© ANP / Niels Wenstedt

Hoe het UWV zelf arbeidsongeschikt raakte

    Verpleegkundigen die arbeidsongeschikten herkeuren zonder hen ooit te zien, achterstanden en twijfel over de kwaliteit van beoordelingen – het UWV grossiert al sinds zijn oprichting in 2002 in houtje-touwtje-oplossingen voor de achterstanden in WAO-herkeuringen. Follow the Money reconstrueert hoe een plan om meer kwaliteit te bieden met minder geld nooit van de grond kwam.

    Veelbelovend, zo klonk het bij de start op 1 januari 2002. Voortaan was als gevolg van een fusie van verschillende uitvoeringsinstellingen één grote instantie verantwoordelijk voor de sociale zekerheid in Nederland: het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV). 

    ‘Geloof en ongeloof over een goede afloop van die reis vochten in de publieke discussie om voorrang. Over één ding was iedereen het eens. Het gaat om een operatie, die in de geschiedenis van de sociale verzekeringen zijn weerga niet kent,’ zo valt in het eerste jaarverslag van 2002 te lezen. De eigen opdracht formuleerde toenmalig voorzitter van de Raad van Bestuur Tjibbe Joustra als volgt: ‘Stimuleren dat mensen aan het werk blijven of komen. Sneller, juister en duidelijker zijn bij het nemen van beslissingen. Meer kwaliteit voor minder geld.’

    Dat laatste ging bij de start al mis, vanwege een peperduur nieuw hoofdkantoor.  Het UWV meldde ook optimistisch dat de achterstand die op het gebied van arbeidsongeschiktheidskeuringen was ontstaan (het ging om 10.824 dossiers), al in het eerste jaar grotendeels was weggewerkt. Lang duurde de euforie niet, want in de jaren erna zouden onafgebroken berichten verschijnen over achterstallige herkeuringen van arbeidsongeschikten. 

    In februari van dit jaar was er opnieuw ellende. Het UWV in Groningen bleek verpleegkundigen een voorselectie te laten maken van arbeidsongeschikten die wel of niet moesten worden herkeurd. Daardoor werden in een paar maanden tijd 2555 dossiers weggewerkt, vaak zonder de arbeidsongeschikte in kwestie ooit te hebben gezien. Een klokkenluider zei tegen RTL Nieuws dat het er veel meer waren, namelijk 5000 tot 6000 dossiers. En dat verpleegkundigen medisch voorsorteren mag wettelijk niet, zo stelde hoogleraar sociaal recht Barend Barentsen. 

    Afgelopen week diende de meest recente episode zich aan, toen het nieuwe jaarverslag uitkwam. Daaruit blijkt dat de achterstanden in 2018 zijn opgelopen tot 60.000 dossiers die nog op de plank liggen. Ook onthulde Trouw dat het UWV veel fouten maakt bij de beoordeling welk beroep mensen met een handicap of arbeidsbeperking nog kunnen doen. Uit interne stukken van het UWV blijkt dat er bij 1 op de 3 dossiers reden is voor twijfel aan de beoordeling. 

    Reden voor Follow the Money om een serie over het UWV te maken. Deze reconstructie is daarvan de aftrap. We ontdekten dat het UWV er al sinds het begin in 2002 twijfelachtige houtje-touwtje-oplossingen op nahoudt. Of zoals voormalig Kamerlid Jan de Wit (SP) het verwoordt: ‘Er zijn treffende parallellen tussen het verleden en nu.’ 

    Niet werken, wel hobby’s

    Rond 1975 was de gemiddelde WAO’er een oudere man die tientallen jaren in de industrie of de bouw had gewerkt. Daarnaast gebruikten met name industriële bedrijven in de jaren ’80 de arbeidsongeschiktheidsregeling om reorganisatiepijn te verzachten. Werknemers die nog maar enkele jaren voor hun pensioen zaten of die geen kans meer hadden op een andere baan, vloeiden via een arbeidsongeschiktheidsuitkering relatief makkelijk af.

    Midden jaren ’80 begon de discussie wat arbeidsongeschiktheid precies inhield, en of er niet te veel arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan ‘verborgen werklozen’ werden uitgekeerd. Er is een onderscheid tussen ‘medische’ en ‘maatschappelijke’ arbeidsongeschiktheid. Bijna iedere arbeidsongeschikte kan nog wel iets van werk doen, zo was de gedachte. Mensen onderhouden immers ook dagelijkse contacten, doen hun huishouden en beoefenen hobby’s. Oftewel: een fabrieksarbeider met versleten rug en knieën, kan best als baliemedewerker werken. Wie in theorie met een andere of aangepaste functie ongeveer hetzelfde kan verdienen, had vanaf 1987 geen recht meer op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. 

    Of iemand ook daadwerkelijk ander werk vond, maakte niets uit. Dat in het bedrijfsleven vaak onvoldoende mogelijkheden bestonden voor aangepast werk, was vanaf midden jaren ’80 niet meer het probleem van de overheid. Op deze manier verdwenen steeds meer arbeidsongeschikten in de bijstand. 

    De houding ten aanzien van arbeidsongeschikten veranderde van coulance naar vijandigheid. ‘Nederland is ziek,’ zei Ruud Lubbers bijvoorbeeld in 1990. Hij reageerde daarmee op een ruime viervoudiging van de cijfers. Waar er in 1970 nog 200.000 arbeidsongeschikten op 4,7 miljoen werkenden waren, ontvingen in 1990 meer dan 900.000 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering. 

    350.000 herkeuringen

    Sindsdien gaat het vaak over de vraag voor wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is bedoeld. Rond de eeuwwisseling was de typische arbeidsongeschikte geen oudere man meer die in de bouw of industrie had gewerkt, maar een jonge vrouw die kort in de dienstensector had gewerkt en op basis van psychische klachten een WAO-uitkering ontving. Hadden vrouwen in 1980 net zoveel kans als mannen om arbeidsongeschikt te raken (het zogeheten WAO-risico), in 2000 was dit 75 procent meer.

    Waar politici en beleidsmakers bij het oude type WAO’er nog wel konden aanvaarden dat het om een vervroegd pensioen ging voor mensen die fysiek versleten waren, vonden ze het een stuk moeilijker te verteren dat jonge geschoolde mensen niet meer zouden terugkeren op de arbeidsmarkt. 

    Vanaf de eeuwwisseling werden verschillende maatregelen genomen om het aantal arbeidsongeschikten in te perken. Dat begon met het indammen van de instroom van WAO’ers. Ook moesten zieke werknemers nog voor hun WAO-aanvraag alvast zoveel mogelijk reïntegreren. Vanaf april 2002 toetste het UWV op initiatief van het kabinet-Kok II nieuwe WAO-aanvragen strenger. 

    Maar dat was niet het enige. In 2003 werden 993.000 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uitgekeerd – het hoogste aantal ooit. Ook daar moest verandering in komen. Vanaf oktober 2004 herkeurde het UWV in een grootscheepse actie het bestaande leger arbeidsongeschikten van 350.000 man, aan de hand van strengere regels, die net van kracht waren geworden. 

    Hiermee verwachtte toenmalig minister Aart Jan de Geus (CDA) 380 miljoen euro aan uitkeringen te besparen, omdat een kwart van de herkeurden hun uitkering gedeeltelijk of geheel zou kwijtraken. Dat overgoot hij uiteraard met een positief sausje: ‘Het gaat om het recht op zelfontplooiing voor honderdduizenden Nederlanders die huns ondanks buiten de arbeidsmarkt of ten dele buiten de arbeidsmarkt terecht zijn gekomen. Dat is geen pretje.’

    Om alle kritiek voor te zijn, schreef het UWV in het jaarverslag van 2004: ‘Het is een kunst om je bij het nastreven van je doelstellingen niet al te veel te laten leiden en afleiden door incidenten die in de media soms flink worden uitvergroot.’ Met andere woorden: besteed vooral niet te veel aandacht aan zielige verhalen van mensen die hun arbeidsongeschiktheidsuitkering dreigen kwijt te raken. 

    En, zo besloot het UWV, intern ging men ‘onverdroten voort met het verbeteren van de klantprocessen (…) Samengevat: een beter product voor minder geld. En wat vragen wij aan u? Kijk vooral naar de feiten en reken ons af op onze prestaties.’

    Die prestaties waar het UWV op wilde worden afgerekend, waren niet best. De datum waarop de honderdduizenden herkeuringen zouden zijn afgerond, schoof steeds verder op: van maart 2007 naar april 2009. Het UWV was weliswaar van plan extra artsen in te huren, maar die waren via uitzendbureaus niet te vinden.

    Daarop besloot het UWV dat ook onbevoegde artsen herkeuringen mochten doen, waarna UWV-artsen controleerden of de rapportages deugden. Dat was sowieso al een tegenvaller voor de artsen, die sinds ze waren overgestapt naar het UWV, erop achteruit waren gegaan. Ze hadden hun auto van de zaak moeten inleveren en zagen hun salaris bevroren worden. Ook hadden ze geen secretaresse meer, waardoor ze een groot deel van de administratie zelf moesten doen.

    Van helemaal naar minder arbeidsongeschikt

    Volgens degenen die moesten worden herkeurd, ging er regelmatig iets mis, zo bleek onder meer uit een in 2005 verschenen onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut (in opdracht van de Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten). Daarin waren onder meer getuigenissen opgenomen van mensen die al moesten beginnen met reïntegreren op de arbeidsmarkt nog voordat de herkeuring was uitgevoerd. Daarnaast veegden artsen bij de herkeuringen diagnoses van behandelend specialisten met regelmaat van tafel.

    Ook regende het in het rapport klachten over de aanpassing van arbeidsongeschiktheidspercentages zonder medisch onderzoek: ‘Ik was eerst 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt, nu 65 tot 80 procent. Als reden kreeg ik: ‘Je hebt alles gedaan wat er van je verwacht werd, maar er heeft niks geholpen. Door de strengere normen kan ik je niet zomaar, zonder verdere behandeling en zo, in de WAO laten.’ Het resultaat is dat ik minder arbeidsongeschikt ben. Dit is besloten terwijl er geen enkel medisch onderzoek heeft plaatsgevonden.’  

    In een poging de herkeuringen te stoppen, spande FNV-bestuurder Jan de Jong in 2005 samen met advocaat Wout van Veen een kort geding aan tegen het UWV. Van Veen: ‘Mensen die er niks aan konden doen dat ze na een reorganisatie al vijftien jaar met een arbeidsongeschiktheidsuitkering thuis zaten, werden op de schroothoop gegooid. Ze moesten na een herkeuring ineens de arbeidsmarkt op, of gingen anders de bijstand in.’ De Jong vult aan: ‘En dan kregen ze van de politiek ook nog eens de schuld van het hoge aantal WAO-uitkeringen.’

    Hoewel er volop geruchten rondgingen dat er targets waren, aan de hand waarvan artsen een bepaald percentage arbeidsongeschikten moest goedkeuren, kreeg niemand die ooit zwart-op-wit te zien. Van Veen zegt destijds op congressen en in de wandelgangen verzekeringsartsen te hebben gesproken, die bevestigden dat ze met een quotum moesten werken. Ook andere geïnterviewden zeggen dit gehoord te hebben, maar kregen het niet boven tafel. 

    Dat artsen wel degelijk druk voelden, bleek uit een in 2005 gelekt rapport van het UWV. Managers waren volgens de artsen vooral geïnteresseerd in zoveel mogelijk keuringen en niet in kwaliteit, omdat zij met onmogelijke eisen werden geconfronteerd door het UWV, dat ‘(kwantitatieve) afspraken maakt met de politiek die niet haalbaar zijn’. 

    Tijdens het kort geding tegen het UWV dat Van Veen en De Jong in 2005 namens de speciaal opgerichte stichting CORV voerden, kregen ze veel publiciteit. Van Veen herinnert het zich nog goed. ‘Dat was in de grote zaal van de rechtbank Amsterdam, er waren zeker tweehonderd arbeidsongeschikten bij en alle pers was er. Ook werd een spoeddebat in de Tweede Kamer ingelast. Niet dat de regering viel, maar het ging er wel over en er werd druk uitgeoefend er iets aan te doen. Daardoor voelden veel mensen zich gehoord.’ 

    Ze verloren het kort geding, startten een bodemprocedure en gingen daarna in hoger beroep. Toen ze ook dat verloren, stopten ze ermee. Van Veen: ‘Feitelijk hebben we fantastische resultaten behaald, juridisch iets minder. Eerst moest iedereen worden herkeurd, daarna hoefden mensen tussen de 55 en 65 jaar niet meer. En bij de onderhandelingen voor het kabinet-Balkenende IV met de PvdA in 2007, is besloten dat ook de leeftijdscategorie 45-55 jaar niet meer werd herkeurd. Mensen tussen de 35 en 45 moesten nog wel op herkeuring. Zij hadden de meeste kans om weer aan het werk te komen.’ 

    Lourdes van de Lage Landen

    ‘Het was een mooi concreet resultaat, maar ten principale blijft staan dat arbeidsongeschikten na een niet-reproduceerbare herkeuring in de bijstand werden gegooid. Dat was toen zo, en dat is nog steeds zo,’ vertelt De Jong. Zijn mening wordt gedeeld door voormalig Kamerlid Paul Ulenbelt (SP), die het UWV in de pers ‘het Lourdes van de Lage Landen’ noemde: je gaat er ziek heen en komt onverklaarbaar genezen weer terug.

    ‘Bij de Sociale Verzekeringsbank had ik contacten, bij de pensioenfondsen. Maar bij het UWV niet. Heel bizar’

    Ulenbelt vond als Kamerlid het UWV overigens een van de moeilijkst controleerbare instanties, zegt hij tegen Follow the Money. ‘Overal had je mensen die ons redelijk goed gezind waren en informatie kwijt wilden. Bij de Sociale Verzekeringsbank had ik contacten, bij de pensioenfondsen. Maar bij het UWV niet. Heel bizar. Ik heb toen alleen een paar arbeidsbemiddelaars gesproken. Die waren doodsbenauwd en hadden het over een angstcultuur.’ Diezelfde angstcultuur kwam overigens ook in recente reportages over het UWV naar voren. 

    Bij de afronding van de grote herkeuringsoperatie in 2009 meldde het UWV van 107.000 arbeidsongeschikten de uitkering te hebben verlaagd of beëindigd. Van die groep was inmiddels 60 tot 65 procent aan het werk – al gold in bijna de helft van de gevallen dat zij al werk hadden en enkel hun uren hadden uitgebreid nadat hun aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering verviel. 

    Ulenbelt had weinig op met deze jubelcijfers: ‘Wie goed naar de cijfers keek, zag dat na de herkeuringen slechts 6 procent van de mensen met werk een vast contract had.’ 

    Een aanzienlijk deel van de herkeurden die tussen 2005 en 2009 weer aan het werk moest, verwachtte niet meer aan het werk te komen, omdat ze al vijf of tien jaar niet meer hadden gewerkt. ‘Dat ze nu op hun uitkering worden gekort, wil niet zeggen dat ze werk vinden,’ schreef de FNV destijds.

    Hun reïntegratie verliep niet al te best, al was dat niet meer het probleem van het UWV. In de wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI) was in 2001 vastgelegd dat reïntegratietrajecten voortaan zoveel mogelijk werden uitbesteed aan private bedrijven (waarbij concurrentie moest leiden tot betere resultaten en meer uitstroom naar de arbeidsmarkt). Maar in 2004 was het volgens de Algemene Rekenkamer volstrekt onduidelijk wat het resultaat hiervan was: de controle ontbrak, of faalde.

    Van Veen: ‘Een aantal van die reïntegratiebureaus is daar echt heel rijk van geworden. De gages waren enorm hoog. Het was zó lucratief, dat ze zelfs nog winst maakten wanneer ze arbeidsongeschikten zelf een half jaar in dienst namen en verder niks voor ze deden. Gelukkig maakte de politiek daarna wel korte metten met deze gang van zaken.’  

    Nieuwe taak voor artsen: waarzeggen

    Ook verzekeringsartsen waren allerminst positief over de hele operatie. Om een serieuzere gesprekspartner te worden van het UWV, richtten verzekeringsartsen in 2009 de Nieuwe Orde van Verzekeringsartsen Arbeid & Gezondheid (NOVAG) op. ‘Door de WAO-herkeuringsoperatie merkten we dat we een gigantisch capaciteitsprobleem hadden, maar we hadden het gevoel dat we als verzekeringsartsen in gesprekken met de directie niet verder kwamen,’ vertelt NOVAG-voorzitter Wim van Pelt. 

    Hoewel ze zich niet gehoord voelden, werd de rol van verzekeringsartsen binnen het UWV belangrijker. In 2006 werd de WAO vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen: WIA. De WIA biedt zowel uitkeringen aan mensen die voor 35 tot 80 procent arbeidsongeschikt zijn (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten), als aan mensen die voor meer dan 80 procent langdurig arbeidsongeschikt zijn (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten).

    Door de WIA kregen verzekeringsartsen er een taak bij, namelijk die van ‘waarzegger’. Mensen die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn, hoeven in principe geen herkeuring meer. Maar mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, moeten in theorie geregeld worden opgeroepen voor een herkeuring zodat hun afstand tot de arbeidsmarkt niet te groot wordt. 

    Het doel van de WIA was dat arbeidsongeschikten niet lang thuis zaten wanneer ze ook weer aan het werk konden. Maar doordat het UWV als uitvoerende instantie het aantal verzekeringsartsen niet liet groeien, liep het aantal achterstallige herkeuringen opnieuw op. 

    "De gages waren enorm hoog. Een aantal reïntegratiebureaus is daar echt heel rijk van geworden"

    In 2011 lagen er maar liefst 100.000 dossiers op de plank, waarbij herkeuring allang had moeten plaatsvinden. Van Pelt: ‘Eigenlijk hebben we sinds 2009 weinig vooruitgang geboekt. Het UWV kijkt naar het constant houden van de capaciteit en niet zozeer naar hoeveel artsen er nodig zijn. Daardoor blijven we als artsen altijd achterlopen met herkeuringen.’

    Onder curatele

    Verzekeringsartsen wilden al sinds de start van het UWV in 2002 graag medische secretaresses of verpleegkundigen voor hulp bij de administratie, waaraan ze 70 procent van hun tijd kwijt waren. Zulke ondersteunende krachten kunnen ook het contact onderhouden met de mensen die zij om de zoveel tijd moeten herkeuren. Gewoon om te zien hoe het gaat, om bij te houden of een aangeraden behandelingen aanslaat en om arbeidsongeschikten verder te begeleiden naar herstel. 

    Maar het UWV had daar geen geld voor, mede omdat andere projecten financieel flink pijn hadden gedaan. Zo had het UWV een ict-systeem bedacht om artsen te ondersteunen, waar toenmalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Piet Hein Donner na twee jaar de stekker uit trok. Kosten? 86 miljoen euro, en dat is buiten het ad hoc ict-noodsysteem van 40 miljoen euro gerekend. 

    Qua financiën ging het na het ict-debacle sowieso niet al te best. Minister Donner stelde het UWV in 2010 onder curatele en wees drie externe bestuurders aan om orde op zaken te stellen. Zo was het reïntegratiebudget van 126 miljoen euro met 89 miljoen  overschreden, waardoor er alleen nog reïntegratie werd ingekocht voor werklozen ouder dan 45 jaar. De rest moest het doen met diensten van het UWV zelf (in 2007 al gefuseerd met het Centrum voor Werk en Inkomen). 

    Om de werkdruk ietwat te verzachten, besloot het UWV in 2011 om 70.000 uitkeringsgerechtigden nooit meer op te roepen voor een herbeoordeling – tot woede van de verzekeringsartsen, die vonden dat het UWV hiermee op hun stoel ging zitten. 

    Boekhoudkundige trucs

    Het UWV raakte elk jaar verder verwijderd van het ‘meer kwaliteit voor minder geld’-adagium waar Tjibbe Joustra in 2002 mee aftrapte. De organisatie lijkt lessen uit het verleden maar niet te leren. Want in 2015 moesten er opnieuw extra herkeuringen worden uitgevoerd, ditmaal op last van toenmalig minister Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA).

    ‘Van dat ene gesprek met een arts of verpleegkundige hangt wel je inkomen af’

    De kwestie werd dit keer aangezwengeld door de orde van verzekeringsartsen NOVAG, die in de media meldde dat 150.000 arbeidsongeschikten (inclusief Wajong) op herkeuring wachtten. Een vijfde kon wellicht wel weer aan het werk, maar omdat zij niet tijdig werden opgeroepen voor een herkeuring, nam hun afstand ten aanzien van de arbeidsmarkt alleen maar verder toe. De NOVAG beweerde dat sommige arbeidsongeschikten al tien jaar niet meer waren opgeroepen. Boekhoudkundige trucs hielden deze mensen uit de officiële cijfers. Het UWV bestreed dat en beraamde de achterstand op 25.000 herkeuringen, al met al een jaar werk.

    Kortom, wat de WIA had moeten voorkomen, was nu gewoon opnieuw gebeurd. Weer zaten mensen te lang onterecht in een uitkering, en die stopzetten was zeker niet de weg naar werk. Daarnaast wachtten 47.000 mensen op een reïntegratietraject en lagen in 2015 73.000 fraudemeldingen bij de afdeling Handhaving te wachten.

    Asscher gaf in 2015 het UWV een jaar de tijd om de achterstand weg te werken. Anno 2019 is dat nog altijd niet gelukt. Eind vorig jaar was het aantal achterstallige herkeuringen volgens het UWV opgelopen van 25.000 naar 37.000. Met de mensen die net in de WIA waren gekomen erbij, ging het om 64.000 keuringen. 

    Keuringen door verpleegkundigen

    Nog altijd willen de verzekeringsartsen structurele ondersteuning bij de administratie, zodat ze meer tijd hebben voor keuringen, zegt NOVAG-voorzitter Van Pelt. Volgens hem stijgt daardoor de productie van verzekeringsartsen ‘met 30 procent’. Die administratieve ondersteuning kwam er mondjesmaat. Wel bedacht het UWV dat verpleegkundigen onder supervisie van een arts ook best herkeuringen konden uitvoeren. 

    Deze stap gaat verder dan niet-bevoegde artsen laten herkeuren. De Groningse zaak leert dat sommige verpleegkundigen waarschijnlijk geen een-op-een begeleiding krijgen en dat supervisie in werkelijkheid alleen uit een krabbel van een arts bestaat. 

    Jan de Jong, die nog altijd mensen bijstaat die naar een herkeuring moeten, herkent dat: ‘Het is een puinhoop. Ik ben weleens met iemand vanuit Nijmegen naar Den Bosch gereden voor een herkeuring, die werd gedaan door een arts die net was begonnen en nog moest worden ingewerkt. Maar van dat ene gesprek met zo’n arts of verpleegkundige hangt wel je inkomen af.’

    Opvattingen van artsen kunnen ook verschillen. Advocaat Ed van den Bogaard voert al 27 jaar zaken op het gebied van arbeidsongeschiktheid. ‘Medische beoordelingen zijn niet altijd exact, tenzij het bijvoorbeeld om een gebroken been gaat. Voor psychische problematiek heeft de ene verzekeringsarts bijvoorbeeld meer empathie dan een ander, die het allemaal maar onzin vindt. Of denk aan pijnklachten, die bij de ene persoon tot heel andere beperkingen leiden dan bij een ander. De beoordeling is soms subjectief. Alleen daarom al is het beter dat échte verzekeringsartsen herkeuren, en niet basisartsen of verpleegkundigen.’ 

    ‘Het UWV redeneert: “Specialisten hebben verstand van diagnoses en ziektebeelden. Wíj hebben verstand van arbeid.”’

    Van Pelt is het daarmee eens. ‘Vaak gaat het om een meerdere problemen, zoals vermoeidheidsklachten in combinatie met psychiatrische. Of moeite met concentratie, gepaard aan fysieke lasten. Het verwondert me dat onbevoegde mensen dossiers met ingewikkelde problematiek kunnen afhandelen, zolang er maar een handtekening van een verzekeringsarts onder staat.’ 

    Hand van chirurg is meer waard

    De uitkomst van zo’n beoordeling is afhankelijk van de verdiensten vóór arbeidsongeschiktheid. Raakt een chirurg een hand kwijt, dan wordt die eerder afgekeurd dan een vuilnisman met dezelfde handicap, simpelweg omdat er weinig beroepen zijn waarin de chirurg nog hetzelfde kan verdienen. Stijgen over het algemeen de lonen, dan verandert daarmee iemands arbeidsongeschiktheidspercentage, ook al blijft de medische situatie dezelfde. 

    De Jong: ‘Wat er in de basis niet deugt, is dat arbeidsongeschikten met lagere lonen de arbeidsmarkt worden opgeschopt, of de bijstand in. Het gaat helemaal niet om hun medische situatie, maar om een soort klassenverschil, waarbij alleen telt wat je kunt verdienen. Dat pakt gunstiger uit voor hogere inkomens,’ zegt de FNV-bestuurder. ‘Voor duizenden met een laag inkomen rolt uit de databank dat ze brugwachter kunnen worden. Dat daar misschien twee vacatures voor zijn, daar gaat men totaal aan voorbij. En de overheid neemt zelf de minste mensen met een beperking in dienst.’

    Zo’n oordeel aanvechten is vaak moeilijk. Wie na een bezwaarprocedure bij het UWV de gang naar de bestuursrechter maakt, heeft weinig kans dat hij in het gelijk wordt gesteld – zelfs al heeft hij verklaringen van medisch specialisten die zijn arbeidsongeschiktheid ondersteunen.

    ‘Het UWV redeneert: “Specialisten hebben verstand van diagnoses en ziektebeelden, niet van arbeid. Wíj hebben verstand van arbeid.” De enige mogelijkheid die iemand dan nog heeft, is zelf een herbeoordeling van een bevoegde verzekeringsarts in te brengen,’ legt advocaat Van den Boogaard uit. ‘Die herbeoordeling moet je zelf betalen, en dat kost al gauw 2000 euro. Dat kan iemand die in de bijstand zit, niet betalen.’

    Van Veen herkent het ook uit zijn praktijk: ‘Nederlandse bestuursrechters zijn erg geneigd het UWV te volgen, enkele uitzonderingen daargelaten. Een bestuursrechter kijkt alleen of de procedure goed is gevolgd, maar maakt geen afweging of de beoordeling van het UWV klopt. Vroeger stelde de bestuursrechter dan zelf een externe expert aan, maar als gevolg van bezuinigingen op de rechterlijke macht moeten mensen dat tegenwoordig zelf bekostigen.’

    Wanprestatie

    Zeventien jaar wanpresteren heeft niet voor meer ophef gezorgd. Voor het herkeuringsdrama dat zich sinds 2015 voltrekt, is veel minder aandacht dan voor de grootschalige herkeuringen die vanaf 2005 plaatsvonden. Als er ophef is over het UWV, dan gaat het over de gebrekkige controle op uitkeringen, Bulgarenfraude, of Polen die na een relatief korte werkperiode teruggaan naar hun land om daar van hun WW-uitkering te genieten. 

    De herkeuringen en achterstanden lijken nauwelijks meer op de agenda te staan, terwijl nog steeds hetzelfde principe geldt: mensen wachten lang op herkeuring, terwijl hun afstand tot de arbeidsmarkt oploopt. Bij herbeoordelingen is het voor de arbeidsongeschikte niet altijd duidelijk waarom zijn arbeidsongeschiktheidspercentage is aangepast. 

    Een derde van het inkomen weg

    Edwin heeft Asperger en was voor 36 procent afgekeurd. Dat betekent dat zijn inkomen via de WIA wordt aangevuld tot 100 procent. Hij werd opgeroepen voor een herkeuring en op basis van een gesprek van een uur met een arts, was hij ineens nog maar voor 26 procent afgekeurd. 

    Het gevolg? Zijn WIA-uitkering verviel – de grens ligt immers bij 35 procent – en hij moest een derde van zijn inkomen missen. Hij maakte bezwaar, onder andere met een verklaring van zijn baas, medische vakliteratuur (waaruit blijkt dat Asperger erger wordt naarmate iemand ouder wordt) en droeg deskundigen aan. Daarna was hij volgens het UWV voor 34,16 procent afgekeurd, net te weinig voor een aanvullend inkomen. 

    De bestuursrechter die zijn zaak behandelde (een zitting waarbij Follow the Money aanwezig was), deed er tien maanden over om in 2018 tot een uitspraak te komen. Tien maanden waarin Edwin tussen hoop en vrees leefde, met een derde van zijn inkomen eraf, en zorgen hoe hij zijn gezin moest onderhouden. De bestuursrechter oordeelde dat het UWV de procedure correct had gevolgd. 

    Het afgelopen jaar meldde Edwin regelmatig aan Follow the Money hoe het hem ging. De ene keer was hij boos, de andere keer uit het veld geslagen. ‘Mijn leven is stuk, als werkende autist,’ schreef hij. Ook probeerde hij zijn verhaal onder de aandacht van politici te brengen, maar hij vond weinig gehoor. 

    Lees verder Inklappen

    Politiek gezien hebben arbeidsongeschikten het tij niet mee. Mede als het gevolg van de ferme taal van politici zijn zij de afgelopen dertig jaar neergezet als uitkeringstrekkers die er haast voor kiezen om niet te werken. De solidariteit is gedaald. ‘Terwijl het toch echt geen pretje is om thuis te zitten,’ zegt De Jong.

    De Wit ziet de parallellen tussen de situatie in 2005 en die van nu. Ook hij verbaast zich er ‘als buitenstaander’ over dat er niet meer ophef is. ‘In 2005 was er breed verzet vanuit de vakbond en vanuit de oppositie in de Tweede Kamer. Maar desondanks is het niet gelukt ook maar iets te veranderen. Ik denk dat er een soort moeheid is ontstaan.’ 

    En hoewel het UWV vorig jaar 36 artsen opleidde tot verzekeringsarts en dit jaar 50 artsen wil opleiden om de capaciteit uit te breiden, heeft Van Pelt er een hard hoofd in. ‘De kans dat mensen die nu in de WIA komen in de toekomst regelmatig worden herbeoordeeld, is vaak gewoon heel erg klein.’ 

    Reactie UWV

    Het UWV laat in een reactie weten dat er in 2018 995 verzekeringsartsen bij het UWV werkten (in absolute aantallen, dus niet in fte): 875 bij de divisie Sociaal-Medische Zaken, waar de (her)beoordelingen worden verricht, en 120 bij de afdeling Bezwaar & Beroep. Hierin worden extern ingehuurde artsen, artsen in opleiding tot specialist en artsen niet in opleiding tot specialist niet meegeteld. 

    ‘We hebben te maken met een structureel tekort aan verzekeringsartsen gezien de hoeveelheid (her)beoordelingen die we moeten uitvoeren, onder andere door schaarste op de arbeidsmarkt en de vergrijzing van bij UWV werkzame verzekeringsartsen. We investeren structureel in het vergroten van de capaciteit,’ schrijft een woordvoerder.

    Het UWV zegt de afgelopen jaren veel te hebben gedaan om nieuwe artsen te werven en geworven artsen te houden. ‘Dat werpt zijn vruchten af: in 2018 hebben we 156 artsen geworven, voornamelijk basisartsen. Maar daarmee zijn we er nog niet. Er zijn ook 106 artsen vertrokken, onder andere door natuurlijk verloop zoals pensioen. Bovendien duurt het opleidingstraject voor verzekeringsartsen 4 jaar: een belangrijke investering voor de lange termijn, maar het legt op de korte termijn druk op de beschikbare capaciteit omdat een flink deel daarvan nodig is om nieuwe artsen op te leiden en te begeleiden.’

    Het UWV schrijft af te zien van een verdere reactie. ‘We hadden natuurlijk liever gezien dat we eerder betrokken waren bij de totstandkoming van het stuk. Bovendien gaat het deels over het effect van politieke en/of beleidskeuzes; het past niet bij onze rol om daarop te reageren.’

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Nikki Sterkenburg

    Gevolgd door 202 leden

    Werkt aan PhD over radicaal- en extreemrechts in Nederland. Kan het journalistieke speurwerk niet laten.

    Volg Nikki Sterkenburg
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren