David Michaels, januari 2020

Wetenschap op bestelling

Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwongen op zoek naar geld buiten de universiteit, zoals bij overheidsprogramma's, buitenlandse partijen of het bedrijfsleven. De concurrentie om subsidiepotjes en private financiering zorgt ervoor dat academische onderzoekers vragen gaan stellen, die de agenda van de geldschieter dienen. Daar komt bij dat de regering, voornamelijk via het topsectorenbeleid, de samenwerking tussen wetenschap en het bedrijfsleven stimuleert. Follow the Money onderzoekt hoe de geldstromen lopen en wat deze ontwikkelingen voor effect hebben op de wetenschap.

25 Artikelen

Twijfel zaaien om een dodelijk product aan de man te brengen: PR vermomd als wetenschap

Voor de chemische industrie is wetenschappelijk onderzoek in twijfel trekken de beste manier om te voorkomen dat een schadelijk product wordt gereguleerd, stelt hoogleraar David Michaels. Hij stond zeven jaar aan het hoofd van een agentschap in de VS dat verantwoordelijk is voor veiligheid op de werkvloer, en schreef twee boeken over de strategie die bedrijven gebruiken om onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek in diskrediet te brengen. ‘Twijfel zaaien is veel makkelijker, en in de praktijk veel effectiever, dan het beleid zelf bekritiseren.’

Drain the swamp’ was de gevleugelde verkiezingsslogan waarmee Donald Trump in 2016 campagne voerde. Trump wist de gewone Amerikaan te overtuigen dat hij als ogenschijnlijke buitenstaander de corrumperende invloed van het grote geld in Washington zou kunnen indammen. Maar vier jaar later tiert het lobbyisme er als nooit tevoren. Duurbetaalde adviseurs die voorheen voor de grote vervuilers werkten, bevolken nu de federale agentschappen die moeten waken over volksgezondheid en milieu. De vossen bewaken nu het kippenhok, schrijft David Michaels, die onder president Obama leiding gaf aan een van die overheidsagentschappen, in een nieuw boek getiteld The Triumph of Doubt.

Michaels was van eind 2009 tot eind 2016 het hoofd van de Occupational Safety and Health Administration (OSHA), het federale agentschap dat verantwoordelijk is voor de veiligheid op de Amerikaanse werkvloer. Bij elke nieuwe gezondheidsregel die hij en zijn team probeerden te introduceren, kon het agentschap rekenen op een batterij aan door de industrie ingehuurde experts die de onderliggende rapporten onder vuur namen.

Michaels beschrijft de mercenary scientists: wetenschappers die als huurling hun diensten verlenen

Een van hen beschrijft Michaels in zijn boek: Anthony Cox, een statisticus die onder meer als adviseur voor het American Petroleum Institute optrad. President Trump stelde Cox in 2017 aan als hoofd van de belangrijkste federale adviesraad voor luchtverontreiniging. ‘Cox stelt nu dat er geen bewijs bestaat dat mensen ziek worden door de huidige niveaus van luchtvervuiling,’ vertelt Michaels via een Skype-verbinding. ‘Dat gaat in tegen wat zo’n beetje alle gezaghebbende wetenschappers binnen het vakgebied concluderen.’

Wie twijfel zaait, oogst uitstel

Cox is wat Michaels in zijn boek een mercenary scientist noemt; een wetenschapper die als huurling zijn diensten verleent aan industrieën die bereid zijn daarvoor te betalen. Michaels, die inmiddels weer als hoogleraar milieu-epidemiologie aan de George Washington universiteit werkt, beschrijft in zijn boek hoe de wetenschap steeds vaker door lobbyisten wordt misbruikt om overheidsbeleid te ondergraven. Voor de industrie is wetenschappelijk onderzoek in twijfel trekken de beste manier om te voorkomen dat een schadelijk product wordt gereguleerd, stelt Michaels. ‘Twijfel zaaien is veel makkelijker, en in de praktijk veel effectiever, dan het beleid zelf bekritiseren.’

Het publiek tast als gevolg daarvan in het duister over de gevaren van alledaagse producten. Het klassieke voorbeeld is de tabaksindustrie, waar de ceo’s al in de jaren ’50 weet hadden van het risico op longkanker, om vervolgens een campagne op te tuigen gericht op het creëren van wetenschappelijke mist. ‘Twijfel is ons product,’ citeert Michaels uit een intern memo van sigarettenfabrikant Brown & Williamson uit 1969. ‘Het is de beste manier om de strijd met de feiten aan te binden, en een controverse te creëren.’ Michaels laat zien, vaak op basis van documenten die dankzij letselschadezaken openbaar zijn geworden, dat soortgelijk bedrog veel vaker voorkomt dan we denken: chemiebedrijf DuPont dat de schadelijkheid van PFAS-chemicaliën kende maar achterhield, alcoholfabrikanten die de mythe van het ‘gezonde’ gematigd drinken creëerden, en, volgens Michaels de meest ‘existentiële dreiging’: de uitgekiende twijfelzaaicampagne omtrent klimaatverandering en CO2.

"De product defense industry specialiseert zich in het zaaien van wetenschappelijke twijfel"

Het gaat allang niet meer om losstaande gevallen, is Michaels verontrustende boodschap, maar om een bedrijfstak die zich expliciet heeft gespecialiseerd in het zaaien van wetenschappelijke twijfel. Michaels geeft deze sector ook een naam: hij spreekt van de product defense industry.

Kunt u uitleggen wat voor bedrijfstak dat precies is?

‘De product defense industry is een relatief nieuwe sector, die voortkomt uit de public relations-industrie. Het betreft gespecialiseerde firma’s die bedrijven helpen het te doen voorkomen alsof hun producten of activiteiten veilig zijn, zelfs wanneer ze dodelijk blijken. Het is pr vermomd als wetenschap. Ze volgen wat wel het ‘draaiboek van de tabaksindustrie’ wordt genoemd.

‘Als je een product maakt waarop de verdenking rust dat het gevaarlijk is, weet je wie je moet bellen’

De tabaksindustrie heeft als gevolg van rechtszaken miljoenen documenten moeten vrijgeven. Zodoende weten we nu precies hoe zij indertijd de verdediging van hun producten hebben aangepakt. Toen in de jaren ’50 de eerste studies het verband tussen roken en longkanker aantoonden, beseften de tabaksfabrikanten dat als ze dit zouden erkennen, ze hun producten niet goed aan de man konden blijven brengen. Samen met pr-bedrijf Hill+Knowlton, en later ook andere pr-bedrijven, bedachten ze een strategie: ze betoonden zich bezorgd over de volksgezondheid, en kondigden onderzoek aan naar de gezondheidseffecten van roken. Dit was natuurlijk allemaal één grote fictie. In werkelijkheid diende het onderzoek slechts om het idee te creëren dat het verband tussen roken en kanker nog onduidelijk was. Nadat studies in de jaren ’70 en ’80 aantoonden dat ook meeroken kankerverwekkend is, huurde de tabaksindustrie nog meer experts in. Wat je ziet, is dat dezelfde wetenschappers hun diensten vervolgens aanboden aan producenten van andere gevaarlijke producten.’

Voor welke industrieën werken deze productverdedigers?

‘Een zeer breed scala aan sectoren. Zulke wetenschappers werken voor DuPont en 3M, die PFAS-chemicaliën maken, waarbij ze beweren dat deze stoffen geen kanker veroorzaken en geen negatieve effecten hebben op het immuunsysteem. Ze werken ook voor de fabrikanten van lood, en beweren dat lage blootstellingen geen neurologische schade of ontwikkelingsstoornissen bij kinderen kunnen veroorzaken, terwijl het bewijs duidelijk laat zien dat dit wel zo. Ze werken voor de grote oliemaatschappijen, om te stellen dat het verbranden van fossiele brandstof niet leidt tot een toename aan longziekten als astma. Als je een product maakt waarop de verdenking rust dat het gevaarlijk is, dan weet je wie je moet bellen. Ze zijn beschikbaar!’

Exponent komt herhaaldelijk terug in uw boek. Wat voor bedrijf is dat?

‘Het is van oorsprong een ingenieursbureau, en heette toen Failure Analysis. Exponent was een van de eerste consultancy-firma’s die voor de tabaksindustrie ging werken toen sigarettenfabrikanten twijfel wilden zaaien over de schadelijke effecten van meeroken. Tegenwoordig werkt het bedrijf voor de meeste grote chemiebedrijven. De studies die Exponent produceert, concludeerden altijd dat de blootstellingen in kwestie geen ziekte kan veroorzaken, en áls de blootstelling al een ziekte kan veroorzaken, dan alleen bij zulke hoge doseringen dat ze op aarde zeker niet voorkomen.’

‘Als Exponent studies levert die hun klanten niet willen, zouden ze geen nieuwe opdrachten meer krijgen’

Michaels wil een website laten zien. ‘Let me pull that up, hang on.’ Na een paar muisklikken en wat commando’s op het toetsenbord, komt hij uit bij Glassdoor, een online platform, waar werknemers anoniem recensies over hun werkgever kunnen achterlaten. Michaels leest iemands review van Exponent voor: ‘Zeer slimme werknemers – de meesten zijn gepromoveerde academici. Interessante en ook afwisselende projecten. Nadeel: soms werk je voor de evil do’ers en moet jij proberen het te laten voorkomen alsof zij niks verkeerds hebben gedaan.’

‘Dit is wat deze bedrijven doen. Het verdienmodel van firma’s als Exponent, en van soortgelijke bedrijven als ChemRisk en Gradient, is een product leveren dat de klant graag wil. De klant wil geen studie die concludeert dat zijn product mensen ziek maakt. Als een beursgenoteerd bedrijf als Exponent studies zou leveren die hun klandizie niet wil, zouden ze geen nieuwe opdrachten meer krijgen.’

In zijn boek beschrijft Michaels hoe hij de productverdedigers oorspronkelijk op het spoor kwam. Eind jaren ’90, nog voordat hij als hoofd van agentschap OSHA aan de slag zou gaan, werkte Michaels als hoge ambtenaar op het ministerie van Energie. Hij was daar verantwoordelijk voor de veiligheid op locaties in de VS waar nucleaire wapens worden gemaakt.

Toen het ministerie de norm voor beryllium wilde aanscherpen, een metaal dat bij de productie van kernwapens wordt gebruikt en dat een zeer venijnige en dodelijke longziekte kan veroorzaken (berylliose), kwamen de fabrikanten in het geweer: ‘De beryllium-industrie nam de productverdedigers van Exponent in de arm,’ schrijft Michaels. Hij zag van dichtbij hoe de ingehuurde witte jassen te werk gingen. ‘We wisten niet precies wanneer de ziekte werd veroorzaakt door inhalering en wanneer door huidcontact. Precies die onzekerheid buitte Exponent uit. Ze stelden dat we niet genoeg bewijs hadden om de blootstelling te verlagen.’

’Hoe meer sporen ik volgde, hoe meer voorbeelden ik tegenkwam’

Na de inauguratie van George W. Bush in 2001 keert Michaels terug naar de academie. Geïntrigeerd door wat hij heeft meegemaakt, besluit hij verder onderzoek te doen. ‘Ik kwam een memo tegen van Hill+Knowlton, geschreven voor de beryllium-industrie. Daarin verwezen ze naar hun eerdere diensten voor Dupont rond CFK’s en het gat in de ozonlaag, en hun werk voor de asbest- en plasticindustrie. Hoe meer sporen ik volgde, hoe meer voorbeelden ik tegenkwam.’ Michaels publiceert zijn bevindingen vervolgens in vakbladen als Science, en schrijft een boek dat in 2008 verschijnt: Doubt is their product: How Industry’s Assault on Science Threatens Your Health, waarin hij de term product defense industry introduceert, en de casus rond beryllium en andere giftige stoffen documenteert. Zijn nieuwe boek, dat begin dit jaar is verschenen, is het logische vervolg op zijn eerdere exposé: hij maakt duidelijk dat zulke tactieken inmiddels door steeds meer industrieën worden benut.

U spreekt van een ‘goed ontwikkelde formule’ die sinds de hoogtijdagen van de tabaksindustrie verder is geperfectioneerd. Hoe luidt deze formule?

‘Zulke product defense-bedrijven voeren vaak zogeheten weight of evidence-studies uit; daarin weeg je al het bewijs. Maar ze wegen niet eerlijk: positieve verbanden worden bijvoorbeeld weggestreept tegen studies van de industrie zelf, die negatieve associaties laten zien. Hun conclusies zijn zeer voorspelbaar: het bewijs is niet duidelijk, het bewijs is niet sterk genoeg, of, als een blootstelling een ziekte kan veroorzaken, dan alleen bij hoge doseringen die realistisch gezien niet voorkomen.

Wanneer er sterk bewijs is, bijvoorbeeld uit humane data, en ze specifieke studies moeten aanvechten, vragen ze de ruwe data op om daar zelf een analyse van te maken. Dat is meer werk, en kost ook meer geld. Ze veranderen dan wat aannames en eindpunten, en poetsen zo een positief resultaat weg, iets dat niet is moeilijk wanneer je de uitkomsten op voorhand kent. De fossiele industrie heeft op deze manier heranalyses laten doen van studies die een relatie vonden tussen benzeen en leukemie. Deze strategie werkt maar voor beperkte tijd: als er weer een nieuwe studie verschijnt, die wederom een verband vindt, begint het hele circus opnieuw.’

Wetenschap op bestelling

Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwongen op zoek naar geld buiten de universiteit, zoals bij overheidsprogramma's, buitenlandse partijen of het bedrijfsleven. De concurrentie om subsidiepotjes en private financiering zorgt ervoor dat academische onderzoekers vragen gaan stellen, die de agenda van de geldschieter dienen. Daar komt bij dat de regering, voornamelijk via het topsectorenbeleid, de samenwerking tussen wetenschap en het bedrijfsleven stimuleert. Follow the Money onderzoekt hoe de geldstromen lopen en wat deze ontwikkelingen voor effect hebben op de wetenschap.

Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail:

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Volgens Michaels is uitstel het belangrijkste dat de productverdedigers hun cliënten te bieden hebben: ‘Op lange termijn houden de verdedigingsstrategieën geen stand,’ schrijft hij. ‘Sommige zijn al lachwekkend om mee te beginnen. Maar van meet af aan is het belangrijkste doel twijfel te zaaien en tijd te kopen – soms veel tijd, zodat complete industrieën kunnen blijven floreren, of individuele bedrijven hun marktaandeel kunnen behouden terwijl ze nieuwe producten ontwikkelen.’

In zijn boek geeft Michaels een voorbeeld van zo’n ‘lachwekkende’ strategie. De eerder genoemde statisticus Anthony Cox stelde tijdens een hoorzitting in 2014, waar hij namens de American Chemistry Council sprak, dat silica, een stof die met name op bouwplaatsen  voorkomt, geen silicose kan veroorzaken – een vorm van stoflong, en de oudst bekende beroepsziekte van de longen. Silicose wordt echter per definitie veroorzaakt door blootstelling aan silica, merkt Michaels op, reden waarom de ziekte naar de stof is vernoemd.

Hoogleraar Martijn Katan leunt op het werk van Exponent

Op 8 november 2019 verscheen in NRC Handelsblad een column van emeritus hoogleraar voedingsleer Martijn Katan. Kort daarvoor was in Nederland een nieuwe, strengere norm ingevoerd voor PFAS-vervuiling in de bodem. De maatregel veroorzaakte ophef: veel bouwprojecten dreigden volledig tot stilstand te komen. Maar, zo vraagt de hoogleraar zich af, is PFAS wel een serieus probleem? Hij komt tot de conclusie dat op basis van de literatuur ‘PFAS weinig of geen effect heeft op de gezondheid van de mens’.

Katan schrijft in zijn column dat ‘een oorzakelijk verband tussen PFAS en kanker [..] twijfelachtig’ is. Op zijn eigen website vermeldt hij zijn bronnen. Daaruit blijkt dat Katan deze uitspraak doet mede op basis van een onderzoek dat is uitgevoerd door Exponent, en gefinancierd door PFAS-producent 3M. Die studie gebruikte 3M bij een rechtszaak waarin het bedrijf door de Amerikaanse staat Minnesota werd aangeklaagd wegens vervuiling van waterbronnen (uiteindelijk schikte 3M voor 850 miljoen dollar).

Michaels noemt het ‘wetenschappelijk plichtsverzuim’ om zulke conclusies te baseren op het werk van Exponent, in plaats van de onderliggende onderzoeken te raadplegen. Hij wijst op de zogeheten C8-bevolkingsstudies, die zijn voortgekomen uit letselschadezaken in de VS, en waarbij een panel van wetenschappers dat werd aangesteld door DuPont en advocaten van de klagers, tot de conclusie kwam dat het wel degelijk waarschijnlijk is dat PFOA (een van de PFAS-stoffen) kanker kan veroorzaken.

Follow the Money heeft Martijn Katan benaderd met de vraag of hij zich ervan bewust was dat hij studies van Exponent en 3M als bron gebruikte. Katan heeft FTM laten weten niet aan dit artikel te willen meewerken.

Lees verder Inklappen

Is wat deze bedrijven doen legaal?

‘Jazeker. Er bestaat geen wet tegen slechte studies. Ze maken handig gebruik van wetgeving die het bedrijfsleven beschermt. Zo lopen de betalingen voor dit soort studies vaak via een advocatenkantoor. Dat is omdat alle communicatie dan vertrouwelijk is, en beschermd wordt door wat in Amerika client-attorney privilege heet. Als de resultaten niet opleveren wat de opdrachtgever wenst, zullen conceptversies daarom nooit openbaar worden. Omdat de communicatie via een advocatenkantoor loopt, kan die informatie ook niet door rechtbanken of toezichthoudende instanties worden opgevraagd. Het is allemaal niet illegaal, maar ethisch gezien wel dubieus.’

In het EU-rapport waarop de markttoelating van de pesticide glyfosaat is gebaseerd, zitten meerdere studies van Exponent. Een daarvan gaat in op mogelijk negatieve effecten op de vruchtbaarheid. De studie weegt al het bewijs, en concludeert dat hoewel ‘wordt beweerd’ dat zulke effecten er zijn, de literatuur ‘geen solide bewijs [biedt] dat blootstelling [..] nadelige ontwikkelings- of reproductieve effecten heeft bij concentraties die in het milieu voorkomen’.

‘Deze tekst bevat alle elementen die we zojuist bespraken: het bewijs is er niet, en als het bewijs er al is, dan alleen bij veel hogere blootstellingen dan in het milieu voorkomen. Dit is waarom zo’n studie wordt betaald door Monsanto, en dit is ook waarom Exponent nog vaker opdrachten van Monsanto zal krijgen.’

De betreffende Exponent-studie is door de Europese toezichthouders geciteerd om bezwarende bevindingen van andere studies terzijde te schuiven.

‘Dit is een van de redenen dat ik dit boek heb geschreven: om de aandacht te vestigen op zulke bedrijven. Zelfs binnen de toezichthoudende organen worden de studies van productverdedigers niet voldoende herkend. Dit soort onderzoeken moeten met grote scepsis worden bezien. Als we de best mogelijke wetenschap willen hebben om de volksgezondheid te beschermen, moeten we ons niet verlaten op de interpretatie van data door wetenschappers die een financiële relatie hebben met de fabrikant, of zelfs afhankelijk zijn van het bedrijf.’

Exponent publiceert in peer-reviewed tijdschriften

Peer review is de methode die de wetenschap moet helpen haar kwaliteit te waarborgen: toetsing van onderzoek door collega’s, voordat de resultaten worden gepubliceerd. Studies van Exponent en andere productverdedigers komen op de argeloze lezer betrouwbaar over, omdat ze meestal zijn gepubliceerd in peer-reviewed tijdschriften. Met name twee titels blijken geliefd bij deze firma’s: Regulatory Toxicology and Pharmacology en Critical Reviews in Toxicology

Michaels noemt deze tijdschriften een ‘soort frontgroepen’ van de industrie. Hij beschrijft hoe de redacteuren van Regulatory Toxicology and Pharmacology elkaar in het verleden ontmoetten op het kantoor van Keller and Heckman, een advocatenkantoor in Washington dat voor de chemie- en plasticindustrie werkt. Ook zitten tussen de redacteuren een aantal bekende ‘twijfelzaaidoctoren’, waaronder Michael Dourson, die DuPont hielp bij de verdediging van PFAS.

Lees verder Inklappen

In 2016 huurde Monsanto Hill+Knowlton in om hen in Nederland te helpen hernieuwde toelating voor glyfosaat te verkrijgen. Details zijn schaars, maar we weten dat het bedrijf lijsten bijhield met de opvattingen van opinieleiders en Tweede Kamerleden over glyfosaat. Waarom zou Monsanto Hill+Knowlton hiervoor inschakelen?

‘Omdat Monsanto een pr-probleem heeft. Hill+Knowlton hakt al jaren met dit bijltje, en weet heel goed wat er gezegd moet worden om overheidsagentschappen te beïnvloeden. Ook kunnen ze contact leggen met opinieleiders, en bijvoorbeeld proberen om opiniestukken in kranten gepubliceerd te krijgen. Het gaat hier om campagnes die ten doel hebben de publieke opinie te beïnvloeden, waarbij het van belang is dat niet zichtbaar is dat Monsanto erachter zit. Monsanto heeft dit soort campagnes wereldwijd opgezet, met name nadat het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek [een agentschap van de WHO, red.] glyfosaat beoordeelde als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’. Veel hiervan is openbaar geworden dankzij rechtszaken in Californië, waarin Monsanto werd veroordeeld tot het betalen van hoge schadevergoedingen aan zieke mensen die met Roundup hebben gewerkt. Burgers kregen toen te zien wat Monsanto met bedrijven als Hill+Knowlton allemaal uitspookte, en waren daar ontsteld over.’

‘In sommige opzichten is financiering vanuit de industrie even verslavend als nicotine’

Is het niet schokkend dat veel bedrijven zo onethisch handelen?

‘Ik denk dat de ceo’s van deze bedrijven in veel gevallen oprecht niet geloven dat ze gevaarlijke producten verkopen. Ze hebben zichzelf, via een mechanisme dat in de psychologie ‘gemotiveerde redenering’ wordt genoemd, ervan overtuigd dat dit niet aan de orde is, en dat ze worden belaagd door milieuactivisten en overheidsagentschappen. Er is een bekend citaat van de Amerikaanse schrijver Upton Sinclair: “Het is moeilijk een man iets te laten begrijpen, wanneer zijn salaris ervan afhangt dat hij het niet begrijpt.” Dat is hier van toepassing. Deze mensen zijn zo verstrengeld met hun product, dat ze blijven beweren dat het veilig is, zelfs als dit totaal onethisch is.’

U pleit voor meer onafhankelijk onderzoek. Maar net als in de Verenigde Staten vindt ook in Nederland steeds meer academisch onderzoek plaats in samenwerking met de industrie. De trend gaat dus juist de andere kant uit.

‘Dat is ook zeer problematisch. Het komt soms voort uit de goedbedoelde gedachte dat de industrie voor het onderzoek moet betalen. Maar het resultaat is dat er een relatie ontstaat met de industrie, die het denken van academici beïnvloedt. We zagen bij de tabaksindustrie dat academici die met deze bedrijven samenwerkten, anders naar de data gingen kijken. In sommige opzichten is financiering vanuit de industrie even verslavend als nicotine. Stel dat je als universitair laborant een paar miljoen van een fabrikant krijgt om mensen in te huren en apparatuur te kopen voor een tweejarig onderzoek. Wat gebeurt er na die twee jaar? Je wilt liever niemand ontslaan, er zijn wellicht promovendi bij het betrokken, onderzoeksassistenten, postdocs die nu voor je werken; dus je hebt meer geld nodig. Bewust of onbewust denk je dan: “Ik moet aan de goede kant van de streep eindigen, en niks doen dat de financiers tegen het zere been kan stoten.”’

‘Voor de teloorgang van toezichthoudende instanties in de VS mogen we Trump in zekere zin dankbaar zijn’

Michaels beschrijft in zijn boek dat veel industrieën eigen onderzoeksinstituten hebben, van waaruit samenwerking met academici wordt gezocht; een model dat ook de tabaksindustrie hanteerde. Hij noemt de European Foundation for Alcohol Research als voorbeeld; dat is opgericht door de alcoholindustrie, en verstrekt beurzen aan ‘veelbelovende jonge onderzoekers’. ‘Door kleine bedragen te geven aan beginnende onderzoekers,’ schrijft Michaels, ‘die anders moeite zullen hebben om financiering te vinden, worden hun wetenschappelijke carrières mede vormgegegeven: hun onderzoek richt zich zo op de onderwerpen en methodiek die de industrie goedkeurt, en zij worden onderdeel van het  netwerk van de industrie.’

Hoe kunnen we ons wapenen tegen twijfelzaai-tactieken?

‘Voor de teloorgang van toezichthoudende instanties in de VS mogen we Trump in zekere zin dankbaar zijn. We zullen ze namelijk opnieuw moeten opbouwen. Voordat Trump aantrad, zag het er immers ook al niet rooskleurig uit.’

"Chemicaliën zijn geen mensen, en zouden ook niet dezelfde rechten moeten hebben"

‘OSHA, het agentschap waaraan ik leiding aan gaf, had grote moeite haar taken uit te voeren en chemicaliën te reguleren, vanwege de constante oppositie vanuit de industrie. Ook werden delen van de EPA en de landbouwagentschappen de facto aangestuurd door de landbouwlobby en de pesticiden-industrie. We moeten kijken hoe we deze agentschappen opnieuw kunnen opbouwen, op een manier die de volksgezondheid en het milieu werkelijk beschermt. We moeten dan af van de gedachte dat we voor elke chemische stof apart moeten bewijzen dat die schadelijk is. Neem PFAS. We hebben nog maar van twee van deze chemicaliën goede data over hun effect op de mens. Maar hoe zit het met de 4500 soortgelijke chemicaliën? We moeten deze stoffen als klasse behandelen, en tenzij er bewijs is dat ze veilig zijn, ze allemaal verbieden.’

PFAS zit in veel gebruiksartikelen, van pannen tot waterafstotende kleding. Er spelen grote economische belangen. Is het niet redelijk dat we voor een verbod hard bewijs vragen?

‘Dat klinkt redelijk, maar is erg fout. Er zijn slimme pr-mensen die het precies zo proberen te framen: onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Maar chemicaliën zijn geen mensen, en zouden ook niet dezelfde rechten moeten hebben. Toen ik leiding gaf aan OSHA, moesten we zoveel bewijs vergaren dat het er feitelijk op neer kwam dat we het aantal sterfgevallen aan het tellen waren. Dat deugt niet. Dat is simpelweg verkeerd. Als we het publiek willen beschermen, kan het zijn dat we in sommige gevallen overreguleren, en chemicaliën verbieden die achteraf toch veilig blijken te zijn. Maar het alternatief is dat we mensen blootstellen aan schadelijke stoffen. Naar mijn mening doen we er beter aan mensen te beschermen, in plaats van chemicaliën.’

Vincent Harmsen
Vincent Harmsen
Schreef over dieselgate en de Monsanto Papers; onderzoekt voor FTM de lobby achter vervuilende en ongezonde industrieën.
Gevolgd door 1349 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren