Baka zijn semi-nomadische jager-verzamelaars die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van het regenwoud.
© Survi

Prooi voor een jagend Wereld Natuur Fonds

    Het Wereld Natuur Fonds probeert midden in het Congolese regenwoud met geld van Nederlandse donoren een nieuw nationaal park te stichten. Eentje waar mensen niet welkom zijn, zo blijkt, zelfs niet als ze er al sinds het begin der tijden wonen. ‘Ecoguards sloegen mijn broer met een machete en sneden in zijn rug, tot op het bot.’

    ‘Een stuk regenwoud waar de mens nog niet is gearriveerd. (Een gebied) waar nog nooit een boom is omgehakt.’ Zo karakteriseerde de Volkskrant enkele jaren geleden een afgelegen bosgebied in het noorden van Congo. Het bos van Messok Dja, een hotspot voor bedreigde diersoorten als de laaglandgorilla, de chimpansee en de bosolifant, wordt vaak omschreven als een van de laatste stukken ongerept oerwoud in Afrika. Wildernis in het hart van een rap veranderend continent. Het Wereld Natuur Fonds (WNF/WWF) doet haar uiterste best om dat zo te houden. De natuurorganisatie wil dat Messok Dja een permanente beschermde status krijgt.

    Toch is Messok Dja minder idyllisch dan het lijkt. Er leven ook enkele honderden Baka-pygmeeën, semi-nomadische jager-verzamelaars die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de rijkdommen van het regenwoud. De Baka zijn de oorspronkelijke bewoners van het bos - hun geschiedenis daar gaat honderden jaren terug. In haar poging een natuurpark te stichten schendt het WWF veelvuldig de rechten van de Baka, stelt mensenrechtenorganisatie Survival International. Zo zouden door WWF gefinancieerde en getrainde ecoguards (bewapende boswachters) de Baka mishandelen en van hun land verdrijven. De ngo heeft de mensenrechtenschending tegen de Baka uitgebreid gedocumenteerd en haar onderzoek voorgelegd aan Follow the Money.  

    Meer dan honderd Baka, waaronder zes dorpshoofden, stellen in schriftelijke verklaringen dat de ecoguards hen van de ene op de andere dag kwamen vertellen dat het bos niet langer toegankelijk was. Dat ging niet altijd geweldloos. ‘Niet lang geleden kwamen de ecoguards naar het dorp en begonnen iedereen te slaan,’ verklaart een van de dorpshoofden. ‘Ze sloegen mijn broer met een machete en sneden in zijn rug, tot op het bot. Mijn moeder sloegen ze met een stuk hout.’

    We lijden omdat het bos is afgesloten

    Andere Baka zeggen dat ecoguards van het WWF hen met riemen of geweren sloegen. De ecoguards staken kampen in het bos in brand, vernietigden waardevol kookgerei en namen vlees in beslag. ‘Niemand heeft ons uitgelegd wat een park is en waarom ze ons dat hier willen opleggen. Ze vertelden alleen dat we niet langer het recht hadden om het bos in te gaan,’ verhaalt een van de Baka.

    Toegang tot het bos is voor de Baka van levensbelang. De jager-verzamelaars doen vrijwel niet aan landbouw. ‘We leven van het bos: wilde mango’s, vis, vlees, wilde honing en cassave, alles. Ons voedsel komt van het bos,’ legt Suzanne, een Baka, uit. ‘Nu lijden we omdat het bos is afgesloten.’

    Fiore Longo, een campaigner voor Survival International, die persoonlijk verklaringen afnam onder de Baka, zegt geen zicht te hebben hoe vaak de mishandelingen plaatsvinden. ‘Maar de angst blijft. Eenmaal mishandeld durft men niet meer terug het bos in.’

    Slagtand voor sigaretten

    De beschuldiging van Survival International is voor Follow the Money moeilijk te verifiëren zonder lokaal onderzoek. Volledig ongegrond lijkt die niet. De ecoguards waarnaar de Baka verwijzen, zijn officieel in dienst van de Congolese overheid, maar werken nauw samen met het WWF. In de praktijk is de scheidslijn tussen overheid en ngo moeilijk te trekken. Zo delen het WWF en de ecoguards sinds 2008 een permanente basis in het gebied om stroperij te bestrijden. Op de wagens van de ecoguards staat het logo van het WWF. En de natuurorganisatie zelf spreekt regelmatig over ‘WWF ecoguard(s)’. Ze maken een cruciaal onderdeel uit van het beschermingsplan dat het WWF voor Messok Dja heeft opgesteld. Voor de Baka staan de ecoguards dan ook simpelweg bekend als dobidobi, een afgeleide vorm van de Engelse afkorting WWF.

    Vast staat dat sommige Baka betrokken zijn bij het jagen op zeldzame bosolifanten, een illegale activiteit waar momenteel drie tot vijf jaar gevangenisstraf op staat, maar die van oudsher een belangrijke rituele rol in het sociale leven van de Baka vervulde. Vandaag de dag leven de Baka in extreme armoede, aan de rand van de samenleving. Tegelijkertijd zijn ze betere jagers dan wie ook. Dat maakt ze vatbaar voor het beetje geld, de alcohol, of soms slechts de sigaretten die buitenstaanders over hebben voor een slagtand of zeldzaam stuk apenvlees.

    Volgens het WWF handhaven de ecoguards simpelweg de lokale wet wanneer zij een Baka in Messok Dja arresteren op verdenking van stroperij. Maar Survival International heeft de afgelopen tien jaar op basis van onafhankelijke getuigenverklaringen een reeks gevallen gedocumenteerd waarbij de ecoguards buitensporig geweld gebruikten. Volgens de mensenrechtenorganisatie is er sprake van structurele mishandeling en intimidatie.

    Het WWF erkent dat één van de ecoguards waar Survival International naar verwijst, betrokken is geweest bij een incident. De Congolese openbaar aanklager is bij gebrek aan bewijs echter niet tot vervolging overgegaan. Het WWF benadrukt dat het alle individuele beschuldigingen steeds uitvoerig heeft onderzocht, maar tot op heden geen misstanden vast heeft kunnen stellen. Volgens het WWF levert Survival te weinig concrete details aan, of zouden namen en plaatsen in sommige gevallen onjuist zijn. Survival stelt dat het volgens OECD-richtlijnen juist de verantwoordelijkheid van het WWF zelf is om grondig onderzoek te doen naar de sociale impact van zijn eigen beleid. De ngo wijst erop dat het WWF ondanks de herhaalde aantijgingen nooit een intern onderzoek is begonnen naar de structurele behandeling van Baka door de ecoguards.

    Niet de eerste keer

    Het is niet de eerste keer dat het WWF in opspraak komt vanwege de manier waarop het omgaat met de oorspronkelijke bewoners van Afrikaans regenwoud. In 2016 diende Survival International al een officiële klacht in onder de richtlijnen van de Organization for Economic Cooperation & Development (OECD). Het ging toen om een vergelijkbare situatie in Kameroen, waarbij ook Baka zouden zijn mishandeld en van hun land verdreven. In een historische beslissing werd de klacht gegrond verklaard en in behandeling genomen volgens de richtlijnen die de OECD voor multinationals hanteert. Daarmee kreeg ’s werelds grootste natuurbeschermingsorganisatie effectief dezelfde status toegewezen als bedrijven als Shell, Unilever of Coca-Cola. Mediation volgde, maar dat proces liep in 2017 stuk nadat Survival International zich terugtrok. Naar eigen zeggen omdat het WWF weigerde zichzelf te verplichten instemming van de Baka te zoeken voor de manier waarop natuurbescherming op hun land zou worden uitgevoerd.

    Lees verder Inklappen

    Het natuurbeschermingsproject in Messok Dja wordt voor een belangrijk deel gefinancierd door de Nederlandse tak van het WWF. Elk jaar trekt WWF Nederland hier minstens twee ton voor uit, blijkt uit verschillende evaluaties en jaarverslagen. Sinds 2010 gaat dit in totaal om minstens 1,7 miljoen euro. Voor de periode 2017-2023 heeft het WWF daarnaast nog eens 3,5 miljoen euro gereserveerd, maken we op uit de begroting van een overkoepelend biodiversiteitsprogramma van de VN. Het Nederlandse Wereld Natuur Fonds haalt zelf bijna tweederde van haar inkomsten weer uit particuliere donaties.  

    IJzermijn in het oerwoud

    In 2016 is de samenwerking tussen het WWF en de Congolese overheid officieel met vijf jaar verlengd. Het is onderdeel van een uitgebreid natuurbeschermingsprogramma in het zogenoemde TRIDOM-gebied. Dit Tri-National Dja-Odzala-Minkébé is een transnationaal bosgebied dat gedeeld wordt door Kameroen, Congo en Gabon. Het beslaat zo’n 10 procent van het totale Centraal Afrikaanse regenwoud (ruim vier keer Nederland) en bevat onder meer zeven nationale parken: Odzala en Pikounda in Congo; Mwagna, Ivindo en Minkébé in Gabon; en Nki en Boumba Bek in Kameroen. Naar schatting leven er 25 duizend bosolifanten en meer dan 40 duizend gorilla’s en chimpansees in het enorme gebied.

    De vraag is voor hoe lang nog. Het aantal olifanten neemt dramatisch af, door onder meer de lucratieve ivoorstroperij. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren meerdere houtkapconcessies uitgegeven door de Congolese overheid, heeft Kameroen plannen voor een ijzermijn in het regenwoud (compleet met een spoorlijn naar de kust) en is het de bedoeling dat er een waterkrachtcentrale van 600 megawatt in het regenwoud verschijnt. Ondertussen belooft een snelweg-in-aanbouw, die de Congolese hoofdstad Brazzaville met de Kameroense hoofdstad Yaoundé moet verbinden, nog meer natuurverlies.

    Messok Dja is een cruciale ecologische schakel tussen de nationale parken

    De pogingen van het WWF om Messok Dja een beschermde status te geven, zijn een reactie op al deze bedreigingen voor de natuur. In het 1456 vierkante kilometer grote bos van Messok Dja leven naar schatting 2000 grote mensapen en 200 tot 600 olifanten. Messok Dja is een cruciale ecologische schakel tussen de bestaande nationale parken en dient als buffer tegen de oprukkende ontbossing. Hiervoor probeert het WWF een integraal gebiedsplan op te zetten, in samenwerking met onder meer de lokale houtkap- en mijnbouwbedrijven. Zij moeten volgens de wet een vast deel van hun concessies beschermen. Het WWF probeert ze ervan te overtuigen dit deel in Messok Dja te plaatsen, omdat dat de hoogste natuurwaarde heeft

    In de tussentijd stuurt het WWF de ecoguards aan om jacht te maken op illegale stropers. Volgens een natuurbeschermingsplan voor de regio, al in 2004 opgesteld onder VN-vlag, had het WWF expliciet op zich genomen ook de Baka te betrekken bij ontwikkelingen in het gebied. ‘WWF is involved in the empowerment process of marginalized Baka pygmies,’ valt er te lezen in dit document. De bevindingen van Survival International wijzen er echter op dat de WWF-ecoguards de Baka alleen maar meer marginaliseren. Met hun intimidaties maken zij het de Baka onmogelijk in hun traditionele levensonderhoud te voorzien. Dat kan de Baka verder in de handen van criminele stropersbendes drijven. Zo bereikt de natuurbeschermingsorganisatie juist het tegenovergestelde van wat het nastreeft, stelt Survival International.

    Alle ballen op een park

    Het WWF is niet de enige organisatie die geld stopt in Messok Dja. Naast de circa 5 miljoen euro die de Nederlandse natuurorganisatie hier over de jaren heen voor uittrekt, ontving het project tussen 2014 en 2016 ook ruim 117.000 euro uit Europa. Recent besloot de EU om nog eens 1 miljoen euro extra uit te trekken voor het nieuwe nationale park.

    In het financieringscontract dat de EU hiervoor in juni met het WWF afsloot, en dat openbaar werd na een Europees wob-verzoek van Survival International, stelt Europa voorwaarden aan de manier waarop de beschermde status van Messok Dja tot stand moet komen. Zo benadrukt het contract expliciet dat vanwege het zelfbeschikkingsrecht van inheemse volken de Baka volledig horen deel te nemen in het beslissingsproces rond Messok Dja. Hierbij hanteert de EU de internationaal breed geaccepteerde regels voor Free, Prior and Informed Consent (FPIC). FPIC houdt in dat lokale gemeenschappen moeten instemmen met projecten op hun grondgebied, zonder onder druk te worden gezet (free), voordat het project begint (prior) en op basis van juiste informatie (informed). Dat betekent onder meer dat de Baka kunnen meebeslissen welke beschermingsstatus hun bos krijgt toegewezen. Dat kan een nationaal park zijn, met strenge regels voor bijvoorbeeld de jacht, maar ook een natuurreservaat, dat meer gebruiksmogelijkheden biedt, of een gemeenschapsreservaat, waarbij het beheer van het gebied bij de lokale bevolking ligt. Zelfs helemaal geen park zou tot de mogelijkheden moeten behoren.  

    Toch lijken zowel het WWF als de EU nadrukkelijk aan te sturen op een nationaal park. In de passage in het contract waar FPIC wordt besproken staat meerdere keren dat het hier een ‘toekomstig Park’ (sic) betreft. En hoewel het WWF in vrijwel alle publieke uitlatingen en juridische documenten de generieke term ‘beschermd natuurgebied’ hanteert, spreekt het in een intern rapport uit 2017 over het ‘toekomstig Nationaal Park Messok Dja’. Ook valt in al haar jaarrekeningen sinds 2013 te lezen dat de organisatie geld uittrekt voor het ‘Souanke Nationaal Park Republiek Congo’. Het voorgestelde Messok Dja park ligt in het Souanke district. Er zijn geen andere nationale parken gepland in deze regio. En de bedragen komen overeen met het bedrag dat het WWF volgens andere documenten voor Messok Dja uittrekt. Dit moet dus wel over het toekomstige nationale park Messok Dja gaan. Het is daarmee moeilijk vol te houden dat een nationaal park niet het hoofddoel van het project is.  

    Het streven naar een nationaal park hoeft op zichzelf niet verkeerd te zijn. Maar in combinatie met intimidatie, angst en geweld kan er nooit vrije toestemming gegarandeerd worden.

    Dit is ook de conclusie van drie Congolese mensenrechtenorganisaties. In een gezamenlijke verklaring erkennen zij allereerst nadrukkelijk de bevindingen van Survival International dat de ecoguards van het WWF de Baka jarenlang hebben mishandeld. Maar stellen zij ook: ‘Het WWF en de Congolese overheid besloten het Messok Dja park te stichten zonder de lokale bevolking te raadplegen. Het recht van de Baka en Bakwele op vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming is niet gerespecteerd. De gemeenschappen zijn sterk tegen het project en ze zijn boos omdat zij genegeerd zijn. (…) Mensen die in angst voor vervolging of geweld leven, kunnen niet vrijelijk toestemming geven.’

    Als de mensen het niet willen, kun je niets afdwingen

    Dit komt deels overeen met conclusies uit het interne rapport van het WWF zelf, waaruit blijkt dat het FPIC-proces nadrukkelijk verstoord is door de activiteiten van de ecoguards. ‘De gemeenschappen associëren ETIC [het project waar Messok Dja onder valt, red.] en het WWF met ecoguards, en daardoor met repressie tegen (grote) stroperij. (...) Hierdoor zijn veel leden van de gemeenschap, in het bijzonder inheemse groepen, terughoudend om deel te nemen aan bijeenkomsten. Uit wantrouwen hebben veel gemeenschappen ook afgezien van het in kaart brengen van de zones waar zij actief zijn.’

    Meer opties dan een nationaal park

    In een officiële reactie stelt het WWF dat het volledig gecommitteerd is de rechten van de inheemse bevolking te respecteren en te promoten. Maar Jaap van der Waarde, WWF’s projectmanager voor Messok Dja, geeft toe dat de organisatie een probleem heeft met het verkrijgen van toestemming van de Baka. Op de vraag of de WWF-ecoguards dit proces niet in de weg zitten, antwoordt hij dat dat het geval kan zijn: ‘Mensen denken dat er een park komt. Dat is niet goed gecommuniceerd.’

    Volgens Van der Waarde is een nationaal park niet de enige optie. Na overleg met de Baka kan het net zo goed een gemeenschapsreservaat worden, of zelfs helemaal geen park. ‘Ik kan me voorstellen dat Messok Dja veel meer een co-managementvorm krijgt, met beheer voor lokale gemeenschappen. (...) Als de mensen het niet willen, kun je niets afdwingen.’ Het is de eerste keer dat het WWF expliciet erkent dat dit een optie is in het proces met de Baka.

    De EU verklaart ondertussen dat de financiële steun aan Messok Dja tot doel heeft om de biodiversiteit in het TRIDOM-gebied beter te beschermen, juist ‘in het belang van de bevolking, inclusief inheemse groepen’. Een van de pijlers is daarbij expliciet de betrokkenheid en toestemming van de lokale bevolking.

    Recent heeft het WWF drie lokale ngo’s ingehuurd om te onderzoeken hoe het verkrijgen van die toestemming het beste vormgegeven kan worden onder de Baka. ‘Het FPIC-proces is er niet ondanks, maar dankzij het WWF gekomen,’ verklaart het WWF. Survival International ziet deze stap juist als bevestiging dat hun langdurige druk op de zaak effect begint te hebben.

    Rechten van inheemse groepen

    Naast de VN Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken is het zelfbeschikkingsrecht van inheemse groepen onder meer gegarandeerd in Conventie-169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), het Verdrag betreffende inheemse en in stamverband levende volken in onafhankelijke landen. Nederland is een van de weinige westerse landen dat dit verdrag heeft ondertekend. Ook lokale Congolese wetgeving is van toepassing. Uit een analyse die de Congolese mensenrechtenorganisaties Observatoire Congolais des Droits de l’Homme (OCDH) heeft uitgevoerd – ironisch genoeg met financiële steun van de Europese Unie – blijkt dat een Congolese wet uit 2011 voorschrijft dat inspraak en het zoeken van goedkeuring van inheemse groepen altijd noodzakelijk is, voordat een project ook maar ‘overwogen, opgesteld, of geïmplementeerd’ kan worden. EU-steun voor een park dat zonder vrije inspraak tot stand is gekomen, zou verder mogelijk een schending van artikel 21 van het Verdrag van Lissabon zijn, waarin is vastgelegd dat EU-activiteiten buiten Europa de mensenrechten horen te respecteren. Sinds 1996 heeft het WWF ook in zijn eigen beleid opgenomen dat het de rechten van lokale gemeenschappen respecteert.

    Lees verder Inklappen

    Weinig bewijs voor tastbare successen

    Het terugdringen van stroperij en ontbossing in Afrika is belangrijk om de wereldwijde klimaatdoelen te halen en de biodiversiteit te beschermen. Het werk van het Wereld Natuur Fonds is daarbij hard nodig. De vraag is of het WWF momenteel haar doel niet mijlenver voorbij schiet door de Baka, die het bos het beste kennen, tegen zich in het harnas te jagen.

    Het probleem is niet beperkt tot Messok Dja. In 2016 concludeerde de Britse ngo Rainforest Foundation UK na een uitgebreide analyse van 34 grote natuurparken in Centraal-Afrika dat die voor het overgrote deel leiden tot wijdverspreide landonteigening, conflicten en mensenrechtenschendingen. Tegelijkertijd blijven de aantallen olifanten, gorilla’s en chimpansees hard achteruitgaan. ‘Terwijl er het afgelopen decennium honderden miljoenen dollars in natuurbeschermingsprojecten in de regio zijn gestoken, is er weinig empirisch bewijs voor tastbare successen voor de natuur,’ was de harde conclusie van het onderzoek.

    Een mogelijk alternatief: stel de lokale en inheemse gemeenschappen centraler. Zij zijn immers de beste natuurbeschermers, is veelvuldig aangetoond. In gebieden waar lokale gemeenschappen duidelijk juridisch eigendom over het land hebben, vindt twee tot drie keer minder ontbossing plaats. ‘Studies laten zien dat waar inheemse volken zorg dragen voor de bossen, de bescherming veel effectiever is,’ stelt ook Victoria Tauli-Corpuz, speciale VN-rapporteur voor de rechten van inheemse volken.

    Tenslotte wonen zij er al generaties. ‘Onze voorvaderen hebben ons het bos toevertrouwd om in te leven,’ legt Suzanne uit. ‘Maar nu zijn er buitenstaanders gekomen die het bos hebben afgegrensd, zodat we niet meer kunnen gaan waar onze voorvaderen leefden. Zonder bos weet ik niet hoe we moeten overleven.’

    Sociale ontwikkeling is niet de specialiteit van het Wereld Natuur Fonds

    Van der Waarde erkent dat armoede een belangrijke oorzaak is van het verlies van natuur. Tegelijkertijd benadrukt hij dat sociale ontwikkeling niet de specialiteit van het Wereld Natuur Fonds is.

    Gelukkig heeft het WWF eerder aangetoond van model te kunnen veranderen. Van der Waarde: ‘Vroeger ketenden we ons nog vast aan bomen. Tegenwoordig proberen we juist samen te werken met de houtkapbedrijven om de meest waardevolle stukken bos te beschermen.’ Wanneer de houtkapbedrijven niet als probleem maar als partners worden gezien, waarom de lokale bevolking dan niet ook? Het zou een belangrijke stap in de bescherming van de Congolese bossen betekenen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Bart Crezee

    Gevolgd door 144 leden

    Milieuwetenschapper. Schrijft over olie- en gasboringen, de energietransitie en klimaatverandering.

    Volg Bart Crezee
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren