Ramzan Kadyrov, leider van de Russische provincie Tsjetsjenië, spreekt tot ongeveer 10.000 troepen in Grozny de regionale hoofdstad van Tsjetsjenië op 29 maart 2022.

Ramzan Kadyrov, leider van de Russische provincie Tsjetsjenië, spreekt tot ongeveer 10.000 troepen in Grozny de regionale hoofdstad van Tsjetsjenië op 29 maart 2022. © AP

Honderden gemartelde homo’s in Tsjetsjenië, toch doen PwC, Deloitte en KPMG er zaken

Varen op de Canal Parade en tegelijkertijd zakendoen met het homohatende Tsjetsjenië: voor accountants- en advieskantoren KPMG, Deloitte en PwC blijkt dat geen probleem. In Nederland maken ze zich sterk voor homorechten, maar internationaal doen ze niettemin zaken met ‘homo-zuiveraar’ en Poetin-vazal Ramzan Kadyrov. Het handelen van de drie accountancy-giganten gaat lijnrecht in tegen hun eigen mensenrechtenstatements.

0:00

‘Even kijken waar we ze gaan begraven,’ hoort Azman in 2007 een van de politiemannen door een portofoon zeggen, terwijl hij in de achterbak van een auto ligt. De twintiger en drie van zijn vrienden zijn even daarvoor in een hotel in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny opgepakt en in de boeien geslagen door twintig mannen in uniform. Hun misdaad? Ze zijn homo. 

De woorden van de agent voorspellen weinig goeds, maar het loopt met een sisser af. Aan de rand van Grozny stopt de auto plotseling en een van de agenten gebaart Azman dat hij kan gaan. Hij rent weg, zo hard als hij kan, richting stadscentrum. Het is inmiddels midden in de nacht, maar bij een bakkerij ziet hij licht branden. Hij klopt aan en belt een vriend, die hem ophaalt. 

In 2012 is hij minder fortuinlijk. Hij wordt opgepakt, naar een gevangenis gebracht en drie maanden lang gemarteld. De reden: videobeelden waarin Azman een man kust. Tijdens zijn gevangenschap wordt Azman onder druk gezet om andere homo’s te verraden. Na zijn vrijlating persen de autoriteiten hem jarenlang af: elke maand moet hij omgerekend zo’n 1000 euro betalen om niet opnieuw opgepakt te worden.

‘Voetsoldaat’ van Poetin

Sinds 2016 zet de Tsjetsjeense dictator Ramzan Kadyrov zich openlijk in om het Tsjetsjeense bloed te ‘zuiveren’ van LHBTQI’ers. Volgens mensenrechtenorganisaties en internationale media zijn inmiddels honderden homo’s in Tsjetsjeense detentiecentra vernederd, gemarteld of zelfs vermoord.

Amnesty noemt Tsjetsjenië de Russische regio waar het ‘verreweg het slechtst is gesteld met de mensenrechten’

Niet alleen homo’s hebben het zwaar: bedreiging, vervolging, martelingen en buitengerechtelijke executies van (de families van) politieke tegenstanders, mensenrechtenactivisten en journalisten zijn aan de orde van de dag. Volgens Amnesty is Tsjetsjenië de Russische regio waar het ‘verreweg het slechtst is gesteld met de mensenrechten’.

Kadyrov werd in 2007 door Vladimir Poetin in het zadel geholpen om de opstandige Tsjetsjeense republiek – die op dat moment al jaren streed voor onafhankelijkheid – in bedwang te houden. Hij omschrijft zichzelf als de ‘voetsoldaat’ van de Russische president. 

Tijdens de oorlog in Oekraïne laat Kadyrov zijn bondgenoot niet in de kou staan. De Tsjetsjeense leider stuurde een dag na de inval volgens Russische media ruim tienduizend militairen om de Russische president bij te staan. Op de Tsjetsjeense staatstelevisie beweerde Kadyrov zelf ook naar het land te zijn afgereisd. ‘Geef je over of we slachten jullie af,’ waarschuwde hij de Oekraïners. Niet voor niets typeerde The Washington Post hem als ‘Poetins meest agressieve aanvalshond’.

Inwoners van Boetsja vertelden verschillende internationale journalisten – waaronder een oorlogscorrespondent van The Voice of America en een journalist van de Vlaamse krant het Het Laatste Nieuws – dat Tsjetsjeense troepen verantwoordelijk zijn voor de meeste verkrachtingen en moordpartijen in het stadje, dat wereldnieuws werd vanwege het bloedbad dat er begin april werd aangericht.

Tsjetsjenië en Ramzam Kadyrov

Tsjetsjenië (1,4 miljoen inwoners) is een islamitische, autonome deelrepubliek van Rusland, gelegen in de noordelijke Kaukasus. Tsjetsjenië streed decennialang voor zelfstandigheid en in 1999, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, zag de opstandige republiek haar kans schoon om de onafhankelijkheid uit te roepen. Twee jarenlange oorlogen volgden: de Russische president Boris Jeltsin liet Grozny met zware bombardementen van de kaart vegen, Tsjetsjeense rebellen reageerden met aanslagen in Moskou. 

In 2000 stelde de Russische president Vladimir Poetin de Tsjetsjeen Achmat Kadyrov aan als nieuwe leider van de deelrepubliek. Kadyrov was eerder leider van de Tsjetsjeense rebellen, maar keerde hen de rug toe. In 2007 werd Kadyrov senior vermoord tijdens een gerichte bomaanslag in het stadion van Grozny, waarna zijn zoon Ramzan, ook een bekeerde ex-rebel, hem opvolgde. Volgens Ramzan Kadyrov moet iedereen die kritisch is over Tsjetsjenië worden ‘geïntimideerd, gevangen gezet en vermoord’.

Amnesty omschrijft de situatie in Tsjetsjenië als ‘wetteloos’: de overheid heeft geen bewijs nodig om andersdenkenden uit de weg te ruimen. Oyub Titiev, hoofd van de Tsjetsjeense mensenrechtenorganisatie Memorial, die onderzoek doet naar marteling, ontvoeringen en buitengerechtelijke executies in de republiek, kreeg bijvoorbeeld in 2019 vier jaar celstraf wegens ‘drugsbezit’, een vonnis waarbij andere mensenrechtenorganisaties grote vraagtekens zetten.

Een gevluchte beveiliger van Kadyrov, die later in Wenen werd vermoord, claimde dat Kadyrov hem en andere gevangenen hoogstpersoonlijk martelde. Kadyrov zou gevangenen met een schep slaan, hen elektrische schokken toedienen en met een pistool op hun voeten schieten. Ook meer recent verschenen berichten over een persoonlijk martelende Kadyrov.

Lees verder Inklappen

In de hoop op een beter leven vluchtte Azman in 2016 naar Moskou. Ook daar wisten de Tsjetsjeense autoriteiten hem te vinden: Azman werd dusdanig in elkaar geslagen dat hij meerdere keren moest worden geopereerd. Nog steeds mist hij een rij tanden. Later dat jaar lukte het hem naar Nederland te vluchten. In een Amsterdamse woonkamer doet hij nu, geëmotioneerd, zijn verhaal aan Follow the Money. 

Een jaar nadat hij asiel aanvroeg in Nederland, publiceerde PricewaterhouseCoopers (PwC) een ‘investeringsgids voor de Tsjetsjeense Republiek’. Het 46 pagina’s tellende document, gemaakt door de Russische tak van het bedrijf, staat op de Russische website van PwC en moedigt westerse bedrijven aan om in de islamitische regio in Rusland te investeren.

Kadyrov schrijft in de PwC-gids dat Tsjetsjenië concurrentievoordelen biedt vanwege de ‘stabiele sociale en politieke situatie’ 

Ramzan Kadyrov staat – net als de republiek die hij bestiert – niet bekend om zijn vrijgevochten ideeën. Politieke tegenstanders en journalisten worden in binnen- en buitenland uit de weg geruimd. Kadyrov praat zonder meel in de mond: hij wil ‘honden loslaten’ op de Russische oppositieleider Navalny, biedt oppositieleiders in Moskou een behandeling aan in Tsjetsjeense psychiatrische klinieken en belooft daarbij ‘niet zuinig te zijn met injecties’ en vindt homo’s ‘geen mensen maar duivels’. Volgens meerdere media zou hij niet alleen opdracht hebben gegeven om gevangenen te martelen, maar daaraan ook zelf hebben deelgenomen. 

Voor het voorwoord van PwC’s investeringsgids mocht de dictator zelf in de pen klimmen. Op de bijbehorende foto kijkt hij de lezer vriendelijk aan. Kadyrov schrijft dat de republiek concurrentievoordelen biedt vanwege de ‘stabiele sociale en politieke situatie’ en over een groot ‘toeristisch en recreatief potentieel’ beschikt. ‘De Tsjetsjeense republiek staat open voor samenwerking en is actief op zoek naar investeringen van zowel Russische als internationale bedrijven.’

Eenmaal in Amsterdam gaat het wat beter met de gevluchte Azman. Tijdens de Canal Parade van de Gay Pride Week vaart hij mee op de zonovergoten Amsterdamse grachten op de boot van het COC. Ook Pwc neemt deel aan de parade. Het internationale thema van het accountantskantoor – ‘I can be myself at work’ – staat op grote banners op de zijkant van hun boot. Medewerkers dansen, drinken en feesten, regenboogvlaggen wapperen op de achtergrond.

PwC stelt voorop te lopen wat betreft de verdediging van LGBTQI-rechten en sponsort wereldwijd Pride-evenementen. Net als Deloitte, EY en KPMG – samen vormen ze de Big Four: de grootste accountancy- en adviesbedrijven ter wereld – is PwC lid van Open for Business, een verbond van internationale bedrijven dat zich inzet voor LGBTQI-rechten in landen waar die niet vanzelfsprekend zijn.

© PwC / Youtube

PwC’s samenwerking met Kadyrov in Tsjetsjenië staat in schril contrast met het mensenrechtenstatement van het bedrijf, dat voor alle filialen en medewerkers van PwC geldt. Wanneer PwC opereert in landen waar ‘lokale wetgeving’ op het gebied van mensenrechten ‘minder streng is dan het eigen beleid’, zal het bedrijf proberen het ‘bewustzijn over mensenrechten te verhogen’ en ‘bereid zijn weg te lopen van klanten bij wie onze integriteit in het geding komt,’ aldus het document. 

‘Lachwekkend schaamteloos, een keer googlen en je weet genoeg over het regime van Kadyrov,’ zegt Lucas Roorda, docent internationaal recht aan de Universiteit Utrecht. Een woordvoerder van Crisis Group NC SOS, een Russische organisatie die LGBTQI’ers en hun families helpt te vluchten, is ‘verrast dat grote, commerciële organisaties die opkomen voor vrijheid en gelijkheid, zaken doen met het Tsjetsjeense regime’. ‘Dat roept vragen op over de waarde van hun woorden en legitimeert het regime.’ 

De link op de Engelstalige website van PwC naar de investeringsgids werkt niet meer. Een woordvoerder van het hoofdkantoor meldt: ‘De gids is oorspronkelijk geplaatst door de Russische tak van PwC en is in 2018 weer offline gehaald. Voor verdere vragen verwijs ik je graag naar ons wereldwijd geldende statement. Verder hebben we geen commentaar.’

The Big Four op Russische bodem

De Big Four-leden weten de weg in Rusland. Voor de oorlog in Oekraïne hadden ze allevier een Russische afdeling: PwC had 3700 werknemers in 11 steden en EY 4700 in 9 steden. Deloitte had in Rusland en Belarus samen 3000 werknemers, KPMG 4500.

Vlak na de inval kondigden de vier multinationals aan zich juridisch te distantiëren van hun Russische divisie. ‘Wij geloven dat we, samen met andere wereldwijde bedrijven, een verantwoordelijkheid hebben om te reageren op de militaire aanval op Oekraïne,’ meldde KPMG in een statement. PwC benadrukte het ‘helpen van Oekraïense collega’s en steunen van humanitaire initiatieven’ voorop te stellen. 

De juridische scheiding betekent dat de Russische dochterondernemingen als onafhankelijke entiteiten zullen opereren. EY publiceerde op 7 maart 2022 een persbericht: ‘De Russische praktijk van EY gaat door’. De Russische kantoren maken geen onderdeel meer uit van het ‘EY Global Network’, maar het bedrijf hoopt aan ‘oude en nieuwe’ projecten te kunnen blijven werken en de ‘Russische werkzaamheden succesvol voort te zetten’. 

BlIjkens hun website hield geen van de accountancy-reuzen kantoor in Tsjetsjenië, maar ook andere Russische standplaatsen hebben een slechte reputatie op het gebied van mensenrechten. EY en PwC hadden allebei een kantoor in de zuidelijke Russische regio Krasnodar, volgens Amnesty een van de regio’s met een slechte mensenrechtenreputatie.

Lees verder Inklappen

Kadyrovs jaar van de industrie

Ook de andere Big Four-kantoren hebben een strikt inclusiebeleid en uitgesproken mensenrechtenstatements, die voor al hun vestigingen gelden. Zo stelt  KPMG zich te hebben ‘gecommitteerd aan de hoogste ethische normen’: ‘We verwachten van [..] klanten dat ze de internationaal erkende mensenrechten [..] respecteren. Als er een mensenrechtenrisico wordt gesignaleerd, ondernemen we actie.’ Elk KPMG-kantoor is ‘verplicht iedere potentiële klant te evalueren’ op onder andere ‘publieke perceptie’ en ‘of de service [niet] onethisch is’. Deloittegelooft in het koesteren van een inclusieve cultuur.’

Naast PwC hebben ook KPMG en (wat langer geleden) Deloitte op zakelijk vlak de ijzeren hand van Ramzan Kadyrov hartelijk geschud, zo blijkt uit onderzoek van Follow the Money. Alleen van EY vond Follow the Money geen zakelijke activiteiten in Tsjetsjenië. EY meldt dat het daar ‘niet actief is’, maar het bedrijf weigert, ondanks meerdere verzoeken, antwoord te geven op de vraag of het daar in het verleden wél actief was. ‘We hebben verder niets toe te voegen,’ meldt een woordvoerder.

In februari 2022 meldde het staatspersbureau dat KPMG een industriële strategie voor Tjetsjenië zou ontwikkelen

Drie weken voordat Rusland de oorlog in Oekraïne begon, had het staatspersbureau van Tsjetsjenië heuglijk nieuws: KPMG zou een industriële strategie ontwikkelen voor de republiek. Dat was, zo meldde het persbureau, omdat Kadyrov 2022 heeft uitgeroepen tot ‘jaar van de industrie’.

De aankondiging kwam een dag nadat Kadyrov Poetin in Moskou had ontmoet. Volgens informatie van de Oekraïense inlichtingendienst stuurde Poetin zijn vazal die dag met een bijzondere opdracht naar huis: drie speciale Tsjetsjeense eenheden moesten de ‘topleiders’ van Oekraïne vermoorden, waaronder president Volodymyr Zelensky. Of de informatie van de Oekraïense inlichtingendienst klopt, kan Follow the Money niet controleren. Dat de ontmoeting er is geweest staat wel vast.

Andere contacten

Een paar maanden daarvoor was KPMG mede-organisator van het Russisch Islamitisch Economisch Forum in Grozny. In een sjieke zaal, gevuld met zakenlieden en cameramensen, verzorgde Kadyrov de welkomsttoespraak over islamitisch bankieren. Het forum werd geopend door Muslim Khuchiev. Hij is de premier van Tsjetsjenië en mag sinds april 2019 Amerika niet meer in wegens ‘grove schendingen van de mensenrechten’ en ‘deelname aan martelingen’. Ook de deelname van het Tsjetsjeense Doemalid Magomed Selimkhanov, die vindt dat ‘homo’s twee meter onder de grond horen’, werd uitgebreid beschreven in de Russische media. 

Het was niet de eerste keer dat KPMG-medewerkers afreisden naar Tsjetsjenië: drie jaar eerder, in 2019, was het bedrijf partner van de Internationale Top voor Ondernemerschap en Innovatie in de hoofdstad Grozny. Ook Kadyrov was aanwezig, meldde Grozny TV. Het staatsmedium schreef dat de top bedoeld was voor ‘het ontwikkelen van economische banden tussen Tsjetsjeense ondernemers en de regio's van de Russische Federatie en in het buitenland’. 

Deloitte sprak al in 2014 met regeringsvoorzitter Khuchiev om ‘een positief investeringsimago van Tsjetsjenië te creëren’

Medewerkers van Deloitte ontmoetten regeringsvoorzitter Khuchiev al in 2014. Op een foto zitten de mensen van Deloitte aan een lange tafel met Khuchiev. Ze spraken over een ‘samenwerking om een positief investeringsimago van Tsjetsjenië te creëren en promoten,’ aldus Tsjetsjeense media. Of die samenwerking van de grond is gekomen, is onduidelijk.

De Big Four-kantoren gaan niet in op vragen van Follow the Money hoe de zakelijke activiteit in Tsjetsjenië zich verhoudt tot hun eigen mensenrechtenstatements. Deloitte wil Follow the Money niets vertellen over de reden van het bezoek aan de Tsjetsjeense regering. Op mails aan de internationale persafdeling komt geen reactie. Een Nederlandse woordvoerder van Deloitte wordt zelf met een kluitje in het riet gestuurd: ‘Ik heb gemaild en gebeld, maar ze zeggen alleen we’re working on it.’

Hoewel het Tsjetsjeense staatspersbureau meldt dat KPMG voor het land ‘een industriële strategie zal ontwikkelen’, vertelt het bedrijf via een woordvoerder dat KPMG ‘geen opdracht heeft aanvaard met betrekking tot een strategieplan voor Tsjetsjenië in 2022’. Op de vraag waarom KPMG dan bij de Tsjetsjeense premier aan tafel zat en of de Oekraïne-oorlog een rol speelde in de beslissing de samenwerking niet door te zetten, kwam geen reactie.

Deloitte, PwC en KPMG onderschrijven alledrie de Guiding Principles on Business and Human Rights. In deze afspraken van de Verenigde Naties staat dat ondernemingen onderzoek moeten uitvoeren om eventuele mensenrechtenschendingen ‘te identificeren, te voorkomen en te verminderen en te verantwoorden hoe zij omgaan met hun impact op mensenrechten’. 

Mensenrechtendeskundige en jurist Roorda vindt zo’n verantwoording nergens terug. ‘Bedrijven moeten dit publiceren, volgens de mensenrechtenbeginselen van de Verenigde Naties die ze zelf hebben onderschreven. Ik kan echter nergens vinden wat de risico’s van dit project zijn, hoe ze daarop hebben ingespeeld, wie ze hebben gesproken en wat dat heeft opgeleverd. Dat er risico’s kleven aan samenwerking met Kadyrov en Tsjetsjenië, is niet onbekend. Dat een handelaar in badkamers het fijne van een politieke situatie niet weet is tot daar aan toe, maar een kantoor als PwC heeft alle kennis in huis.’