Heb je een geschil over bitcoin? Goede kans dat je naar je geld kunt fluiten. Vrouwe Justitia weet zich namelijk geen raad met digitale munten. Dat kan vervelende gevolgen hebben voor het toezicht, de handhaving en de ruim 580.000 Nederlanders die cryptomunten bezitten.

    De bitcoin is een digitale munt. Mensen kopen de munt vooral omdat ze hopen dat de waarde ervan stijgt, maar bitcoins worden ook gebruikt om transacties mee te doen. Er zijn dan ook steeds meer plekken in Nederland waarmee je met bitcoins kan betalen. Zo kun je de DJ’s Cowboy en Henk uit Amsterdam ermee inhuren, Mexican streetfood eten in Arnhem, een kitesurfles in Muiderberg betalen of je eten via Thuisbezorgd bestellen en afrekenen met bitcoins. Hoewel de cryptomunt niet zo gangbaar als de euro is, lijkt het dus wel op geld. Maar hoe is dit in de wet geregeld?

    De eerste keer dat deze vraag ter sprake kwam was in Almelo op 14 mei 2014. Daar werd monetaire geschiedenis geschreven. De rechtbank deed toen uitspraak over een rommelig verlopen bitcointransactie. Een man had in 2012 een slordige 22.000 euro betaald voor 2750 bitcoins. Hij had echter maar 990 bitcoins ontvangen. De overige 1760 bitcoins kreeg hij na veelvuldig aandringen nooit in zijn bezit. Daarom eiste de man in de rechtszaak het betaalde bedrag van 14.000 euro terug voor de niet geleverde bitcoins.

    Daar bovenop eiste hij het verschil in toegenomen waarde terug, een zogenaamde koerswijzigingsschade. In 2014 was de bitcoin al flink in waarde gestegen. De man stelde dat hij daardoor de fikse som van 130.000 euro was misgelopen.

    Dat feest ging niet door. Er zat een juridisch addertje onder het Almelose gras. Een koerswijzigingsschade wordt namelijk alleen uitgekeerd als er sprake is van geld. En daarmee stond de plaatselijke rechtbank voor een interessant vraagstuk. Het moest bepalen of de bitcoin te beschouwen is als ‘geld’.

    De bitcoins zouden nu geen 130.000 euro, maar zo'n 15 miljoen euro waard zijn 

    Dat bitcoin niet voor chartaal (cash) geld door zou kunnen gaan viel van tevoren te verwachten; bitcoins zijn immers geen tastbare biljetten of munten. Bitcoin lijkt ook niet op giraal geld, want het zijn geen banktegoeden – vorderingen op de bank – die je aanhoudt op je rekening. Ook kwam de rechtbank tot het oordeel dat bitcoin geen elektronisch geld is. Het voldoet namelijk niet aan alle voorwaarden van de definitie voor deze geldvorm.

    Kortom: bitcoin is geen geld. De man kon dus fluiten naar zijn 130.000 euro. Pijnlijk, maar de pijn zou nog heftiger zijn geweest als hij had geweten dat die hoeveelheid bitcoins nu zo’n vijftien miljoen euro waard zouden zijn geweest.

    Wat is ‘gangbaar geld’?

    De rechtbank twijfelde of er met de bitcoin wel sprake was van zogeheten ‘gangbaar geld’. Uiteindelijk kwam de rechter tot de conclusie dat ‘de bitcoin niet kan worden aangemerkt als geld, maar gezien dient te worden als ruilmiddel.

    Advocaat van de gedupeerde Menno Weij en zijn legal counsel Micha Schimmel van kantoor SOLV maakten zich er juist hard voor om cryptomunten zoals bitcoin wél als gangbaar geld te zien. Volgens het duo zou door de ontkenning daarvan financiële bescherming worden weggenomen voor mensen die in bitcoins investeren. De uitspraak zorgde voor onenigheid.

    De rechter beargumenteerde zijn beslissing met de redenering dat bitcoin geen gangbaar geld is omdat het geen wettig betaalmiddel is. ‘Dat is een drogredenering,’ stelt Menno Weij. ‘De term gangbaar geld bestaat nou juist om niet-wettige betaalmiddelen alsnog juridisch te ondervangen.’

    "Je zet niet het hele juridische systeem op z’n kop als je zegt dat de bitcoin wél geld is"

    ‘Je zet niet het hele juridische systeem op z’n kop als je zegt dat de bitcoin wél geld is,’ voert zijn collega Micha Schimmel aan. ‘Als de bitcoin als geld in de zin van het Burgerlijk Wetboek wordt gezien, komt er meer duidelijkheid in betalingen. Helaas heeft de rechtbank het kennelijk niet aangedurfd om hierover een fundamentele beslissing te nemen,’ concludeert Schimmel.

    Nog meer juridische commotie ontstond toen in 2015 het Europese Hof van Justitie een diametraal andere stelling innam ten aanzien van de bitcoin. Toen werd in een rechtszaak de cryptomunt wél als geld gekwalificeerd. De aanleiding hiervoor was dat een Zweed een handeltje had opgezet om geld voor bitcoins in te wisselen. De Zweedse belastingdienst vond dat maar niks en spande een rechtszaak aan. Via de hoogste Zweedse rechter belandde die zaak bij het Europese Hof.

    De zaak ging over de vraag of er btw over de zweedse bitcoinhandel moest worden geheven. Aangezien het een omzetbelasting is, wordt btw alleen geheven bij levering van producten of diensten. Het wordt dus niet geheven op handel in munten die als wettige betaalmiddelen worden gezien. Het hof moest bepalen of dit bij bitcoin ook het geval was. In zijn oordeel stelde het de Zweedse bitcoinhandel vrij van btw. De bitcoin werd daarmee – binnen deze btw-richtlijn – wél als geld gezien. Er zijn dus meerdere interpretaties aan de cryptomunt te geven.

    De eerder genoemde gedupeerde Nederlander rook een nieuwe kans om alsnog zijn gelijk te halen en ging in mei 2016 tegen de uitspraak van de Almelose rechtbank in beroep. Misschien was zijn koerswijzigingsschade toch nog te verhalen. Het mocht echter niet baten. ‘Het hof (...) bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 14 mei 2014’, luidde het vonnis.

    'Ik zet gewoon alles om in bitcoins'

    ‘In het arrest is maar heel summier omschreven wat de reden is om de bitcoin niet als geld aan te merken,’ vindt Schimmel. ‘Ook in het hoger beroep is die discussie vermeden.’

    Crypto craze

    Het hof kon toen nog niet bevroeden dat het jaar erop een ware crypto gekte zou losbarsten. Daardoor kreeg de uitspraak meer gewicht. De juridische status van de bitcoin functioneert nu als leidraad voor hoe de Nederlandse wet aankijkt tegen andere cryptomunten. Dankzij het niet kwalificeren van de bitcoin als geld, maar als ruilmiddel, wordt op geen van de 1570 cryptocurrencies direct toezicht gehouden. Dat valt namelijk niet in een toezichtsmal van de Wet Financieel Toezicht. Dit gebrek aan regulering bemoeilijkt het bieden van juridische bescherming aan de ruim 580.000 Nederlanders die cryptomunten bezitten.

    Waarom dit moeilijk is, is niet alleen een juridisch maar ook een technologisch verhaal. Jan Biemans, hoogleraar Burgerlijk Recht aan de Universiteit Utrecht, legt dit uit aan de hand van beslaglegging op bitcoins. ‘Stel dat jij allemaal schuldeisers achter je aan hebt, dan zou je kunnen denken “ik zet gewoon alles om in bitcoins”, dan valt er niks meer te halen voor die schuldeisers. Dan weet het recht niet wat het moet doen en kun jij mogelijk de dans ontspringen,’ aldus Biemans.

    De reden dat je dit zou kunnen ontlopen is dat cryptomunten niet in fysieke vorm verschijnen. Er is niks tastbaars om beslag op te leggen. Bovendien weet de deurwaarder niet waar hij aan moet kloppen. Er is namelijk geen centrale organisatie die cryptomunten uitgeeft of administreert. Bij de bitcoin wordt dit decentraal gedaan, via de blockchain, het virtuele kasboek. Het beslagleggen op bitcoins is daarmee een buitengewoon ingewikkeld proces.   

    ‘Niet alleen juridische oplossingen, maar ook technische oplossingen zijn nodig,’ stelt Biemans dan ook. ‘Het beslagleggen op bitcoins zou in de blockchain versleuteld kunnen worden. Nu zit in die technologie nog weinig ruimte voor verfijningen die rechten op bitcoins mogelijk maken. Zo zou het recht op nalatenschap van bitcoins ook in de blockchain geregeld kunnen worden. Dat is op dit moment nog niet het geval.’ Vreemd is dat niet, vindt Biemans. ‘De bedenker van bitcoin, Satoshi Nakamoto, heeft nooit nagedacht over juridische kaders. Dat wilde hij ook niet, met de bitcoin probeerde hij immers overheden en banken te omzeilen.’

    Wildgroei

    Een ander gevolg van het oordeel dat bitcoin geen ‘echt’ geld is, is de wildgroei aan cryptomunten. Iedereen met enige expertise kan namelijk zelf crypto’s creëren. Daar is – in tegenstelling tot wettige betaalmiddelen – geen bankvergunning voor nodig. Als je dit met gewoon geld zou proberen, zou binnen no-time de politie op de stoep staan.

    Als je dit met gewoon geld zou proberen, zou binnen no-time de politie op de stoep staan

    De software om cryptomunten te maken is daarentegen gewoon te downloaden. Ethereum stelt bijvoorbeeld haar blockchain beschikbaar voor mensen die een eigen munt willen lanceren. Er zijn dan ook vele varianten.  Zo bestaat een cryptomunt die gebaseerd is op Kanye West (de Coinye), een coin voor de cannabis community (de Potcoin), cryptocurrencies gebaseerd op wereldleiders (zoals de Trumpcoin) en een coin die bedoeld is het kwaad te inspireren in anderen (de Evilcoin). Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een cryptomunt voor.

    Het is de vraag of het ontstaan van dit soort vreemde coins moet worden voorkomen door cryptomunten een duidelijke juridische status te geven, óf dat dit juist níet moet worden gedaan zodat het duidelijk wordt dat er sprake is van rare projecten.

    Hoe het ook zij, nu worden aan al dit soort munten  – van de gekke tot de geniale  – andere rechten ontleend dan aan geld. Transacties met cryptomunten worden bijvoorbeeld niet gezien als betaling, maar als ‘inbetalinggeving’. Dat biedt de bitcoin bezitter minder bescherming. Om daar iets aan te doen moet de bitcoin dus een andere status krijgen.

    De bitcoin hoeft niet per se geld te zijn om er meer rechten aan te ontlenen. Het zou bijvoorbeeld ook onder goederen kunnen vallen. Als dat gebeurt kan het de vorm van een zaak of een vermogensrecht aannemen. Dat biedt geen onaardige bescherming.

    De toekenning van deze status is echter niet zo makkelijk. Iets is namelijk pas een zaak wanneer het een voor mensen beheersbaar stoffelijk object is. Je moet het dus vast kunnen pakken. Dat is bij de bitcoin, die uit een reeks digitale codes bestaat, niet het geval.

    "Als we aan cryptomunten de status van betaalmiddel toekennen, zou een hoop onduidelijkheid verdwijnen"

    Gekunsteld

    Dit heeft weer gevolgen voor het beleggen met bitcoins. De rechten op aandelen of opties worden namelijk afgeleid uit zaken, en de bitcoin is geen zaak. Pim Rank, Hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden, noemt de kwalificatie van de bitcoin als beleggingsobject dan ook ‘vrij gekunsteld’.

    ‘Als onlichamelijke zaak is de bitcoin moeilijk inpasbaar in het systeem van het vermogensrecht,’ concludeert Rank. ‘Maar wat mij betreft is het voor het zijn van geld in juridische zin niet noodzakelijk dat het betaalmiddel een lichamelijk karakter heeft.’ voegt hij daar aan toe.

    In de wet worden namelijk uitzonderingen gemaakt. Zo worden elektriciteit, warmte en informatie ook als ‘zaak’ gezien. Voor cryptomunten zou in sommige gevallen eenzelfde uitzondering kunnen worden gemaakt.

    Afgelopen dinsdag 20 maart was dit het geval. Toen werd de failissementverklaring openbaar gemaakt van Koinz Trading, een bedrijfje waarbij je bitcoins kon laten maken door een miningcomputer te kopen. Het bedrijf bleek te bedriegen en werd daarom opgedoekt. Het was daarbij de vraag hoe de geleden schade moest worden vergoed. Voor het antwoord moest de bitcoin opnieuw door een rechterlijke mal worden geduwd. De rechtbank kan namelijk alleen vorderingen of dwangsommen opleggen op iets wat een overdraagbare waarde vertegenwoordigt. De rechtbank besloot voorzichtig dat de bitcoin daarvoor als vermogensrecht moest worden beschouwd. 

    Tijd voor herziening?

    De cryptomunt is dus niet voor één gat te vangen. In geen van de vormen –  of het nou geld, ruilmiddel of vermogensrecht is –  lijkt de bitcoin helemaal lekker te passen. Terwijl het recht nog geen eenduidig antwoord heeft, neemt het aantal mensen dat cryptomunten bezit toe. Utrechts hoogleraar Jan Biemans is niet gerust. Dit soort ontwikkelingen heeft hij eerder gezien.

    ‘In de jaren negentig kwam het internet. Dat was een nieuw concept waar het recht zich niet teveel tegenaan moest bemoeien vonden veel juristen. Die ontwikkeling ging razendsnel en heeft het privaatrecht in verwarring achtergelaten.’ stelt Biemans. ‘Iets soortgelijks lijkt nu dankzij cryptocurrencies en blockchains te gebeuren.’

    Misschien is het daarom tijd voor herziening. ‘Als we aan cryptomunten de status van betaalmiddel toe zouden kennen, dan zou een hoop onduidelijkheid over cryptocurrencies verdwijnen.’ vertelt de Utrechts hoogleraar. ‘Dat zou het product helpen. Maar helpt het ook de burger?’ vraagt hij zich daarbij af. ‘Moet iemand bijvoorbeeld genoegen nemen met betaling in bitcoins in plaats van geld?’

    ‘We zullen na moeten denken over nieuwe regels,’ vindt Biemans. ‘Maar aanpassingen in ons Burgerlijk Wetboek alleen zijn onvoldoende. De bitcoin trekt zich namelijk weinig van landsgrenzen aan.’

     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Boban Braspenning

    Student Bestuurswetenschap die zich verdiept in de economische filosofie en cryptocurrencies.

    Volg Boban Braspenning
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Crypto's & blockchains

    Gevolgd door 741 leden

    FTM duikt in de wondere wereld van digitale munten en blockchain-toepassingen. Wij houden ons niet bezig met welke munt he...

    Volg dossier