Recensie: De zaak Kooistra

    Een spannende must read voor iedereen die zich wel eens heeft gelaafd aan de biertap van het Kooistra-concern. Het boek over opkomst en ondergang van Sjoerd Kooistra werpt echter ook licht op de praktijken van grote brouwers zoals Heineken.

    Zouden er in Nederland (oud)-studenten zijn die zich niet eens hebben bedronken in een kroeg van Kooistra? Of het nu is in Groningen (zijn thuismarkt), Amsterdam, Nijmegen of Enschede, niemand heeft de afgelopen decennia een krachtiger stempel op het uitgaansleven gedrukt dan de Groninger Sjoerd Kooistra. Hij was niet alleen de grootste zelfstandige kroegbaas van Nederland, hij was ook de meest omstreden. 

     

    Vanaf het begin in de jaren 80, toen Kooistra langzaam maar zeker het uitgaansleven in Groningen veroverde, regende het aanklachten en beschuldigingen tegen hem. Van werknemers, pachters, de Belastingdienst en het GAK. Ondanks zijn ontegenzeggelijke succes is Kooistra het louche luchtje dat rond hem en wat 'de methode-Kooistra' is gaan heten nooit verdwenen. Daar tegenover stond bewondering voor het imperium dat hij vrijwel in zijn eentje uit de grond stampte. Een zakelijke prestatie die moeilijk is te evenaren, die alleen iemand met zijn visie en drive kon bewerkstellingen.
     
    Tot aan zijn zelfgekozen dood in de zomer van 2010 stond Kooistra aan het hoofd van een onderneming van zo'n 50 café's, disco's en restaurants. Miljoenen Nederlanders hebben wel eens een biertje bij hem gedronken. En toch, wat wisten we eigenlijk weinig van hem.
     
    Self made
    Joost van Kleef en Henk Willem Smits, beiden redacteur bij maandblad Quote, hebben het fenomeen Kooistra op een overtuigende en aantrekkelijke manier beschreven. Hun boek munt uit in smakelijke details over zijn persoonlijke leven, maar legt ook helder uit wat die roemruchte methode-Kooistra nu precies behelsde. Ook de rol die Heineken en andere bierbrouwers speelden in de opkomst, en later de ondergang, komt uitgebreid aan bod. 
     
    De auteurs laten subtiel blijken dat ze de materie tot in de vingertoppen beheersen. Ze hebben Kooistra niet alleen jarenlang gevolgd, zijn vermogen berekend, maar waren ook de laatsten die hem hebben geïnterviewd. Dat gesprek is integraal in het boek opgenomen.
     
    Het is een huiveringwekkend document. Hier spreekt een man die op dat moment in de diepste crisis van zijn leven verkeerde. Een man in doodsnood, die met alle macht zijn ineenstortende rijk van de ondergang tracht te redden. Een man die met zijn vingertopjes, zijn nagels, hangt aan een afbrokkelende rots boven een ravijn.
     
    Onsymphatiek
    Het beeld dat Van Kleef en Smits van Kooistra schetsen is realistisch, rauw ook. Kooistra was een keiharde zakenman, voor wie maar een ding van belang was: de zaak. Zíjn zaak. En de zaak bestond vooral uit het pachtgeld dat hij elke week opstreek. Zonder pardon. Op maandag moest het geld binnen zijn. Desnoods werd het opgehaald door 'een mannetje'. 
     
    Voor de doorsnee lezer van het boek zal het moeilijk zijn om sympathie voor Kooistra op te brengen. Zeker, hij kon hartelijk zijn voor familieleden en vrienden, gul zelfs. Maar op andere momenten kafferde hij zijn trouwste medewerkers, zoals zijn chauffeur, om de meest onbenullige zaken uit. Dan was hij kleingeestig, benepen en vals. Keer op keer slaagde hij erin mensen die hem het meest na stonden van zich te vervreemden. Zijn succes versterkte het gevoel dat hij altijd gelijk had en alles beter wist. 
     
    Wereldberoemd
    Wat betreft het laatste: hij hád ook gelijk. In de jaren 80 en 90 leverde hij op briljante wijze wat het grote uitgaanspubliek verlangde. Met zijn horeca-concepten speelde Kooistra in op de hang naar ongedwongen ouderwetse gezelligheid, soms aangevuld met een snufje ondeugd en een de klassieke, quasi-chique stijl waarvan hij hield. Het Groningse succesnummer De Drie Gezusters verspreidde zich als The Three Sisters over de grote studentensteden en Amsterdam. 
     
    Daarnaast maakte hij zich meester van enkele prestigieuze zaken in Amsterdam: Luxembourg en Hoppe aan het Spui, de Oesterbar, Heineken Hoek aan het Leidseplein en Keyzer naast het Concertgebouw. En niet te vergeten de halve Reguliersdwarsstraat, ook wel gekscherend Rue de Vaseline genoemd. De straat werd mede dankzij Kooistra's clubs en cafés wereldberoemd in de homo-scene en was naast de Wallen een van de grote attracties van het hedonistische Amsterdam. Naar eigen zeggen had Kooistra op het hoogtepunt 80 zaken onder zijn hoede. Van Kleef en Smits komen overigens niet verder dan 50. 
     
    Methode-Kooistra
    De manier waarop Kooistra zijn zaken bestierde was echter omstreden. Door de scherpe contracten die hij met zijn pachters sloot gingen deze aan de lopende band failliet. De schuldeisers, onder meer het GAK, leveranciers en dienstverleners, bleven met lege handen achter. Kooistra kon echter gewoon doorgaan en zette soms al daags na een faillissement een nieuwe pachter in de zaak. 
     
    In hun boek laten Van Kleef en Smits een bonte stoet pachters de revu passeren. Ze hebben oppervlakkig gezien enkele dingetjes gemeen:  vaak jong en onervaren, soms naïef, veel prutsers, en af en toe een uiterst gewiekste Kooistra-kloon.
     
    Maar wat ze allemaal delen is  de loodzware financiële molensteen die Kooistra ze om hun nek heeft gehangen. Vrijwel zonder uitzondering hebben ze moeite om uit hun omzet de verschuldigde pacht aan Kooistra te betalen. Wat dat betreft toont de Groninger zich een keiharde zakenman. Iedere maandagochtend is het prijs: dan haalt hij de pacht op, contant. Uitstel accepteert hij niet. 
     
    De opmerkelijke reeks faillissementen bracht Kooistra uiteindelijk in conflict met justitie en de gemeente Amsterdam, die hem beschuldigde van crimineel gedrag. Toenmalig burgemeester Job Cohen speelde in die zaak een uiterst bedenkelijke rol. Cohen liet zich voor het karretje van anderen spannen en wilde politiek punten scoren. Ook de grachtengordel zag de opkomst van Kooistra met leden ogen aan. Hij maakte zich volgens hen schuldig aan verkwanseling van cultuurgoed.
     
    Feit is dat de sfeer in een etablissement onmiddellijk veranderde als Kooistra zijn intrede had gedaan. Hij 'professionaliseerde' de zaak door oude rotten weg te werken en jonge, goedkope studenten aan te stellen en zuinige borrels te schenken. Een oude horeca-truc waarvoor hij in de jaren 80 in Groningen al op de vingers was getikt. Ontslagen barmedewerkers beweerden toen dat ze door Kooistra gedwongen werden om enkele milliliters minder in te schenken. Op jaarbasis zou dat Kooistra tienduizenden guldens opleveren, beweerden ze.  
     
    Dergelijke beschuldigingen bezorgden Kooistra een slechte naam, maar ze vormden nauwelijks een obstakel voor zijn expansie. Sterker, het versterkte zijn reputatie als geslepen zakenman en visionair horecaffer. Grote brouwers zoals Heineken en Inbev bleven graag zaken met hem doen en financierden onder meer een deel van zijn vastgoed. Tot wederzijdse tevredenheid: Kooistra was in Nederland hun grootste klant. 
     
    Tegenslag
    Maar zo rond 2005 komt de klad erin. Tegenslag na tegenslag krijgt Kooistra te verwerken. Grand-café Luxembourg draait slecht, de Oesterbar is een drama en de verbouwing van Keyzer, een peperduur prestige-object valt duur uit. Ondanks de hoog-conjunctuur blijven zijn pachters in bosjes omvallen. De echte klap komt na de kredietcrisis. In 2009, zoals voormalig pachter-zetbaas Martin Nijdam uitgebreid in het boek vertelt, 'is het echt mis'. De recessie, anti-rookbeleid, regelgeving, arbo-wetgeving, de keuringsdienst – het pakte duur uit voor de horecamagnaat.
     
    Tegelijk hield Kooistra vast aan zijn exorbitante levensstijl. Een Ferrari voor zijn echtgenoot Dick Loorbach, een Bentley, cruises. Huizen op Ibiza, Marbella, Gran Canaria, Brazilië, een superjacht.  Verschillende huizen in Groningen, een penthouse aan de Amsterdamse Zuidas en natuurlijk de villa in Ubbergen waar hij zijn laatste adem uitblies. En dan waren er ook nog de verschillende relaties die hij en zijn echtgenoot buiten hun huwelijk om hadden. Kooistra betaalde alles. Om zijn levensstijl te kunnen betalen, blijkt Kooistra steeds grotere bedragen van zijn eigen bedrijf te hebben geleend. Tot ongenoegen van zijn financiële man, maar ook die kon hem niet afremmen.
     
    Eigenwijs
    Maar Van Kleef en Smits maken duidelijk dat de pijn niet alleen in tegenslag of zijn exorbitante levensstijl zat. Het fundamentele probleem was dat de stronteigenwijze Kooistra zijn gevoel voor wat het publiek wil hebben in de loop der jaren kwijt is geraakt. De gast had de skihutten, kunstmatige druipsteengrotten en sleetse, wat gezapige gezelligheid in de The Three Sisters-keten wel gezien. Financieel hing Kooistra steeds meer in de touwen van Heineken. Uiteindelijk werd die combinatie hem fataal.
     
    Voor De zaak Kooistra hebben de auteurs veel verschillende bronnen geraadpleegd. De belangrijkste sleutelfiguren komen allemaal wel aan het woord. Zoals Kooistra's chauffeur Bert Lammerts, die jaarlijks 120.000 kilometer per jaar met zijn baas door Nederland reed. Sleutelfiguren zoals accountant Henk Wustenveld en nichtje Grietje van der Veen. Maar niet: echtgenoot Dick Loorbach en advocaat Oscar Hammerstein.
     
    Met name de laatste speelde een dubieuze rol en volgens sommigen is hij mede-verantwoordelijk voor de tragische dood van zijn cliënt, zo citeren Van Kleef en Smits enkele 'Plassiana-relaties'. Zonder Hammerstein zou 'de toestand' met Heineken niet zo zijn geëscaleerd, denken ze. Ook na de dood van Kooistra speelt de advocaat een bedenkelijke rol. Ondanks zijn vele optredens in de media, weigerde Hammerstein 'in het belang van zijn cliënt' mee te werken. 
     
     
    Vermogen
    Al met al blijft het raadselachtig hoe Kooistra zo lang de schijn van succes heeft weten hoog te houden. Daarop hebben de Van Kleef en Smits geen goed antwoord. Jaarlijks rekenden ze voor de Quote 500 Rijkste Nederlanders de waarde van zijn vermogen uit. Daaraan werkte Kooistra mee. Steevast vond hij dat Quote zijn vermogen te laag inschatte. Zijn belangrijkste troef: zijn holding Plassania schreef snel af en beschikte op die manier over een omvangrijke stille reserve die in de boeken niet direct zichtbaar was, maar wel zijn vermogen omvangrijker maakte dan op het eerste gezicht zichtbaar was. 
     
    Maar tegenover die 'stille reserve' stonden steeds hogere schulden en en een relatief afnemende cash flow. Toch meende Kooistra in 2009 nog dat zijn bedrijf minstens 10 miljoen meer waard is dan de €130 miljoen waarop zijn vermogen door de auteurs werd geraamd. De werkelijke toestand van zijn bedrijf heeft hij verborgen weten te houden tot kort voor zijn dood.
     
     
    Heineken
    In een apart hoofdstuk beschrijven Van Kleef en Smits de rol die brouwer Heineken bij de zakelijke problemen van Kooistra heeft gespeeld. Het is een fascinerende reconstructie van een duister spel van complexe financieringsconstructies, hectoliterkortingen en merkwaardige vastgoedtransacties. Na eerst allerlei zaken te hebben gefinancierd, trekt Heineken in 2009 de teugels strak aan als het merkt dat Kooistra niet meer aflost. Kooistra opereert als een kat in het nauw, probeert zich met bluf uit zijn situatie te redden. Vragen over de financiële gezondheid van zijn bedrijf doet hij steevast af met 'allemaal gelul, kinnesinne'. Dat patroon van ontkenning kenmerkt eigenlijk zijn hele leven.
     
    Uiteindelijk weet Heineken af te dwingen dat een aantal kroegen in Amsterdam de deuren moet sluiten en wordt er beslag gelegd op Kooistra's privé-eigendom. Wanhopig probeert deze in een persoonlijk gesprek met directeur Philip de Ridder de boel te regelen, voor zijn echtgenoot Dick Loorbach, zoals hij sms-t. Tevergeefs. De beschuldiging van Hammerstein dat Heineken Kooistra de dood in heeft gejaagd is echter buiten alle proporties. Quote publiceert in zijn juni-nummer een zeer kritisch verhaal over de society-advocaat.
     
    Eenzaam
    Het zakelijk drama ontaardt in een persoonlijke tragedie. Een afloop die eigenlijk niemand had verwacht. Maar waarom pleegde Kooistra zelfmoord? Ook daarop geven de auteurs, voorzichtig reconstruerend, antwoord. Als ondernemer moet hij geen uitweg meer hebben gezien. De laatste jaren van zijn leven is hij een eenzaam mens geweest. Een man die niet alleen geconfronteerd werd met tegenslag en tegenwerking, maar ook nog eens stuitte op zijn eigen tekortkomingen op zakelijk en persoonlijk gebied. 
     
    Juist in datgene waarin hij meende goed te zijn, zaken inrichten, concepten bedenken en die met strakke hand realiseren, faalde hij. Zijn onderneming begon er uit als een van zijn kroegen na een zinderende avond, op het moment dat de tl-buizen aanfloepen Kil, sleets, niet authentiek, goedkoop, ranzig. Een puisterig, lelijk en bleek gedrocht. Het geld stroomde wel, maar de verkeerde kant op en Kooistra slaagde er maar niet in het tij te keren. UIt de reconstructie van Van Kleef en Smit blijkt hoeveel energie dat de hoofdzakelijk alleen opererende Kooistra moet hebben gekost. 
     
    De zaak Kooistra is een spannend boek, met dieptragische en soms ook dolkomische elementen. Ondanks de soms wat onhandige structuur en de enorme hoeveelheid bronnen, leest het boek prettig. Het doet recht aan de complexe persoonlijkheid van Kooistra zonder te vervallen in gepsychologiseer of wilde speculaties. Het is ook onthullend, vooral als het gaat over de macht van de brouwers en de intriges van Kooistra. De lezer krijgt een blik achter de schermen van de keiharde horecawereld. 
     
    Het enige wat rest is de vraag: hoeveel miljoen was Kooistra al die jaren nu echt waard? En waarom zat Quote er al die jaren zo ver naast? Helaas, daarop blijven de schrijvers het antwoord schuldig. Heeft Kooistra toch nog een geheim zijn graf mee ingenomen.
     
     
    • Beluister hier een Radio 1-interview met Joost van Kleef en Henk Willem Smits 
    • Ook Follow the Money heeft uitgebreid voer Sjoerd Kooistra bericht. Zie hier voor een overzicht .

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 556 leden

    Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren