Rabobank: de afbraak van het coöperatieve model krijgt vorm

2 Connecties

Relaties

Financiële sector

Organisaties

Rabobank
12 Bijdragen

De Rabobank heeft 43 van de 136 lokale banken onder verscherpt toezicht geplaatst. Heeft het coöperatieve model zijn beste tijd gehad?

Rabobank Nederland heeft dertien van de 136 lokale banken onder verscherpt toezicht geplaatst. Daarnaast zijn ook nog dertig andere lokale banken onder lichte curatele gezet door het hoofdkantoor in Utrecht.  Dit meldde de NOS afgelopen weekend op basis van bronnen. De 43 banken zouden hun financiën en/of administratie niet op orde hebben, zich niet aan de regels houden, onvoldoende winst maken of te hoge kosten hebben, waarop het hoofdkantoor heeft besloten om in te grijpen.

Langlopende spanning

De beslissing om lokale banken onder curatele te plaatsen, volgt op een langere periode van spanning tussen de individuele Rabobanken en het hoofdkantoor. De Rabobank besloot vorig jaar dat hypotheekoffertes aan klanten voortaan centraal beoordeeld zouden worden. In 2010 kreeg de Rabobank een boete van 150.000 euro, omdat de hypotheekdossiers van lokale banken niet op orde waren.  De bank zou volgens de toezichthouder hypotheken hebben verstrekt aan starters zonder voldoende beoordeeld te hebben of deze de maandelijkse kosten konden betalen. Vorig jaar bleek dat de lokale Rabobanken nog steeds niet aan de AFM eisen voldeden, waarop het hoofdkantoor besloot deze taak zelf op zich te nemen. De naleving van de regels op het gebied van klantenintegriteit vormde een tweede conflict en resulteerde uiteindelijk in een ruzie in de Raad van Bestuur. Lokale banken hielden zich onvoldoende aan de regels en het hoofdkantoor was hier niet van op de hoogte tot een aanwijzing van DNB volgde. Bestuursvoorzitter Piet Moerland verwijderde vervolgens bestuurslid Gerlinde Silvis, die eindverantwoordelijk was voor de naleving van deze regels door lokale banken. Financiële man Bert Bruggink was dusdanig verontwaardigd dat Moerland hem niet geraadpleegd had over dit besluit, dat hij minstens zes keer niet op de bestuursvergaderingen verscheen. Nu blijkt een groot deel van de lokale Rabobanken de financiën of administratie niet op orde te hebben, waarop de centrale zich genoodzaakt ziet het toezicht aan te scherpen. De resultaten van het binnenlands bankbedrijf staan al langer onder druk. In 2012 behaalden de lokale Rabobanken  een nettowinst van 1,304 miljard,  30 procent minder dan in het jaar daarvoor. Ook de kosten namen toe, voornamelijk door de verdubbeling van de waardeveranderingen van commercieel vastgoed en kredieten aan het midden- en kleinbedrijf.

Versterkte grip

Het coöperatieve model van de Rabobank maakt momenteel grote veranderingen door.  De bank heeft aangekondigd een nieuwe strategie te gaan volgen, waarbij de autonomie van lokale banken wordt ingeperkt en de bank over zal gaan op een meer gecentraliseerd model. Dit betekent onder andere dat de lokale banken minder vrijheid krijgen en niet langer mogen differentiëren met producten als hypotheken en de tarifering hiervan. In een interview met het Financieele Dagblad op 21 juni ging Moerland in op de gevolgen van de koerswijziging: ‘We hadden altijd een cultuur van tolerantie naar elkaar en van differentiatie. In Amsterdam was het anders dan in Assen. We gaan nu stappen zetten in uniformering en standaardisering. Dezelfde systemen. Dezelfde processen, bijvoorbeeld in de hypotheekverwerking. Wij gaan de lokale banken ontzorgen. We willen ook de vrijblijvendheid aanpakken. Lokale banken gaan elkaar aanspreken op hun prestaties.’ Het beperken van lokale autonomie betekent ook dat er banken gaan verdwijnen. Eind 2016 zullen er naar verwachting nog honderd van de huidige 136 lokale Rabobanken over zijn. Ook het aantal kantoren gaat omlaag, van ongeveer 800 naar 500.  Dit brengt ook ontslagen met zich mee: van de 28.000 medewerkers zullen er ongeveer 8000 moeten vertrekken.  Naast het inkrimpen van de bank, wil de Rabobank ook de activiteiten terugbrengen naar de basis. De bank wil zich richten op de ‘food en agri business’ en het binnenlandse bankieren. Andere takken worden afgestoten, waaronder Robeco en de Zwitserse bank Sarasin.

Radicale omslag?

De invloed van het hoofdkantoor zal dus toenemen. Hiermee doet de Rabobank voor een deel afstand van het coöperatieve verleden. In 2002 zei vertrekkend president commissaris Lense Koopmans nog: ‘De Rabobank bestaat bij de gratie van een subtiel evenwicht tussen de samenstellende delen van de organisatie. In dat evenwicht is de laatste jaren wat scheef gegroeid. De centrale organisatie Rabobank Nederland heeft een te groot deel van het laken naar zich toegetrokken. De aangesloten banken hebben dat met een korte, doch krachtige ruk weer gecorrigeerd.’ De financiële crisis die vanaf 2007 ontstond, gaf ook weer een krachtig impuls aan het coöperatieve model. Rabobank had zich in tegenstelling tot andere - beursgenoteerde - banken niet tot grote avonturen laten verleiden. Koopmans zei eind 2011 in een interview met Het Financieele Dagblad nog dat de coöperatie een 'superieure ondernemingsvorm' was. Op dit moment liggen de verhoudingen binnen de Rabobank volledig anders en neemt de bank juist stappen om de vrijheid van lokale banken terug te brengen. Het coöperatieve model biedt geen antwoord in de huidige tijden stelde Moerland in juni het Financieele Dagblad: ‘Consensus heeft ons ver gebracht, maar de huidige tijd vraagt om slagvaardigheid.’ Welke 43 banken onder curatele staan, wil de bank niet bekendmaken, ook is niet bekend wat het verscherpte toezicht concreet zal betekenen voor de lokale banken.