Van wie is ons geld?

Kunnen we ons monetaire systeem op een eerlijkere manier organiseren? Lees meer

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunnen we ons monetaire systeem op een eerlijkere manier organiseren?

Het zijn vragen waar menig econoom zijn tanden op stuk gebeten heeft. Toneelgroep De Verleiders zette een brede discussie in gang door op te roepen tot een burgerinitiatief. Met 120.000 handtekeningen moest de politiek wel reageren en nadenken over de aard en wezen van ons geld en de manier waarop het wordt gecreëerd. Dat leidde tot een opdracht voor Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om onderzoek naar geldschepping te doen.

Op Follow The Money begon in 2015 het debat toen voormalig bankenlobbyist en auteur Robin Fransman reageerde met een open brief aan het toneelgezelschap, die werd beantwoord door Martijn Jeroen van der Linden, bestuurder van de Stichting Ons Geld. Daarnaast gaven tientallen lezers in het discussieforum hun visie op wat misschien wel dé vraag van het moment is: van wie is ons geld eigenlijk?

70 Artikelen

‘Ons geld is stuk’, maar is bitcoin echt de oplossing?

Bitcoinexperts Bert en Peter Slagter claimen in hun nieuwe boek dat die digitale munt de oplossing is voor ‘ons kapotte geldsysteem’ en ‘een van de stenen in de weg naar een eerlijker verdeeld geld’. FTM legt de monetaire eigenschappen van bitcoin onder de loep en vraagt zich af of die grootse claims terecht zijn.

De prijs van bitcoin brak dit jaar alle records. De digitale cryptomunt verviervoudigde in waarde en fluctueerde deze maand boven de 50.000 euro. Net als in 2017, toen de koers eveneens als een raket omhoog schoot, roepen sommigen – waaronder de financieel toezichthouder AFM – dat bitcoin een risicovol ‘gokspel’ is waar je beter van kunt wegblijven. 

Bij anderen leeft de cryptokoorts en ‘fear of missing out’ op: hadden ze maar eerder of meer geïnvesteerd, dan waren ze nu ook miljonair geweest – net als de IT-jongens, Silicon Valley-investeerders, (met geleend geld) speculerende studenten en cyberpunks die er wél op tijd bij waren. 

Zoals de broers Bert en Peter Slagter, oprichters van de blog LekkerCryptisch en gastheren van de BNR Cryptocast en Satoshi Radio. Ze kennen de cryptowereld op hun duimpje en gelden als twee van de bekendste bitcoinexperts van Nederland. De Slagters hebben een boek over de digitale munt geschreven: Ons geld is stuk – en waarom bitcoin de oplossing is, dat deze maand verscheen.

‘Ik wil niets zeggen over de omvang van onze cryptopositie’

Het boek is geen ‘marktanalyse, financieel advies of investeringsvoorstel,’ zegt Bert Slagter tegen FTM. Daarom doen de Slagters in het boek niet uit de doeken hoeveel ze zelf hebben verdiend aan hun bitcoin- en etherbeleggingen. ‘We bezitten wel crypto-assets als investering (bitcoin en ether) en om mee te experimenteren. In het boek hebben we dit niet vermeld omdat het ons voor de aard van het boek niet belangrijk leek.’ Ze willen het dus niet zeggen, maar gezien hun jarenlange activiteit binnen de bitcoincommunity is het hoogstwaarschijnlijk dat de twee heren tot de club van meer dan 100.000 bitcoinmiljonairs behoren. 

De macht over de geldpers

De toenemende interesse voor bitcoin is gerelateerd aan turbulente tijden op de financiële markten. In maart 2020, bij het aanbreken van de coronacrisis, kelderden de beurzen. De Amerikaanse en ook de Europese Centrale Bank zetten de digitale geldpers (nog verder) open om een herhaling van 2008 te voorkomen. Die ingreep was succesvol, maar tegelijkertijd kostbaar: de economie werd gered, maar de onderlinge spanningen tussen Europese landen liepen op. Het narratief van ‘Europese solidariteit omwille van corona’ en het ‘redden van de economie’ moest verhullen dat – net als in 2008 – miljarden aan publiek geld werd gecreëerd om de financiële sector te redden. Bijkomend voordeel voor de rijken: hun vermogens bleven op peil. 

Dat ongekozen centraal bankiers, die geen enkele democratische verantwoording verschuldigd zijn, zoveel macht hebben over de verdeling van ons geld, zet aan tot nadenken en discussiëren over de inrichting van ons geldstelsel. Het boek van de broers Slagter is een welkome bijdrage aan dat debat. 

‘Afhankelijk van je positie in het systeem, profiteer je meer of minder van de regels waarmee het wordt gerund. Zo schuilt in elk geldsysteem een verdeelsysteem.’ Dat is een van de belangrijkste constateringen in het boek: ons geldsysteem is allesbehalve ‘neutraal’, maar heeft invloed op de sociale en economische verhoudingen binnen onze maatschappij.

De inrichting van ons geldstelsel dicteert wie er toegang heeft tot geld en krediet, en wie niet

Geld is daarmee een politiek onderwerp: de inrichting van ons geldstelsel dicteert wie er toegang heeft tot geld en krediet, en wie niet. Die toegang is op dit moment extreem scheef verdeeld. De investeringsvehikels van de rijkste mannen ter wereld, zoals LVMH van Bernard Arnault, lenen tegen bodemtarieven die voor het mkb nooit haalbaar zijn. Het narratief dat dit geld vanzelf doordruppelt tot de onderste regionen van de economie – zoals bij het van boven inschenken van een chamagnetoren uiteindelijk ook de onderste glazen zich vullen – is een fictie. ‘Terwijl geld zo goed als gratis is voor degenen met geld en kredietwaardigheid, is het niet beschikbaar voor mensen zonder geld. En dat vergroot de kloof tussen arm en rijk, zorgt voor ongelijke kansen en politieke spanningen,’ zei de Amerikaanse hedgefondsmanager Ray Dalio eind 2019. ‘De wereld is gek geworden en het systeem is kapot.’


Ray Dalio, hedgefondsmanager

"De wereld is gek geworden en het geldsysteem is kapot"

Zoektocht naar een rechtvaardige economie

De gewone man in een huurwoning en de jongvolwassene zonder aandelen profiteren niet van de stijgende huizen- en aandelenprijzen, maar merken wel dat zij steeds minder kopen voor hun geld. ‘Ons geld is stuk,’ stellen de Slagters daarom. ‘Een grote groep mensen ziet hun spaargeld uitgehold worden en als de lonen niet meestijgen, wordt het elke maand lastiger de eindjes aan elkaar te knopen.’

Tegenover dit failliete systeem zetten ze een alternatief. En ze zijn allesbehalve terughoudend over de belofte van dat alternatief: bitcoin zou ‘de oplossing’ zijn voor ons kapotte geldsysteem. Hoe komen ze tot die claim? 

De Slagters hebben een oplossing voor ons ‘failliete systeem’: bitcoin

De Slagters gebruiken in hun boek de ‘sluier van onwetendheid’ van de Amerikaanse politiek filosoof John Rawls. Die introduceert in zijn beroemde werk A Theory of Justice (1971) dit hulpmiddel om tot een rechtvaardige samenleving van vrije en gelijke burgers te komen. Hoe zou je de maatschappij – of in dit specifieke geval het geldstelsel – inrichten als je op voorhand niet weet welke positie je binnen die maatschappij krijgt toebedeeld?

Volgens de Slagters is de huidige opzet waarin een centrale bank de geldpers beheert problematisch. De technocratische centraal bankiers plaatsen stabiliteit boven de idealen van vrijheid en gelijkheid.  Om de stabiliteit van het systeem te bewaken kunnen ze immers de geldpers aanzetten, zonder dat daarbij het criterium van gelijke verdeling te hanteren. De partijen met de beste toegang tot geld profiteren het meest.

‘Status doet er niet toe, het maakt niet uit of je arm of rijk bent, jong of oud’  

Bitcoin schuurt volgens de Slagters daarentegen ‘als systeem dicht tegen de idealen van Rawls (vrijheid en gelijkheid, red.) aan’. En wel om de volgende reden: ‘Er is geen centrale autoriteit die de geldhoeveelheid beheert en de een kan bevoordelen ten opzichte van de ander. Status doet er niet toe, het maakt niet uit of je arm of rijk bent, jong of oud.’ Het decentrale karakter van het netwerk en het ontbreken van centraal gezag maakt bitcoin volgens de auteurs neutraler en meer egalitair: ‘De Wallstreet-bankier krijgt geen voorrang op de landbouwer in India. Er is geen inflatie die de have-nots harder raakt dan de rijkelui.’ 

The winner takes it all

In theorie klopt dat: iedereen kan bitcoin kopen, iedereen kan met zijn computer bitcoin minen, en iedereen die zich erin verdiept kan meewerken aan de opensourcecodes die de regels van het netwerk dicteren.

In de praktijk klopt er echter niets van. Het maakt wèl uit of je jong of oud bent, arm of rijk, en vaardig met computers of niet. Zo heeft een groot deel van de wereldbevolking onvoldoende geld om bitcoin te kopen, en onvoldoende affiniteit met IT en techniek om bitcoin te minen of mee te schrijven aan de protocollen. Geconcentreerde groepen domineren de miningactiviteit op het bitcoinnetwerk. Daar kom je met een huis-tuin-en-keuken-pc niet snel tussen.

90 procent van alle bitcoins zijn in handen van een selectief groepje dat toevallig op het juiste moment, op de juiste plek, en in de juiste sector actief was

Bovendien is bijna 90 procent van alle bitcoins (van de maximaal 21 miljoen die in omloop komen) niet gemined door boeren uit India, Bangladesh of Zuid-Soedan – want die stonden op de akkers om de monden van hun kinderen te kunnen voeden. Ze zijn in handen van een selectief groepje dat toevallig op het juiste moment, op de juiste plek, en in de juiste sector actief was – waaronder flink wat libertaire Silicon Valleymiljardairs met een winner takes it all-mentaliteit, zoals Peter Thiel en Elon Musk. 

De rest moet de bitcoins kopen van die groep. En dat weten de Slagters ook. Ze spreken hun oorspronkelijk stelling in latere hoofdstukken dan ook tegen. ‘Het deflatoire karakter van bitcoin vergroot de ongelijkheid echter, omdat bitcoins steeds schaarser en waardevoller worden. Hoe eerder iemand bitcoins bezit, hoe groter zijn voordeel ten opzichte van de rest. Ook daar zou Rawls zijn stempel van goedkeuring niet aan geven.’ 

En zo is het dus met bitcoin nog steeds hetzelfde: wie toegang heeft tot geld profiteert het meest. Toegegeven: in landen met repressieve overheden, kwakkelende munten of plekken waar de bevolking beperkte toegang heeft tot het bancaire systeem, kan bitcoin toegevoegde waarde hebben als digitaal spaarmiddel waar de machthebbers geen grip op hebben. Het is dan een hedge tegen geldontwaarding waarvoor nu gouden sieraden en Amerikaanse dollars worden gebruikt – ook voor de gewone man. Voorbeelden uit Venezuela, Nigeria en Hong Kong gebruiken de Slagters dan ook volop om de meerwaarde van bitcoin te illustreren. Maar is dat genoeg om te kunnen spreken van bitcoin als oplossing voor een rechtvaardiger, vrijer en gelijker geldstelsel, of ten minste een stap in die richting? 

Wie zijn de Slagters?

Bert (1982) en Peter Slagter (1986) zijn twee IT-ondernemers die al jaren actief zijn in de Nederlandse bitcoinwereld. De meeste mensen kennen hun naam echter in een andere context. In het voorjaar van 2020 verwierven ze landelijke bekendheid als pleitbezorgers in de Nederlandse media van de indamstrategie tegen de coronapandemie. Ze publiceerden hierover ook enkele artikelen op FTM en voegden zich als ‘experts complexiteit en onzekerheid’ bij het Red Team, een meer pluriforme tegenhanger van het OMT, dat de overheid slechts vanuit biomedisch perspectief adviseert over het coronabeleid.

De Slagters zijn autodidactische manusjes van alles. Bert heeft een achtergrond in de natuurkunde en informatica, maar stopte voortijdig met zijn opleiding computerwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Peter behaalde zijn bachelor of science medicijnen en voegde zich daarna bij het bedrijf van zijn broer: Procurios, een softwarebedrijf dat oplossingen biedt voor informatieuitwisseling tussen verschillende IT-systemen. In 2017 richtten de twee broers LekkerCryptisch op, een blog over de cryptowereld en economie. In 2021 startten ze met Bitcoin Alpha, een betaalde nieuwsbrief.

Lees verder Inklappen

Relatieve objectiviteit

Kunnen de Slagters zelf nog wel objectief, vanuit Rawls’ ‘sluier van onwetendheid’, naar bitcoin kijken, aangezien ze voor grote bedragen invested zijn? Voor het antwoord op die vraag verwijst Bert Slagter FTM naar de BNR-cryptocast over het boek. Daarin vertelt zijn broer waarom volledige objectiviteit niet bestaat: ‘De werkelijkheid is geen neutrale categorie. Die staat bloot aan allerlei invloeden.’ ‘Dat klinkt als een ontwijkend antwoord,’ werpt presentator Herbert Blankesteijn tegen. Samengevat luidt Peter Slagters lange antwoord: ‘Ja, wij zijn relatief objectief want we proberen het thema van alle kanten en verschillende perspectieven te benaderen.’

‘Dat klinkt als een ontwijkend antwoord’

De Slagters wijden inderdaad een volledig hoofdstuk aan allerlei redenen waarom bitcoin uiteindelijk toch niet die silver bullet zal blijken, ze nuanceren de titel van hun boek en laten ruimte voor onzekerheid over de exacte rol die bitcoin binnen het monetaire stelsel kan vervullen. Ook schrijven ze over alternatieve probleemanalyses, zoals die van de Modern Monetary Theory (MMT)-economen, waar onder andere Stephanie Kelton  en Pavlina Tcherneva toe behoren. Volgens de economische school van MMT is artificiële schaarste, zoals die door de opzet van bitcoin wordt geschapen, geen oplossing maar verergert het onze geldproblematiek alleen nog maar verder.

De MMT-visie versus de bitcoiners en goudhandelaren

De analyse van deze MMT’ers staat haaks op die van de bitcoiners en goudhandelaren, die ideologisch dicht bij elkaar zitten. Die laatste twee groepen stellen dat stagnerende economieën, inflatie en groeiende ongelijkheid het gevolg zijn van een teveel aan geld. Ze zien de herintroductie van een monetair anker als oplossing – bitcoin is daarbij het digitale equivalent van goud. 

De MMT’ers zien dat diametraal anders: artificiële schaarste, zoals die door de opzet van bitcoin wordt geschapen, zou onze geldproblematiek juist verder vergroten. ‘MMT maakt onderscheid tussen de reële limieten, en de krankzinnige en onnodige beperkingen die we onszelf opleggen,’ zei Kelton in 2020 tegen FTM. De oplossing ligt volgens de MMT’ers niet in het beperken van de geldhoeveelheid, maar in het zoeken naar betere distributie- en transmissiemechanismen voor centrale en commerciële banken. Denk daarbij aan credit guidance, helikoptergeld, basisinkomens of baangaranties.

Lees verder Inklappen

Prettig geld

Ondanks hun pogingen meerdere brillen op te zetten, lukt het de Slagters niet om de ‘sluier van onwetendheid’ daadwerkelijk toe te passen op de monetaire functie van bitcoin in onze maatschappij. Ze schrijven dat bitcoin ‘de eigenschappen heeft die het een prettig geld maken’: ‘Het is onverwoestbaar, buitengewoon schaars, makkelijk te verplaatsen en de echtheid is eenvoudig te verifiëren.’

De Slagters bekennen daarmee hun ideologische kleur

De Slagters bekennen daarmee hun ideologische kleur. Deze eigenschappen – met name de schaarste – maken bitcoin, net als goud een ‘prettig geld’. Maar dan vooral als spaarmiddel voor de bezitters ervan. Die worden rijker met elke nieuwe gebruiker die instapt. Schaarste maakt het tegelijkertijd veel minder geschikt als ruilmiddel of rekeneenheid, twee andere belangrijke functies van geld. Ook de flexibiliteit om de geldhoeveelheid aan te passen aan de omvang van de economie – zoals de MMT’ers voorstellen – gaat verloren. 

De Slagters schrijven: ‘We moeten er ook rekening mee houden dat bitcoin bestaat in een wereld waarin rijkdom al duizenden jaren scheef verdeeld is geweest.’ Daar is geen speld tussen te krijgen, maar het ondermijnt wel hun claim dat bitcoin een ‘neutraal geldsysteem’ is en dat het ‘een van de stenen in de weg naar een eerlijker verdeeld geld kan zijn’. Die stelling maken de broers niet aannemelijk, terwijl het wel de centrale thesis is van hun boek.

De Slagters proberen vergeefs bitcoin het morele cachet van een ‘oplossing voor een eerlijker geldstelsel’ mee te geven

Integendeel, zoals ze zelf ook al schrijven: ‘Elk geldsysteem is een verdeelsysteem.’ De poging om bitcoin het morele cachet van een ‘oplossing voor een eerlijker geldstelsel’ mee te geven, lijkt op de bitcoinersversie van de champagnetoren: in theorie lopen ook de onderste glazen vol, maar in de praktijk worden de glazen bovenin leeggedronken en sijpelen slechts enkele druppels door. Hoe meer mensen in het voorgespiegelde ideaal geloven, hoe meer champagne voor de toplaag. 

Zoals Peter Slagter terecht stelde dat ‘volledige objectiviteit’ niet bestaat en de werkelijkheid geen ‘neutrale categorie’ is, bestaat er evenmin zoiets als een ‘neutraal geldstelsel’. De inrichting van het geldsysteem bepaalt sociale en economische verhoudingen en is doordrongen van ideologie. Het is politiek van aard en dat maakt democratische inspraak noodzakelijk. 

De kritiek van de Slagters dat het huidige systeem een democratisch gebrek kent, is terecht. Maar hoe het inwisselen van ongekozen centraal bankiers voor bitcoinmiljonairs bijdraagt aan de oplossing, blijft ook na het lezen van dit boek onduidelijk. Het lijkt er meer op dat bitcoin een vrolijke voortzetting is van onze ‘historische traditie van ongelijkheid’, waarbij hoogstens enkele gelukkige winnaars – waarschijnlijk* inclusief de Slagters zelf – toetreden tot de miljonairsklasse.

Full disclosure: toen ik in 2017 begon met schrijven over bitcoin heb ik voor ongeveer 500 euro circa 0,15 bitcoin aan cryptomunten gekocht, om mee te experimenteren op de cryptobeurzen. Die munten heb ik daar laten staan en de afgelopen twee jaar heb ik niet meer gekeken naar de koersontwikkeling. Ik kan niet meer op alle beurzen inloggen, omdat ik geen ID-bewijs heb geupload. De huidige waarde komt in elk geval niet boven de 7500 euro uit.