© Wikimedia Commons

De plofkipmethode loopt tegen z’n grenzen aan

    Het is een van de grootste triomfen van dierenrechtenactivisten in Nederland: het verdwijnen van de ‘plofkip’ uit het supermarktschap. Bij nadere beschouwing valt er op dit succes echter het nodige af te dingen, schrijft gastauteur Herman Lelieveldt.

    Vorige week meldde voedselwaakhond Foodwatch als campagnedoorbraak dat maar liefst 13 supermarkten strenge maatregelen gaan nemen tegen minerale oliën in voedselverpakkingen. De oliën die in de drukinkt zitten, kunnen mogelijk kankerverwekkend zijn en doorlekken naar de droogwaren. Voortaan zullen de supermarkten hun rijst, couscous en pasta dus van een extra binnenzak voorzien om dat te voorkomen. 

    We beginnen zo langzamerhand gewend te raken aan de successen die actiegroepen boeken door supermarkten op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. De strategie is inmiddels zo wijdverspreid dat journalisten al spreken over de plofkipmethode. Wakker Dier is er groot mee geworden: al in 2002 gebruikte ze hem om legbatterij-eieren uit het supermarktschap te krijgen. Tien jaar later was deze strategie van naming-shaming-faming het belangrijkste wapen in de strijd om meer leefruimte voor vleeshennen. Het succes inspireerde andere ngo’s: afgelopen zomer lanceerde Greenpeace de ‘red-de bij’-campagne om aandacht te vragen voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De radiospotjes waren vrijwel identiek aan die van Wakker Dier, maar dit gebrek aan originaliteit maakte de spots niet minder effectief: Jumbo beloofde eind juli beterschap en zal meer producten met het Milieukeur gaan aanbieden, meer biologisch eten proberen te verkopen en boeren beter betalen. 

    We beginnen zo langzamerhand gewend te raken aan de successen die actiegroepen boeken

    Zandloper

    Of het nu om het uitbannen van plofkip, bestrijdingsmiddelen of giftige verpakkingen gaat, het patroon is tegenwoordig telkens hetzelfde: ngo’s die de markt en niet de overheid oproepen ons voedsel beter te maken. En ironisch genoeg zijn het ditmaal de supermarkten die last hebben van de machtspositie die ze volgens velen zo vaak misbruiken om leveranciers onder druk te zetten. Onze moderne voedselketen heeft de vorm van een zandloper, met veel producenten en veel consumenten aan de uiteinden. Het gros van de boodschappen halen echter we bij slechts 25 supermarktformules, die bevoorraad worden door niet meer dan vijf inkoopkantoren. Wie de Nederlandse consument aan een ander product wil krijgen, moet er eenvoudigweg voor zorgen dat de retailers hun aanbod wijzigen. Dat maakt de plofkipmethode tot een op het eerste gezicht effectieve campagne-strategie.

    Toen Wakker Dier in 2012 zijn plofkipcampagne lanceerde, was ook ik erg enthousiast over deze nieuwe strategie. Als politiek Den Haag de regels niet wil of niet kan veranderen (bijvoorbeeld omdat het niet mag van Brussel), dan loopt de enige realistische weg naar een beter voedselsysteem via het schap. Maar inmiddels is bij mij de twijfel toegeslagen. Kunnen we het voedselsysteem echt structureel veranderen via de plofkipmethode?


    "Het klinkt mooi dat geen supermarkt meer plofkip verkoopt, maar 70 procent van de vleeshennen is voor export bestemd en profiteert dus niet van deze verbetering."

    Stroperigheid

    Allereerst weet ik niet of al deze campagnes wel zo effectief zijn. Op het eerste gezicht klinkt het mooi dat er vandaag de dag geen supermarkt meer is die plofkip verkoopt, maar 70 procent van de vleeshennen is voor de export bestemd en profiteert dus niet van deze verbetering. We kunnen dat ook moeilijk van onze pluimveehouders eisen, want ze opereren op een wereldmarkt en daarin zijn de marges zo smal dat ze ook nu al binnen de EU alleen het hoofd boven water kunnen houden dankzij tariefmuren en quota.

    Ten tweede kunnen ook plofkipcampagnes veel taaier en langduriger zijn dan je op het eerste gezicht zou denken. Wakker Dier beklaagt zich in zijn jaarverslagen steevast over de traagheid van de politieke besluitvorming in Den Haag, maar de ervaringen met het uitbannen van de plofkip doen qua stroperigheid niet onder voor een willekeurig wetgevingstraject. Het duurde maar liefst vier jaar voordat alle supermarkten om waren, en Wakker Dier moest daarvoor genoegen nemen met een kip die nog steeds niet voldoet aan het oorspronkelijke campagnedoel: leefomstandigheden die vergelijkbaar zijn met de één ster Beter Leven kip van de Dierenbescherming. Wie op de website van Wakker Dier gaat kijken naar de verschillende betere kippen die de supermarkten als alternatief aanbieden, duizelt het al gauw: Jumbo is al omgeschakeld, maar Nettorama doet het pas in 2019. Jumbo huisvest 13,5 kip per vierkante meter, maar bij de Albert Heijn zijn het er 16. Bij  Jumbo is er daglicht in de stal, maar bij Deen weer niet.

    Aanspreken op gedrag

    Kortom: met alleen maar het bestoken van supermarkten gaan we er niet komen. Het is te veel gevraagd om alleen van hen veranderingen te eisen (en er bestaat een groot gevaar dat dit eens zo scherpe campagnewapen binnen de kortste keren bot is: zeker wanneer een club zoals Greenpeace nodeloos zwaar geschut inzet — 'het zijn weer gifweken bij de Albert Heijn’ — kan de publieke opinie zich zo tegen de NGOs gaan keren.)

    Ngo’s moeten hun pijlen niet alleen op de supermarkten richten, maar op de overheid en de burger

    Ngo’s moeten hun pijlen dan ook niet alleen op de supermarkten richten, maar op de overheid en de burger. Foodwatch doet dat bijvoorbeeld heel duidelijk, en vraagt om wetgeving die het gebruik van minerale oliën in verpakkingen aan banden legt. De campagne richting de supermarkten is dan eigenlijk een publicitaire bypass die er voor zorgt dat Den Haag uiteindelijk toch bereikt wordt.

    Maar nog belangrijker is het dat ngo’s ook hun achterban en andere burgers op hun gedrag durven aan te spreken. Die burger is vandaag de dag de grote afwezige, niet alleen in de campagnes van de overheid — die niet het verwijt van betutteling over zich heen wil krijgen — maar ook in die van veel ngo’s. Moraliseren en betuttelen zijn niet erg populair vandaag de dag, maar als we van supermarkten vragen om voor een beter voedselaanbod te zorgen dan moeten we consumenten manen om ook de duurzame voedselvraag op te krikken.

    Over de auteur

    Herman Lelieveldt (Twitter: @hlelieveldt) is de auteur van De Voedselparadox. Wat ons streven naar beter eten dwarsboomt en onderzoekt in zijn bijdragen voor FTM de machten en krachten die bepalen wat er op ons bord komt. Hij doceert politicologie aan het University College Roosevelt in Middelburg en is de organisator van de jaarlijkse Utrecht Summerschool on Food Politics in the EU. 

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Herman Lelieveldt

    Gevolgd door 306 leden

    Auteur van 'De Voedselparadox’. Onderzoekt voor FTM de machten en krachten die bepalen wat er op ons bord komt.

    Volg Herman Lelieveldt
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren