Ilona Dahl deed ruim drie jaar onderzoek naar geheime contracten die artsen afsluiten met bedrijven die medische implantaten maken. Het was een zoektocht in een gesloten wereld; slechts een enkeling durfde te praten. Deze week publiceerde FTM haar eerste bevindingen. In dit stuk lees je hoe het onderzoek tot stand kwam.

    Op maandagochtend 9 november 2015 krijg ik een e-mail van een advocaat. Ik ben op dat moment als vakbladjournalist werkzaam bij Zorgvisie en heb hem wel eens geïnterviewd over privacykwesties in de gezondheidszorg.

    Nu benadert hij me om een andere reden. Als advocaat staat hij ook de medische industrie bij, en in die hoedanigheid heeft hij een idee: of ik eens een artikel wil schrijven over een nieuw wetsvoorstel over gunstbetoon voor medische hulpmiddelen?

    ‘Gunstbetoon’ is een chic woord voor ‘oneigenlijke beïnvloeding’. Fabrikanten van medische hulpmiddelen – denk aan hartkleppen, stents, protheses of radiologie-apparatuur – kunnen artsen verleiden hun producten te gebruiken. Dit doen ze onder andere door artsen geld aan te bieden, cadeaus te geven of diners te vergoeden.

    Het doel van het wetsontwerp is dit soort praktijken te verbieden, vertelt de advocaat, en daar wil de industrie een stokje voor steken. Hij hoopt daarom een publicatie te verspreiden onder zorgprofessionals die de kant van de industrie belicht: ‘Het is bizar dat er wetgeving komt, terwijl er een gedragscode is die prima werkt. Het is overbodig. We maken regels om regels te maken,’ zegt hij.

    Wie houdt er toezicht op de banden tussen de industrie en de artsen?

    Maar na mijn gesprek met de advocaat vraag ik me af: hoe goed werkt die gedragscode? En wie houdt er toezicht op de banden tussen de hulpmiddelenindustrie en de artsen?

    Er zijn in de afgelopen jaren immers nogal wat voorbeelden geweest van oneigenlijke beïnvloeding in de medische wereld. Bij de farmaceutische industrie – de andere tak van de medische industrie – speelden meerdere grote corruptiezaken: zo waren geneesmiddelenfabrikanten AstraZeneca, Pfizer en Bayer in 2006 betrokken bij omkoopschandalen van huisartsen en medisch specialisten. En in juli 2012 kopte de Volkskrant dat GlaxoSmithKline (GSK) betrokken was bij verschillende ‘misdadige verkooppraktijken’.

    De Britse farmaceut had artsen omgekocht en gezwegen over de bijwerkingen van het bloedsuikerverlagende middel Avandia, waardoor duizenden patiënten waren overleden. Het resultaat: GSK moest een boete van 3 miljard dollar betalen. Een jaar later kwam GSK weer in het nieuws, ditmaal vanwege omkoping van dokters en ambtenaren in China. Of neem Johnson & Johnson. Dit farmabedrijf werd in Amerika schuldig bevonden aan het betalen van smeergeld aan apothekers en artsen voor de verkoop van hun geneesmiddelen. Ook Johnson & Johnson moest een boete betalen, in dit geval van 2,2 miljard dollar.

    Door deze onthullingen weten we dat er in de farmaceutische wereld soms sprake is van belangenverstrengeling en zelfs van omkoping. Ook in Nederland hebben zulke praktijken tot recordboetes geleid: in 2014 legde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ, toen nog IGZ geheten) in totaal 836.123 euro aan boetes op in verband met verboden reclame voor geneesmiddelen, het fêteren van artsen en het verstrekken van onjuiste informatie over medicijnen. Het waren de hoogste boetes die de Inspectie uitdeelde nadat de Geneesmiddelenwet in 2007 van kracht werd.

    Wat schrijft de Geneesmiddelenwet voor?

    In de Geneesmiddelenwet is publieksreclame voor geneesmiddelen verboden en mag een farmaceut op congressen geen reclame maken voor zijn medicijnen. Ook oneigenlijke beïnvloeding (gunstbetoon) is verboden. Daaronder wordt verstaan:

    • Sponsoring die tot doel heeft een arts te verleiden om een bepaald geneesmiddel voor te schrijven;
    • Geschenken boven de 50 euro aanbieden;
    • Bijeenkomsten en/of manifestaties organiseren op een ongeschikte locatie (denk bijvoorbeeld aan een luxe resort, of een locatie in het buitenland kiezen terwijl dat congres ook in Nederland had kunnen plaatsvinden);
    • Onkosten- of verblijfsvergoedingen die niet in verhouding staan (denk bijvoorbeeld aan overnachtingen in dure hotels);
    • Lezingen geven, advisering of meewerken aan (geneesmiddelen)onderzoek, ook wel consultancy-werkzaamheden genoemd, waarbij de beloning niet in redelijke verhouding staat tot de uitgevoerde activiteiten.

    Consultancy-overeenkomsten moeten volgens de Geneesmiddelenwet vooraf schriftelijk zijn vastgelegd: de inhoud, aard, duur, omvang, het doel van de werkzaamheden en het bijbehorende honorarium moeten duidelijk in het contract vermeld staan. Op de arts rust de plicht om zulke contracten te melden aan het Transparantieregister Zorg, zodat patiënten kunnen nagaan of hun arts financiële banden heeft met de industrie en of de keuze voor een bepaald geneesmiddel genomen is op zorginhoudelijke gronden.

    De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) moet toezien of de wet wordt nageleefd. Bij overtredingen is de minister bevoegd bestuurlijke boetes op te leggen. En wanneer de volksgezondheid in gevaar is, moet de Inspectie bevel geven het betreffende medicijn uit de handel te nemen en een verbod op het gebruik kenbaar te maken bij de Wereldgezondheidsorganisatie.

    Lees verder Inklappen

    Ook hulpmiddelenbedrijven kunnen artsen beïnvloeden om hun producten te gebruiken of te propageren. Bij ‘medische hulpmiddelen’ denk je al snel aan steunzolen, scootmobielen of rolstoelen. De hulpmiddelenbranche is echter een hoogst vitale industrie waar moderne high-tech bedrijven actief zijn, die volop in ontwikkeling is, en waar veel geld verdiend wordt, zo constateer ik. 

    Maar het lijkt er op dat deze bedrijven vooralsnog vrij spel hebben. Hoeveel geld investeert de industrie om artsen aan zich te binden? En hoe ver gaat dit?

    Ik ga op onderzoek uit, en kom al snel achter een wrang feit: er zijn op dit gebied amper regels voor de hulpmiddelensector. De gedragscode waar de eerder genoemde advocaat van zei dat die ‘prima werkt’, is de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH). Deze code is in 2012 door de industrie zelf in het leven geroepen; sindsdien, lees ik, is er door de codecommissie slechts één klacht behandeld.

    Het wordt duidelijk dat de hulpmiddelenindustrie een vergeten wereld is. En het lijkt erop dat zij er dezelfde praktijken op nahoudt als de farmaceuten, zonder dat daar harde gevolgen tegenover staan.

    Consultancy-contracten

    Ik ontdek een KRO-reportage uit 2011, getiteld ‘730 dagen pijn’. Daarin doet Henk Been, voormalig orthopedisch chirurg bij het AMC, uit de doeken hoe de marketing bij de deze industrie in elkaar steekt. Been vertelt over zogeheten consultancy-contracten: contracten die artsen ondertekenen om werkzaamheden uit te voeren voor de industrie. Denk daarbij aan lezingen houden op congressen, wetenschappelijk onderzoek uitvoeren, deelnemen aan adviesraden of producten promoten. Daar staat een veelal geheime financiële beloning tegenover.

    ‘Iedere arts die een beetje senior is, heeft een consultancy-contract’

    Been had zelf een dergelijk contract met DePuy, een orthopedische divisie van Johnson & Johnson. Er zouden tussen de tien en twintig vakgenoten in de orthopedie zijn die ook met zo’n contract rondlopen, schatte Been. Uit de reportage bleek evenwel niet hoeveel consultancy-contracten er in omloop zijn, wat er precies in staat en om welke bedragen het gaat.

    Ik probeer in contact te komen met artsen maar ze hullen zich in stilzwijgen. Het lijkt een taboe om consultancy-contracten te hebben. Niemand die hierover wil praten.

    Daarom schrijf ik op woensdag 25 mei 2016, academische en niet-academische ziekenhuizen in Nederland aan met de vraag of ze mij alle consultancy-contracten tussen artsen en leveranciers van medische hulpmiddelen van de afgelopen tien jaar kunnen verstrekken. Het antwoord blijft uit, dus bel ik de ziekenhuizen één voor één op.

    Frank van den Bosch, woordvoerder van het AMC, is als eerste aan de beurt. Hij kent het begrip: ‘Iedere arts die een beetje senior is, heeft een consultancy-contract met een medisch bedrijf. Dat zal voor alle academische ziekenhuizen zo gelden.’

    Om hoeveel consultancy-contracten gaat het, vraag ik. 

    ‘Dat ga ik voor je uitzoeken. Ik kom er op terug,’ belooft Van den Bosch.

    In de tussentijd bel ik met Dick Nagelhout, woordvoerder van het academisch ziekenhuis in Maastricht. Hij zal overleggen met de raad van bestuur. Wanneer ik hem daar op 15 juni 2016 over terugbel, zegt hij: ‘Wij registreren de consultancy-contracten, maar die zijn niet toegankelijk.’

    Ik wil weten waarom niet. 

    ‘De consultancy-contracten worden opgenomen in de personeelsdossiers, en die zijn behoorlijk afgeschermd. Er kunnen maar een beperkt aantal mensen in kijken: de P&O adviseur, de directie, en de betrokken artsen uiteraard.’

    ‘Ik kan er ook niks aan doen, mevrouw,’ vervolgt hij. ‘Onze raad van bestuur weigert de informatie openbaar te maken onder het motto van privacybescherming. “Het is iets tussen werkgever en werknemer,” is tegen mij gezegd. Het is zelfs verboden om hierin transparantie te bieden.’

    Verboden?

    ‘Ja, verboden. We mogen de privacy van onze artsen niet schenden door hun personeelsdossiers te raadplegen.’

    Bij het Radboud zijn in totaal 120 contracten

    Diezelfde dag belt woordvoerder Joanne Karssenberg van het UMC Utrecht terug. ‘Ik constateer dat de consultancy-contracten niet centraal bij ons geregistreerd worden,’ zegt ze. ‘Ze liggen verspreid over diverse afdelingen. Achterhalen hoeveel van zulke contracten in omloop zijn zou enorm veel tijd kosten, dat gaan wij niet doen.’

    Dit argument zal ik nog vaker horen: ook het Erasmus MC en het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam, het LUMC in Leiden, het Martini Ziekenhuis in Groningen, het Spaarne Gasthuis in Haarlem, het OLVG en het MC Slotervaart in Amsterdam en het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven wijzen mijn verzoek om die reden af.

    AMC-woordvoerder Frank van den Bosch belt ruim drie weken na ons eerste gesprek terug. Ook hij wijst mijn verzoek af: ‘Het kost niet alleen veel tijd maar ook geld om te achterhalen hoeveel consultancy-contracten wij in huis hebben. We hebben een kosten-batenanalyse gemaakt en zien ervan af om op uw verzoek in te gaan.’

    Mijn voorlopige hypothese: de consultancy-contracten worden niet geregistreerd, ziekenhuizen hebben geen idee welke artsen met wie contracten afsluiten en willen of kunnen niet zeggen om hoeveel contracten het gaat. 

    Ruim 300 consultancy-contracten

    Het Radboudumc in Nijmegen is het enige ziekenhuis dat me uitnodigt voor een gesprek. Op 2 juni 2016 heb ik een afspraak met Martijn Bakker. Hij is één van de vijf fulltime juristen van de afdeling Valorisatie, waar de consultancy-contracten binnenkomen en worden gescreend. Bakker noemt zijn afdeling ook wel de ‘verkoopafdeling’ van zijn ziekenhuis: hier wordt kennis aan anderen ter beschikking gesteld en worden samenwerkingen geregeld met instellingen, ziekenhuizen en de industrie.

    ‘De raad van bestuur heeft ons opdracht gegeven om toezicht te houden op de documenten die onderling worden afgesloten,’ zegt Bakker. ‘Dat kan gaan om eenvoudige geheimhoudingsovereenkomsten, contracten over (weefsel)materiaal voor studies, DNA-constructen, contracten waarin laboratoriummuizen worden uitgewisseld tussen kennisinstellingen of consultancy-contracten met de industrie.’

    Over de consultancy-contracten zegt Bakker: ‘Artsen zijn verplicht om die aan onze afdeling te melden. Vervolgens kijken wij op wiens naam het contract staat. Het is niet toegestaan dat een arts op persoonlijke titel financiële interacties aangaat met de industrie. De gouden regel binnen ons “huis” luidt: alle consultancy-overeenkomsten worden afgesloten met het ziekenhuis, door onze juristen ondertekend en voorzien van een uniek dossiernummer. Vervolgens registreren we de contracten in ons digitaal systeem.’

    Kunt u mij uw digitaal systeem laten zien, vraag ik. 

    Bakker stemt toe en we gaan achter zijn computer zitten. Hij legt uit hoe het systeem werkt. Je kunt zoeken op naam van de arts, de fabrikant, het dossiernummer en het type contract. In sneltreinvaart laat hij lijsten uit 2015 zien. Ik zie termen langskomen als clinical trial, research study agreement, consortium agreement (‘dat zijn de grote contracten,’ verklaart Bakker), en geheimhoudingsovereenkomst. Ik zie subsidies van de American Association for Cancer Research (AACR) en documenten voor de voorbereiding van contracten. Op de volgende pagina’s staan de consultancy agreements opgesomd.

    Om hoeveel consultancy-contracten gaat het in totaal?

    Bakker tikt de zoekterm in. Binnen enkele seconden heeft hij een lijst van ruim 300 resultaten, over een periode van tien jaar. Let wel: dit zijn consultancy-contracten die zijn afgesloten met zowel de farmaceutische als de hulpmiddelenindustrie. Bakker: ‘Alles gaat door dezelfde molen. We maken geen onderscheid tussen leveranciers van kunstheupen, Philips die operatiekamers bij ons inricht of pillendraaiers.’ Achteraf laat Bakker per mail weten dat het Radboudumc in totaal 120 overeenkomsten heeft met de hulpmiddelenindustrie. Het gaat onder meer om Philips, Medtronic, Cochlear (gehoorimplantaten), Stryker (orthopedische instrumenten), en een aantal kleine (vaak jonge) bedrijven.

    Voor wie is het honorarium uit de contracten bestemd, vraag ik.

    Bakker: ‘Artsen zijn bij ons in loondienst. Wij verhuren ze aan de industrie en rekenen dan een uurtarief van 225 euro. Gaat de industrie daar niet mee akkoord, dan komen onze topspecialisten niet. Consultancy fees worden gestort op het rekeningnummer van het ziekenhuis en voor wetenschappelijk onderzoek ingezet.’

    Bakker wijst me op de interne code van het Radboud. Daar staat onder het kopje ‘Conflicterende belangen’ het volgende: ‘Voor alle vergoedingen uit nevenwerkzaamheden geldt dat deze ten goede komen aan de afdeling [..] tenzij met de afdelingsleiding een andere afspraak is gemaakt.’

    Per mail vraag ik Bakker hoe vaak er een uitzondering wordt gemaakt op de regel en met de afdelingsleiding een andere afspraak wordt gemaakt. Zijn antwoord: ‘Er wordt geen uitzondering gemaakt. Het geld gaat niet naar de arts, maar naar de afdeling.’

    Martijn Bakker, jurist Radboudumc

    "Als artsen contracten afsluiten met de industrie en dat niet aan ons melden, dan zijn we daar niet tegen opgewassen. Dat is hetzelfde als te hard rijden en niet geflitst worden"

    Ondanks Bakkers stelligheid zoek ik verder. In juni 2016 benader ik Wim Schreurs, die persoonlijk geld ontvangt van de industrie. Schreurs is orthopeed in revisiechirurgie bij het Radboud; op de website van de Nederlandse Orthopeden Vereniging (NOV) heb ik een ‘DIsclosure Register’ gevonden, waarin banden vermeld staan tussen orthopeden en leveranciers van medische hulpmiddelen. In dit (inmiddels verwijderde) document staat onder andere vermeld dat Wim Schreurs consultant is voor de firma Stryker en 10.000 euro ontvangt voor zijn advieswerk.

    Ik vraag Schreurs om een reactie. Hij schrijft: ‘Ik heb er geen enkele moeite mee om mijn relatie openbaar te maken. Ik plaats al vele jaren een gecementeerde totale heupprothese van de firma Stryker in alle gevallen van een eerste heupprothese. Deze prothese bestaat al lang en hoort in alle grote internationale registers tot de top 5 van best presterende heupprothesen. Over onze resultaten ben ik open, u kunt in PubMed, een wetenschappelijke databank, onze publicaties vinden. Omdat ik veel ervaring heb met dit implantaat en ook veel (lastige) revisies doe, verzorg ik presentaties en cursussen die door de firma Stryker over deze prothese worden georganiseerd.’

    Wanneer ik jurist Bakker ernaar vraag, zegt hij: ‘Schreurs is een uitzonderlijk geval. Stryker wil het honorarium alleen overmaken naar de arts. Dit is in beeld bij de raad van bestuur. Op de orthopeed rust de verplichting om het volledige bedrag na ontvangst naar de afdeling door te zetten.’

    Glippen er nooit contracten tussendoor?

    Bakker: ‘Dat valt niet uit te sluiten. Als artsen contracten afsluiten met de industrie en dat niet aan ons melden, dan zijn we daar niet tegen opgewassen. Dat is hetzelfde als te hard rijden en niet geflitst worden. Als aan het licht zou komen dat een arts een consultancy-contract heeft ondertekend en hij dat geld doorsluist naar zijn persoonlijke bankrekening, dan heeft die medewerker een groot probleem. In het ergste geval leidt dit zelfs tot ontslag.’

    Is dat ooit gebeurd, vraag ik. Bakker zegt van niet.

    Samengevat: het protocol van Radboud is niet waterdicht. Dat contracten onder de radar blijven valt door jurist Bakker niet uit te sluiten. 

    Wob-verzoek

    Via onderzoeksjournalist Vincent Verweij, die me bijstaat in het onderzoek, kom ik in contact met zijn KRO-collega Dirk Bayens, de maker van de reportage ‘730 dagen pijn’.

    Het AMC geeft te kennen dat ze ons een vergoeding in rekening zal brengen die kan oplopen tot ‘een veelvoud van enkele duizenden euro’s’

    Op 12 juli 2016 doen Bayens en ik een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en vragen we de academische ziekenhuizen om de consultancy-contracten die artsen hebben afgesloten met de hulpmiddelenindustrie. We beroepen ons daarbij op de door de industrie opgestelde Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH); alle academische ziekenhuizen hebben zich aan die code gecommitteerd. Inzake consultancy-contracten schrijft de code voor: 

    ‘Interacties tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals dienen aantoonbaar en inzichtelijk te zijn door schriftelijke vastlegging. [..] Interacties tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals dienen transparant te zijn, hetgeen met zich meebrengt dat het doel en de reikwijdte van de interactie hetzij vooraf schriftelijk moet worden gemeld aan het bestuur van de instelling of zijn werkgever, hetzij voorafgaande toestemming van het bestuur van de instelling of de werkgever worden verkregen.’

    Op 18 juli krijgen we een brief van het AMC. De raad van bestuur geeft te kennen dat ze ons een vergoeding in rekening zal brengen die kan oplopen tot ‘een veelvoud van enkele duizenden euro’s.’ Het AMC heeft extra personeel moeten inhuren om de contracten boven tafel te krijgen. Ook andere ziekenhuizen wijzen ons op de kosten en zijn voornemens die op ons te verhalen.

    Mogen ziekenhuizen zulke bedragen in rekening brengen? En kunnen we daar bezwaar tegen maken? Op 21 juli nemen we contact op met wob–specialist Roger Vleugels. Die noemt het argument van de ziekenhuizen ‘juridische onzin’: ‘Wob-verzoeken worden vanwege het algemeen belang ingediend en zijn niet vatbaar voor welke heffing dan ook. Alleen kopieer- en verzendkosten tegen kostprijs mogen in rekening worden gebracht.’ Vleugels  wijst ons op een uitspraak van de Hoge Raad van 8 februari 2013, die zijn stelling ondersteunt. De volgende dag tekenen we bezwaar aan, waarbij we ons beroepen op de uitspraak van de Hoge Raad.

    Op 2 augustus belt Felice van Noort, jurist van het AMC: die duizenden euro’s zijn van tafel, alleen de kopieerkosten worden in rekening gebracht. De andere ziekenhuizen sluiten zich daarbij aan. 

    De weken daarna vragen de ziekenhuizen de betrokken leveranciers naar hun zienswijze. Dat is gebruikelijk in een wob-procedure en betekent dat de industrie de gelegenheid krijgt om binnen vier weken te reageren op de documenten die op hen betrekking hebben. Een bedrijf mag het ziekenhuis vragen om bepaalde gegevens niet openbaar te maken. Overigens is een ziekenhuis niet verplicht aan dat verzoek gevolg te geven.

    De beslistermijnen worden daarom verlengd.

    50 contracten

    Op 28 september komt het LUMC als eerste over de brug: we krijgen 5 contracten tussen artsen en de hulpmiddelenindustrie. Op 18 oktober volgt het AMC met 25 contracten. Op 1 november ontvangen we 8 contracten van het UMC Utrecht. Het Erasmus MC laat ons het langst wachten: ‘Door het vragen van de zienswijzen en ook vanwege organisatorische redenen, heeft de beantwoording van het Wob-verzoek langer geduurd dan voorzien. Daarvoor onze oprechte excuses,’ meldt hun jurist. Op 22 februari 2017 krijgen we 12 contracten van het Erasmus MC.

    Het Erasmus levert de contracten bijna geheel zwart aan

    Daarmee komt de totale vangst uit op 50 consultancy-contracten – nog niet de helft van wat ik bij het Radboudumc op Bakkers computer zag staan. De 50 contracten hebben ook nog eens een zwart randje: de namen van artsen, verschillende passages over producten, eigendomsrechten, welke onderzoeken artsen uitvoeren en het honorarium dat ze voor hun werkzaamheden ontvangen, zijn in veel contracten weggelakt.

    Wat dat weglakken betreft, spant het Erasmus de kroon: het ziekenhuis levert de contracten bijna geheel zwart aan. De verklaring: ‘Het gaat om bedrijfsgevoelige informatie en de Raad van Bestuur is van oordeel dat het financiële en economische belang van het Erasmus MC en de betrokken artsen zwaarder weegt dan het belang om de specifieke informatie openbaar te maken.’ Ook zouden ziekenhuis, arts en industrie nadeel kunnen ondervinden zodra deze informatie toegankelijk is voor het algemeen publiek.

    De weigeraars

    Vier ziekenhuizen hebben geweigerd om de gevraagde documenten te verstrekken: het VUmc, het Radboudumc, het UMCG en het Maastricht UMC. Het VUmc en het Radboud hebben – zoals verwacht – geweigerd de gevraagde documenten te openbaren, omdat zij niet onder de werking van de Wob vallen. 

    Het Radboud zegt bovendien niet in het bezit te zijn van zulke contracten. De 120 contracten in hun systeem staan immers op naam van het ziekenhuis, niet op naam van de arts. In de redenering van Robert Koning, secretaris van de raad van bestuur van het Radboud: ‘U vraagt in uw Wob-verzoek om de overeenkomsten tussen zorgprofessionals en de medische-hulpmiddelenindustrie te openbaren. U beroept zich op de Gedragscode Medische Hulpmiddelen die consequent spreekt en in tal van artikelen over “interacties tussen leveranciers en zorgprofessionals.” Het gaat dus niet om contracten tussen instellingen en leveranciers.’

    Ook het VUmc verklaart geen consultancy-contracten te hebben die onder ons verzoek vallen, met precies dezelfde argumentatie: ‘Artsen sluiten geen consultancy-contracten af op eigen naam; dat is voorbehouden aan de Raad van Bestuur. De financiële interacties die het VUmc aangaat met de industrie vallen niet onder de reikwijdte van de gedragscode.’

    ‘We kunnen geen allesomvattend overzicht maken van alle nevenwerkzaamheden’

    Een andere weigeraar is het UMCG. Het Groningse ziekenhuis stuurt ons op 12 september 2016 slechts protocollen en richtlijnen over de aanschaf van medische hulpmiddelen. Op geen enkele wijze beantwoorden ze ons wob-verzoek. Ook motiveren ze niet waarom ze de gevraagde contracten niet verstrekken. Op 15 september gaan we tegen dit besluit in bezwaar. We vangen bot: weer nul consultancy-contracten.

    Jos Aartsen, voorzitter van de raad van bestuur van het UMCG, beroept zich op het Radboud/VUmc-argument: ‘We hebben de door u gevraagde contracten niet, want de artsen mogen zelf geen contracten aangaan. De code heeft geen betrekking op overeenkomsten die wij als ziekenhuis afsluiten met de industrie.’ Pakken we echter het disclosure register van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) erbij, dan ontdekken we dat er wel degelijk artsen in het UMCG rondlopen die consultant zijn voor de hulpmiddelenindustrie en daar een honorarium voor ontvangen. Zo verdient orthopeed Paul Jutte als consultant voor de firma Stryker 5.000 euro en ontvangt hij daarnaast tussen de 5.000 en 10.000 euro onderzoeksgeld van hen. En orthopeed Lex Boerboom ontvangt als consultant voor Zimmer Nederland B.V. een honorarium van 5.000 euro.

    Op 5 december 2016 gaan we in beroep, met als doel de openbaarmaking van de contracten via de bestuursrechter af te dwingen. Tobias Polak, de ingehuurde advocaat van het UMCG, nodigt mijn collega Dirk Bayens en mij uit voor een gesprek: ‘Ik denk te weten waar de schoen knelt – en dat zit hem met name in de communicatie en interpretatie van enkele begrippen.’ Een gang naar de rechter en de confrontatie opzoeken is niet nodig, schrijft hij.

    We gaan op zijn uitnodiging in. Bij de bijeenkomst op 12 september 2017 op het kantoor van Polak is ook Robert de Jager aanwezig, hoofd juridische zaken van het UMCG. Raadsman Polak: ‘Artsen kunnen niet op eigen naam een contract afsluiten, de raad van bestuur zit ertussen. De contracten die u vraagt, bestaan niet binnen het UMCG.’ De Jager komt met een redenering die wij moeilijk te volgen vinden: ‘Al onze artsen zijn in loondienst. De nevenwerkzaamheden die ze uitvoeren voor de industrie, gebeuren onder de vlag van ons ziekenhuis. Het onderliggende consultancy-contract wordt aangegaan en ondertekend door de raad van bestuur. Wij verhuren onze specialisten. Maar het kan voorkomen dat artsen in hun privétijd consultancy-diensten uitvoeren voor de industrie en hiervoor een contract afsluiten. In dit geval is een arts verplicht om zo’n contract aan zijn direct leidinggevende te melden, oftewel zijn afdelingshoofd. De melding verloopt via een toestemmingsformulier dat vervolgens opgenomen wordt in het personeelsdossier van de medisch specialist in kwestie. Dit is niet openbaar voor derden en de Raad van Bestuur houdt hier geen toezicht op.

    Een centrale registratie ontbreekt dus?

    Jager: ‘Het UMCG heeft ongeveer 13.000 werknemers in dienst. We kunnen geen allesomvattend overzicht maken van alle nevenwerkzaamheden. De consultancy-contracten kunnen we niet openbaar maken, want die registreren we niet.’

    ‘Handelt u niet in strijd met de Gedragscode Medische Hulpmiddelen?’ vraagt Dirk.

    ‘Wij handelen in de geest van de code.’

    Vindt u dan niet dat het UMCG tekortschiet? 

    ‘Misschien kunnen we hieruit lessen trekken.’

    We vertellen De Jager dat uit het transparantieregister van de NOV blijkt dat orthopeden Boerboom en Jutte consultant zijn en een honorarium van de industrie ontvangen. Dat is een duidelijke aanwijzing dat er wel degelijk financiële banden zijn tussen UMCG-artsen en leveranciers van medische hulpmiddelen.

    De Jager: ‘Ik heb het Transparantieregister Zorg geraadpleegd over de jaren 2014, 2015 en 2016, en de namen van onze artsen staan hier niet in vermeld.’

    Volgens advocaat John Beer handelt het UMCG in strijd met de geldende gedragscode. 

    ‘Het is uiterst vreemd dat wij regels hebben over transparantie, en er een ziekenhuis is dat consultancy-contracten onder de tafel probeert te houden door ze op eigen naam af te sluiten. Ze ontduiken het Transparantieregister Zorg, en dit is geheel in strijd met de code.’ 

    We gaan alsnog naar de rechter. Op 3 oktober 2017 vindt het beroep tegen de beslissing van het UMCG plaats. 

    In een rechtszaal van Amsterdam zitten we tegenover Robert de Jager, hoofd juridische zaken van het UMCG, en zijn raadsman Tobias Polak, die we al eerder ontmoet hadden in Groningen. Bestuursrechter Kleiss buigt zich over de zaak en richt haar openingsvraag tot advocaat Polak. Ze vraagt hem of er in het UMCG consultancy-contracten zijn met leveranciers van medische hulpmiddelen.

    Ja, die zijn er, maar die worden niet ondertekend door de artsen, aldus Polak. Hij beweert dat het onmogelijk is dat een arts op eigen naam contracten afsluit met de industrie: ‘De raad van bestuur zit ertussen.’

    Het feit dat we van vier academische ziekenhuizen wél consultancy-contracten hebben ontvangen die stuk voor stuk zijn ondertekend door een medisch specialist, veegt de tegenpartij van tafel. Robert de Jager van het UMCG: ‘Ieder huis heeft zijn zaken op een andere manier georganiseerd. Dat artsen in de andere UMC’s dergelijke contracten afsluiten met de medische industrie, is geen leidraad dat wij ook zulke overeenkomsten hebben.’

    Wij voeren twee namen aan van orthopeden die werkzaam zijn in het Groningse ziekenhuis en als consultant een honorarium ontvangen van de hulpmiddelenindustrie: A.L. Boerboom en P.C. Jutte. In het disclosure register van de Nederlandse Orthopedische Vereniging (NOV) staat immers te lezen dat Boerboom ‘betaling ontvangt voor presentaties voor Zimmer Nederland B.V.’ Het bedrag: ‘minder dan 5000 euro per jaar.’ Jutte is volgens het register consultant voor Stryker, wederom voor minder dan 5000 euro per jaar. Ook ontvangt Jutte ‘maatschap-vakgroep gelden ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek van Stryker’. Het bedrag hiervoor ligt tussen de 5000 en 10.000 euro per jaar.

    Er bestaan financiële banden tussen artsen in het UMCG en de medische industrie, besluiten wij.

    ‘In deze zaak gaat het niet om de vraag of het register correct of niet correct gehanteerd wordt’

    Het antwoord van De Jager: artsen kunnen in privétijd consultancy-overeenkomsten aangaan, die ze via zogenoemde toestemmingsformulieren aan hun afdelingshoofd moeten melden. De contracten verdwijnen echter in de personeelsdossiers, en zijn ontoegankelijk voor derden. Ook vallen de contracten (net als de toestemmingsformulieren) niet onder de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis, en dus niet onder ons wob-verzoek.

    Opmerkelijk is dat het UMCG geen toezicht houdt en er geen centrale registratie plaatsvindt van deze contracten. De Gedragscode Medische Hulpmiddelen schrijft immers voor dat ziekenhuizen een overzicht moeten hebben van deze contracten en dat ze gemeld moeten worden aan het Transparantieregister Zorg.

    Handelt het UMCG in strijd met de gedragscode, vraagt Dirk aan De Jager. De Jager zwijgt.

    Zijn advocaat grijpt in: ‘Dit betreft een wob-zaak, een bestuursrechtelijke aangelegenheid dus. In deze zaak gaat het niet om de vraag of het register correct of niet correct gehanteerd wordt. Noch over de vraag of het UMCG zich houdt aan de gedragscode. Daar draait het niet om in een wob-procedure.’

    Op 26 oktober 2017 ontvangen we de uitspraak van de bestuursrechter: ‘Verweerder (UMCG) heeft duidelijk uitgelegd waarom zij door de eiser gevraagde documenten niet onder zich heeft. De werkwijze waarvoor het UMCG heeft gekozen, is dat de Raad van Bestuur namens het UMCG contracten afsluit met de leveranciers van medische hulpmiddelen. Artsen zijn geen partij bij deze contracten. De rechtbank vindt het niet ongeloofwaardig dat verweerder de door eiser gevraagde contracten niet heeft en dus ook niet openbaar kan maken. Dat deze werkwijze in strijd is met de Gedragscode – wat daar van zij – is in dit geding niet aan de orde. Dat de door eiser bedoelde transacties er wel zouden zijn, maar ten onrechte niet in het UMCG worden gearchiveerd, evenmin.’

    De uitspraak vervolgt: ‘Als artsen nevenwerkzaamheden aangaan buiten het ziekenhuis om, moeten zij hiervoor een toestemmingsformulier invullen voor de leidinggevende arts. De rechtbank overweegt dat dit toestemmingsformulier ziet op een aangelegenheid van personele zaken binnen het ziekenhuis en niet op het contact tussen de arts en leverancier. Dit valt dus buiten het Wob-verzoek van de eiser.’

    De conclusie: ons beroep is ongegrond verklaard. 

    Een vergelijkbare procedure voltrok zich tegen het MUMC. Ook dit ziekenhuis beweert dat er in hun ‘huis’ geen contracten tussen artsen en leveranciers van medische hulpmiddelen bestaan. Ook hier raakten we verwikkeld in een langslepend proces, dat op 15 december 2017 eindigde in de rechtszaal van Maastricht. Ook hier oordeelde de bestuursrechter dat wij onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de gevraagde consultancy-contracten aanwezig zijn in het Maastrichtse ziekenhuis. De uitspraak, op 2 februari 2018, luidde hetzelfde als in Groningen: beroep ongegrond verklaard.

    ‘Een patiënt moet er op kunnen vertrouwen dat de keuze voor een bepaald medisch hulpmiddel is genomen op basis van zorginhoudelijke en integere gronden zonder ongewenste financiële prikkels,’ staat in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen.

    Één van de advocaten van het Maastrichtse ziekenhuis laat in het verweerschrift weten: ‘Binnen het MUMC staat transparantie hoog in het vaandel. Het verwijt van u dat het MUMC onvoldoende transparant is naar haar patiënten toe, acht de Raad van Bestuur dan ook onjuist.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ilona Dahl

    Gevolgd door 315 leden

    Onderzoeksjournalist, in het verleden voor o.a. nrc.next en De Correspondent. Schrijft voor FTM over de Nederlandse zorg.

    Volg Ilona Dahl
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Gesponsorde artsen

    Gevolgd door 654 leden

    Ilona Dahl wist via een wob-verzoek 50 verborgen consultancy-contracten tussen artsen en producenten van medische hulpmiddele...

    Volg dossier