Quote 500: het maffiamaatje van de journalistiek?

1 Connectie

Werkvelden

Journalistiek
8 Bijdragen

Hoe & waarom de 'inbrekerslijst' begon.

“Quote is klooooote!”, snerpt Conny Breukhoven. De, toen nog, echtgenote van platenboer Hans Breukhoven laat zich even gaan als het onderwerp Quote 500 wordt aangesneden in de talkshow van makelaar Harry Mens. Het publiek gniffelt. “Maar Conny, jij en Hans staan toch zelf ook vaak in de Quote?,” riposteert de talkshowmaster. “Ja, maar niet met ons geld! Als er iets met de kinderen gebeurt is het de schuld van Quote,” zegt La Breukhoven, terwijl ze haar scherpgeslepen nagel priemt in de borstkas van de toenmalige Chef Q500 – de mijne. Na afloop van de uitzending neemt de grand dame van Wassenaar vrolijk flirtend afscheid. “Ik bedoelde het niet zo hoor. Ik vind jullie best leuk."

 

De uitbarsting van Conny Breukhoven bij een van de eerste jaargangen van de Quote 500 typeert de ambivalente gevoelens die Neerlands rijken koesteren ten aanzien van de rijkenlijst. De meesten zouden er heel wat voor over hebben om er niet in te staan. Om de privesie natuurlijk, maar ook om meer profane redenen. Zo dook de Quote 500 ooit op pijnlijke wijze op in de echtscheidingsprocedure van René Scholten, samen met Rinze Strikwerda oprichter van detacheringsbedrijf TAS. Op grond van zijn positie in de Quote 500 (nr 479 in 2009) voerde zijn ex-vrouw aan dat ze recht had op aanzienlijk meer alimentatie dan haar was toegekend. En dat het geld dat manlief René in zijn Japanse kunstverzameling had gestoken eigenlijk haar toekwam. Het was niet de laatste keer dat de Quote 500 aangevoerd werd als bewijsmateriaal in zakelijke en persoonlijke conflicten.

 

Maar waar sommigen hun neus ophaalden, of krampachtige pogingen deden eronderuit te komen, roken andere, vooral nieuwe rijken, een kans om te stijgen op de maatschappelijke ladder. Woekeraar Dirk Scheringa bijvoorbeeld. Ontevreden met het in zijn ogen veel te laag geschatte vermogen (nr 42 in 1997, 340 miljoen gulden) bestookte de bankier de redactie jaarlijks met handgeschreven faxen. In een daarvan beweerde Scheringa dat hij net een bod van 750 miljoen gulden voor zijn DSB had gekregen van een niet bij name te noemen Amerikaanse financiële gigant. Of we hem even in de top 10 wilden plaatsen? Net als vorig jaar Sjoerd Kooistra (in 2009 nog goed voor 130 miljoen, nr 202), toonde Scheringa op overtuigende wijze aan dat de essentie van de Quote 500 is en blijft dat het 1) een vermogensraming en 2) een tijdopname is. Niets vergankelijker dan een vermogen.

 

Vergissing

Het idee van de Quote 500 ontstaat in de herfst van 1996 tijdens een redactievergadering in restaurant ‘t Jagershuis te Ouderkerk aan de Amstel, eigendom van Jan-Dirk Paarlberg (nr 500 in 2010, €51 miljoen). De eerste poging om een serieuze lijst van de rijkste Nederlanders samen te stellen ligt op dat moment net bij de drukker. Het is de Quote 100 die ik samen met researcher Bianca Daniels heb samengesteld. Een serieuze Nederlandse rijkenlijst is een langgekoesterde wens van hoofdredacteur Jort Kelder en mij. Maar het is, zo gebied de eerlijkheid te zeggen, niet meer dan een aardige poging. De Quote 100 haalt het niet bij zijn voorbeelden: de Forbes 400 en de Sunday Times Rich List.

 

Het is de piepjonge en nog onbekende advertentieverkoper Luc van Os, tegenwoordig directeur en uitgever, die tijdens die vergadering een doorbraak forceert. Als luidruchtige vertegenwoordiger van de commercie wordt zijn komst bij de vergadering aanvankelijk met argusogen bekeken. Het gerucht gaat dat de twintiger regerend Prins Carnaval is van een Brabantse provinciestad. Her en der klinkt gesnuif als Van Os het woord neemt. Zijn boodschap is even krachtig als helder: dat lijstje van honderd rijken is best aardig, compliment. “Maar kunnen jullie er niet een maken van 500, zoals Forbes? Dan krijg ik de adverteerders écht mee.” Zijn opmerking slaat hard in. Quote 500... Klinkt goed. Maar kan het wel?, vraagt hoofdredacteur Kelder zich luidop af. “En wie is er nu geïnteresseerd in een oude lul met een paar miljoen gulden in Beetsterzwaag? En wie moet het gaan maken?” “Natuurlijk kan het”, werp ik tegen. “Het is gewoon vijf keer zoveel rekenen en vijf keer zo hard werken.”

 

Op dat moment realiseert niemand zich dat Van Os het voorbeeld Forbes, dat de lijst 400 Richest People publiceert, heeft verwisseld met de Fortune 500. Dat is een totaal andere lijst van de 500 grootste ondernemingen. De Quote 500 is eigenlijk een vergissing. Een briljante, dat wel. Het getal ‘500’ heeft zich vanaf het moment dat het woord viel als een pitbull in de kuit van ‘t bijtertje vastgebeten.

 

Nattevingerwerk

Toen de eerste editie van Quote 500 in 1997 verscheen, was het een instant succes op de lezersmarkt. Het blad was binnen een dag uitverkocht in Wassenaar en het Gooi. De redactie werd belaagd door kioskhouders die om meer exemplaren smeekten. Toch werd het aanvankelijk afgedaan als ‘dat lijstje’, ‘allemaal gelul’ en ‘nattevingerwerk’. Begrijpelijk, maar het was niet terecht. Hoewel in de eerste edities tientallen rijken ontbraken, niet iedere kandidaat even diepgaand was onderzocht en de redactie voor mistige sectoren als vastgoed teveel afhankelijk was van secundaire bronnen, was de productie voor Quote behoorlijk prijzig. En niet alleen vanwege de duizenden manuren die er in werden gestoken. Ook de benodigde documentatie van de Kamer van Koophandel en van knipseldiensten, die toen nog per fax of post werd gestuurd, heeft tienduizenden guldens gekost en vormde een flinke aanslag op het redactiebudget.

 

Het opsporen van 500 rijken was dat eerste jaar een arbeidsintensieve klus. De redactie beschikte nog niet over internet. Niet dat het veel zou hebben uitgemaakt: op internet was toen nog nauwelijks informatie over bedrijven en mensen te vinden. Aan de hand van de losbladige uitgave Financieel-Economisch Lexicon werd elke relevante onderneming in Nederland geanalyseerd op omzet, winst, vermogen en eigendom. Iedere redacteur kreeg een sector of een letter van het alfabet toegewezen. Het bleek een hele toer om eenvoudige vragen beantwoord te krijgen, zoals wie eigenlijk de eigenaar was van het bedrijf. Het lastige was dat zodra duidelijk was waarom het ging, bijna niemand zich bereid toonde om mee te werken. Een nietsvermoedende boekhouder, een rancuneuze portier of een gefrustreerde echtgenote – het bleken onconventionele, maar verrassend openhartige bronnen.

 

Voor de berekening van de vermogens ontwikkelde Quote een eigen methode, waarvoor uitgebreid adviezen en rekenmodellen van vermogensbeheerders, economische onderzoeksbureaus en M&A-adviseurs werden gebruikt. Elk jaar werden variabele factoren, zoals koers/winst-multipliers, waarde van vastgoed etc, opnieuw bepaald. En elk jaar werd de methode nauwkeuriger. Honderden nieuwe namen doken op. Tot dan toe onder de radar gebleven rijken, werden door hun buren of ‘vrienden’ aangemeld via de Quote-kliklijn. Steeds vaker verloren de rijken op de lijst hun schroom. De allereerste die zijn vermogen publieke vierde als graadmeter van zakelijk succes was wijlen Bram van Leeuwen, destijds bekend als Prince de Lignac. Jaarlijks liet de prins zijn private banker een keurig afschrift van zijn vermogen sturen om vervolgens geanimeerd zijn beleggingssuccessen telefonisch toe te lichten. Ook de streng gereformeerde software-fabrikant Jan Baan, verder in alles de tegenpool van Van Leeuwen, had geen enkele moeite met zijn vermelding. Hij bekende zelfs van zijn rijkdom te kunnen genieten en had zichzelf een Falcon 900 gegund. Immers: “Als de aandelen met een gulden stijgen, kunnen we er wel vier kopen.”

?

 

Waardering

Erkenning voor de kwaliteit van de lijst kwam die eerste jaren vooral uit Amerika. De redactie van het blad Forbes nam niet alleen namen in de bovenste regionen van de Quote-lijst over, maar wist ook te vertellen dat prins Bernhard het met zijn Amerikaanse vriend hoofdredacteur Steve Forbes had gehad over zijn vermelding in Quote en Forbes. De prins zou lachend hebben gezegd dat de schatting veel te laag was. Enkele jaren voor zijn dood kwam hij daarop overigens op terug. Zo wist de prins de familie Oranje uit de Forbes-miljardairslijst te manoeuvreren. Charlene de Carvalho-Heineken, Frits Goldschmeding, John de Mol, Ralph Sonnenberg, Hans Melchers en Joop van den Ende staan er wel in.

 

De lijst begon ook steeds meer alternatieve doelen te dienen. Toenmalig staatssecretaris en fan Willem Vermeend liet zijn Fiod-ambtenaren polsen of er niet een vorm van samenwerking mogelijk was. De in financiële nood verkerende Ronald-Jan Heijn, telg van het kruideniersgeslacht, belt op een dag of hij onmiddellijk een stuk of vijf Quote 500’s kan komen ophalen. Later horen we dat Heijn zijn vermelding op de lijst als laatste strohalm probeert te gebruiken om de financiers van zijn noodlijdende new-age café Obibio ervan te overtuigen dat hij wel degelijk kredietwaardig is.

 

De Quote 500 is in meerdere opzichten een uniek en innovatief journalistiek project. Het is de eerste Nederlandse publicatie die geheel met een database werd gemaakt, destijds een noviteit in de van oudsher conservatieve journalistiek. De lijst met honderden redactionele pagina’s – de dikste nummers telden meer dan 300 pagina’s – was het grootste journalistieke project van Nederland. Aan de eerste edities werkte de voltallige redactie mee. Dat was ook nodig omdat er vanaf nul werd begonnen. Alleen al het zoeken van beeld, toen nog volledig analoog, was monnikenwerk. Bijna iedere redacteur is wel eens verbaal belaagd als hij of zij de overrompelde rijke Nederlander kenbaar had gemaakt dat hij prominent zou figureren in een lijst van 500 rijkste Nederlanders. Een enkeling, zoals slachtbaron Aldo van der Laan, hing op met het dreigement dat hij ons wel wist te vinden. “U schendt mijn privacy. Ik verbied u over mij te schrijven.” Van der Laan werd nog bozer toen hij aangesproken werd op de in het begeleidende artikel vermeldde internet-adres www.meatpoint.com. Die site bleek niet van zijn bedrijf Meatpoint te zijn, maar van een porno-site. Enkele maanden later was die site uit de lucht. 

 

Hoewel het nog enkele jaren zou duren voordat er écht kogels door de ruiten werden geschoten, hing er ook in de beginjaren van de 500 soms een ongemakkelijke dreiging in de lucht. Boze telefoontjes, niet zelden vergezeld van een dreigement. Op een van die avonden, het schemerde al, zag ik op de rug van redacteur Edward Deiters een rood lichtgevend puntje dat dansend naar zijn achterhoofd bewoog. Hij zat met zijn rug naar het raam dat uitkeek over het Koningsplein. Het lukte niet de dader op te sporen. Uit voorzorg lieten we de luxaflex (eigenaar: Ralph Sonnenberg, met 1,64 miljard gulden nr 10 in de Quote 500 van 1997) zakken als het donker werd.  

 

Transparantie

Een argument dat bij die eerste edities van de Quote 500 steeds opnieuw werd aangevoerd door de ‘slachtoffers’ was dat van de privacy. De rijkenlijst zou die met voeten treden, luidde het verwijt. Praktisch gezien kwam het bezwaar er eigenlijk op neer dat Quote het criminelen te gemakkelijk zou maken om rijke mensen te ontvoeren, dan wel af te persen. Voor zover bekend is het daadwerkelijk een keer gebeurd dat een verwarde geest zich beriep op de Quote 500 toen hij een halfgeslaagde poging deed iemand te gijzelen. Wel staat vast dat een deel van mensen op de lijst maatregelen heeft genomen om bezit en eigen veiligheid te beschermen. Sommigen maakten daarbij dankbaar gebruik van de tips die in Quote door adviseurs op dat gebied werden verstrekt. “Voor de business kunnen we wel weer een ontvoerinkje gebruiken,” bekende een van hen in het blad.

 

Over het hoe en waarom van de Quote 500 heb ik destijds veel nagedacht. Natuurlijk, het was zowel journalistiek als organisatorisch een complex, interessant en waanzinnig project. De wereld van het geld werd in die tijd volledig genegeerd door de gevestigde Nederlandse journalistiek. Het was terra incognita dat Quote betrad. Vaktechnisch gezien was het bedenken en uitbouwen van het concept van de Quote 500 de natte droom van iedere bladenmaker. Waarmee de uitgever, zo bleek al snel, ook nog eens heel veel geld mee verdiende. Achteraf is het trouwens verbazingwekkend hoe weinig die er zich mee bemoeide. De Quote 500 was – en is nog steeds – het product van de redactie, dat met ontzettend veel lol wordt gemaakt. Juist daarom kon het zo’n succes worden.

 

Maar er was ook een intellectuele motivatie voor het speuren naar en blootleggen van andermans verborgen rijkdom. Ondanks de glamour, de geur van fragwürdiges geld en al even twijfelachtig entertainment die later rond de Quote 500 is gaan hangen, leefde bij mij en de meeste redactieleden het idee dat we bezig waren met iets dat ook maatschappelijk relevant was. De lijst doorbrak niet alleen het taboe op geld, maar is in veel gevallen ook een lofzang op ondernemerschap.

 

Maar het allerbelangrijkste was het idee dat de lijst de machtsverhoudingen in Nederland transparanter maakte. Macht en invloed worden immers voor een belangrijk deel door vermogen bepaald. Macht en vermogen, het zijn variaties op hetzelfde thema. Men hoeft niet persé marxist te zijn om de correlatie tussen rijkdom en beïnvloeding van besluitvorming in zowel private als publieke domeinen waar te kunnen nemen. Nog steeds vind ik dat Quote op het gebied van financiële transparantie een, onderschatte, bijdrage heeft geleverd. De Quote 500 was een soort Follow the Money avant la lettre. 

 

Ontnuchterend

Vrijdagavond, 17 oktober 1997. Het is stampend vol in het Amsterdamse Grand Café Luxembourg. Een mengelmoes van beursbengels, schuimende investeerders en journalisten drinkt, rookt en kwaakt. De eerste exemplaren van de allereerste Quote 500 zijn kort daarvoor door de drukker afgeleverd op de redactieburelen aan het belendende Singel. Het blad ruikt naar inkt en glimt. Samen met enkele redacteuren en marketeers bladeren we er doorheen. Opgewonden, speurend naar fouten. In de drukte ziet een jongeman in pak het blad. “Oh leuk, Quote”, zegt hij. “Hebben ze wat deze maand?”

 

“Ja,” zeg ik trots. “De lijst van de 500 rijkste mensen van Nederland!” Ik laat de goudkleurige cover zien. Hij pakt het blad even beet, kijkt een seconde en trekt een vies gezicht. “Alweer? Die lui kunnen ook nooit eens iets nieuws verzinnen.” Aanvankelijk ben ik verbijsterd, maar een biertje later besef ik dat dit juist de kracht is van de rijkenlijst. De 500 is het ontbrekende puzzelstukje van Quote. Het stukje dat het plaatje ineens compleet maakt. En als hij er eenmaal ligt, is het alsof hij er altijd al is geweest.

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Quote 500 editie 2011 naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van Quote. Aanleiding om het nu op FTM te publiceren is de onzin die er op dit moment in de media over de Quote 500 als 'inbrekerslijst' wordt gezegd.