Bron: https://www.flickr.com/photos/thomissen/6109542897/in/photolist-aiT1fv
© Joe Thomissen

Rabobank en FrieslandCampina dicteren Nederlands mestbeleid

    Nederland produceert te veel mest, dus staatssecretaris Van Dam wil nu minstens 175.000 koeien laten verdwijnen. De plannen ervoor rammelen echter en de kans dat de EU akkoord gaat is klein. Een reconstructie.

    Jack Verhulst is boos. Al jaren probeert de melkveehouder uit Etten-Leur, met ongeveer 90 koeien en 55 hectare grond, om zijn melk milieuvriendelijker en straks biologisch te produceren. ‘Wij zijn helemaal niet gegroeid en hebben extra grond gekocht voor onze koeien. En nu moeten wij opdraaien voor de vervuiling van anderen.’

    Directe aanleiding voor zijn boosheid is de Kamerbrief die staatsecretaris Martijn van Dam op 18 november verstuurde. Hierin staat dat alle Nederlandse melkveebedrijven gezamenlijk te veel fosfaat produceren. Daarom moeten in totaal zo’n 175.000 koeien verdwijnen (zie kader). Bij een gemiddeld bedrijf dat niet stopt komt dat neer op zo’n 5 á 6 koeien. Welke gevolgen dit precies voor Verhulst zal hebben, weet hij nog niet. ‘Het is vooral dieptriest dat het zo ver heeft moeten komen.'

    Voorspelbaar probleem

    Verhulst doelt op de periode rond de afschaffing van het melkquotum, op 1 april 2015. 'Ik ben lid van de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) en heb nadrukkelijk geroepen dat het misging.’ Door het wegvallen van deze begrenzing op de productie mochten boeren voortaan zo veel melk produceren als ze wilden. In de aanloop daar naartoe besloten sommige bedrijven, een minderheid volgens Verhulst, om fors uit te breiden.

    ‘Maar LTO luisterde niet naar het merendeel van de leden, LTO riep alleen maar: we moeten volop kunnen groeien. De bank was net zo erg, die zeiden: uitbreiden met 50 koeien? Nee, wij financieren pas van af 100. Het ministerie had veel eerder de regie moeten nemen, daar hebben ze toch ook de cijfers van het CBS? In 2014 kon je al zien dat er veel te veel melkkoeien kwamen, maar het ministerie voer blind op LTO, die zei dat het wel goed zou komen.’

    Melkveehouder Verhulst was niet de enige die klaagde. Milieuorganisaties als Milieudefensie vonden op dat moment al dat het ministerie in moest grijpen, net als de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV). Ook onderzoeksbureau Centrum Landbouw en Milieu (CLM) waarschuwde vanaf 2013 voor overschrijding van het fosfaatplafond. Maar in eerste instantie gebeurde er niets.

    Waarom Nederland straks minder mest moet produceren

    Het technische verhaal in 5 vragen.

    Wat is er verkeerd aan een beetje mest?

    In principe niets. In mest zitten stoffen als fosfor (in de vorm van fosfaat) en stikstof (vooral in de vorm van nitraat en ammoniak). Die stoffen zijn belangrijk voor plantengroei en daarom noodzakelijk voor de productie voedsel en veevoer. Maar als er te veel mest op het land wordt gegooid, dan spoelt dat uit naar het grond- en oppervlaktewater. Voor de natuur is dat een drama: veel soorten planten en dieren overleven het niet als er te veel meststoffen zijn. In open stilstaand water zorgt te veel fosfaat bovendien voor blauwalg.

    Ook voor ons drinkwater is mest slecht. Waterbedrijf Vitens komt nitraat steeds vaker in te hoge concentraties tegen in het grondwater dat het bedrijf oppompt. Nitraat is volgens Vitens zeer schadelijk voor de gezondheid en zorgt er bovendien voor dat ook er meer zware (giftige) metalen oplossen. De kosten om nitraat weer uit het water te halen zijn groot. ‘Bij onze winningen op de zandgronden in Twente en de Achterhoek is dit het ergst: daar zijn we ruim 10 miljoen euro per jaar kwijt om het nitraat weer weg te halen.’

    Waarom is er te veel mest?

    Omdat er in Nederland veel vee rondloopt. Ons land telt op dit moment ruim 12 miljoen varkens, ruim 4 miljoen runderen en bijna 97 miljoen kippen.  Die eten allemaal en poepen mest uit. In de Nitraatrichtlijn (Europese wet) is afgesproken dat er in principe niet meer dan 170 kilogram stikstof per hectare per jaar aan dierlijke mest mag worden uitgereden. Nederland vroeg onmiddellijk of dat maximum in ons land niet een beetje opgerekt kon worden; dat is deels nodig omdat de opbrengst van het grasland hier erg hoog is en het gras dus ook veel meststoffen gebruikt.

    Het mocht: op veel plaatsen is het Nederlandse maximum in een zogeheten derogatiebesluit opgerekt naar 230 of zelfs 250 kilogram stikstof. Maar toen is wel afgesproken dat de totale hoeveelheid fosfaat in Nederland niet boven de 172,9 miljoen kilogram uit mocht komen. Dat gebeurde na het afschaffen van het melkquotum dus wel. Afgelopen jaar produceerde Nederland zo’n 181,1 miljoen kilogram fosfaat. Ook dit jaar heeft Nederland naar alle waarschijnlijkheid te veel fosfaat geproduceerd.

    En nu?

    Nu moet Nederland een plan bedenken om in de toekomst niet weer boven het gestelde maximum uit te komen. Als Nederland geen goed plan weet te bedenken, dan verliest het zijn uitzonderingspositie (ook veel andere landen hebben overigens een uitzonderingspositie) en geldt ook voor ons het maximum van 170 kilogram per hectare per jaar. Daarom hebben verschillende betrokkenen nu samen een plan gemaakt.

    Wat staat er in het plan?

    Het plan bestaat uit drie pijlers:

    1. Er komt een regeling voor boeren die willen stoppen. Deze regeling bestaat uit een premie per dier, plus een afdekking van sommige risico’s. Details hierover zijn niet uitgewerkt (of in elk geval niet openbaar), maar het Ministerie van Economische zaken en de zuivelsector hebben er elk zo’n 25 miljoen voor over. Het moet een besparing van 2,5 miljoen kilogram fosfaat opleveren.
    2. Veevoerproducenten gaan samen met anderen proberen om de voeding van vee fosfaatarmer te maken. Dit moet een besparing van 1,7 miljoen kilogram fosfaat opleveren. Hoe ze dat technisch gaan doen is nog niet uitgewerkt. ‘Ze hebben dat ook al eerder beloofd en toen is het niet gelukt,’ vertelt onderzoeker Frits van der Schans van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM). ‘Ik heb geen idee waarom het nu wel zou lukken.’
    3. Boeren moeten minder melkvee gaan houden. Zuivelbedrijven gaan dit regelen door boeren die meer vee hebben te korten. Alleen boeren die nu 4% minder koeien hebben dan op 2 juli 2015 worden vrijgesteld. Dit moet een besparing opleveren van 4 miljoen kilogram. Details over de regeling zijn niet uitgewerkt. Ook is onduidelijk wat dit betekent voor boeren die hun melk zelf verder verwerken, bijvoorbeeld door er kaas van te maken en die direct aan particulieren te verkopen.

    Wat zijn grondgebonden bedrijven en waarom zijn ze hier zo boos over?

    Grondgebonden bedrijven hebben genoeg grond om al hun eigen mest op hun eigen land uit te rijden. Zij hebben zelf dus geen mestprobleem, maar moeten straks waarschijnlijk wel verplicht minder dieren gaan houden om binnen de perken te blijven. Voor biologische boeren is het extra zuur: zij zijn allemaal grondgebonden en doen helemaal niet mee met de derogatie, want ze mogen sowieso maar 170 kilogram stikstof per hectare per jaar bemesten.

    Lees verder Inklappen

    Voldoende maatregelen

    Het ministerie van Economische Zaken bevestigt die lezing min of meer. ‘Al in december 2013 heeft het kabinet het mestbeleid voor 2015 en verder uiteengezet,’ laat woordvoerder Marcel van Beusekom via e-mail weten. Het kabinet wilde op dat moment ruimte geven aan de economische ontwikkeling, en de sector zei dat ze zelf voldoende ‘privaat-geborgde’ maatregelen had genomen om te voorkomen dat er een mestoverschot zou komen, schrijft hij verderop. Met andere woorden: we wisten dat het mis kon gaan, maar sommige belangenclubs zeiden dat het wel goed zou komen.

    Het kwam niet goed. De Nederlandse melkveehouderij groeide door de weggevallen productielimiet. Alleen: waar de productie ineens ongelimiteerd was, bleef de totale hoeveelheid fosfaat in mest voor Nederland als geheel wel begrensd. Nederland heeft namelijk een fosfaatplafond met de Europese Unie afgesproken en dat wordt sinds vorig jaar ruim overschreden.

    Fosfaatfiasco

    Op 2 juli 2015 besloot toenmalig Staatssecretaris Sharon Dijksma dat de overheid moest ingrijpen. Ze introduceerde een stelsel van fosfaatrechten: een maximumhoeveelheid fosfaat die elk bedrijf mag produceren. Op dat moment wordt ook belangenorganisatie GRONDig opgericht. Deze club behartigt de belangen van boeren die genoeg grond hebben om al hun mest op eigen grond uit de kunnen rijden.

    'Het leek ons niet verstandig om tegelijkertijd te onderhandelen en te procederen'

    De opvolger van Sharon Dijksma, Martijn van Dam, werkte het voorstel verder uit. Fosfaatrechten zouden verhandelbaar moeten zijn, en onder andere daar ging het mis. De Europese Commissie, die het wetsvoorstel moest toetsen, keurde het in oktober 2016 af: door het verhandelbare karakter zou het gaan om illegale staatssteun. De wet kon dan ook terug naar de tekentafel. Het plan is nu om de fosfaatrechten pas per 1 januari 2018 in te voeren. Daarover wordt nu nog onderhandeld met Brussel.

    De Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), Milieudefensie en GRONDig hebben er begrip voor dat Europa de plannen dwarsboomde. Ook Frits van der Schans, onderzoeker bij het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM), begrijpt dat de Europese Commissie het Nederlandse voorstel afkeurde. ‘De vrije verhandelbaarheid van de fosfaatrechten was een slecht onderdeel van het wetsvoorstel.’ Het ministerie van Economische Zaken is het daar niet mee eens, maar ging wel akkoord met de afkeuring door Brussel.

    Er speelt namelijk nog wat anders tussendoor: over het fosfaatplafond dat voor Nederland geldt, wordt regelmatig opnieuw onderhandeld. Het huidige plafond vervalt op 31 december 2017 en over een nieuw plafond wordt nog onderhandeld. ‘Het leek ons niet verstandig om tegelijkertijd te onderhandelen en te procederen,’ laat ministeriewoordvoerder van Beusekom telefonisch weten.


    Frits van der Schans

    "Het is of de overheid zegt: weggebruikers, ANWB, jullie hebben zelf belang bij een veiliger verkeer. Dus regel het maar."

    Liberale kaart

    Hoe dan ook, het fosfaatplafond bleek in 2015 ruimschoots overschreden en snelle actie was nodig. ‘Toen heeft de VVD opnieuw de liberale kaart gespeeld en de verantwoordelijkheid voor de noodzakelijke krimp bij de sector gelegd,’ vertelt Van der Schans. Het is een stap in het proces waar Henny Verhoeven van de Melkveehouders Vakbond (NMV) zich nog steeds kwaad over maakt. ‘Van Dam zei: jullie hebben het probleem zelf veroorzaakt, dan lossen jullie het ook zelf maar op. Terwijl wij juist altijd gezegd hebben dat het mis zou gaan. Wij hebben juist al veel eerder aan de bel getrokken.’

    Ook Frits van der Schans vindt het een merkwaardig stap in het proces. ‘Het klopt dat de sector zelf belang heeft bij een goede oplossing, en er is wat voor te zeggen dat de sector het probleem zelf moet oplossen. Maar er zijn alleen al tientallen melkverwerkers en daar bovenop komen honderden boerderijen die hun melk zelf verwerken. Dan zijn er ook nog ruim 18.000 melkveehouders. Een gezamenlijke sectoraanpak is bijna onmogelijk. Het is of de overheid zegt: weggebruikers, ANWB, jullie hebben zelf belang bij een veiliger verkeer. En de doorstroming, dat is ook een belang van de automobilisten. Dus regel het maar. Je snapt wel: dat gaat niet werken. Het is nog knap dat er iets gekomen is.’

    Uiteindelijk ontstaat er een plan dat door zes partijen wordt ondertekend. De NMV tekent met gemengde gevoelens. ‘Dit willen we niet, maar helemaal geen plan is nog slechter,’ aldus Henny Verhoeven. De gezamenlijke natuur en milieuorganisaties en GRONDig zijn ook bij de onderhandelingen betrokken, maar besluiten het plan niet te ondertekenen. Uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van Milieudefensie en GRONDig blijkt dat slechts 30% van de melkveehouders het voorstel steunt.

    Achterkamertjespolitiek

    Belangenorganisatie GRONDig vindt dat het ministerie van Economische Zaken de zaak te veel op zijn beloop heeft gelaten en komt met het verwijt van achterkamertjespolitiek. ‘Iedereen mocht een plan indienen, maar naar dat van ons is niet eens gekeken. Donderdag was er volgens het ministerie nog geen plan en op vrijdag kwam ineens de Kamerbrief. Er is te weinig gekeken naar de belangen van minderheden’, zegt woordvoerder Diana Saaman.

    ‘Dit sectorplan is eigenlijk een plan van de Rabobank en FrieslandCampina'

    Zowel GRONDig, NMV als Milieudefensie vinden dat FrieslandCampina en Rabobank te veel macht naar zich toe hebben getrokken. , dat 75 procent van de zuivelmarkt in handen heeft en daarmee ook bepaalt wat de NZO doet,’ zegt Bart van Opzeeland van Milieudefensie.

    Onderzoeker Frits van der Schans herkent dat beeld. ‘Enkele grote partijen trekken het hardst aan het fosfaatakkoord, vanwege hun belangen. Maar de belangen van anderen worden net zo hard getroffen. Het resultaat is een sectorplan gedomineerd door enkele partijen — waaronder Rabobank en FrieslandCampina.’

    Gebrek aan visie

    De verschillende partijen hadden allemaal liever een andere oplossing gehad. Maar wat alle partijen waarmee FTM in dit artikel heeft gesproken gemeen hebben — behalve het ministerie zelf — is dat ze vinden dat het ministerie te weinig een eigen langetermijnvisie heeft getoond. ‘Er is geen totaalpakket,’ zegt Verhoeven van de NMV. ‘Nu praten we over fosfaat, maar volgend jaar is de uitstoot van het broeikasgas methaan, je weet nooit wat het ministerie uiteindelijk wil.’

    ‘Wat mist is een bredere visie,’ zegt Bart van Opzeeland van Milieudefensie. ‘Hoe verhoudt zich dit bijvoorbeeld tot de circulaire economie? Ik had dit resultaat in elk geval nooit verwacht. De Sociaal Economische Raad (SER) publiceerde vorige maand nog een rapport waarin staat dat de landbouwsector meer regie naar een duurzame weg nodig heeft, en dan krijg je dit akkoord’.

    Onderzoeker Frits van der Schans kan wel begrijpen dat het resultaat zo ad hoc is. ‘De PvdA wil eigenlijk dat landbouw meer gereguleerd en grondgebonden wordt, de VVD is voor vrijheid blijheid; ze noemden het einde van het melkquotum nog net geen bevrijdingsdag. Het resultaat wat je dan krijgt is wispelturigheid.’

    'Dit plan richt zich alleen op 2017, daarna zien we wel weer verder'

    Maar hij vindt deze visieloze houding wel riskant. ‘De maatschappelijke richting is heel anders dan de commerciële uitkomst van dit akkoord. Is dit wat we willen als samenleving, of is het wat anders? Dit plan richt zich alleen op 2017, daarna zien we wel weer verder. Misschien zijn de bedrijven die nu de hardste klap krijgen, wel de bedrijven waarvan we over een jaar denken dat die maatschappelijk het meest relevant zijn.’

    De kans dat het ministerie opnieuw op herkansing mag is echter groot. Milieudefensie en GRONDig hebben goede hoop dat het plan niet door de Tweede Kamer komt. Frits van der Schans van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) denkt dat het plan sneuvelt in Brussel. ‘The devil is in de details. Dit plan is verre van uitgewerkt, terwijl alle goedgekeurde plannen die ik heb gezien veel meer details bevatten. Ik denk dat Brussel na lezing zegt: da’s een interessante gedachte, ga het eerst maar eens uitwerken.’

    Donderdag 1 december wordt het Kamerstuk besproken in de Tweede Kamer.

    Reacties betrokken partijen

    Land- en Tuinbouworganisatie (LTO)

    Kees Romijn, voorzitter van LTO Melkveehouderij, heeft een dubbel gevoel bij de uitkomsten van de onderhandelingen. ‘Je kunt nooit iedereen tevreden maken, maar het is heel erg sterk dat de zuivelsector laat zien waar het toe in staat is.’ Over het algemeen is hij blij met de uitkomst. ‘Het is heel belangrijk dat we dit fosfaatplafond behouden en deze onderhandelingen maken dat mogelijk.’

    Of het ministerie of LTO eerder in had moeten grijpen? ‘Het is altijd makkelijk om terug te kijken. Achterafgezien hadden we de productie eerder moeten limiteren, maar daar was toen geen breed draagvlak voor.’

    Op de vraag of FrieslandCampina en de Rabobank te machtig zijn geweest geeft hij geen direct antwoord. Hij antwoordt dat je gezamenlijk sterker staat dan als individu en dat het heel sterk is dat deze partijen samen tot een oplossing zijn gekomen. ‘Uiteindelijk betalen we het als boeren altijd zelf. Zowel FrieslandCampina als de Rabobank zijn namelijk een coöperatie die deels in handen is van boeren.

    Rabobank

    Persvoorlichter Margo van Wijgerden verwijst voor het standpunt van de Rabobank naar de algemene reactie van de bank op het akkoord. Deze is te vinden op de website van de Rabobank.

    FrieslandCampina

    ‘Wij zijn geen op zichzelf staand bedrijf’, zegt woordvoerder Jan-Willem ter Avest. ‘FrieslandCampina is in het bezit van een zuivelcoöperatie waarvan in Nederland ruim 18.000 melkveehouders lid zijn, die samen zo’n 12.600 Nederlandse melkveebedrijven vertegenwoordigen. Dat is een heel gemêleerd gezelschap, waar bijvoorbeeld ook biologische boeren zitten. Op basis van de in de sector overeengekomen maatregelen zal FrieslandCampina maatregelen uitwerken die uiteindelijk op 7 december 2016 aan de ledenraad ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.’ Inhoudelijk kan FrieslandCampina niet reageren. ‘Wij zijn lid van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en zij hebben samen met andere partijen uit de zuivelsector de onderhandelingen gevoerd. In de Algemene Vergadering van de NZO is ingestemd met een pakket aan maatregelen om de fosfaatproductie op melkveehouderijbedrijven op korte termijn te reduceren. Voor inhoudelijke vragen over het akkoord kun je daarom beter bij hen zijn.’

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Stijn van Gils

    Gevolgd door 151 leden

    Voedsel wordt verbouwd in een veranderende wereld vol belangen. Ik wil weten wat dit betekent voor ons eten van nu en straks.

    Volg Stijn van Gils
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren