© Kurt Peterson Photography & Design

Populair restaurant op Curaçao gedupeerd door ‘huurbaas’ Defensie

    Een voorganger van Restaurant Boathouse, een hotspot aan het strand van Curaçao, werd door Defensie met verlies geëxploiteerd. In het kader van bezuinigingen werd het object uitbesteed aan een professional. Toen ging het fout: de voormalige grondeigenaar roerde zich, zijn ruzie met Defensie escaleerde en in plaats van te schikken met de gedupeerde exploitant, kiest minister Hennis nu voor een peperdure ramkoers.

    'Defensie heeft het bedrijfsleven nodig, en het bedrijfsleven Defensie,' luidt het credo van Minister van Defensie Jeanine Hennis. Toch blijkt uit de manier waarop het ministerie met ondernemers omgaat dat de liefde vooral van één kant moet komen. Restaurant Boathouse op Curaçao weet er alles van: het bedrijf werd buiten zijn schuld meegesleept in een juridisch geschil tussen het ministerie en de voormalige eigenaar van de grond waarop het restaurant staat, maar ontving hiervoor geen compensatie. 

    Defensie zegt geen geld voor de compensatie te hebben, want 'de huidige financiële situatie bij het Ministerie van Defensie [staat het niet toe] om tot een financieel vergelijk te komen.' Dit is opvallend, aangezien het ministerie blijkbaar wél de financiële middelen heeft om een dwangsom van 5.000 Antilliaanse guldens — ongeveer 2600 euro — per dag te betalen aan de voormalige grondbezitter van het restaurant en daarnaast diverse bodemprocedures te starten in een poging de restauranteigenaar op straat te zetten. Ondernemer Hans Haage is inmiddels ruim 160.000 Antilliaanse gulden kwijt aan proceskosten: 'Wij hadden gedacht in Defensie, oftewel de Staat der Nederlanden, de meest betrouwbare huurbaas te treffen die je je kan wensen. Helaas is het tegenovergestelde waar.' Hoe is dit gebeurd?

    Defensie koopt grond

    In 1996 koopt het Ministerie van Defensie kavels op Curaçao van de toenmalige grondeigenaars, ondergebracht in de Stichting Johannes Bosco. Op één van deze kavels zijn een restaurant en bijbehorende zeilschool gevestigd. Na jaren van enorme verliezen op de eigen exploitatie, besluit Defensie het hele object — restaurant en zeilschool bij elkaar — per 2006 voor tenminste tien plus tien jaar te verhuren aan een commerciële partij. Officieel betaalt het restaurant Boathouse een symbolisch huurbedrag, maar het Ministerie verwacht wel enkele tegenprestaties. 

    Na jaren van enorme verliezen, besteed Defensie de exploitatie uit

    Zo krijgt Defensiepersoneel 30 procent korting op alle bestedingen in het restaurant, dient het restaurant permanent te worden bewaakt door een man en een hond en moet de exploitant zorgen voor groot onderhoud. De kosten die deze voorwaarden met zich meebrengen vormen een jaarlijks bedrag van 80.000 Antilliaanse gulden, hetgeen gelijk staat aan een commerciële huur voor een vergelijkbaar object. 

    Onbekende bepalingen

    In 2009 meldt de Stichting Johannes Bosco zich bij Defensie, met de mededeling dat het Ministerie zich niet aan de afspraken uit 1996 heeft gehouden. Wat blijkt: aan de notariële akten zijn destijds Bouw- en Ordevoorschriften toegevoegd. Daarin staat vermeld dat er op de bedoelde kavels geen commerciële activiteiten mogen plaatsvinden, wanneer deze overlast gevend danwel een waarde-verminderend effect zouden hebben op de omgeving.

    Defensie reageert verbaasd: 'In al die jaren heeft Boathouse nooit enige vorm van overlast veroorzaakt en is het restaurant een begrip geworden alhier op het eiland. Het standpunt van de Stichting verbaast mij dan ook ten zeerste, te meer nu Defensie hierover tot begin 2009 nimmer over is geïnformeerd en dit ook tijdens de gehouden terreincontroles niet aan de orde is gekomen.' zo is te lezen in een brief, in bezit van Follow the Money, van de lokale commandant aan de Stichting in januari 2011. De restauranthouder wordt verzekerd dat hij zich geen zorgen hoeft te maken: 'Defensie zou instaan voor haar rechtspositie en koste wat het kost Boathouse openhouden, zo werd ons verteld', aldus Haage. 

     

    "Defensie moet een dwangsom van 5.000 Antilliaanse gulden per dag aan de Stichting betalen"

    In 2013 wordt duidelijk dat Defensie er niet uit gaat komen met de Stichting; het Ministerie laat de zaak onderzoeken door de Landsadvocaat te Curaçao. Zijn conclusie: Defensie heeft geen sterk verhaal. Vlak hierna valt er bij het restaurant een opzeggingsbrief van de huurovereenkomst op de mat: hoewel het restaurant sinds de overname niets aan de exploitatie heeft veranderd of uitgebreid, zou het te groot en te commercieel zijn geworden. Ook worden de bezuinigingen waar Defensie mee te maken wordt geconfronteerd als reden genoemd. Het ministerie laat tegelijkertijd aan de Stichting weten dat het de tent binnenkort gaat sluiten en de overeenkomst met het restaurant heeft opgezegd. 

    'Wij gaan nergens heen'

    Het restaurant laat echter aan de Stichting weten dat het geen plannen heeft om te vertrekken en de opzegging aan zal gaan vechten. Daarop begint de Stichting een procedure tegen Defensie en subsidiair tegen het restaurant. De Stichting wordt in het gelijk gesteld, maar het vonnis voor het restaurant wordt in hoger beroep vernietigd. Voor Defensie blijft het vonnis gehandhaafd, wat tot gevolg heeft dat het ministerie per 25 juli 2016 — de datum waarop de eerste termijn van het huurcontract afloopt — een dwangsom van 5.000 Antilliaanse gulden per dag aan de Stichting moet betalen zolang het restaurant er zit.

    Defensie gaat niet in hoger beroep tegen het vonnis, maar besluit in mei 2016 een kort geding tot ontruiming in gang te zetten. De rechter wijst alle 23 door Defensie aangedragen argumenten echter af, en het restaurant mag niet worden ontruimd. Hoewel restaurant Boathouse een symbolisch bedrag aan huur betaalt, wordt het contract dankzij de tegenprestaties die het restaurant verplicht levert aan Defensie wel degelijk gezien als een huurovereenkomst.

    Ook het spoedappèl tot ontruiming wordt afgewezen

    Wie op Curaçao een huurovereenkomst wil opzeggen, moet eerst naar de huurcommissie. Het restaurant geniet huurbescherming, waardoor Defensie de restauranteigenaren volgens de rechter niet zomaar uit het restaurant kan zetten. Een gesprek tussen Defensie en de restaurantexploitanten over mogelijk 'vrijwillig' vertrek loopt op niets uit. Defensie wil voorkomen dat het de dwangsommen moet gaan betalen op het moment dat de eerste termijn van het huurcontract afloopt, maar wil ook niet schikken: daar zou geen geld voor zijn.

    Op persoonlijk verzoek van de plaatsvervangend commandant wordt de President van het Gerechtshof te Curaçao gemaild met de vraag of er een spoedappèl kan komen om het restaurant alsnog voor 25 juli te ontruimen. Opnieuw vangt Defensie echter bot: de president reageert geïrriteerd en geeft in zijn antwoord — welke in bezit is van Follow the Money — te kennen dat Defensie zelf de juridische procedure onnodig heeft gerekt, een uitspraak van de rechter in een kort geding negeert en niet in de positie is dergelijke eisen te stellen. Het spoedappèl tot ontruiming wordt hiermee afgewezen. 

    Enorme kostenpost

    Defensie geeft per brief aan geen oplossing te kunnen bieden en gaat daarom in hoger beroep tegen het vonnis. Dit hoger beroep wordt 21 februari jl. afgewezen. Ook is Defensie een nieuwe bodemprocedure gestart tegen het restaurant. Met het oog op de kosten — steevast door het ministerie aangehaald als reden om niet te schikken met de ondernemers — is dit een vreemde gang van zaken.

    Van een prettige samenwerking is al enige tijd geen sprake meer

    Ondertussen is voor het restaurant — zoals oorspronkelijk contractueel was vastgelegd — stilzwijgend de tweede huurperiode van 10 jaar ingegaan. De door Defensie aangekondigde bodemprocedure duurt op Curaçao gemiddeld 12 maanden, hetgeen betekent dat Defensie mogelijk bereid is om 1.900.000 Antilliaanse gulden aan dwangsommen en juridische kosten te betalen aan de Stichting, en om door te procederen tot er een mogelijke uitspraak van een bodemrechter tegen het restaurant is. Mocht deze uitspraak uitblijven, dan zouden deze dwangsommen gedurende het onlangs verlengde huurcontract van 10 jaar blijven bestaan. Dat zou neerkomen neer op 19 miljoen Antilliaanse gulden, een slordige 10 miljoen euro.

    Van een prettige samenwerking is dus al enige tijd geen sprake meer. Defensie verkondigt op het eiland — een relatief kleine gemeenschap — dat het Boathouse gaat sluiten; het heeft recent een aanbesteding gehouden om een nieuwe beheerder te werven voor het object. Ook zijn tot tweemaal toe 's nachts alle reclameborden van het restaurant op het eiland verwijderd, evenals de vermelding van het restaurant op het Defensie-intranet als uitgaans- en ontspanningsgelegenheid voor medewerkers. 

    Haage betreurt deze gang van zaken en de daarmee gepaard gaande chaos: 'Het verhaal gaat rond dat we dicht moeten of zelfs al dicht zijn. Dit zorgt voor onrust onder onze gasten en medewerkers. Blijkbaar hoort dat ook bij de oorlogsvoering door Defensie: ze trachten ons langzaam uit te roken en kapot te procederen. Maar dat zullen we niet toestaan, want we hebben hier een prachtig bedrijf neergezet”. 

    Vragen aan het ministerie

    Follow the Money heeft aan het ministerie van Defensie gevraagd wat de overwegingen zijn geweest om het latente risico op 10 miljoen euro aan dwangsommen en lang slepend juridisch getouwtrek te verkiezen boven het afkopen van procesrisico door te schikken met de eigenaren (voor een veel lager bedrag). Ook is het ministerie gevraagd naar de motivaties om ’s nachts reclameborden te verwijderen van het restaurant op het eiland. Het ministerie laat weten zich te onthouden van commentaar, omdat de juridische procedures nog lopen.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 1022 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Volg Dieuwertje Kuijpers
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren