De Amerikaanse president Donald Trump tijdens een campagnestop op Phoenix Goodyear Airport in Arizona, 28 oktober 2020.
© AFP / Brendan Smialowski

Feitenvrijheid als vijand van de open samenleving

We leven in turbulente tijden. De coronapandemie confronteert de wereld met een nieuw, onbekend virus. In de VS weigert Donald Trump de verkiezingsoverwinning van zijn tegenstander Joe Biden te erkennen en loopt de democratische rechtsstaat gevaar. Hoe kunnen we leren omgaan met zulke onzekerheid? Het gedachtegoed van wetenschapsfilosoof Karl Popper biedt houvast. ‘Als we menselijk willen blijven, dan ligt er slechts één weg open, de weg die leidt naar de open samenleving.’

‘Door de rede te veronachtzamen, verdelen wij de mensen in vrienden en vijanden, (…) in de weinigen die dichtbij en de velen die veraf staan, in mensen die de onvertaalbare taal van onze eigen emoties en passies spreken en de mensen wier taal de onze niet is.’

Dit citaat zou een reactie kunnen zijn op het debat en het schelden tijdens de campagne voor de laatste presidentsverkiezingen in de VS. Het citaat zou ook kunnen slaan op de vijandbeelden en complottheorieën die rondgaan op sociale media. Maar geen van beide is het geval. Het citaat is 75 jaar oud en komt uit De open samenleving en haar vijanden van Karl R. Popper (1902-1994), dat in 1945 verscheen. Popper was een wetenschapsfilosoof uit Wenen, van Joodse afkomst. In 1937 week hij uit naar Christchurch in Nieuw Zeeland – dankbaar gebruikmakend van een aanbod van de universiteit daar. Het naziregime zat hem dus dicht op de hielen. Tegen die achtergrond is het opmerkelijk dat hij in dit omvangrijke werk met vrijwel geen woord rept over dat regime.

Terugkeren tot de beesten

Op grote afstand van Duitsland en Oostenrijk bracht Popper het op om ook in de tijd ver weg te gaan, op zoek naar de wortels van het totalitarisme. Daarvoor gaat hij terug naar de bronnen van onze Westerse beschaving, naar de tijd van de Griekse wijsgeer Plato, zo’n 2500 jaar geleden. Die zoektocht leerde Popper dat ‘de kracht van de oude zowel als de nieuwe totalitaire sociale bewegingen was gelegen in het feit dat beide poogden te voldoen aan een zeer reële behoefte’. Als de verhoudingen in de samenleving onder grote druk komen te staan, als de tegenstellingen (te) groot worden, komt ook de redelijkheid in het gedrang. De polarisatie die ten gevolge daarvan ontstaat, kan ten koste gaan van de vrijheid in de samenleving. 

Popper houdt in zijn magnum opus een pleidooi om de rede te gebruiken vóór de vrijheid en die in te zetten voor een open samenleving: ‘We kunnen terugkeren tot de beesten. Maar als we menselijk willen blijven, dan ligt er slechts één weg open, de weg die leidt naar de open samenleving. We moeten de confrontatie aangaan met het onbekende, het onzekere en het onveilige, en wat wij aan rede bezitten zoveel mogelijk gebruiken om zo goed mogelijk plannen te maken voor veiligheid én vrijheid.’

Wat niet eenvoudig oplosbaar is, daar helpt geen redelijk denken tegen

Diverse auteurs schrijven de toenemende onzekerheid in de huidige tijd toe aan processen van bevolkingsgroei, ontkerkelijking, globalisering en individualisering. De Poolse socioloog Zygmunt Bauman spreekt bijvoorbeeld van ‘vloeibare tijden’, van ‘de vloeibare samenleving’ en van ‘een eeuw van onzekerheid’. Maar Popper had al laten zien dat zulke onzekerheden van alle tijden zijn. Uit een samenleving van gesloten stammen-verhoudingen zijn we immers overgegaan naar meer open samenlevingsvormen. Die open samenlevingsvormen brengen onzekerheden met zich mee en scheppen behoefte aan houvast. Dat is geen achterlijke of tribale behoefte, maar een reële. Plato had daar 2500 jaar geleden ook al mee te maken. Ook toen was er sprake van bevolkingsgroei, ontstonden er nieuwe markten en nieuw handelsverkeer, dienden zich maatschappelijke spanningen over ongelijkheid en democratisering aan.

Bepalend voor de toekomst is steeds hoe denkers, burgers en leiders omgaan met die onzekerheden. Geïnspireerd op het gedachtegoed van Popper laten zich drie maatschappelijke routes schetsen.

"Als de verhoudingen in de samenleving onder grote druk komen te staan, als de tegenstellingen (te) groot worden, komt ook de redelijkheid in het gedrang"

De tribale route

Terug naar de eenheid, terug naar de verloren gegane groepsgeest – daar komt deze eerste route in essentie op neer. ‘Deze droom van eenheid, schoonheid en volmaaktheid, deze esthetiek en dit holisme en collectivisme zijn zowel het product als het symptoom van de verloren gegane groepsgeest van het tribalisme,’ schrijft Popper. 

Baas in de eigen, meer homogene wereld. Dat was de route die ook Donald Trump volgde. En daar zit vermoedelijk zijn grootste aantrekkingskracht voor zijn achterban – de eigen wereld eenvoudiger maken, een muur langs Mexico bouwen, immigratie beperken. De Amerikaanse burger moet wapens mogen dragen, want zo bevecht je terrorisme. We make America great again luidde het mantra dat Trump zijn aanhangers voorhield. Alles is eenvoudig oplosbaar. En wat niet eenvoudig oplosbaar is, daar helpt geen redelijk denken tegen – zie onder meer Trumps aanpak van klimaatproblemen, immigratie en het coronavirus.

Hoe anders is het concept van de open samenleving van Popper, waarin veranderingen kritisch en ook rationeel tegemoet worden getreden. Problemen onder ogen zien, de feiten erkennen en over oplossingen een open debat aangaan. Popper stelt: ‘Zodra wij beginnen op onze rede te vertrouwen, (...) is er geen terugkeer meer mogelijk naar een staat van impliciete onderwerping aan tribale magie.’

Of zoals essayist en schrijver Bas Heijne in dat verband constateert dat Trump weliswaar kan verliezen maar dat het onbehagen zal blijven: ‘Want de waarheid is dat onze cultuur nooit meer ‘homogeen’ zal zijn.’

De utopische route

De tweede route voert in omgekeerde richting: niet terughalen wat verloren ging, maar de weg vastleggen naar de toekomst. De tribale route verlangt naar oude tijden – waarin de samenleving homogeen was en de oplossingen eenvoudig leken. De utopische benadering tracht juist verlangde zekerheden te halen uit de beloften voor een mooie, gelukkige en ideale toekomst. Een samenleving waar alle problemen van nu zijn opgelost, een samenleving waarin iedereen gelukkig is – een verleidelijk pad voor hen die veranderingen met onzekere afloop niet willen of kunnen accepteren. Daar spelen volgens Popper denkers op in die beweren dat de geschiedenis zich ontwikkelt volgens vaste wetmatigheden: de mensheid heeft een historische (eind)bestemming, de geschiedenis ‘voltrekt’ zich in die richting.

Finale oplossingen bestaan niet, ook niet voor maatschappelijke problemen

De utopische benadering gericht op het bereiken van een ideale, perfecte toekomst is hieraan verwant. Popper noemt de communistische utopie van de klassenloze samenleving. Hij schetst die als een totaalaanpak, die ‘waar zij is uitgeprobeerd, altijd heeft geleid tot het gebruik van geweld in plaats van de rede’. Die samenleving is ‘een onderneming die een sterk gecentraliseerde heerschappij van enkelen vergt, waardoor ze veel gemakkelijker tot een dictatuur zal leiden’.

Deze utopische route heeft geleid naar communistische dictaturen, heeft ons de dictaturen van het nationaalsocialisme en het fascisme gebracht; die beloofden een eindbestemming voor de eigen cultuur, de eigen groep, het eigen ras, de eigen natie. Deze route wordt nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld door nationalistische dictaturen. In die richting ontwikkelen zich nu Wit-Rusland (Belarus) en wellicht ook Hongarije sinds het parlement veel macht aan Viktor Orbán overdroeg.

De kritisch-rationele route

‘We moeten de confrontatie aangaan met het onbekende, het onzekere en het onveilige, en wat wij aan rede bezitten zoveel mogelijk gebruiken om zo goed als we kunnen plannen te maken voor veiligheid én vrijheid.’ Dat is de essentie van de kritisch-rationele route waarvoor Popper zich hard maakt. De voorstander van die rationele aanpak zal volgens Popper ‘een methode kiezen waarmee hij de grootste en dringendste kwalen van de samenleving kan opsporen en bestrijden, en niet zozeer het hoogste goed trachten te zoeken en daarvoor te vechten’. 

Dat rationeel optreden is in deze route gebaseerd op het uitgangspunt dat kennis controleerbaar moet zijn en dat maatregelen van politici en bestuurders ook op kennis en feiten gebaseerd moeten zijn. De politieke wil om verder te gaan en alle mensen gelukkig te willen maken is begrijpelijk, maar volgens Popper gevaarlijk: ‘Het leidt onveranderlijk tot pogingen om onze schaal van ‘hogere’ waarden aan anderen op te leggen om hen te doordringen van wat wij als het belangrijkste voor hun geluk beschouwen, om als het ware hun zielen te redden.’

Wetenschappelijke kennis moet eveneens controleerbaar zijn. Collega-wetenschappers moeten kunnen nagaan hoe en op basis van welke feiten en waarnemingen iemand tot een resultaat gekomen is. De wetenschappelijke methode is volgens Popper nadrukkelijk ook een sociaal proces: ‘Samenvattend kan worden gezegd dat wat wij ‘wetenschappelijke objectiviteit’ noemen, niet een product is van de onpartijdigheid van de individuele wetenschapper, maar een product van het sociale of publieke karakter van de wetenschappelijke methode.’

Kennis moet controleerbaar zijn en maatregelen van politici en bestuurders moeten ook op kennis en feiten gebaseerd zijn

Het formuleren van theorieën kan een vrij en creatief proces zijn, zolang de toetsing ervan aan concrete waarnemingen maar mogelijk blijft. Volgens Popper moeten wetenschappers bij die toetsing niet streven naar bewijs of bevestiging van hun theorieën, maar juist op zoek gaan naar weerlegging ervan. Dat staat bekend als het falsificatieprincipe. Niet de waarheid is relatief, maar de wetenschappelijke theorieën en resultaten zijn dat. Want die zijn te allen tijde voor herziening vatbaar. Kennis is tijdelijk – totdat zich betere kennis heeft aangediend. Dat proces heet vooruitgang. De absolute waarheid bestaat niet. We komen tot aantoonbare kennisvermeerdering door te blijven streven naar die herziening en uiteindelijk verbetering – in een open proces van debat en toetsing.  

Die beginselen van openheid en controleerbaarheid past Popper ook toe op de samenleving. Het is de kern van zijn begrip van een open samenleving. Die samenleving stelt zich – in de wetenschap, in de journalistiek, in de politiek, in het bestuur, in het beleid – open voor kritiek. Zo ontstaat vooruitgang. Bij Popper is die openheid dus een methode, een manier van omgaan met maatschappelijke problemen en onzekerheden, niet een schets van een toekomstige ‘ideale’ samenleving. Dat heeft bijvoorbeeld socioloog Zygmunt Bauman verkeerd begrepen als hij stelt dat de open samenleving van Popper er één geworden is waarin de ‘markten zonder grenzen’ een ‘recept van ongerechtigheid en nieuwe mondiale wanorde’ worden.

VS weer richting open samenleving?

Terug naar de actualiteit. Hoe relevant is de benadering van Popper voor de situatie nu in de VS?

Het Amerikaanse tweepartijenstelsel van Democraten en Republikeinen vergroot de tegenstellingen en stelt de kandidaten als uitersten tegenover elkaar. Dat leidt zeker in verkiezingstijd tot overmatige polarisering – het eerste televisiedebat tussen Trump en Biden is daarvan een treffende illustratie. Dat vriend-vijand-denken gaat gepaard met veel leugens en misinformatie, zoals de bewering van Trump dat zijn land ondanks de pandemie het laagste sterftecijfer van de wereld heeft.

Dat duale denken overbruggen is moeilijk in het Amerikaanse stelsel; ook in de Senaat leiden de tegenstellingen vaak tot blokvorming. Dat staat een open debat in de weg en leidt nogal eens tot patstellingen in het bestuur. Maar helemaal afgesloten is de weg die daaruit leidt niet. Zo sprak Biden in zijn eerste toespraak na de verkiezingen van overbruggen, verbinden, weer naar elkaar luisteren. Dit zijn nog slechts woorden, maar ze zullen impact krijgen als ze weer een start zijn richting een meer open samenleving.

Rechtsstaat op de proef 

Overheidsbeleid om maatschappelijke tegenstellingen te overbruggen is minder vanzelfsprekend in de Amerikaanse politieke cultuur dan in de Nederlandse. Zo zijn goed onderwijs en betaalbare gezondheidszorg in de VS ver weg voor een groot deel van de bevolking. Een advies van Popper zou hier kunnen zijn het speelveld proberen terug te winnen voor een open debat en zorgvuldige publieke afwegingen, met als doel die voorzieningen stapsgewijs te verbeteren. Daarvoor is echter wel vertrouwen nodig. Als onder grote delen van de samenleving het gevoel gaat overheersen dat het bestaan en de rechten worden bedreigd als de tegenstander wint, dan ontbreekt het vertrouwen om zich over te geven aan de onzekere uitkomsten van een democratisch proces. Voor dat vertrouwen vervullen de rechtsstatelijke instellingen een belangrijke functie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de rechterlijke macht. Die functie kan ze alleen vervullen als zij onafhankelijk is, boven alle partijen staat.

De Amerikaanse rechtsstaat doet staatsexamen voor de open samenleving

In de VS staat die onafhankelijkheid altijd onder druk doordat de benoeming van rechters steeds weer een groot politiek spektakel is. De leden van het Hooggerechtshof worden door de president benoemd op voordracht van de Senaat. En de president benoemt gewoonlijk rechters van eigen signatuur. Vlak voor de verkiezingen benoemde Trump nog snel de conservatieve Amy Coney Barrett als opperrechter, nadat een plaats was vrijgekomen door het overlijden van Ruth Bader Ginsburg. Als Trump de verkiezingsuitslag blijft aanvechten, zal het Hooggerechtshof er uiteindelijk een uitspraak over moeten doen. Dan wordt de beroepseer van deze rechters aangesproken, en zullen zij de bewijzen en feiten harder moeten laten spreken dan hun politieke loyaliteit. Dan doet de Amerikaanse rechtsstaat staatsexamen voor de open samenleving.

Tegenstellingen in ons land

In Nederland hebben we voor de open benadering die Popper aanprijst een beter speelveld dan in de VS. Het meerpartijensysteem en het besturen in coalities verminderen vaak wel de bestuurskracht, maar dat laat ook meer ruimte voor open debat. Ook bij ons wordt die ruimte niet altijd gebruikt, en het politieke debat leidt hier vaak evenmin tot oplossingen.

Zo schreef de Raad van State deze zomer in een advies dat ‘het samenspel tussen Kamerleden, kabinet en ambtenaren in toenemende mate is verruwd’. De debatten die nu gaande zijn over de toeslagenaffaire kunnen als voorbeeld dienen. Het gaat om duizenden gezinnen die in ernstige problemen zijn gebracht door onredelijke en te hoge terugvorderingen voor de kinderopvang door de Belastingdienst. Over alle toeslagen van de overheid is jaren fel gedebatteerd, aanvankelijk met de nadruk op fraudebestrijding. Soms heeft dat de ruimte om oplossingen te vinden eerder verkleind dan verruimd.

Ook in Nederland worden de hoogste rechters door de regering benoemd

Uit onderzoek blijkt dat de maatschappelijke tegenstellingen in de VS zich verdiepen tot sociale en culturele tegenstellingen. Ook in Nederland zijn er ontwikkelingen in die richting, zoals blijkt uit het Continu onderzoek burgerperspectieven (COB) waaruit het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ieder kwartaal rapporteert. De tegenstellingen worden moeilijk overbrugbaar omdat ze zich ontwikkelen in de richting van gescheiden leef- en denkwerelden. Zo hebben theoretisch opgeleide mensen en praktisch opgeleide mensen bijvoorbeeld weinig contacten onderling; zij sturen hun kinderen veelal naar andere scholen en tussen beide groepen is er een relatief groot verschil in denken over thema’s als globalisering en immigratie.

Ook in Nederland worden de hoogste rechters door de regering (bij Koninklijk Besluit) benoemd. Dat was nooit een probleem omdat er een stilzwijgende en unanieme bereidheid was om de onafhankelijke voordracht zonder politieke discussie te volgen. Tot 2011, toen de PVV dat tot twee keer toe doorbrak. De staatscommissie parlementair stelsel heeft daarom voorstellen gedaan voor een wijziging van de Grondwet op dit punt.

Aan de functie van rechters wordt eveneens geknaagd. Sommige politici willen dat rechters de rechtmatigheid van bestuurlijk handelen niet meer mogen toetsen. Rob van Wijk – onder meer hoogleraar Internationale Betrekkingen in Leiden – schrijft: ‘Net als in Amerika zijn rechters en pers, twee pijlers onder de democratische rechtsstaat, favoriete doelwitten van antidemocraten. Dat daarmee de rechtsstaat ten grave wordt gedragen, zal ze een zorg zijn. Sterker, die rechtstaat remt hun autoritaire gedrag. Want door de rechtsstaat is hun wil geen wet.’ Dat wordt een gevaar voor onze rechtsstaat indien – zoals Van Wijk waarschuwt – ook de gematigde partijen niet meer willen uitleggen wat de rechtsstaat behelst.

De rede heeft het moeilijk

Als maatschappelijke tegenstellingen erg groot worden, krijgt ook de rede het moeilijk die te overbruggen. De pandemie die we nu meemaken, vergroot die onzekerheden op alle terreinen van het leven. De eerste fase van de crisisaanpak die het kabinet-Rutte III volgde, leek een goed voorbeeld van de open en rationele benadering zoals Popper die voorstond. Het kabinet baseerde de besluiten op adviezen van deskundigen en liet heel expliciet de onzekerheden zien. Zoals premier Mark Rutte dat raak typeerde: met 50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten nemen.

Naarmate de crisis langer aanhield, werd de aanpak meer discutabel. Nieuwsuur liet zien dat met betrekking tot het gebruik van de mondkapjes en de inrichting van het testen, medisch-wetenschappelijke adviezen zijn vervormd: er werd rekening gehouden met de toen bestaande politieke keuzeproblemen met betrekking tot schaarste en beperkte capaciteit. Dat roept vragen op over de onafhankelijkheid van de adviseurs van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Er kwam georganiseerde tegenspraak door wetenschappers en deskundigen, van wie een aantal zich inmiddels verenigd heeft in het zogeheten Red Team. Dat die tegenspraak uiteindelijk serieus werd genomen en er zelfs met het Red Team wordt samengewerkt, geeft aan dat de openingen in ons stelsel wel gevonden worden. Maar het laat tevens zien dat de onafhankelijke positie van wetenschappers en kenniswerkers binnen de overheid ook hier beter kan.

"Heeft ‘de universiteit’ een standpunt, een mening?"

Kennis is geen mening

Nu we met een onbekend virus te maken hebben, ervaren we dagelijks de betekenis van Poppers stelling: alle kennis is tijdelijk. Maar we zien ook dat vooruitgang mogelijk is zolang er maar openheid wordt geboden én er ruimte is voor kritiek.

Toch zal die kritisch-rationele benadering van kennis moeilijk te aanvaarden zijn voor diegenen die denken dat de wetenschap ons moet en kan leiden naar vaststaande kennis. Maar het is ook moeilijk voor diegenen die zich op het andere uiteinde van het waarheid-continuüm bevinden en voor wie alle kennis slechts een willekeurig inwisselbare mening is. Voor hen hangt de waarde van de informatie niet af van de kwaliteit ervan of van de methode waarmee die tot stand kwam. Voor die mensen is beslissend van wie de informatie komt: van de vriend of van de vijand, uit de eigen kring of uit die van ‘de anderen’. Zulke informatie overbrugt niet, die splijt.

Ook in de wetenschap vertonen sommigen die irrationele reflex. Als psycholoog Michaéla Schippers, hoogleraar Behaviour & Performance aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit, stelt dat alle 18 virussen vóór Covid-19 ongeveer hetzelfde verloop hebben gehad als Covid-19, reageert de Erasmus Universiteit dat dit niet het standpunt van de universiteit is. Maar heeft ‘de universiteit’ een standpunt, een mening – over Covid in dit geval? Moeten Erasmus-hoogleraren dat standpunt volgen of onderschrijven? Waar is Popper als je hem nodig hebt? Waarom wijst de Erasmus Universiteit deze wetenschapper niet gewoon op het falsificatieprincipe? Dan komt Schippers er snel genoeg achter dat ze haar uitspraken zal moeten herzien.

Buiten bereik van de rede?

In Café Weltschmerz verkondigt diezelfde Schippers dat de corona-aanpak wordt geleid door een ‘globale sekte’ omdat ‘wereldwijd dezelfde woorden worden gebruikt’. Daar meent ze de kritische toets te ontlopen met haar pleidooi het denken achterwege te laten en terug te gaan naar het gevoel. Daar is zij geheel buiten bereik van de rede, en dus ook van de wetenschap. Hierover kan de Erasmus Universiteit een gesprek met haar aangaan en Popper citeren: ‘Wetenschappelijke objectiviteit kan worden beschreven als de intersubjectiviteit van de wetenschappelijke methode.’ Als Schippers dat niet kan of wil accepteren, is ze dan wel geschikt als hoogleraar?

Waar is Popper als je hem nodig hebt?

Op sociale media gelden waarden als controleerbaarheid en toetsen aan de werkelijkheid niet. De algoritmen selecteren op wat de gebruiker wil zien, gegeven zijn of haar eerdere zoekopdrachten. Zo ziet de gebruiker vooral die informatie die de eerdere en meest geraadpleegde bronnen en opvattingen bevestigt. Arjen Lubach toonde in zijn uitzending op zondag 18 oktober 2020 treffend aan hoe gebruikers op die manier in hun eigen ‘fabeltjesfuik’ zwemmen. Buiten elkaars bereik, en buiten bereik van de rede. In die wereld zonder redelijkheid en buiten de feiten waant de kijker zich in een Popperiaans niemandsland, dat vervreemdende gevoelens oproept. De algoritmen waarmee sociale media werken, zijn vooral ingegeven door commerciële motieven. Er zit een verdienmodel achter. Een onderzoek naar hoe het geld daar loopt, draagt mogelijk bij aan de ontmaskering. Wellicht is een ander verdienmodel denkbaar dat een meer rationeel gebruik van informatie kan bevorderen. Misschien moeten we ons tevreden stellen met de falsificatie van het belangrijkste nepnieuws, door onafhankelijke journalisten.

Tot slot

De benadering van Popper is relevant voor onze tijd. Popper schetst geen ideale samenleving, hij biedt juist een methode om stapsgewijs rationeel en empirisch vooruitgang te boeken.

Poppers invulling van de begrippen rationeel, controleerbaar, kritisch en open kunnen ook worden gebruikt om de beginselen van de rechtsstaat tot leven te brengen. In een rechtsstaat controleert de wetgevende macht (de volksvertegenwoordiging) de uitvoerende macht en ziet de rechter toe op de rechtmatigheid van het bestuur. Onafhankelijke adviesorganen en Colleges van Staat zoals de Raad van State geven kritisch onderbouwde adviezen over voorgenomen beleid en wetgeving. Die kritiek is niet vrijblijvend, daar moet op worden gereageerd – zodat zichtbaar en controleerbaar is wat met de kritiek is gedaan.

Het tot stand brengen van publieke voorzieningen (denk aan wegen, dijken, windmolens) vergt een open, toegankelijk en kritisch debat. Het concept van de open samenleving van Popper biedt de ingrediënten voor een rechtsstatelijk bewustzijn dat juist ook in onze tijd extra onderhoud verdient. Het is een opdracht om de maatschappelijke en culturele verscheidenheid met een open mind tegemoet te treden en tegelijkertijd te accepteren dat er altijd een open eind is: finale oplossingen bestaan niet, ook niet voor maatschappelijke problemen.

Hans Wilmink
Hans Wilmink
Hans Wiilmink is socioloog en oud-ambtenaar. Sinds zijn pensionering beijvert hij zich voor ambtelijk vakmanschap.
Gevolgd door 83 leden