Het geweldsmonopolie van de Nederlandse staat is in gevaar. Door de passieve houding van de Nederlandse staat is de markt van private piratenjagers veranderd in een schimmige bedoening. Dieuwertje Kuijpers dook voor Follow the Money in de wereld van Vessel Protection Detachments en doet uitgebreid verslag.

    Wie bewaakt onze koopvaardijschepen? Door verregaande bezuinigingen is het Nederlandse ministerie van Defensie simpelweg niet in staat in te spelen op de ontwikkelingen op de private veiligheidsmarkt. Hierdoor lijkt er een belangenspel te zijn ontstaan tussen reders (georganiseerd binnen het KVNR) en verzekeraars (AON). Zolang het ministerie van Defensie vanuit de politiek geen mandaat krijgt om zélf op te treden als kwaliteitsregister, zal deze leegte worden opgevuld door militaire consultantbedrijfjes gerund door Nederlandse ex-generaals.

    Het probleem is daarbij dat dergelijke bedrijfjes handelen vanuit een winstoogmerk en zullen gaan voor de goedkoopste oplossing. In een vrije markt is de goedkoopste oplossing de best verzekerbare oplossing. Als de Tweede Kamer nog langer blijft doortukken, kan het zo zijn dat verzekeraars — en niet Defensie — zullen bepalen wat de eisen moeten zijn voor een privaat boardingteam. Gevolg: effectieve verdamping van het Nederlandse geweldsmonopolie.

    Basistaken in het geding

    Door krimpende defensiebudgetten worden diverse Westerse landen, waaronder Nederland, in toenemende mate geconfronteerd met de vraag in hoeverre de krijgsmacht haar taken nog kan uitvoeren. Een van de basistaken van de Nederlandse krijgsmacht is het beschermen van de Nederlandse scheepvaart en in bredere zin van Europese handelsroutes. Om deze reden is de Koninklijke Marine sinds 2008 actief in de Golf van Aden met de anti-piraterijmissie. Om de Nederlandse scheepvaart tegemoet te komen, is er via de Koninklijke Marine de mogelijkheid om Vessel Protection Detachements (VPDs) aan te vragen.

    Toch is dit niet genoeg.

    Volgens Tineke Netelenbos, voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), is de Nederlandse regering niet in staat om de zorgplicht te vervullen voor schepen die onder Nederlandse vlag in risicogebied varen. Zo wordt een meerderheid van de aanvragen, volgens Clingendael zo’n 65 procent, afgewezen en zorgt de beperkte mate van flexibiliteit voor veel problemen in een sector waar tijd gelijk staat aan geld. De wet staat vooralsnog het inzetten van private beveiligers niet toe. Netelenbos is van mening dat Den Haag niet 'uitgebreid [moet] gaan zitten' voor nieuwe wetten en regels, want 'de situatie is onhoudbaar'.

    Deze urgentie wordt ook gevoeld door oud-MIVD-opperhoofd Pieter Cobelens. Hij spreekt zijn verbazing uit dat 'betrouwbare bedrijven geen businesscase kunnen maken op mogelijke inzet als de mariniers niet kunnen'. Hij verwijst in zijn reactie op een artikel in het Financieele Dagblad naar de noodzaak van certificering door Defensie van dit soort bedrijven.


    Tineke Netelenbos, voorzitter KNVR

    "Den Haag moet niet uitgebreid gaan zitten voor nieuwe wetten en regels: de situatie is onhoudbaar"

    Dit laatste klinkt heel aannemelijk. De mogelijkheid voor private beveiligers aan boord zou gepaard moeten gaan met een aantal strikte randvoorwaarden. Gelet op de democratische noodzaak van een exclusieve zwaardmacht bij de overheid en het garanderen van een verantwoordelijkheidslink tussen overheid en burger in het toepassen van geweld, is deze controle essentieel. Zodra macht immers eenmaal is gedelegeerd aan derden, is het moeilijk, zo niet onmogelijk, deze weer terug te vorderen. Als er dan toch private beveiligers worden ingezet op schepen, zal er een raamwerk met kwaliteitseisen nodig zijn waaraan Nederlandse contractors moeten voldoen, alvorens zij gecertificeerd kunnen worden door Defensie.

    Precies hier wringt de schoen.

    Certificeringsraamwerk schiet tekort

    Het ontbreekt de Marine na meerdere bezuinigingsrondes aan de middelen om te kunnen voldoen aan de VPD-aanvragen, noch kan zij gehoor geven aan de behoeftes van flexibele inzet. Belangrijker nog, zij heeft eveneens niet de capaciteiten in huis om een degelijk certificeringsraamwerk op poten te zetten en te handhaven. Beoogde certificering zal daarom via het Ministerie van Veiligheid en Justitie lopen, en voor het gemak heeft men een relatief nieuw ISO-standaard in de maak geadopteerd (ISO/PAS 28007).

    Het probleem met deze standaard is dat deze (1) niet is opgesteld in samenspraak met academici, NGO’s en andere stakeholders en (2) geen enkele gedragscode wordt meegegeven. Zo zijn militairen strikt gebonden aan bepaalde internationale regels, waaronder het respecteren van mensenrechten. Precies dit soort regels zijn niet opgenomen in deze ISO-standaard. Zoals in de brief van minister van der Steur staat: 'Het ministerie van Defensie zal alleen betrokken worden in de toekenning van VPD’s'. 'Dit komt feitelijk neer op een extra hokje om aan te kruisen op het reeds bestaande aanvraagformulier,' aldus een marine-officier.

    Het is begrijpelijk dat Defensie niet veel extra taken op zich kan nemen. Met name de Marine is voornamelijk bezig het hoofd boven water te houden en probeert verdere afstoot van capaciteiten te voorkomen. Bestaat er nu het risico dat Defensie hierdoor buiten spel wordt gezet wanneer het gaat om de meest traditionele taak, namelijk het beschermen van Nederlandse koopvaardijschepen?

    Schijnpetten

    Het heeft er alle schijn van dat 'niet-lullen-maar-poetsen-spelers' in hun vel, zoals Netelenbos en Cobelens, hun kans schoon zien. Zo weten zij prima hun weg te vinden naar de rondetafelgesprekken (bedoeld om Kamerleden te informeren) zoals ook bleek uit de sprekerslijst van 13 april jl. Met name de sprekers onder de kop 'militairen' is interessant: van de drie aanwezige officieren verdienen er twee (nl. eerder genoemde Cobelens en Hijmans, via P-trap) hun geld in de private piratenjagerij. Hoewel zij aan de Kamerleden gepresenteerd worden als 'militairen', is het nogal wiedes dat deze officieren buiten dienst vooral zichzelf en hun bedrijfjes vertegenwoordigen. Het ministerie van Defensie bevestigt dat Cobelens en Hijmans daar zaten op uitnodiging van de Kamer, níet op uitnodiging of namens Defensie.

    Het is nogal wiedes dat deze officieren buiten dienst vooral zichzelf en hun bedrijfjes vertegenwoordigen

    Dat onder meer Cobelens als 'militair' in plaats van de meer passende (piraten)pet van 'bedrijfsleven' tijdens een hoorzitting in de Kamer openlijk kan voorsorteren op een voor hem zo lucratief mogelijke optie, die tegelijkertijd op gespannen voet staat met de taken en verantwoordelijkheden van Defensie, is tekenend. De Tweede Kamer ligt te tukken. Want je kunt niet verwachten dat bedrijven miljoenen laten liggen door niet in te spelen op de uitermate lucratieve en groeiende veiligheidsvraag in de markt. Zij lobbyen zich een weg door de Haagse gangen om dit voor elkaar te boksen. Feit dat zij op uitnodiging van de Tweede Kamer als 'militairen' mogen spreken laat niet alleen zien dat deze lobby succesvol is, maar dat de staat van militaire dienst open en bloot ten overstaan van de Tweede Kamer wordt aangewend voor persoonlijk financieel gewin.

    Extra navraag in het veld (bij zowel marine-officieren als private spelers) bevestigt het beeld dat een goed gevulde portemonnee een hogere prioriteit heeft dan het belang van de krijgsmacht. Met name het plan van Cobelens bestaat uit een voorsortering (via zijn consultantbedrijf M4B)  op een samenwerking tussen Restment (een Israëlische contractor waar Cobelens zelf voor werkt) en verzekeraar AON.

    Het beeld dat een goed gevulde portemonnee een hogere prioriteit heeft dan het belang van de krijgsmacht, wordt bevestigd

    Zonder rigide markttoezicht en politieke oplettendheid zou dit in de praktijk kunnen betekenen dat zowel Restment als AON een substantieel marktaandeel in de private maritieme beveiliging zouden kunnen verwerven, waarbij de uitvoering en mogelijk ook de training via Israëlische subcontractors verloopt. Dergelijke constructies zorgen er voor dat het geweldsmonopolie volledig uit het zicht en buiten overheidscontrole zal worden toegepast op Nederlandse schepen. Resultaat: de uitvoering van de zwaardmacht wordt zo afhankelijk van (buitenlandse) bedrijven wier prioriteiten vooral liggen bij het verzilveren van hoge marktprijzen, in plaats van het garanderen van de Nederlandse staatsveiligheid.

    Rol van verzekeraars

    Het verschil in prioriteiten (namelijk cash vs constitutie) is met name te zien in de rol die verzekeraars innemen. Zo zag laatstgenoemde verzekeraar AON reeds in 2008 een gat in de markt en biedt zij sinds enkele jaren verzekeringen aan tegen piraterij, en profileert zij zich binnen de markt als dé expert op het gebied van maritieme verzekeringen. AON is er dan ook als de kippen bij om te melden dat de premie voor de regio West Afrika met 'tientallen procenten' stijgt. Doordat in andere Europese landen private beveiliging is toegestaan, en onder het zeerecht het verplicht is voor schepen zich te verzekeren, zagen Nederlandse verzekeraars hun buitenlandse concurrenten er met de premiebuit vandoor gaan. 

    Nederlandse verzekeraars zagen buitenlandse concurrenten er met de premiebuit vandoor gaan

    Dit was reden voor verzekeraars om een keihard lobby-offensief in Den Haag te starten voor de juridische mogelijkheid tot gewapende beveiliging aan boord. Alleen op deze manier kunnen zij de aanwezigheid van gewapende beveiliging als dekkingsvoorwaarde opnemen in de polis. Door het ontbreken van deze voorwaarde, gingen Nederlandse schepen vaak onder een vreemde vlag varen; namelijk onder de vlag van een land waar wél gewapende beveiliging was toegestaan. Hierdoor kwam de concurrentiepositie van Nederlandse verzekeraars ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten in gevaar. 

    Niet alleen loopt Nederland achter op Europa, maar ook worden reders op deze wijze haast 'gedwongen' om een 'Rambo' in te huren, aldus minister Schultz van Verkeer & Waterstaat in het Algemeen Dagblad, die hiermee letterlijk (woord voor woord) de redenering van de Verbond van Verzekeraars en de KVNR herhaalde. Hier uit blijkt wederom dat de verzekeraars hun weg buiten Defensie om prima weten te vinden.

    Het bloed kruipt tenslotte waar het niet gaan kan

    Het bloed kruipt tenslotte waar het niet gaan kan. Het is een feit dat Nederlandse rederijen worden geconfronteerd met een tegenstrijdige technocratische spaghetti van diverse internationale wetgeving, wat in de dagelijkse praktijk van internationale scheepvaart het verschil tussen een miljoen winst en een miljoen verlies kan betekenen. Zolang scherp certificeringstoezicht vanuit Defensie uitblijft, zal de markt onherroepelijk voldoen aan de beveiligingsvraag. Gedreven door winst zal de goedkoopste en meest pragmatische oplossing komen te liggen bij de best verzekerbare optie. Mogelijk gevolg: verzekeraars zullen hun investering willen beschermen en eisen gaan stellen aan de kwalificaties van een privaat boardingteam. 'Een mandaat dat bij Defensie hoort te liggen,' aldus een bezorgde marine-officier.

    Toekomstmuziek

    Het feit dat er zoveel geld mee gemoeid is, zou het ministerie van Defensie juist attent moeten maken op het drammerige ongeduld van diverse spelers die er (1) ofwel een belang bij hebben de huidige clientèle tevreden te stellen (zoals verzekeraars) (2) ofwel hun kans schoon zien zelf wel even een (voor zichzelf lucratief) raamwerk op te zetten, aangezien 'de overheid' te lang op zich laat wachten.

    Doordat diverse spelers in het veld, zoals Netelenbos en Cobelens, er op aansturen om pragmatisch voor te sorteren — en ondertussen Defensie niet de middelen en capaciteiten heeft een raamwerk te creëren of te handhaven — stevenen we af op een monopolie waar één of twee spelers (overigens zeer lucratieve) opdrachten voor hun rekening nemen, en deze vervolgens uitbesteden aan buitenlands team waar Defensie verder geen zicht op heeft.

    Het geweldsmonopolie is alleen bij de Nederlandse staat te houden als de staat en het parlement scherp blijven en hun poot stijf blijven houden inzake certificering

    Het geweldsmonopolie is alleen bij de Nederlandse staat te houden als de staat en het Nederlandse parlement scherp blijven en hun poot stijf blijven houden inzake certificering. De afwachtende houding vanuit de politiek, maar ook vanuit door ondercapaciteit geplaagde Marine, zorgt dat een dergelijke militaire certificering uitblijft. Mede hierdoor is een verziekte incentive-structuur ontstaan binnen de private veiligheidssector, omdat er geen enkele winst valt te behalen bij samenwerking. Informatie wordt dicht tegen de borst gehouden, en een ieder die zich erin begeeft dient op zijn of haar woorden te passen: elk beetje informatie kan een nieuw stukje informatie zijn waarmee de concurrentiepositie kan worden versterkt. Een transparante branche-organisatie met strikt toezicht vanuit Defensie blijft vooralsnog toekomstmuziek.

    Gevolg: De private sector is een schimmige bedoening waar kleinere bedrijven elkaar continu vliegen (en klusjes) afvangen. Door de passieve houding van de Nederlandse staat, is er geen enkele incentive om samen te werken: regelgeving staat al snel gelijk aan verlies in flexibiliteit en dus geld. Ex-politici en ex-militairen zien terecht een gat in de markt met privaat piratenjagen, de vraag is of het wenselijk is dat zij tegelijkertijd het geweldsmonopolie van de staat als buit binnenhalen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 951 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Volg Dieuwertje Kuijpers
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De huurlingen van defensie

    Gevolgd door 132 leden

    Follow the Money doet onderzoek naar de privatisering van defensie door de Nederlandse overheid. Welke private partijen worde...

    Volg dossier