• De laatste auteur op een paper is in de meeste gevallen de promotor en/of leider van de onderzoeksgroep.

Vanochtend pakte de Volkskrant groot uit met nieuws over wetenschappelijke rooftijdschriften: bladen die tegen betaling en zonder enige kwaliteitscheck academische artikelen publiceren. Maar dat is niet het enige probleem waarmee de wetenschap kampt.

De publicatiedwang die al sinds eind vorige eeuw in de wetenschappelijke wereld heerst, is fnuikend. Wie niet publiceert, zakt op de citatieindex. En wie daarop zakt, krijgt minder (of geen) onderzoeksgeld en is zijn of haar baan niet altijd zeker.

Het fenomeen staat bekend als publish or perish: publiceer of verdwijn. Een van de akelige nevenverschijnselen ervan is een enorme wildgroei aan ogenschijnlijk nette wetenschappelijke tijdschriften, waar echter elke academische basis aan ontbreekt: auteurs betalen voor publicatie, er wordt geen peer review uitgevoerd, iedereen kan zijn brakke ei er tegen betaling in kwijt. Ook is een heel circuit ontstaan van schimmige ‘wetenschappelijke’ conferenties. Sommige wetenschappers doen naar hartenlust mee aan dit circus, anderen waarschuwen hun collega’s er juist voor.

Het internationale journalistieke onderzoeksplatform ICIJ heeft zich de afgelopen maanden over de kwestie gebogen. ICIJ nam twee grote en beruchte valsspelers in het veld onder de loep: het Indiase OMICS, dat sinds 2008 vanuit India wordt gerund en meer dan 700 tijdschriften zou uitgeven, en het Turkse WASET, dat vooral conferenties organiseert en daar vervolgens verslagen van publiceert. Beide bedrijven worden inmiddels verdacht van oplichting en bedrog en zijn al enige malen op de vingers getikt.

Het gaat niet om ‘neptijdschriften’; het zijn echte tijdschriften die doorhebben dat er flink geld valt te verdienen

Vanmorgen pakte de Volkskrant groot uit over het onderzoek: hun wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout kreeg inzage in de onderzoeksresultaten en spitte de database door die van de artikelen van OMICS en WASET is aangelegd. Hij trof daarin ook Nederlandse wetenschappers aan, waaronder farmaceut Jaap Goudsmit en viroloog Ab Osterhaus, vaak als laatste auteur in artikelen van medewerkers of promovendi.

Over de periode van 2012 tot 2018 trof de Volkskrant circa 300 artikelen aan van zeker 750 Nederlandse wetenschappers aan die bij OMICS publiceerden. WASET publiceerde honderd conferentiepapers, van circa 500 auteurs van Nederlandse instellingen. Auteurs en instellingen vermelden de conferentie-papers van WASET doorgaans gewoon op hun publicatielijsten. Ze komen ook in de internationale citaten-index ISI, belooft WASET. Datzelfde geldt voor de artikelen in de honderden tijdschriften van OMICS, al zijn die vaak niet te vinden in Pubmed, de algemeen gebruikte databank voor medische literatuur. In de VS zijn inmiddels al academici vervolgd voor het opvoeren van zulke schimmige publicaties op hun cv, bijvoorbeeld bij sollicitaties.

Veel wetenschappers zijn diep bezorgd, maar iedereen kent het fenomeen. Hoogleraar Marc van Oostendorp (Academische Communicatie, Radboud Universiteit), spreekt over ‘rooftijdschriften’: ‘Tijdschriften waarvan het alle betrokkenen behalve de auteurs puur om geld te doen is.’ Paula Mommersteeg (Medische biologie, Tilburg) reageerde op het nieuws door een inkijkje in haar mailbox te geven: ‘Dit is de dagelijkse wegswipe sessie in mijn mailbox. 80-90% predatory journals and conference invitations.’

Het gaat niet om ‘neptijdschriften’. Dir zijn echte online tijdschriften, die doorhebben dat er flink geld valt te verdienen aan de publicatiedwang die aan wetenschappers is opgelegd. De rooftijdschriften onderscheiden zich niet van ‘echte’ tijdschriften, behalve in de kwaliteit – maar dat is nu net waar het in wetenschap om draait: reproduceerbaarheid, controle, onafhankelijkheid en peer review.

De enige remedie is om de publicatie van wetenschappelijke tijdschriften weer rigoreus in eigen hand te nemen, constateert onder meer Van Oostendorp: hij bepleit ‘een systeem waarin wetenschappers (universiteiten, universitaire bibliotheken) zélf hun tijdschriften uitgeven, zodat de commerciële prikkel wegvalt’.

Maar de invloed van het grote geld beperkt zich niet tot publicaties. Ilona Dahl liet afgelopen weekend op FTM zien hoe medisch onderzoek steeds meer in handen is gekomen van de medische industrie. Farmaceuten, fabrikanten van hulpmiddelen en diagnostische apparatuur zijn vrijwel de enigen die nog medisch onderzoek financieren, aangezien de geldstroom vanuit de overheid vrijwel is opgedroogd.

Het gevolg: een steeds grotere invloed van het bedrijfsleven op de wetenschap. De industrie betaalt en bepaalt welke onderzoeken artsen moeten uitvoeren. Meestal zijn dat de zogenaamde grootschalige trials. Deze trials leveren weinig voordeel op voor patiënten, maar zijn wél rendabel voor de medische concerns. Ook schuwt de industrie niet om belangrijke data achter te houden, of zelfs te manipuleren, om een behandeling succesvol te kunnen introduceren.

Een overheid die weigert research en wetenschappelijketijdschriften te financieren, ondermijnt de onafhankelijkheid van onderzoek en academische publicaties. Dat is de werkelijke motor achter rooftijdschriften, nepconferenties en horige onderzoekers.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Karin Spaink

Schrijft over technologie, internet, gezondheid, gender, burgerrechten en politiek. Eindredacteur bij FTM.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Karin Spaink
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

De commercialisering van ons onderwijs

Gevolgd door 381 leden

Steeds vaker zien binnen- én buitenlandse bedrijven ons onderwijs als een interessante markt. Het is mooi dat ondernemingen z...

Lees meer

Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

Volg dossier