© ANP / Jerry Lampen

Problemen bij Careyn tonen de grenzen van bezuinigen op zorgpersoneel

    Zorgorganisatie Careyn balanceert op de rand van de financiële afgrond. Met name het hoge verzuim en gebrek aan gekwalificeerd personeel bedreigen nu acuut de al langer kwakkelende organisatie. De extra gelden die Careyn van VWS ontving voor de verpleeghuiszorg blijken geen luxe: de grenzen van bezuinigen op zorgpersoneel zijn bereikt.

    Careyn, een van de grootste zorgorganisaties in Nederland, balanceert op het randje van een faillissement. Dat maakte het Algemeen Dagblad halverwege augustus bekend. Al jaren lijdt de organisatie, die onder meer 29 verpleeghuizen runt, verlies. Volgens de begroting zou Careyn in 2017 weer zwarte cijfers moeten gaan schrijven, maar gedurende de afgelopen maanden bleek dat een flinke miscalculatie. Het AD meldt dat de begroting gebaseerd was op veel te rooskleurige inschattingen over het verzuim en de productiviteit van het personeel. 

    Een bovengemiddeld hoog verzuimpercentage en achterblijvende productiviteit kosten Careyn dit jaar namelijk zo’n 10 miljoen euro extra. Met de extra gelden die staatssecretaris Martin van Rijn de afgelopen maanden toezegde, kan het verlies ternauwernood beperkt worden: de huidige verwachting luidt 2,2 miljoen euro over 2017.

    Bovendien staat de instelling onder verscherpt toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vanwege problemen in de verpleeghuizen. Een gebrek aan voldoende gekwalificeerd personeel en de hoge werkdruk leidden volgens de inspectie tot zorgen over kwaliteit en veiligheid voor bewoners. Daarbij zijn ook de dossiers niet op orde. De inspectie doet op 1 september uitspraak over Careyn. 

    In 2012 was Careyn nog een redelijk welvarende organisatie

    Reorganisatie 

    In 2012 was Careyn nog een redelijk welvarende organisatie met een stevige reserve van 67 miljoen euro op de balans en een weerstandsvermogen van bijna 26 procent – netjes boven de norm. De problemen bij Careyn ontstonden het jaar daarop: door het kabinetsbeleid, waarin bezuinigingen op de langdurige zorg centraal stonden, liepen de inkomsten terug. In eerste instantie met 13 miljoen euro, een bescheiden verlies op een omzet van 468 miljoen euro (in 2012). Maar in de twee jaar die daarop volgden zou Careyn door de effecten van het kabinetsbeleid en het afstoten van verschillende bedrijfsonderdelen nog eens 108 miljoen euro aan omzetverlies te verwerken krijgen.

    Met die donkere wolken in het vooruitzicht werd een flinke reorganisatie ingezet, waarbij in eerste instantie zo’n duizend banen geschrapt werden en in 2015 nog eens 350 FTE verdween. Tegelijkertijd veranderde de samenstelling van de bewoners van verpleeghuizen. Door het nieuwe beleid komen alleen ‘zware gevallen’ nog in aanmerking voor een plaats.

    Met minder personeel werden weliswaar ook minder bewoners verzorgd, maar die bewoners hadden relatief wel meer verzorging nodig. Daarnaast besloot Careyn, net als veel andere zorgorganisaties, om zelfsturende teams in te voeren in de organisatie. Zo kregen werknemers meer taken en verantwoordelijkheden op hun bord.

    De oplopende werkdruk vertaalde zich in stijgend ziekteverzuim. Lag het verzuimpercentage in 2013 nog op 7,3 procent, in 2015 was het opgelopen tot 8,9 procent — bijna anderhalf keer het landelijk gemiddelde (6,01 procent).

    "Investeringen kosten geld — en dat geld was domweg niet beschikbaar"

    In het licht van de bezuinigingen is het weinig verrassend dat Careyn er niet in slaagde de problemen met het ziekteverzuim op te lossen. Daarvoor waren namelijk investeringen nodig om onderbezetting, werkdruk en een te laag geschoold personeelsbestand op te lossen. Maar investeringen kosten geld — en dat geld was in een markt waarin de inkomsten alleen maar terugliepen domweg niet beschikbaar.

    Niet uniek 

    Hoewel de problemen bij Careyn deels voortkomen uit keuzes die de bestuurders genomen hebben, illustreren ze een veel breder probleem in de sector: de bezuinigingen van de afgelopen jaren hebben een steeds grotere druk op het verzorgend en verplegend personeel gelegd. De schrijnende verhalen in de media over verpleeghuizen waar bewoners uren in hun eigen ontlasting zitten waren daar de eerste signalen van. Dat de kwaliteit in het geding kwam was al bekend. Nu blijken de gevolgen van die werkdruk, de kosten van verzuim en tegenvallende productiviteit van werknemers, zich ook te vertalen in financiële tegenvallers. 

    Hoewel Careyn — samen met collega’s als Amstelring, Laurens, en het Leger des Heils — al jaren op de lijst van verlieslijdende zorginstellingen staat, zijn de problemen met personeel niet uniek. Eind 2016 publiceerde branchevereniging Actiz haar jaarlijkse benchmark; het achterliggende rapport, getiteld ‘Kennis en Wijsheid’, werd gedomineerd door problemen rond werkdruk, verzuim en personeelstekort.

    Zo staat in het rapport dat werknemers net als in het voorgaande jaar problemen hebben met de aanvaardbare werkdruk. De zogenoemde ‘vertrekgeneigdheid’ onder werknemers is tussen 2015 en 2016 zelfs fors gestegen. Dat wil zeggen dat meer zorgwerkers zoek zijn naar een andere baan. Het personeel blijkt wel plezier in het werk te houden, maar dat is volgens de rapportage vooral te danken aan de motivatie om voor cliënten te zorgen.

    Ondertussen blijkt uit de zogeheten promotorscore dat er bij werknemers steeds meer ontevredenheid heerst over hun eigen zorgorganisatie. Die score geeft weer in hoeverre zorgverleners hun organisatie zouden aanbevelen aan anderen: in 2012 was het aantal werknemers dat hun organisatie zou aanbevelen nog 60 procent en het aantal criticasters 40 procent. Sinds 2014 is die verhouding precies omgedraaid.

    Er heerst steeds meer ontevredenheid bij werknemers over hun eigen organisatie

    Visie en ambitie

    Ook de score op ‘gedragen visie en ambitie’ is onder personeel niet hoog, en is ook nog eens flink gedaald. ‘Medewerkers geven daarmee het signaal af dat niet duidelijk is wat de doelstellingen van de organisatie zijn,’ zo stelt de rapportage. Opvallend is het grote verschil tussen verplegend en verzorgend personeel en het management en bestuur: die laatste groep scoort fors hoger op het onderdeel gedragen visie en ambitie.

    Uit de rapportage van Actiz blijkt bovendien dat het aanwezige personeel nog niet goed is aangepast op de steeds zwaardere zorg die zij moet verlenen. Het gros van het personeel is opgeleid om bewoners te verzorgen met een zogeheten ‘zorgzwaarte niveau 3’, Maar inmiddels worden de verpleeghuizen steeds meer bevolkt door cliënten met een zorgzwaarte van niveau 5. Dat vergt investeringen in opleiding en aantrekken van nieuwe krachten, aldus Actiz, maar juist die investeringen zijn door de bezuinigingen op de langdurige zorg de afgelopen jaren achtergebleven. Tot slot is het ziekteverzuim opnieuw sectorbreed gestegen: waar in 2013 nog een percentage van 5,7 gold, ligt het verzuim in 2015 gemiddeld op 6,01 procent. 

    Hoewel instellingen hun financiën in eerste instantie op orde hebben, waarschuwt Actiz dat de financiële gezondheid niet duurzaam lijkt te zijn: ‘Organisaties hebben moeite het hoofd boven water te houden. Veelal zijn de financiën op korte termijn op orde, maar op de langere duur komen organisaties in de problemen.’

    Zo staat de winstmarge van instellingen flink onder druk, zijn afschrijvingen gedaald en zijn de investeringen het afgelopen jaar gehalveerd. En juist die investeringen zijn noodzakelijk om de problemen met werkdruk en voldoende geschoold personeel op te lossen, zo stelt het rapport. 

    Wet van Baumol

    Dat bezuinigingen op arbeidsintensieve zorg als de verpleeghuiszorg snel hun grenzen bereiken is logischer dan de ambitieuze plannen van het kabinet Rutte II deden vermoeden. Dat komt doordat het erg moeilijk is om de arbeidsproductiviteit van verzorgend en verplegend personeel te verhogen. Zodoende wordt de zorg als vanzelf steeds duurder ten opzichte van de rest van de economie.

    Het werk van verzorgers en verplegenden valt nauwelijks nog te automatiseren

    De Amerikaanse econoom William Baumol beschreef hoe dat werkt. De zogenaamde ‘wet van Baumol’ laat zien dat sectoren in de economie waar de arbeidsproductiviteit moeilijk te verhogen valt, relatief steeds duurder wordt wanneer in de rest van de economie de productiviteit juist stijgt. Door technische ontwikkelingen in de industrie, is bijvoorbeeld de productiviteit van een medewerker in een autofabriek de afgelopen vijftig jaar explosief gestegen. Maar een kapper knipt nog net zoveel haar in een uur tijd als in 1900. De stijgende lonen in de steeds productievere sectoren van de economie drijven ook het niveau van de andere lonen op. Zo wordt arbeid die niet geautomatiseerd kan worden steeds duurder. 

    Het werk van verzorgers en verplegenden valt nauwelijks nog te automatiseren; het is niet gezegd dat daar in de toekomst echt betekenisvolle verandering in komt. Hoewel robotspeeldiertjes het goed doen in bejaardencentra, zijn robots voorlopig nog niet in staat een vuile onderbroek te verschonen of een verlamde persoon op de juiste wijze uit bed te tillen. En de volautomatische wasstraat voor ouderen en gehandicapten is niet alleen niet op korte termijn in zicht; ook de wenselijkheid ervan valt te betwijfelen. 

    De wet van Baumol zou een eye-opener moeten zijn voor politici: het relatief stijgen van arbeidskosten in de zorg is een logisch gevolg van de stijging van productiviteit in andere sectoren. Teveel druk op de lonen, waarschuwt Baumol, zorgt ervoor dat het moeilijk wordt om gekwalificeerd en bekwaam personeel te werven en te behouden. Daarmee komt direct ook de kwaliteit van die arbeid onder druk te staan. Er zit immers logischerwijs een grens aan de te behalen efficiëntie. Dat zijn precies de problemen die op dit moment spelen in de ouderenzorg.

    Stoplap

    Staatssecretaris Martin van Rijn, voor wie het debat over de ouderenzorg wel heel persoonlijk werd toen een bejaarde kennis van hem op televisie de noodklok luidde over het verpleeghuis waar zijn eigen moeder woonde, heeft dan ook maatregelen moeten nemen. De aanvankelijk geplande bezuinigingen lagen zo rond de 2,3 miljard euro. Vorig jaar moest Van Rijn 500 miljoen daarvan terugtrekken naar aanleiding van de problemen in de verpleegzorg. Dit jaar stak de staatssecretaris eerst 100 miljoen in de meest noodlijdende verpleeghuizen. Daarvan kreeg Careyn 8 miljoen euro. 

    "Om de effecten van vergrijzing op te vangen zou structureel 2,1 miljard euro nodig zijn"

    Voor de diepe problemen bij die instelling is dat bedrag echter niet meer dan een stoplap. Om de personeelsproblemen duurzaam op te lossen is er duidelijk een hoop meer geld nodig.

    Naar aanleiding van alle media-aandacht voor de problemen in de ouderenzorg besloot VWS bovendien meer geld structureel vrij te maken voor de ouderenzorg: 100 miljoen in 2017, en 435 miljoen in 2018. Het CPB berekende dat om ook de toenemende effecten van vergrijzing op te vangen op termijn 40.000 nieuwe werknemers nodig zijn in de sector. Daarvoor zou structureel 2,1 miljard euro nodig zijn. De bezuinigingen zijn daarmee in feite volkomen geneutraliseerd: er komt zelfs geld bij. Maar of dat geld ook daadwerkelijk vrijgemaakt zal worden en of het voldoende zal blijken om de flinke investeringen in de ouderenzorg ook op te brengen, is vooralsnog de vraag.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eelke van Ark

    Gevolgd door 1188 leden

    Eelke vond vanuit de Achterhoek de weg naar Follow the Money. Ze heeft zich vastgebeten in het Nederlandse zorgstelsel.

    Volg Eelke van Ark
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren