nu duidelijk is geworden dat advertentieplatformen als Facebook een grote rol spelen in de organisatie van bovengenoemde feesten, manifestaties en bestormingen, is dat laatste punt complex en urgent geworden.

Je plezier (ver)kennen

Het kapitaliseren van verlangen en plezier is geen nieuw fenomeen. (Rob Horning geeft in dit essay een nogal kritische analyse van de geschiedenis daarvan, die hij vervolgens verbindt met de opkomst van algoritmes in muziekstreaming.) Plezier is nu eenmaal in hoge mate gemedieerd, zowel in de vorm waarin we het tot ons nemen – Netflix, de eindeloze scroll van sociale media, tv – als in de ontdekking ervan via reclame, afspeellijsten, de autoplay-functie op YouTube en geautomatiseerde systemen van aanbeveling.

In plaats van te zeggen dat dat het genoegen ervan waardeloos maakt (wat velen terecht tegen de haren in zou strijken), kunnen we ook proberen ze vóór ons te laten werken, door gerichte aandacht te geven aan wat we kiezen, als zorgden we voor een zeldzame kamerplant. Voor rake aanbevelingen moet het algoritme immers weten waarnaar het op zoek is. Als je wilt dat in de disco van de toekomst jouw favoriete nummers schallen en niet die van een ander, kun je maar beter een investering doen. (Een schot in de roos was voor mij bijvoorbeeld de geluidsmuur van Divide and Dissolve, een tweekoppige band met een missie , die vast niet iedereen aangeboden zal krijgen.)

"Plezier is geen luxe. Het maakt je tot wie je bent en geeft lust om door te gaan, hoe onzeker de toekomst ook is"

De vraag ‘wat neem je mee?’ is een autonome vraag. Alleen als je jezelf zo goed mogelijk kent en zelfbedrog doorprikt, maken we een kans tegenover de algoritmes. Positiever gesteld: alleen dan kunnen we de algoritmes voor ons laten werken. Dat stelt ook Homo deus-auteur Yuval Noah Harari, al gelooft hij tegelijk dat algoritmes de mens beter kennen dan de mens zichzelf en is hij bang dat de mens daarom te hacken is (zie bijvoorbeeld dit interview). Concepten als zelfkennis en autonomie zijn de laatste strohalm voor wie zich tegen zulke manipulaties wil verweren. Het kennen van je eigen pleziervoorkeuren lijkt me daarbij even relevant als je geaardheid of je profiel op de Big Five van persoonskenmerken, waar Harari het over heeft. Naar Audre Lordes ‘Poetry is not a luxury’ (en haar eigen werk op het gebied van pleasure activism), valt te poneren: plezier is geen luxe. Het maakt je tot wie je bent en geeft lust om door te gaan, hoe onzeker de toekomst ook is.

Dat de vraag wat je wilt meenemen, je eigen toekomst in, een ingewikkelde en dubbelzinnige vraag is, valt niet te ontkennen. We hoeven het niet altijd eens te zijn. Plezier is op zichzelf amoreel, maar kan een rol spelen in een moreel verhaal. En plezier kan ons sterken, zegt ook de doorgaans weinig lichtvoetige criticus Franco ‘Bifo’ Berardi: ‘I don’t believe that we are doomed – yes, a happy life is possible within the horizon of extinction. [..] Reality is brutal, but we must avoid growing brutal ourselves: this, today, is one possible meaning of the word “autonomy”.’ Het lijkt erop dat plezier, eigenzinnig plezier, ons de weg kan wijzen. Wat neem je mee?