Één van de grootste Nederlandse Wob-verzoeken indienen, dat doe je niet alleen. Daarom ontvangt het Wob-verzoek van Platform Authentieke Journalistiek steun van twintig hoogleraren en onderzoekers. Waarom kiezen zij ervoor dit project te steunen? En naar welke documenten zijn zij zelf benieuwd?

    Op 12 april deden we een 17-delig Wob-verzoek de deur uit. Daarin verzochten we in totaal 9 ministeries, 5 gemeenten en 3 provincies om ‘alle’ overheidsdocumenten over Shell, vanaf 2005. Hoofddoel: het onderzoeken van de verstrengeling tussen een van de grootste oliebedrijven ter wereld en de Nederlandse overheid.

    Één van de grootste Nederlandse Wob-verzoeken indienen, dat doe je niet alleen. Daarom kan Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) rekenen op de steun van een Raad van Aanbeveling: een groep van twintig hoogleraren en onderzoekers die zich hebben gespecialiseerd in milieukunde, bestuursrecht, (ontwikkelings/milieu)economie, duurzame ontwikkeling, socio-economische transities, informatierecht, belastingrecht, en sociale zekerheid.

    Deze Raad volgt de Wob-procedures op de voet en voorziet PAJ van inhoudelijk advies tijdens het onderzoek. Haar input geeft dit project inhoudelijke verdieping, terwijl onze journalistieke onafhankelijkheid gewaarborgd blijft. Een bijkomend voordeel: de opgevraagde documenten kunnen ook het wetenschappelijke en journalistieke onderzoek van de Raad van Aanbeveling voeden.

    De Shell Papers: hoe, wat, waarom?

    In het algemeen richt het onderzoeksproject zich op de relaties tussen Shell en de overheid in de afgelopen veertien jaar, sinds 2005 dus. Dat was het jaar waarin Shells Britse en Nederlandse tak fuseerden tot één bedrijf, met Den Haag als hoofdkantoor. Het was ook het jaar dat het internationale klimaatakkoord van Kyoto in werking trad.

    Sindsdien is de naam Shell in allerlei politieke perikelen opgedoken. Denk aan de belastingdeal die Shell sloot rond haar fusie, en de acht miljard euro die het bedrijf volgens onderzoeksbureau Somo sindsdien aan dividendbelasting ontweek. Of de jarenlange lobby voor de afschaffing van de dividendbelasting door Shell en Unilever waar premier Mark Rutte gevoelig voor bleek. Maar ook het lidmaatschap van Shell aan lobbyclubs van gas- en oliegiganten, die wereldwijd lobbyen tegen de uitvoering van klimaatakkoorden.

    Tijd voor transparantie over de relatie tussen Shell en de Nederlandse overheid, vonden Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) en FTM. Na al deze controverses namen we ons vorig jaar voor een Wob-verzoek te schrijven over de relatie tussen Shell en de Nederlandse overheid.

    Meer lezen? In de proloog van het onderzoek (ook beschikbaar als podcast) gaan we uitgebreid op de beweegredenen in. Er is ook een lijst veelgestelde vragen:

    Veelgestelde vragen

    Lees verder Inklappen

    Een aantal leden van de Raad van Aanbeveling scharen Shell al tijden onder hun onderzoeksinteresse. In dit artikel laten we een aantal leden van de Raad van Aanbeveling aan het woord over de Shell Papers. Waarom besloten ze plaats te nemen in de RvA, en welke informatie hopen ze te zien verschijnen als gevolg van de Wob-verzoeken? Ook Nederlandse journalisten die uitvoerig hebben gepubliceerd over Shell vragen we wat de Shell Papers hun onderzoek kan brengen.

    Herman Bröring

    Herman Bröring is hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij richt zich in zijn onderzoek onder andere op ‘soft law’ en de rol van informele afspraken en ‘herenakkoorden’ tussen de staat en bedrijfsleven. Bröring staat bekend als een expert over de Groningse gaswinning en de afspraken tussen de staat en de NAM. Hij liet zich hier in de Nederlandse pers meermaals kritisch over uit.

    Waarom besloot je plaats te nemen in de Raad van Aanbeveling?

    ‘Openbaarheid zie ik zelf als een kenmerk van democratie. Verkiezingen alleen zijn niet voldoende. Mensen moeten ook gewoon goed geïnformeerd zijn en als kiezers, als burgers, goede keuzes kunnen maken. Burgers hebben ook een controlerende functie. Als je je in bepaalde dossiers verdiept, merk je vaak dat er achter de schermen allerlei dingen gebeuren die niet zo openbaar zijn. Daar zitten problemen aan vast. Dat is voor de gaswinning bijvoorbeeld helder: je hebt die overeenkomst gehad van samenwerking uit 1963, die lang geheim is gebleven. Nu heb je dat Herenakkoord uit 2018: het akkoord op hoofdlijnen met Shell en ExxonMobil over de toekomst van gaswinning in Nederland. Je vraagt je daarbij af wie er nou regeert. Is dat het bedrijfsleven of toch de regering zelf? Dat vind ik een fascinerende vraag. De verwevenheid tussen regering en bedrijven en het belang van vertrouwen, ook als het gaat om Shell en de energietransitie, zijn belangrijke kwesties. Ik ben niet tegen Shell, het gaat mij om de openbaarheid.’

    Welke informatie hoop je dat de Wob-verzoeken naar boven halen?

    ‘Het is natuurlijk super interessant om te weten in hoeverre men al op de hoogte was van de risico’s van de gaswinning in Groningen. Meent van der Sluis, een soort klokkenluider, waarschuwde al jaren voor de risico’s, maar ook daarvoor waren er al mensen die zeiden: ‘zo veilig is het allemaal niet’. Dan worden risico’s allereerst ontkend, en pas na een ontkenningsfase wel erkend. Dit is allemaal voor 2005. Men is pas echt wakker geworden in 2012. Dan is het toch aardig om ook vanaf 2005 te weten in hoeverre men die risico’s in de gaten heeft gekregen, en in hoeverre men daar al overleg over had.’

    ‘De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft ook gezegd dat in de besluitvorming rond de gaswinning tot 2013 de veiligheid van Groningers gewoon ondergeschikt is geweest. Daar zit ook een indicatie dat men toch al wel meer van de risico’s af wist en gewoon heeft gedacht van ‘dat gas is veel waard, wie weet valt het mee, en anders zien we dan wel weer’. Alles wat je daarover te pakken krijgt is interessant: informatie over wat men in die tijd toch al wel wist, of wat er gecommuniceerd is tussen de overheid en de NAM.’

    Eveline Lubbers

    Onderzoeksjournalist dr. Eveline Lubbers richt zich in haar huidige onderzoek op corporate intelligence en public relations-strategieën van multinationals. In 2012 publiceerde ze haar promotieonderzoek in het boek Secret Manoeuvres in the Dark: Corporate and Police Spying on Activists. Daarin deed ze onthullingen over de tegenwerking en undercover praktijken van bedrijven — inclusief Shell — richting activisten. Ook is ze een van de oprichters van onderzoeksplatform spinwatch.org, gericht op de Britse lobby-industrie. Eveline heeft drie grote Wob-verzoeken naar Shell op haar naam staan, over de werkzaamheden van het bedrijf in Libië en Nigeria. 

    Waarom besloot je plaats te nemen in de Raad van Aanbeveling?

    ‘De drie grote Wob-verzoeken naar Shell leerden me hoe close de banden zijn tussen Shell en met name het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De mensen kennen elkaar goed: op first name basis sturen ze mailtjes naar elkaar en regelen ze dingen onderling als dat nodig is. Dat gaat om interne zaken als het afstemmen van beleid en om reacties ‘naar buiten’, naar de pers. Idem dito met kritische Kamervragen.’

    ‘Als we deze achterkamertjespolitiek doortrekken naar een hedendaagse crisis, kom ik uit bij de NAM. De manier waarop de verantwoordelijkheid voor de Groningse aardbevingen wordt doorgeschoven en de eis voor schadevergoedingen jarenlang is genegeerd. Ik vind het heel belangrijk om erachter te komen wat de rol van Shell daarin is geweest, en of dat de laatste jaren is veranderd.’

    ‘In het verlengde daarvan is er de problematiek rondom Shell in landen als Nigeria, Irak en Libië: Shell is actief in oorlogsgebied en steunt bepaalde partijen. In het verleden bleef het bedrijf actief in Zuid Afrika en Rhodesië, ondanks de wereldwijde boycot vanwege de apartheid. Shell kreeg in die tijd veel steun van de Nederlandse regering om haar positie daar te behouden.’

    ‘Ik vond laatst een voorstel terug dat ik eind jaren tachtig deed om alles wat we wisten over Shell online te zetten, nu gaat dat eindelijk gebeuren.’

    ‘Ik neem plaats in de Raad van Aanbeveling omdat ik het geweldig vind dat het wobben nu een keer groots wordt aangepakt. Ik had door de jaren heen zelf meer willen doen, dus ondersteun ik nu graag anderen die dat wel gaan doen: met kennis, mijn netwerk en ervaring. Ook vind ik het leuk om te helpen met het bekijken van de documenten. Ik vond laatst een voorstel terug dat ik eind jaren tachtig deed om alles wat we wisten over Shell online te zetten, nu gaat dat dan toch eindelijk gebeuren.’

    Welke informatie hoop je dat de Wob-verzoeken naar boven halen?

    ‘Hoe Shell omgaat met kritiek en met campagnes, dat vind ik heel belangrijk. Ik ben al sinds de jaren ‘80 bezig met onderzoek naar Shell, toen in het kader van de anti-apartheidsbeweging en protestacties tegen Shell. Het bedrijf heeft in die tijd zelf een inlichtingenafdeling opgezet en maakte gebruik van privé inlichtingendiensten om interne informatie over actiegroepen te verkrijgen. Uit die tijd komt ook het Pagan-rapport, een strategieplan dat Shell liet opstellen om de anti-apartheidsboycot van Shell producten te ondermijnen, waarover ik later heb geschreven. Hoe Shell vandaag de dag met kritiek omgaat, bijvoorbeeld met de groeiende klimaatbeweging die van de olie af wil en die tegen fracking is, daar zou ik meer over willen weten.’

    ‘Verder ben ik vanuit mijn huidige werk geïnteresseerd in files over de strategieën rond maatschappelijk verantwoord ondernemen van Shell. En niet te vergeten het thema dat de rechtszaak van de Nigeriaanse Esther Kiobel actueel heeft gemaakt: het aansprakelijk stellen van Shell voor mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling in het buitenland. Hoe je gebruik kan maken van juridische ruimte vind ik vanuit mijn achtergrond heel interessant, en op welke manier Shell probeert daar onderuit te komen.’

    Pier Vellinga

    Pier Vellinga is als extern hoogleraar op het gebied van klimaat en milieu verbonden aan Wageningen en aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In de jaren negentig was hij een van de oprichters van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties; daarvoor ontving hij samen met zijn collega’s de Nobelprijs voor de Vrede. Vellinga is daarnaast voorzitter van Urgenda, de stichting die de klimaatzaak tegen de Nederlandse staat aanspande en tot tweemaal toe door de rechter in het gelijk werd gesteld. De overheid is vervolgens in cassatie gegaan.

    Waarom besloot je plaats te nemen in de Raad van Aanbeveling?

    ‘De belangrijkste reden dat ik eraan meewerk, is dat de belangen van ons als burgers en die van een grote multinational als Shell niet meer parallel lopen. Die liepen vroeger redelijk parallel, maar inmiddels misschien juist anti-parallel. Bijvoorbeeld rond de energietransitie gericht op elektrische auto’s in plaats van benzine van Shell en rond de aardbevingschade. Shell zal altijd zeggen dat ze voor klimaatmaatregelen zijn, maar ondertussen hebben ze enorm veel lobbyisten betaald om zand in de machine te gooien. Ze lobbyen daarbij bijna altijd indirect, heel subtiel, vaak op ambtelijk niveau. Ik denk dat het nu echt tijd is om aan zo’n multinational te laten zien dat de belangen met de staat in veel gevallen beslist niet meer parallel lopen.’

    ‘Vier van de huidige ministers komen van Shell vandaan. Dat gaat toch gepaard met een zekere loyaliteit’

    Welke informatie hoop je dat de Wob-verzoeken naar boven halen?

    ‘Inmiddels is er een enorm ambtelijk apparaat tussen Shell en de Nederlandse overheid. Zo werd rond de aardgaswinning het Energiebedrijf Nederland (EBN) opgezet en werden er allerlei akkoorden gesloten: het zogenaamde gasgebouw. Dat vond iedereen indertijd eigenlijk oké; inmiddels vinden we dat niet meer.’

    ‘Die overeenkomsten zijn voornamelijk met het ministerie van Economische Zaken en inzake belastingen en opbrengsten met het Miniserie van Financiën. Maar ook met Buitenlandse Zaken bestaat een hechte relatie waarbij sprake is van uitwisseling van medewerkers. Tot op de dag van vandaag zijn de ambtenaren, vooral bij Economische Zaken, erg gevoelig voor de multinationals, terwijl de andere departementen wat breder en meer maatschappelijk georienteerd zijn. Vaak onterecht vinden ze bij Economische Zaken dat de belangen van Shell en het grote bedrijfsleven parallel lopen met de belangen van de Nederlandse burgers. VNO acteert hierbij veelal als lobbyorganisatie. Ze zien vaak het MKB en ook de belangen van natuur en milieu volledig over het hoofd.’

    ‘Wat betreft de rol van ambtenaren heeft dat ook te maken met hun carrièrepad en ambities op dat terrein. Een goede EZK-directeur-generaal energie wordt vervolgens vaak directeur van de Gasunie, Gasterra of ergens in het “energiegebouw”. Vier van de huidige ministers komen van Shell vandaan. Dat gaat dan toch vaak gepaard met een zekere loyaliteit naar je eerdere werkgever.’

    ‘Ook TNO [de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek, red.], het Ministerie van Economische Zaken en Shell zijn altijd nauw met elkaar in gesprek en houden de belangen van Shell en de NAM scherp in het oog bij het onderzoek dat ze doen en de adviezen die worden gegeven. Een voorbeeld is de publicatie door minister Kamp van EZ van zeespiegelscenario’s voor het Waddengebied in 2016, op zijn verzoek gemaakt door TNO. Deze scenario's lagen veel lager dan de wetenschappelijk onderbouwde KNMI-scenario’s, met als gevolg dat de gaswinning in het Waddengebied niet in gevaar kwam. Die verwevenheid van onderzoek zoals bij TNO en Economische Zaken en Shell/NAM is mede de oorzaak geweest van het feit dat die aardbevingsproblematiek zo laat naar boven kwam. Dat had 20 jaar eerder naar buiten kunnen komen.’

    ‘Bij TNO en EZ zal dat niet altijd intentioneel zijn. Het is meer een kwestie van een collectief denkframe. Individuele onderzoekers hebben het idee dat ze onafhankelijk zijn, maar ze hebben vaak eerder in hun carrière stage gelopen bij Shell, of informatie of andere steun gekregen van Shell. Het gevolg is dat er bijna geen geologen in Nederland zijn die Shell tegenspreken. Jullie onderzoek kan dit soort dingen blootleggen.’

    Irene van Staveren

    Irene van Staveren (1963) is hoogleraar pluralist development economics aan het Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is daarnaast columniste van Follow The Money en Trouw en lid van het Sustainable Finance Lab. In 2018 sprak ze zich uit tegen de door Unilever en Shell gewenste afschaffing van de dividendbelasting met de woorden: ‘Kabinet, laat je niet gijzelen door aandeelhouders van Shell en Unilever’.

    Waarom besloot je plaats te nemen in de Raad van Aanbeveling?

    ‘Ik maak me echt zorgen over de dubbelrol die grote bedrijven spelen. Dat geldt voor AkzoNobel, Philips, DSM, Unilever, maar met name voor Shell. Aan de ene kant beïnvloeden ze via lobby het beleid zodat er bijvoorbeeld, als het gaat om belastingen, een fiscaal gunstig klimaat ontstaat. Vervolgens halen ze daar, met al de expertise die ze in huis hebben, maximaal voordeel uit. Het dubbele is dat ze zich daarna verschuilen achter de wet en met droge ogen zeggen: ‘we doen toch alles keurig binnen de wet?’. Alsof die wet niet mede door henzelf veranderd is. Dat baart me eigenlijk het meeste zorgen: dat het blijkbaar normaal is dat een groot bedrijf zoveel politieke invloed krijgt.’

    Welke informatie hoop je dat de Wob-verzoeken naar boven halen?

    ‘Als econoom ben ik erg nieuwsgierig naar de economische argumenten die het bedrijf iedere keer gebruikt om politici te beïnvloeden. Zodra het gaat over de verlaging van dividendbelasting, of de winstbelasting voor grote bedrijven, dan is het enige argument waar het kabinet steeds mee komt: “Het kost anders banen.” Dat argument is hen natuurlijk direct ingefluisterd door bedrijven als Shell en VNO-NCW. Maar ik heb daar nog nooit een degelijke wetenschappelijke, onafhankelijke studie van gezien. Ik vind dat je je juist dan moet afvragen: Wat voor banen? Banen voor wie? Hoe zeker zijn die banen op termijn? En hadden we ook op een andere manier banen kunnen creëren?’

    ‘Ik wil wel eens zien met wat voor onderbouwing ze zijn gekomen; ik ben bang dat die flinterdun is. Ik ben benieuwd of politici dan met kritische vragen zijn gekomen. Of ze onderzoek hebben laten doen om te zien hoeveel banen het dan kost als je het bedrijf niet zijn zin geeft. Als uit die documenten blijkt dat dat allemaal niet onderbouwd is, dan bevestigt dat wel een beetje het idee wat ik heb over hoe dat lobbyproces werkt.’

    Joost Jonker

    Joost Jonker is hoogleraar in ‘bedrijfsgeschiedenis, inclusief de sociale aspecten’, aan de Universiteit van Amsterdam. Als historicus schreef hij mee aan een in 2007 gepubliceerde vierdelige boekenreeks over de geschiedenis van Shell getiteld A History of Royal Dutch Shell, in opdracht van Shell rond hun 100-jarig bestaan. Hij richtte zich in dit onderzoek op de geschiedenis van Shell sinds de Tweede Wereldoorlog tot de oliecrisis van 1973.

    ‘Wat voor deals daar gesloten zijn, werkelijk geen idee’

    Waarom besloot je plaats te nemen in de Raad van Aanbeveling?

    ‘Al dit soort verwevenheid tussen politiek en bedrijfsleven is niet per se slecht, en ligt deels zelfs voor de hand. Als je een groot bedrijf hebt en een overheid, dan willen die bepaalde dingen voor elkaar brengen, en dat is soms het handigste via allerlei netwerken. Maar het bezwaar ervan is dat het zo intransparant is. En op het moment dat dit  aan de orde gesteld wordt, reageren beide partijen door te ontkennen dat er iets aan de hand is, of proberen ze het te verdoezelen. En transparantie betekent niet dat je ieder detail direct aan de pers hoeft mede te delen, maar wel dat je er ook niet omheen draait dat die banden bestaan en een bepaalde functie hebben.’

    Welke informatie hoop je dat de Wob-verzoeken naar boven halen?

    ‘Één van de grote punten van contact is natuurlijk toch belasting. Het bedrijf is vanaf het begin heel kien op belastingvermijding. Dat kon ook makkelijk toen het nog twee eenheden waren, want dochterbedrijven werden of bij Shell Transport of bij Koninklijke Olie geplaatst, mede uit belastingoverwegingen. Soms ook om politieke redenen. Op het moment dat die twee bedrijven gaan fuseren is dat natuurlijk van direct groot overheidsbelang geweest, omdat er een tijdje de angst bestond dat de zetel in Londen zou komen. Maar wat voor deals daar gesloten zijn, werkelijk geen idee. Dus in die zin is 2005 een erg goede datum om de Wob te beginnen, want  dat moet daaromheen gespeeld hebben. Het kan zijn dat ze daar allerlei nieuwe afspraken en langer lopende kwesties tegelijk hebben opgelost.’

    ‘Het terrein waarop ze met de overheid te maken hebben is natuurlijk enorm, stomweg omdat het zo'n enorm bedrijf is. Ik kan eigenlijk niet bedenken wat de omvang daarvan is. Waar ik in dit soort onderzoeken het meest naar pleeg te zoeken, is het moment dat er een probleem is dat naar een oplossing moet. Waar ik dan naar zoek is de instantie waar een beslissing over dat probleem genomen moet worden. Daar is dan bijna altijd een voorbereidend document van een functionaris of een ambtenaar te vinden die aan zijn of haar superieur moet uitleggen hoe de kwestie zit. Meestal is dat de top van de papierstroom, die de onderliggende stroom samenvat. Het is in al die dingen van wezenlijk belang om te weten wat de administratieve gang van zaken is bij een gegeven kwestie. Het vervelende van digitale archieven is onder andere dat je die administratieve gang vaak niet meer rechtstreeks kan reconstrueren.’

    Jelmer Mommers

    Jelmer Mommers is correspondent Klimaat en Energie bij De Correspondent en publiceert op 4 juni het boekHoe gaan we dit uitleggen: Onze toekomst op een steeds warmere aarde.In 2017 haalde hij het wereldnieuws door een oude klimaatfilm van Shell opnieuw te onthullen. In 2018 maakte hij interne Shell-documenten openbaar, waarop de rechtszaak die Milieudefensie voert tegen het klimaatbeleid van Shell deels is gebaseerd.

    Waarom steun je de Shell Papers?

    ‘De reikwijdte van het project is ongeëvenaard. De schat aan informatie die deze Wob-procedure kan opleveren, zal vele nieuwe journalistieke en academische onderzoeken in het publieke belang mogelijk maken. Eindelijk krijgen journalisten de kans om onderzoeksvragen te beantwoorden die al jaren op de plank liggen, maar waar nog nooit een antwoord op mogelijk is geweest.’

    ‘Het project raakt aan een breed probleem’

    ‘Het project raakt aan een breed probleem. Het is voor journalisten nu vrijwel onmogelijk om werkelijk te achterhalen hoe er achter de schermen gelobbyd wordt voor specifieke bedrijfsbelangen. Als het gaat om klimaatbeleid, weten we dat het vaak specifieke belangen zijn die ervoor zorgen dat beleid in het publieke belang sneuvelt of wordt afgezwakt. Het is tijd om deze hiaat te dichten. Noem het democratische hygiëne: een poging om de besluitvorming in ons land transparanter en controleerbaarder te maken. Dat heeft niet alleen waarde voor de geschiedenisboeken, het is een essentiële stap om te zorgen dat toekomstig klimaatbeleid gemaakt kan worden zonder oneigenlijke beïnvloeding door oude, fossiele belangen.’

    Welke informatie hoop je dat de Wob-verzoeken naar boven halen?

    ‘Persoonlijk ben ik in het bijzonder geïnteresseerd in een aantal patronen in de beïnvloeding vanuit Shell van het Nederlandse energiebeleid. Hoe heeft Shell zich achter de schermen opgesteld rond de totstandkoming van het Energieakkoord in 2013? Het is al langer bekend dat Shell jarenlang een strategie volgde die je informeel kunt samenvatten als 'throw coal under the bus.' Met andere woorden: lobbyen vóór maatregelen die steenkool duurder en onaantrekkelijker maken, om vervolgens aardgas als beter alternatief naar voren te schuiven (een product dat Shell verkoopt, maar dat voor het klimaat uiteindelijk geen oplossing is). Hoe heeft Shell deze lobby concreet vormgegeven?’

    ‘En, om het iets breder te trekken: op welke manier levert Shell suggesties aan bij de beleidsmakers van de Nederlandse overheid – in het bijzonder de ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat? Welke patronen zijn er te ontdekken in het 'meepraten'? Zulke vragen zijn alleen te beantwoorden door naar verschillende casussen te kijken door de jaren heen – wat de Wob-procedure van Shell Papers mogelijk maakt.’

    ‘Een andere vraag is of Shell op enig moment heeft gepoogd de opschaling van duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen en windmolens te beperken, bijvoorbeeld door te pleiten tegen oversubsidiëring daarvan. Dat zou op zich niet controversieel zijn: jarenlang is het standpunt van gevestigde spelers op de energiemarkt geweest dat landen niet te veel variabele energiebronnen op het elektriciteitsnet zouden moeten toelaten. Dat zou tot hoge kosten en een onbetrouwbare stroomvoorziening leiden, iets waar Shells raffinaderij in Pernis of Shells chemiepark in Moerdijk geen belang bij zou hebben.’

    ‘De gedachtegang die ik hier formulier is wat speculatief, en precies daarom is het zo belangrijk dat hierover documenten openbaar worden. Dat geeft de journalistiek – en daarmee het publiek – de kans om beter te begrijpen hoe beleid tot stand komt, waarom het klimaatbeleid in ons land vaak zo halfhartig is, en hoe dat zou kunnen veranderen.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Platform Authentieke Journalistiek

    Gevolgd door 341 leden

    Het Platform Authentieke Journalistiek wil met kritische berichtgeving een bijdrage leveren aan een eerlijkere samenleving.

    Volg Platform Authentieke Journalistiek
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Shell Papers

    Gevolgd door 2111 leden

    FTM en Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) onderzoeken de verwevenheid van Shell en de Nederlandse overheid door middel...

    Volg dossier