Rabobank wil vrije markt voor ledencertificaten

3 Connecties

De Rabobank wil de handel in ledencertificaten openstellen voor niet-leden om de verhandelbaarheid te verhogen. Tegelijkertijd vervalt de minimumprijsgarantie. Welke gevolgen heeft dit voor de certificaathouders?

De Rabobank wil dat ook niet-leden kunnen beleggen in de Rabobank Ledencertificaten. Dat berichtte het Financieele Dagblad dinsdagochtend. De ledencertificaten, die nu alleen beschikbaar zijn voor leden en personeelsleden van de Rabobank, kwamen het afgelopen jaar in opspraak toen er sprake bleek te zijn van een aanhoudende verkoopgolf. In mei was het handelsvolume verdriedubbeld tot 10 miljoen certificaten en in juni liep dit verder op tot 15 miljoen. Volgens de bank is de verkoopgolf het gevolg van de gebeurtenissen rond SNS Reaal en banken in Cyprus, waarbij houders van soortgelijke achtergestelde obligaties met lege handen achterbleven. De negatieve berichtgeving in de media stimuleerden de verkoop verder. Vanwege de achterblijvende vraag, zag de Rabobank zich genoodzaakt om een groot deel van de certificaten zelf op te kopen.

Grotere groep beleggers

De Rabobank wil nu de groep beleggers vergroten om zo de verhandelbaarheid van de certificaten te handhaven en stimuleren. Volgens een woordvoerder richt de bank zich op het uitbreiden van het certificatenbezit onder leden en personeelsleden. 'Momenteel bezitten ongeveer 150.000 van de 1,9 miljoen leden certificaten. Het zou mooi zijn als meer leden, maar ook medewerkers, de certificaten kopen.' Maar de bank wil ook niet-leden toelaten tot de markt en is daarover momenteel in overleg met De Nederlandsche Bank. Na goedkeuring van de toezichthouder kunnen dan ook institutionele beleggers, niet-klanten en vermogensbeheerders, maar bijvoorbeeld ook kerkgenootschappen of charitatieve instellingen, beleggen in de ledencertificaten.

Einde minimumprijsgarantie

Het verbreden van de vraag door meer beleggers toe te laten op de markt kan bijdragen aan de verhandelbaarheid van de ledencertificaten. Iets wat belangrijk kan zijn, aangezien de Rabobank besloten heeft de Treasury Stock op te heffen. Dit terugkoopfonds heeft een maximumcapaciteit van 1,3 miljard euro en is ingesteld om de koers op of boven de nominale waarde te houden. Tot het plafond van de opkoopfaciliteit is bereikt, kunnen houders de certificaten gegarandeerd verkopen. Momenteel kunnen alleen leden en personeelsleden in de ledencertificaten beleggen. Houders van de ledencertificaten ontvangen een driemaandelijkse vergoeding van minimaal 5,2 procent op jaarbasis. Deze zijn uitgegeven tegen een nominale waarde van 25 euro en kunnen eenmaal per maand verhandeld worden op een interne bank, waarbij de Rabobank de koersprijs vaststelt aan de hand van de verhouding tussen vraag een aanbod. Door de opheffing van de Treasury Stock vervalt de garantie op verkoop, terwijl dit een welkome mogelijkheid was voor veel certificaathouders. Tijdens de presentatie van de halfjaarcijfers maakte de Rabobank bekend dat er in de zes maanden van 2013 voor circa 400 miljoen euro aan certificaten was opgekocht.

Vrije koers

De opheffing van het Treasury Stock betekent ook, naast de mogelijkheid dat houders altijd hun certificaten kunnen verkopen, dat de prijsbodem komt te vervallen. Omdat de Rabobank de certificaten opkocht tegen de nominale waarde, bleef de koers altijd op of boven 25 euro. Het wegvallen van deze minimumprijsgarantie heeft gevolgen voor de risico's van de ledencertificaten. Hoewel een verbreding van de vraag (door niet-leden toe te laten tot markt) weliswaar de liquiditeit -verhandelbaarheid- van de producten kan verhogen, is de koers vanaf dat moment wel volledig afhankelijk van vraag en aanbod en kan dus ook onder de nominale waarde zakken. Met het wegvallen van de gegarandeerde prijs neemt het verschil tussen ledencertificaten en andere obligaties af. De ledencertificaten kennen daarnaast een relatief laag rendement, maar zijn wel diep achtergesteld, waardoor houders met lege handen achterblijven mocht de bank in de problemen raken. Het risico op koersfluctuaties neemt toe en bovendien is de rendementsuitkering afhankelijk van de beschikbare winst van de Rabobank, een winst die in 2012 met 20 procent daalde. Ondanks dat de verhandelbaarheid mogelijk toeneemt indien de certificaten voor iedereen beschikbaar worden, is het nog maar de vraag of het een aantrekkelijke belegging is.

Indekking tegen potentiële zorgplichtclaims

De afgelopen twee maanden leek de verkoopgolf af te nemen. Het handelsvolume daalde in augustus naar 6,4 miljoen, om in september omhoog te schieten naar 12,4 miljoen. De stijging van 6 miljoen is het gevolg van de brief die de Rabobank in september heeft gestuurd naar alle houders van ledencertificaten. In de opmerkelijke brief adviseerde de bank de certificaathouders om goed te kijken naar de risicospreiding van hun beleggingsportefeuille en raadde af om meer dan 20 procent van het totale vermogen in de ledencertificaten te beleggen. Veel klanten bleken inderdaad te beschikken over grote posities, variërend van 15 a 30 procent, tot wel 70 procent in sommige gevallen. Mocht de ledencertificatenmarkt  verslechteren, kan de Rabobank mogelijk door klanten verantwoordelijk worden gehouden vanwege het gebrek aan voorlichting over de potentiële gevolgen van zulke grote posities. De bank blijkt begin oktober een tweede brief te hebben gestuurd, naar een kleine groep certificaathouders die vermoedelijk over grote beleggingsposities beschikken, aldus de woordvoerder van de bank.
'Ledencertificaten zijn een beleggingsproduct en geen spaarproduct'
De brieven zijn bovendien inderdaad verstuurd vanuit zorgplichtoverwegingen. 'Het was bedoeld om mensen te informeren dat ledencertificaten een beleggingsproduct zijn en geen spaarproduct. De brief is gestuurd vanuit de zorgplicht, we willen dat mensen goed weten wat ze bezitten. Je ziet aan de handelstoename dat niet iedereen het goed wist, mensen zijn eruit gestapt.' Het is niet bekend of de Rabobank op eigen initiatief certificaathouders heeft gewezen op de risico's of dat de bank hiertoe verplicht werd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De woordvoerder van de AFM wilde noch ontkennen noch bevestigen of de toezichthouder iets te maken heeft met de brief. De AFM is wel in gesprek met bank over de ledencertificaten, maar wil niet specifiek ingaan op de inhoud van deze gesprekken.

Prijsbepaling

Of er door het toelaten van niet-leden tot de certificatenmarkt verdere veranderingen plaats zullen vinden, kan de Rabobank nog geen uitspraak over doen. Momenteel wordt de koers van de ledencertificaten eenmaal per maand vastgesteld op een interne markt. De Rabobank bepaalt daarmee de facto zelf de evenwichtsprijs. Het is onbekend of dit prijsmechanisme en de transparantie hiervan gaan veranderen, de bank wil hier niet op vooruitlopen. Of en wanneer het plan doorgang zal vinden, kan de Rabobank nog niet bevestigen. Dit is afhankelijk van de uitkomst van de gesprekken met DNB. De toezichthouder zelf wil geen commentaar geven, omdat DNB niet in wil gaan op kwesties bij individuele instellingen.