Staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) geeft een toelichting op het Nationaal Preventieakkoord dat Nederland gezonder moet maken, 23 november 2018.
© ANP/Koen van Weel

Een belasting op suikerhoudende frisdrank kan helpen in de strijd tegen overgewicht, aldus Paul Blokhuis, de staatssecretaris van Volksgezondheid. Toch gaat hij deze kabinetsperiode geen suikertaks invoeren omdat hij vastzit aan slappe afspraken met het bedrijfsleven. Volgens politicoloog Herman Lelieveldt toont deze gang van zaken het failliet van akkoorden en convenanten met lobbyclubs.

Vorige week stuurde staatssecretaris Paul Blokhuis een al in december toegezegd rapport over een suikertaks naar de Tweede Kamer. Daarin vergelijkt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de invoering van zo’n taks in Engeland, Frankrijk en Noorwegen. De conclusies van het RIVM: ‘De verkoop van belaste dranken is gedaald in alle drie de landen’ en deze belasting kan een onderdeel zijn ‘van een integrale aanpak om overgewicht te reduceren’. 

In zijn brief aan de Kamer neemt Blokhuis die conclusies over: ‘Het goedkoper maken van het gezonde alternatief en duurder maken van minder gezonde producten via een trapsgewijze suikertaks zie ik op termijn als een perspectiefvol instrument om de consument te helpen kiezen voor gezondere alternatieven.’ 

Toch laat Blokhuis in dezelfde brief weten – in een goed verstopt zinnetje – dat hij die suikertaks niet invoert: ‘Ik kies op dit moment niet voor deze maatregel omdat ik in het Nationaal Preventieakkoord andere afspraken heb gemaakt over suikerreductie.’ 

Feitenvrije politiek

Dat Blokhuis juist in een brief bij een rapport vóór een suikertaks zegt die niet in te voeren, leidde tot een kleine storm op sociale media (met dank aan de NOS die een misleidende kop boven het nieuwsbericht plaatste). Weldenkende twitteraars als econoom Bas Jacobs en microbioloog Rosanne Hertzberger spraken hun afschuw uit over de feitenvrije politiek van de staatssecretaris. Maar lezers van Follow the Money weten dat zijn standpunt geheel in lijn is met de politieke realiteit waarmee hij te maken heeft.

Weldenkende twitteraars spraken hun afschuw uit over de feitenvrije politiek van de staatssecretaris

Deze zomer lieten we immers zien hoe het bedrijfsleven een belasting op suiker uit het akkoord lobbyde, en er ook voor zorgde dat Blokhuis die niet alsnog kon invoeren omdat coalitiepartij VVD dat blokkeerde. En niet veel later bleek dat het precies zo ging met maatregelen tegen roken

Het is deze politieke blokkade die Blokhuis niet kan doorbreken, hoe doortimmerd de rapporten van het RIVM ook zijn.

Dat lobbygroepen een luisterend oor proberen te vinden bij politici, en dat het bedrijfsleven daarmee vooral succes heeft bij de VVD, kan voor niemand een verrassing zijn. Gerry van der List, columnist van Elsevier, vond de bevindingen van Follow the Money dan ook een storm in een glas water. Over de rooklobby schreef hij: ‘Als The Investigative Desk had ontdekt dat [VVD-kamerlid, red.] Hayke Veldman steekpenningen had ontvangen van Philip Morris, was dat pas echt nieuws geweest en was er echt reden voor verontwaardiging geweest. Quod non.’ Voor het overige noemt Van der List lobbyen ‘de gewoonste zaak van de wereld’. 

Van der List gaat eraan voorbij dat bedrijven veel makkelijker en vaker dan andere organisaties toegang zoeken en krijgen tot de politiek. Politici moeten daar rekening mee houden, en zich ook steeds weer afvragen hoe de meningen van lobbyclubs zich verhouden tot die van hun eigen kiezers. Ze zouden daarom over deze contacten veel transparanter moeten zijn. 

Wat dat betreft kan de VVD nog wel wat bijleren: tijdens mijn onderzoek naar de totstandkoming van het Nationaal Preventieakkoord voelden Hayke Veldman en zijn woordvoerders zich op geen enkel moment geroepen te reageren op mijn e-mails en telefoontjes.

We moeten ons dus niet verbazen over de opstelling van de VVD, de grootste regeringspartij. Die vindt het kennelijk geen enkel probleem dat er nu weer een nieuwe generatie dikkerds opgroeit die gemiddeld (!) een halve liter frisdrank per dag drinkt en maar liefst minstens 25 procent van alle aan voedingsmiddelen toegevoegde suikers binnenkrijgt via frisdrank. Een regeringspartij die van de frisdranklobby zeker niet zal horen dat glaasjes fris niet alleen slecht zijn voor je gewicht, maar óók voor je tanden. En een regeringspartij die zich kennelijk niet realiseert dat we met zijn allen – via de collectief gefinancierde gratis mondzorg – de tandartsrekeningen van deze jongeren betalen (terwijl nu juist de VVD er steeds op hamert dat de solidariteit voor ons collectief gefinancierde zorgstelsel onder druk staat).

De VVD vindt het geen probleem dat weer een nieuwe generatie dikkerds gemiddeld (!) een halve liter frisdrank per dag drinkt

Maar misschien nog wel het allergekste aan de opstelling van de VVD is dat de frisdrankensector zich helemaal geen zorgen hoeft te maken. Omdat de ervaringen in het Verenigd Koninkrijk laten zien dat er net zoveel dranken worden verkocht als vroeger, zij het met veel minder suiker, en omdat daarmee waarschijnlijk ook nog meer winst te maken valt. 

Nog een laatste poging dan: Beste VVD'ers, een suikertaks is een win-winmaatregel, echt waar! 

En hoe zit het met de andere coalitiepartijen? Het kan toch niet zo zijn dat de coalitie zou struikelen omdat CDA, D66 en ChristenUnie hun steun uitspreken voor een evident effectieve maatregel? 

Tandenknarsend

Vergeef me de vergelijking, maar stel je voor dat Hugo de Jonge een RIVM-rapport over de verspreiding van het coronavirus naar de Kamer stuurt waarin staat dat in cafés en restaurants schermen tussen de tafels het meest effectief zijn. En vervolgens schrijft hij die maatregel niet in te voeren omdat hij al met Koninklijke Horeca Nederland andere afspraken heeft gemaakt, die volgens de branche zelf minstens zo effectief zijn. Zo is het gelukkig niet gegaan. Maar zo ging het dus wel bij het Nationaal Preventieakkoord: Een staatssecretaris die de Kamer tandenknarsend moet meedelen de suikertaks niet in te voeren terwijl het bewijs voor de effectiviteit staat als een huis. 

Eén ding is zeker. De Tweede Kamer is vier jaar lang buitenspel gezet omdat afspraken over preventiebeleid zogenaamd veel sneller en effectiever tot stand komen via een vrijwillig akkoord. Dat is een illusie gebleken. Een assertieve Kamer geeft daarom na de verkiezingen niet weer de macht uit handen aan de polder en keert zich tegen al die akkoorden en convenanten die vooral vol goede intenties staan, maar nooit afdwingbaar zijn. 

Willen we Nederland echt gezonder maken, dan hebben we wetten en regels nodig. Het preventieakkoord kan in de prullenbak. 

Herman Lelieveldt
Auteur van ‘De Voedselparadox’. Onderzoekt voor FTM de machten en krachten die bepalen wat er op ons bord komt.
Gevolgd door 829 leden