Portugal: Van Kurk naar Staal

    Portugal heeft een handelstekort. Om dit tekort weg te werken zijn investeringen nodig in productieve capaciteit, in plaats van bezuinigingen en loonmatiging om met China te kunnen concurreren.

     Portugal is één van de meest achtergestelde van de Euro economieën. Portugal importeert al sinds haar revolutie meer dan het exporteert. Door de toetreding tot de Eurozone zijn de gebruikelijke oplossingen voor een handelstekort uitgesloten. Portugal kan geen onafhankelijk fiscaal en monetair beleid voeren, noch kan het haar munteenheid devalueren. 

     

    De gemiddelde Portugese werknemer is zo’n 45% minder productief dan de gemiddelde Nederlandse werknemer. De Portugese handelsbalans leunt dan ook voor een groot deel op de export van laag technologische goederen als kurk en textiel (zie grafiek 1).

     

    Grafiek 1: Portugese handelsbalans naar technologische klasse als % van het bbp (Bron: OECD STAN Bilateral Trade)

     

      Gedurende de afgelopen twintig jaar is het Portugese overschot op laag technologische goederen langzaam verdwenen. Ondermeer onder invloed van de competitie van lagelonenlanden. Zo kochten Duitsland en Frankrijk in 1990 tezamen 4,4% van hun textielimport uit Portugal en 5% uit China, inmiddels wordt nog maar 2,4% uit Portugal geïmporteerd en 27% uit China. Grotere competitie is echter niet de enige reden waarom het overschot is verdwenen, de economie heeft zich ook ontwikkeld, waardoor meer technologisch hoogwaardige goederen worden geproduceerd voor hogere lonen. Het aandeel van basismetalen, chemische producten en machines in de goederenexport is gestegen van 26% in 1990 naar 43% in 2008, terwijl het aandeel van kurk en textiel is gedaald van 43% naar 18%.

     

    De productie van hoger technologische goederen heeft echter weinig gedaan om het tekort op de handelsbalans weg te werken, in tegendeel. Dit valt ondermeer te wijten aan het mercantilistische loonbeleid van West-Europese landen als Nederland en in de afgelopen jaren met name Duitsland. Zij pogen hun exportindustrie competitief te maken/houden door de loonkosten te drukken. De Portugese industrie kan hierdoor onmogelijk de competitie winnen van  productievere, goedkopere Duitse en Nederlandse industrie. Portugal concurreert niet met deze West-Europese landen om de productie van textiel en kurk, maar wel in hoogwaardigere sectoren. Nu Portugal de overgang moet maken naar hoogwaardigere productie is het gevangen tussen de extreem lage lonen in de arbeidsintensieve Chinese industrie en de lage lonen in de hoogst productieve West-Europese industrie.

     

    Wie betaalt?
    Hoewel de exportgeleide strategie van Duitsland en Nederland effectief kan zijn betekent het dat een ander land de rekening moet betalen. Werkloosheid en kosten worden samen met de goederen en diensten geëxporteerd. Het is daarom geen coöperatieve strategie. Niet elk land kan immers meer exporteren dan het importeert, tegen elk handelsoverschot staat een handelstekort.

     

    Zolang een land een handelstekort heeft zijn er maar twee opties, de binnenlandse private sector betaalt dit tekort, of de overheid betaalt dit tekort, het handelstekort moet door één van deze betaald worden. Om het handelstekort te kunnen betalen heeft de Portugese economie zich diep in de schulden gestoken. Uit grafiek 2 blijkt dat de schuldenlast in vrijwel elke Portugese sector is toegenomen. In het verleden gebeurde dit ook, maar was dit van minder groot belang omdat de schulden door inflatie dragelijk bleven. De Euro heeft het inflatiespook echter uitgeroeid, dit heeft welbekende voordelen, maar dus ook –onderbelichte- nadelen voor schuldenlanden. 

     

    Grafiek 2: Portugese Schuldenlast als % van het BBP naar sector (Bron: Eurostat – Financial Balance Sheets)

     

    Met name de schuld van huishoudens en de overheid is hard gestegen. De schuld van huishoudens bestaat, zo blijkt uit gegevens van Hypostat, grotendeels uit hypotheekschuld. Dit heeft er voor gezorgd dat de prijzen van koopwoningen met 100% zijn gestegen van 2000 tot 2006, in 2009 waren de prijzen al weer 10% lager dan in 2006. Het ziet er dus naar uit dat Portugal, net als haar buurland, last heeft van een huizenbubbel die nu aan het leeglopen is. 

     

    De Europese oplossing
    Europa eist van Portugal dat het begrotingstekort wordt teruggedrongen en de staatsschuld binnen de perken wordt gehouden. Daarnaast moet Portugal door interne devaluatie proberen weer competitief te worden. Interne devaluatie houdt in dat Portugal moet proberen het loon- en prijsniveau intern te drukken door bezuinigingen. Het plan is om de lonen genoeg te laten dalen om de export te bevorderen en de economie weer gezond te maken.

     

    Dit is hetzelfde draconische bezuinigingsprogramma dat Nederland met weinig succes uitvoerde tijdens de grote depressie. Koste wat het kost moest Nederland de goudstandaard vasthouden, anders zou hel en verdoemenis losbreken zo geloofde men. Hierdoor kon Nederland haar munteenheid niet devalueren of agressief fiscaal en monetair beleid voeren. In plaats hiervan bleef premier Colijn bezuinigen en probeerde hij hetzelfde interne devaluatie programma als vandaag de dag wordt opgelegd aan landen als Portugal. De werkloosheid liep op tot in de 20%, niveaus die sindsdien niet meer bereikt zijn. Pas na het loslaten van de goudstandaard herstelde de Nederlandse economie zich enigszins. 

     

    Een meer recent voorbeeld van interne devaluatie is te vinden in de Baltische staten. Letland is recordhouder en heeft de diepste economische krimp ooit gemeten doorgemaakt, het bruto binnenlandse product daalde in twee jaar tijd met bijna 30%. Dit verhindert sommigen er echter niet van om het Baltische voorbeeld aan te bevelen. “Estonia, at the height of the financial crisis, implemented a series of government spending cuts so brutal I could not recommend them but the results have been impressive,” zei Jon Moulton, oprichter van private equity fonds Better Capital, in een interview met CNBC. Ex-IMF econoom Anders Aslund heeft zelfs een boek geschreven samen met de Letse premier Valdis Dombrovskis waarin hij uit de doeken doet hoe dit succesverhaal is te repliceren. De resultaten zijn inderdaad indrukwekkend, hoge werkloosheid en –als de IMF projecties kloppen- een verloren decennium, maar wel een lage staatsschuld! 

     

    Interne devaluatie heeft eigenlijk geen succesvolle historische precedenten. Het is een vorm van ‘beggar thy neighbour’ beleid, waarbij het niet is uitgesloten dat andere landen zullen reageren op loonmatiging met hun eigen loonmatiging, wat het hele beleid ondermijnt. Bovendien lijkt het onaannemelijk dat Portugal haar lonen dermate kan devalueren, dat het de competitie om laagtechnologische export met een land als China aankan. 

     

    Het grote probleem van private schulden wordt ook genegeerd. Loondevaluatie zorgt ervoor dat schulden moeilijker te betalen zijn, wat resulteert in schulddeflatie. Mensen proberen uit de schulden te komen door bezittingen (vastgoed, aandelen etc.) te verkopen, de prijzen van deze bezittingen dalen, waardoor het alleen nog maar moeilijker wordt om uit de schulden te komen. 

     

    Portugal heeft een innovatieve strategie nodig, waarmee haar productiviteit wordt verhoogd, dit vereist investeringen, geen bezuinigingen. Het huidige pad van interne devaluatie heeft, als de geschiedenis enige waarde heeft, geen enkele kans van slagen, in tegendeel het zal de problemen alleen maar verergeren.

     

    *****
     
    De cijfers over Portugal die in dit artikel worden gebruikt zijn hier als spreadsheet met bronvermelding te downloaden.

     

     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren