Goud is goud

    Hebben de 'gold bugs' dan toch gelijk? Volgens Sander Boon is goud dé oplossing voor de systeemcrisis waarin het kapitalisme verkeert. Recensie van zijn boek De Geldbubbel.

    Van 'barbaars relikwie' tot 'irrationeel, maar stabiel anker'. Good old gold verdient een nieuwe rol in het monetaire systeem, betoogt politicoloog Sander Boon in zijn onlangs verschenen boek De Geldbubbel.
     
    Sinds de meeste landen in 1914 afscheid namen van de goudstandaard, is er een geldbubbel opgeblazen die door de kredietcrisis werd lekgeprikt. 'Aan zondebokken geen gebrek,' schrijft Boon. Hij noemt noemt onder meer falend toezicht, graaibankiers, globalisering, neoliberalisme, op de korte termijn gerichte aandeelhouders. Maar die lijst is niet compleet. De kern van het probleem zit hem in de aard van ons geld: het ontbeert een anker. Het loslaten van de koppeling tussen goud en geld heeft er toe geleid dat schuld de belangrijkste brandstof werd van economische groei. 
     
    'We hebben te maken met een schuldencrisis die niet meer is op te lossen door bezuinigen of stimuleren. Gaan we bezuinigen, dan krimpt de economie, waardoor onze schul­denlast nog zwaarder gaat wegen. Stimuleren van de economie is niet meer mogelijk omdat de schuldenlast inmiddels te zwaar weegt om nog economische groei te kunnen genereren. (…) Het is daarmee een existentiële crisis van het gemanagede kapitalisme.'
     
     
     
     
    Verknoping economie en politiek
    Boon schetst hoe na WO II de staat zich steeds meer ging bemoeien met het economisch leven. Het idee van de maakbare samenleving wortelde zich diep in het collectieve bewustzijn van de industrielanden. Niet alleen in Europa, ook in het bolwerk van het kapitalisme, de Verenigde Staten, speelde de staat een sleutelrol in de economie. Er ontstond, zoals Boon het noemt, een 'democratisch gemanagede economie'. Het werd de norm in de Westerse wereld.  
     
    We weten sinds de val van de muur hoe gevaarlijk een politiek gestuurde economie kan zijn. Dat ligt aan een fundamentele flaw, meent Boon: zo'n gemanagede economie is alleen vol te houden zolang de economie groeit. Valt de groei weg, dan zakt het systeem als een plumpudding in elkaar. Zie Oost-Europa, China na de Culturele Revolutie. Eerder uitgedeelde privileges (zie het gevecht om de pensioenrechten, hypotheekrenteaftrek, zorg etc) moeten worden beperkt en dat leidt tot boze kiezers, of woede zoals in de straten van Madrid en Athene. 
     
    De geldhonger van welvaartsstaten bleek niet te stillen met belastinginkomsten en baten uit natuurlijke rijkdommen, zoals aardgas. Staten bedachten daarvoor een nieuw recept: de geldpers. Daarbij was het noodzakelijk om de koppeling tussen de waarde van geld en goud, de goudstandaard, los te laten. Geld vertegenwoordigde niet langer een bepaalde hoeveelheid waarde uitgedrukt in grammen goud, maar werd een vage toezegging. Alleen het vertrouwen dat die belofte uiteindelijk gestand zal worden gedaan houdt het systeem in stand. En juist dat vertrouwen is nu weg. 
     
    Stabiliteit
    In de eerste hoofdstukken van zijn boek schetst Boon hoe dat proces van de politisering van de economie verliep. De goudstandaard bood eind 19e eeuw stabiliteit en zekerheid. De internationale handel floreerde, van overcreditering was geen sprake. Nadeel was dat het automatische en disciplinerende harnas van de standaard het praktisch onmogelijk maakte om economische ontwikkelingen bij te sturen. Daarbij vormde fysiek goud ook een belemmering op efficiënt en snel internationaal betalingsverkeer. 
     
    Het loslaten van de goudstandaard, en daarmee volgens Boon het begin van de geldbubbel, begon in 1909. Frankrijk en Duitsland hadden geld nodig waarmee ze zich achter de schermen konden voorbereiden op een machtsstrijd, die zou ontaarden in WOI. Papiergeld kon niet langer instant worden ingewisseld voor goud, maar werd een claim op goud, een belofte. Daardoor waren landen  niet langer genoodzaakt om werkelijke goudvoorraden in stand te houden. 
     
    Het verlaten van de goudstandaard resulteerde na WOI onder meer in hyperinflatie in Duitsland, extreme boom/bust-cycli in de VS als gevolg van een lage rente en tot  algehele monetaire instabiliteit in Europa, waarbij landen elkaar economisch beconcurreerden door voortdurend hun munt te devalueren. Met de beurscrash van 1929 en de daaropvolgende Grote Depressie tot gevolg. Uiteindelijk werden alle munten losgekoppeld van goud, zelfs het Britse Pond en Nederlandse Gulden.
     
    Dollar als reserve-goud
    Goud raakte als standaard ook in diskrediet door de ideeën van de Britse econoom John Maynard Keynes, die de goudstandaard omschreef als 'een barbaars relikwie', dat ellende en armoede veroorzaakte. Keynes' theorie over de actief in de economie ingrijpende overheid sloot aan op het concept van de maakbare samenleving dat in de politiek aan populariteit won.
     
    Na WOII werd het stelsel van Bretton Woods ingevoerd. Het was een goudwisselstandaard waarin de dollar als reservevaluta voor de wereld fungeerde. De dollar werd een schuldbewijs voor goud en dat verzekerde de positie van de VS als de bankier van de wereld. De dollar werd het smeermiddel van internationale handel. Het systeem maakte de Amerikaanse expansie mogelijk, waarbij de praktijk dat de VS het tekort aan inkomsten kon financieren met het geld dat buitenlandse handelspartners in de VS investeerden door het kopen van zekere staatsobligaties. 
     
    Maar dat systeem bleek onhoudbaar. De Amerikanen hadden gewoon niet genoeg in voorraad om de aanspraken op Amerikaans goud in te kunnen lossen. In 1971 maakte president Nixon een einde aan de koppeling tussen goud en de dollar. Centrale banken elders bleven zitten met dollars die een stuk minder geld waard waren nu ze niet meer tegen een vooraf vastgestelde hoeveelheid goud konden worden ingeleverd. De Amerikaanse staatsobligatie werd het nieuwe middelpunt van de financiële structuur. De goudprijs steeg van de gegarandeerde 35 dollar per ounce in 1971 naar 195 dollar eind 1974. En dat was nog maar het begin.
     
    Het opende volgens Boon de weg naar de liberalisering van de financiële markten in de jaren 80, met desastreuze gevolgen. Met name Alan Greenspan, die van 1987 tot 2006 voorzitter was van de Amerikaanse centrale bank, speelde daar een belangrijke rol in. Hij was een groot voorstander van meer vrijheid voor banken. Dankzij de door hem ingezette deregulering ging de kredietcreatie over van de centrale banken naar de commerciële banken en financiële instellingen. 
     
    Casino
    Boon karakteriseert het zo ontstane systeem, dat in 2007 tot de kredietcrisis, leidde als een 'global casino'. Het draait op de groei van krediet, dat de motor van de reële economie werd. De overwaardering van de Amerikaanse dollar, die in de jaren 60-80 in stand werd gehouden door Europa en Japan, wordt voortgezet door China. Met hun door export verdiende dollars hebben de Chinezen enorme hoeveelheden Amerikaanse staatsobligaties gekocht. Zo kon de Amerikaanse overheid het tekort op zijn begroting blijven financieren met geleend geld. 
     
    Daarnaast zorgde ook het zogenoemde schaduwbankieren tot een niet-transparante en ongelooflijk omvangrijke bron van kredietcreatie. Tot waardepapier omgewerkte leningen werden verhandelbaar en zorgde voor liquiditeit die weer kon worden gebruikt als onderpand voor nieuwe leningen. Dat ging goed zolang er vertrouwen en groei was. Maar in de tussentijd werd de kapitaaldekking van uitstaande schulden flinterdun. Er onstond een gigantisch pyramidespel.
     
    Wantrouwen
    De kredietcrisis heeft tot gevolg gehad dat het vertrouwen dusdanig is beschadigd dat het monetaire systeem in zijn kern is beschadigd. 'Is het op schuld gebaseerde dollarsysteem ongeneeslijk ziek?', vraagt Boon zich af. De vraag stellen is hem beantwoorden. De conclusie is volgens hem onvermijdelijk: de periode van economische groei op krediet is ten einde. 
     
    Dat komt ook nog eens op een buitengewoon ongelegen moment. De geopolitieke situatie is instabiel, economische structuurverschuivingen zorgen voor ontevredenheid en versterken protectionistische neigingen. Het vertrouwen in overheden en geld in het algemeen is laag. Boon: 'Als het vertrouwen in geld, schuld of beide omslaat in wantrouwen, klapt de geldbubbel in elkaar.'
     
    Boon schetst een aantal scenario's voor de komende 15 jaar. Een daarvan is financiële repressie, waarbij overheden zullen proberen hun eigen schuldenberg door de inflatie op te laten lopen weg te laten smelten. Met jaarlijks 4 procent inflatie is de schuld in 12,5 jaar gehalveerd. Fijn voor mensen en landen met hoge schulden, maar rampzalig voor zij die wél hebben gespaard. Inflatie als de stille dief van uw geld.
     
    Vlucht in goud
    Maar het is niet het enige scenario. Volgens hem is de weg naar hyperinflatie de facto al ingeslagen door de centrale banken nadat ze de geldkraan wijd open hebben gedraaid. Dat verklaart ook de prijsstijging van goud van de afgelopen jaren. Het is een Flucht in Sachwerte zoals de Duitsers het noemen, die wellicht ook de huidige crisis-boom op de aandelenmarkten verklaart. 'Het is niet verwonderlijk dat het geld langzaam maar zeker zijn weg vindt richting goud. Goud is een onpartijdige waardeopslag. In tegenstelling tot de diverse valuta’s klaagt goud niet als het in waarde stijgt.'
     
    In de laatste hoofdstukken van De Geldbubbel ontvouwt Boon zijn agenda: hij zou het liefst zien dat goud als standaard opnieuw werd ingevoerd. Volgens hem zou dat de grote monetaire problemen oplossen. Hij ziet echter drie 'formidabele krachten' die zich er tegen keren: de Amerikanen en hun centrale bank, economen en 'collectivistische politieke stromingen'. Economen en politici houden er niet van omdat zij dan de controle over het geld van de burgers verliezen: die zijn als ze zelf goud in bezit hebben immers niet meer aangewezen op banken of overheden. 
     
    Goudbezit maakt de burger financieel en economisch minder afhankelijk van de staat, voert Boon aan. En dat is iets waar linkse en autoritaire regiems niet van houden. 
     
    Boon denkt dat het economisch gezien 'onherroepelijk' (onvermijdelijk bedoelt hij waarschijnlijk) dat goud op een of andere manier terugkeert als kernkapitaal. Hij ziet daar ook aanwijzingen voor. Zoals de enorme stijging van de goudprijs aan de vooravond van de kredietcrisis, de opkomst van afgeleide producten zoals goudtrackers en de vraag naar fysiek goudbezit. Ook de groei van traditionele goudlanden als India en China met hun eeuwenoude voorliefde voor het blinkende edelmetaal speelt volgens een rol in de herwaardering van goud als financieel instrument. Hij ziet steeds meer intellectuelen en economen het concept omhelzen. Voorbeeld: in de Amerikaanse staat Utah zijn gouden en zilveren munten weer een wettig betaalmiddel voor het betalen van belasting. 
     
    Libanezen, Portugezen, Italianen blijken schatrijk: de goudreserves
    per hoofd van de bevolking. Bron: The Economist
     
    Nieuwe goudstandaard?
    Boon ziet drie manieren waarop goud terug zou kunnen keren als basis voor ons geld. Een is terugkeer naar de goudstandaard, dus valuta direct koppelen aan goudreserves. Een scenario dat hij zelf afwijst als onwaarschijnlijk. Ook gouden en zilveren munten zullen niet snel terugkeren in de portemonnee.
     
    Maar voor burgers, banken, overheden en bedrijven is goud een ideaal spaarmiddel, betoogt Boon. Helemaal overtuigend is zijn pleidooi echter niet. 'Cijfers wijzen uit dat de productieve economie nog nooit zo veel groei heeft gekend als onder de goudstandaard van 1871-­1914,' schrijft Boon. Daarmee suggereert hij dat er een oorzakelijk verband was, maar het bewijs daarvoor ontbreekt. Andere factoren speelden een veel belangrijkere rol. Na de Frans-Duitse oorlog brak een periode van entente aan in Europa en kon de economie schade inhalen. parijs werd gemoderniseerd, Berlijn werd hoofdstad van een verenigd Duitsland, de Italiaanse eenwording werd afgerond. Technologische innovaties zoals de opkomst van spoorlijnen en stoomschepen, de industrialisatie en telegrafie waren de motoren achter de economische expansie in die periode. 
     
    Het blijft de vraag of het werkelijk zo verstandig is om geld in op zich nutteloze goudstaven te steken in plaats van te investeren in zaken die de samenleving en economie ten goede komen? Is dat economisch gezien een wijze investering? Goud is immers niets anders dan gestold angstzweet, wordt wel eens gezegd. 
     
    Zeker, een goudstandaard biedt een zekere prijsstabiliteit. Maar op lange termijn kan ze ook leiden tot deflatie, waardoor schulden steeds moeilijker kunnen worden afgelost en de economie in een moeilijk omkeerbare spiraal naar beneden zeilt. Het verlaten van de goudstandaard had een gegronde reden: het werkte niet langer. 
     
    Gold bug
    Is Boon dus een typische een gold bug? Nee, daarvoor is zijn boek te genuanceerd. Hij onthoudt zich van al te onwaarschijnlijke rampzalige toekomstperspectieven en complottheorieën. Wel maakt hij aannemelijk dat financiële en geopolitieke deelbelangen in de politieke economie tot de huidige crisis hebben geleid. 
     
    Het meest plausibele scenario is volgens Boon dat de aloude functie van goud als spaarmiddel terugkeert. Goud is volgens hem écht geld, waarmee de sparende burger zich kan bevrijden van de grijpgrage handen van bankiers en politici. Zij zullen zich moeten beperken tot hun kerntaken; de financiële industrie zal slinken en de rol krijgen die zij verdient: een dienende, een dienstverlener voor de reële economie. 
     
    Boon noemt dat een 'transitie van papieren naar tastbare welvaart.' Maar tastbaarheid is al lang niet meer het enige criterium voor welvaart. Geld, producten, diensten – er is tegenwoordig niet eens meer papier voor nodig, zelfs niet giraal geld, laat staan goud. Nieuwe, digitale vormen van geld en waardecreatie (bijvoorbeeld Bitcoin, e-gold)  noemt Boon niet. Dat is jammer, want in zijn boek laat Boon zien dat geld dat volledig losgeslagen is van werkelijke waarde uiteindelijk waardeloos wordt. Maar is goud daarvoor wel dé oplossing? De meeste economen vinden het onzin. Boons boek had aan diepte gewonnen als hij dieper en serieuzer was ingegaan op de argumenten tegen goudEn hoe verhoudt zijn pleidooi voor herstel voor goud als 'irrationeel anker' tot de digitale wereld? Misschien iets voor een volgend boek.
     
    Oordeel
    De Geldbubbel is een onderhoudend geschreven en informatief boek dat aanzet tot nadenken. Het laat zien hoe politiek gemanagede economieën na aanvankelijk succes uiteindelijk kunnen vastlopen door steeds een voorschot te nemen op toekomstige inkomsten. Ze worden niet gestuurd door algemeen economisch belang, maar door deelbelangen zoals die van de financiële wereld. Boon weet de lezer ervan te overtuigen dat krediet als brandstof voor groei is uitgeput. De burger is nu de dupe: zijn zuurverdiende geld wordt minder waard, de beloftes van de staat blijken niets waard. Desalniettemin zullen de argumenten die Boon aanvoert voor de herinvoer van goud als veilig anker voor geld niet iedereen overtuigen. 
     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 374 leden

    Mede-oprichter van Follow the Money. Houdt zich onder meer bezig met technologie-ontwikkeling en de voedingsindustrie.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren