De kazerne in Doorn.
© ANP / Jeroen Jumelet

Verhuizing naar Vlissingen was een klap in het gezicht van Doorn

    In augustus 2011 werd de marinierskazerne in Doorn door minister Hillen van Defensie genomineerd voor sluiting. Deze aankondiging kwam volgens Doorn als een donderslag bij heldere hemel. Terecht, zo blijkt uit een reconstructie van Follow the Money. De gemeente had namelijk ruim twee maanden eerder, nota bene op verzoek van Defensie zelf, toestemming gegeven voor de benodigde aanpassingen en uitbreidingen. Vandaag het eerste deel van een tweeluik over de omstreden verhuizing.

    Een marinierskazerne in Vlissingen, dat ‘zou toch leuk zijn voor Karla.’ Voormalig VVD-kamerlid Ybeltje Berckmoes beweerde vorig jaar in haar boek dat toenmalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA), de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen beschouwde als een mooi afscheidscadeau voor de toenmalige commissaris van de Koningin van Zeeland, zijn partijgenoot Karla Peijs.

    De insinuatie dat met deze verhuizing een CDA-dealtje is gesloten, zoemt al jaren rond. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer in juni 2011 over de aanstaande verhuizing liet Peijs weten daar haar ‘buik vol van te hebben. Dit is bijna smaad’. Ze wees er tijdens diezelfde hoorzitting op dat de commissaris van de Koningin van Utrecht – de provincie waar de marinierskazerne zich momenteel bevindt – ook van CDA-huize is.

    De verhuizing van de mariniers is inderdaad omstreden. Alleen niet vanwege roddels over schimmige CDA-deals. Het echte probleem? Niemand weet hoeveel de nieuwe kazerne in Vlissingen precies zal kosten. Veel mariniers kunnen niet verhuizen, omdat zij afhankelijk zijn van het sociale vangnet dat ze in Doorn hebben opgebouwd. Een weekendhuwelijk zien velen al helemaal niet zitten. Bovendien blijkt de nieuwe locatie over onvoldoende oefenterrein en te weinig schietbanen te beschikken. 

    Ondertussen stemmen de mariniers met hun voeten; het aantal vertrokken mariniers sinds de bekendmaking van de verhuisplannen nadert inmiddels de 800. Hoewel de uitstroom bij andere speciale eenheden – zoals de commando’s en de Luchtmobiele Brigade – ook toeneemt, is de stijging in afzwaaiers bij het Korps Mariniers het grootst. Dit jaar alleen al vertrokken er 157 mariniers, zo bleek twee weken terug uit de brief van staatssecretaris Barbara Visser. Gemiddeld bestaat het korps uit gemiddeld 2.500 man, zodat de leegloop zich doet voelen. Uit dezelfde brief bleek dat een compagnie mariniers (het zogeheten ‘raiding squadron’) tijdelijk is stilgezet vanwege personeelstekort. 

    De marine beloofde dat de tekorten in behuizing in 2009 en 2010 ‘voorgoed opgelost’ zouden zijn

    De reeks inhoudelijke bezwaren werpt de vraag op hoe het mogelijk is dat Vlissingen in 2012 een politiek aantrekkelijke keuze leek. Was het een cadeautje voor CDA-partijgenoot Karla Peijs, zoals voormalig VVD-kamerlid Ybeltje Berckmoes in haar boek beweerde? Of was Vlissingen echt zo verleidelijk omdat het standbeeld van zeeheld Michiel de Ruyter er staat, zoals Hillen de Tweede Kamer in debatten over de verhuizing voorhield?

    Dwarsligger Doorn

    Lang voordat het politieke besluit werd genomen om naar Vlissingen te verhuizen, was duidelijk geworden dat de marinierskazerne in Doorn niet langer voldeed. Al in zijn jaarrapport van 2008 meldde de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht ‘ten aanzien van infrastructuur in het bijzonder [...] zorgen kenbaar [te hebben] gemaakt over de voortgang van de plannen voor de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn. De IGK is nog steeds bezorgd over de accommodatie op deze kazerne, die al enige jaren niet meer aan de geldende normen voldoet.’

    Met ‘plannen’ bedoelde de IGK de uitbreidingsplannen die al jaren wachten op goedkeuring van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Het maandblad van de Koninklijke Marine, Alle Hens, schreef in juni 2008 dat de mariniers in Doorn ‘nog steeds in oude kamertjes [slapen]’ en de marinekazerne ‘bijna uit haar voegen barst door het grote aantal bewoners.’ De marine beloofde de manschappen in het blad dat de ‘onontkoombare tekorten in behuizing in 2009 en 2010 voorgoed opgelost moeten zijn’.

    In 2010 was het probleem echter niet opgelost: er werd in de gemeenteraad nog altijd druk over het bestemmingsplan gedebatteerd. Een achterliggende reden is dat het kazerneterrein (van in totaal 48 hectare) ook 29 hectare bos omvat, dat onder de Ecologische Hoofdstructuur valt. Uitbreiding zal dus altijd ten koste van beschermd natuurgebied gaan. Besluiten worden zodoende traag en mondjesmaat genomen. 

    De website marineschepen.nl illustreerde begin deze maand – op basis van archiefonderzoek – dat die traagheid indertijd grote irritatie opriep bij Defensie. Een afgevaardigde van toenmalig staatssecretaris van Defensie Jack de Vries liet de gemeente Utrechtse Heuvelrug weten dat Defensie ‘sinds 2000 geregeld herhaald om [een] bouwhoogte naar 14 m voor het militair bestemde gedeelte [heeft verzocht]’. Het ruimtegebrek in Doorn kon namelijk worden verholpen door in de hoogte te bouwen, en een extra strook bos aan te schaffen – maar dan moest dat wel goedgekeurd worden door de gemeente.

    ‘De toekomst van de basis in Doorn lijkt gewaarborgd’

    Vanwege het gesteggel begon het Korps Mariniers in 2010 alternatieve bestemmingen te overwegen. Volgens een rapport van de provincie Zeeland en het ministerie van Defensie werd aanvankelijk gedacht aan de voormalige landmachtkazerne in Budel en de Peel. De kazerne in Budel stond sinds 2005 leeg, maar het Korps Mariniers maakte in 2010 tijdelijk gebruik van deze kazerne. Reden: een andere belangrijke marinierskazerne in Rotterdam (de Van Ghentkazerne) werd verbouwd. 

    Utrechtse Heuvelrug is zich intussen van geen kwaad bewust: ‘Recent heeft de Marinierskazerne in Doorn grootschalige investeringen in nieuw en vernieuwbouw gepleegd. Daarmee lijkt de toekomst van deze basis in Doorn gewaarborgd,’ melden de gemeenten van Zuid-Oost Utrecht in een gezamenlijk rapport van april 2010. Er was onder meer een nieuwe parkeerplaats aangelegd bij de kazerne; de gemeente vatte dat op als teken dat de mariniers voorlopig zouden blijven. 

    Bezuinigingen

    Het is inmiddels oktober 2010: Rutte I – VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV – treedt aan. ‘Door de vergrijzing, de kredietcrisis en de Europese schuldencrisis is het saneren van de overheidsfinanciën een harde noodzaak,’ meldt het regeerakkoord. Voor Defensie vertaalde dat zich in een recordbezuiniging van 1 miljard euro voor de periode 2010-2015. Daarvan moest 61 miljoen bij defensielocaties worden gehaald, maar tegelijkertijd was het streven van het kabinet om de resterende locaties regionaal te spreiden. 

    Merendeel te sluiten defensielocaties nog open

    In de Kamerbrief van 31 augustus 2011 kondigde minister Hillen aan welke defensielocaties zouden worden gesloten. Door de reorganisatie zouden immers 10 tot 12 duizend mensen hun baan verliezen, en ‘een kleinere organisatie heeft minder ruimte nodig,’ meldde Defensie. De Volkskrantpubliceerde onderstaand overzicht van de te sluiten locaties, en de voorgenomen plannen voor die locaties. Het merendeel van deze defensielocaties is echter ook nu nog (deels) in gebruik:

    • Den Haag – De Koningin Beatrixkazerne en de Prinses Julianakazerne moesten sluiten. Het Instituut Defensie Leergangen, waar loopbaanopleidingen en cursussen voor officieren en gelijkgestelde burgers werden verzorgd, werd ondergebracht bij de Nederlandse Defensie Academie in Breda. In maart 2018 werd alsnog besloten het gebouw, dat bekend staat als complex Brasserkade, te behouden.
    • Budel – De Nassau Dietzkazerne werd gesloten; de oefenterreinen bij Budel bleven in gebruik. Defensie verhuurt de kazerne momenteel als opvangcentrum voor asielzoekers. 
    • Weert – De Koninklijke Militaire School, die alle alle basisopleidingen van soldaten en onderofficieren van de landmacht verzorgt, is sinds 2015 overgebracht naar Ermelo.
    • Eygelshoven – Het terrein van het financieel dienstenkantoor zou worden afgestoten: het betaalkantoor zou worden verplaatst naar een nog te bepalen locatie in Zuid-Limburg. In november 2017 werd definitief besloten dat het personeel naar Utrecht verhuist (De Kromhoutkazerne).
    • Enschede – Het door de NAVO-gesteunde kenniscentrum voor civiel-militaire samenwerking en de resterende defensiegebouwen op de vliegbasis Twente werden afgestoten. Vanwege die opheffing werd het vliegveld op 1 januari 2008 gesloten, maar in maart 2017 is het heropend voor zakenvliegtuigen. 
    • Uddel – Het landmachtdeel van Kamp Nieuw Milligen werd geschrapt. Dit besluit is in maart 2018 teruggedraaid. Het is momenteel een grondstation van de Koninklijke Luchtmacht en fungeert als radarstation en luchtverkeersleiding voor militaire vliegtuigen. Het andere terrein van het kamp is nog in gebruik als werkplaats en trainingslocatie voor zowel de landmacht als de marechaussee.

    De volgende locaties werden door minister Hillen aangemerkt als ‘locaties in onderzoek’:

    • Eindhoven – Eindhoven Airport moest meer betalen voor het gebruik van de militaire vliegbasis. 
    • Zeeland – De minister liet weten te onderzoeken of onderdelen van het Korps Mariniers (nu in Doorn) in Zeeland konden worden ondergebracht.
    • Amsterdam – De toekomst van het Marine Etablissement werd onderzocht. Hoewel delen van het marineterrein al zijn afgestoten (zo huisvest een deel van het voormalige complex nu zogeheten ‘start-ups’), besloot Defensie in juli 2018 in Amsterdam te willen blijven wegens de ‘veranderende veiligheidssituatie’. 
    • Enschede – De toekomst van de centrale personeelsadministratie werd onderzocht. Het Dienstcentrum Human Resources van Defensie zit nog altijd in Enschede.

    Minister Ank Bijleveld (CDA) liet in haar Defensienota van maart 2018 weten dat ook de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum, de Joost Dourleinkazerne op Texel, de Koningin Wilhelminakazerne in Ossendrecht en het Munitiecomplex in Alphen open blijven. Dit betekent dat veel van de defensielocaties die voor sluiting waren genomineerd, nog steeds in gebruik zijn, en het merendeel van eerdere besluiten is teruggedraaid. 

    Lees verder Inklappen

    De regionale spreiding van defensielocaties was bedoeld om de werkloosheid tegen te gaan in krimpregio’s. Vanwege bezuinigingen kregen provincies zoals Zeeland, Gelderland en Limburg met centralisatie te maken. De afgelopen jaren waren 20 rijksdiensten uit Zeeland vertrokken, waardoor 1600 arbeidsplaatsen verloren waren gegaan, stelde de Zeeuwse commissaris van de Koningin, Karla Peijs, in oktober 2011 tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer: Peijs en de burgemeester van Vlissingen, René Roep, legden uit dat ze Defensie veel te bieden hadden: voldoende grond, een goede huizenmarkt, een wapendepot, een brandweertrainingscentrum, oefenterreinen, scholen en sportfaciliteiten. 

    Het was een slimme zet van Peijs en Roep. Vlissingen paste in het krimpregiobeleid van het kabinet-Rutte I, beloofde werkgelegenheid in tijden van economische crisis en kwam tegelijkertijd tegemoet aan de behoeftes van het Korps Mariniers. Genoeg ruimte en geen gezeur meer over een extra verdieping of strook groen erbij, zo was het idee. 

    Twee maanden voordat Hillen Doorn nomineerde voor sluiting, had de gemeente op zijn verzoek toestemming gegeven voor uitbreiding

    Toen minister Hillen in augustus 2011 liet weten dat de marinierskazerne in Doorn op de nominatie stond om gesloten te worden, bleken zowel burgemeester Frits Naafs als de Utrechtse commissaris van de Koningin echter totaal verrast. Naafs liet de Kamerleden tijdens de bovengenoemde hoorzitting weten dat hierover geen enkel contact was geweest tussen minister Hillen en het lokale bestuur. In de regionale pers liet hij weten dat het sluiten van Doorn ‘veel werkgelegenheid [zal] kosten’.

    Deze verbazing was terecht. Ruim twee maanden voordat minister Hillen de marinierskazerne in Doorn nomineerde voor mogelijke sluiting, had de gemeente al toestemming gegeven voor uitbreiding. De gemeente Utrechtse Heuvelrug bevestigt desgevraagd aan Follow the Money dat deze bestemmingsplannen ‘op verzoek van Defensie [zijn] aangevraagd en door de gemeenteraad gehonoreerd’. De toestemming voor aanpassing en uitbreiding werd dus – nota bene op verzoek van Defensie zelf – al gegeven op 30 mei 2011: ruim twee maandenvoordat minister Hans Hillen de verhuisplannen bekend maakte. 

    Geconfronteerd met de verrassende verhuisplannen, begonnen de provincie Utrecht en de gemeente Utrechtse Heuvelrug een (succesvolle) lobby voor een alternatieve businesscase, opdat de Kamerleden een gedegen afweging konden maken tussen Doorn en Vlissingen. Burgemeester Frits Naafs liet de Tweede Kamer tijdens een volgende hoorzitting, in oktober 2011, weten ‘van de leg te zijn’. Verplaatsing naar Vlissingen achtte hij ‘geen logische stap. Defensie moet 1 miljard euro bezuinigen, terwijl nieuwbouw van een kazerne 150 à 200 miljoen euro gaat kosten. In Doorn is minstens 10.000 vierkante meter aan uitbreiding mogelijk. Het bestemmingsplan staat niets in de weg.’


    Hans Hillen

    "Toen het besluit eenmaal was genomen, kwam er ineens een businessplan waarin stond dat uitbreiden wél kon"

    De argumenten voor Vlissingen

    De jarenlange rigide houding en het gesteggel over noodzakelijke aanpassingen aan de kazerne speelde de gemeente parten. Utrechtse Heuvelrug was een van de vele tegenstribbelende gemeenten die een verhuizing of sluiting probeerden tegen te gaan met een alternatief plan. Hun plotse bereidwilligheid om tot uitbreiding over te gaan, viel niet in goede aarde. Althans: dat was de politieke argumentatie. Want hoewel minister Hillen wist dat Doorn wel degelijk bereid was uit te breiden, presenteerde hij naar de buitenwacht het beeld van een gemeente die pas wakker schrok toen het al te laat was: ‘Toen het besluit eenmaal was genomen, kwam er ineens een businessplan waarin stond dat uitbreiden plotseling wel kon. Het was allemaal de mosterd die na de maaltijd geserveerd werd,’ zei Hillen tegen RTV Utrecht. ‘Ik heb het nooit serieus genomen.’ Uit de achtergrondgesprekken die Follow the Money met diverse betrokkenen voerde, blijkt deze lezing van Hillen onderdeel te zijn geworden van het collectieve geheugen.

    Het idee voor een nieuwe marinierskazerne in Vlissingen ontstond in een periode van zware bezuinigingen en economische tegenwind, zodat andere argumenten de politieke agenda beheersten. Met name het werkgelegenheidsargument werd veelvuldig aangehaald. Tweede Kamerleden werd voorgehouden dat in eerste instantie 90 procent van de arbeidsplaatsen met mensen van buiten Zeeland zou worden ingevuld, maar dat na verloop van tijd steeds meer Zeeuwen in de marinierskazerne aan de slag konden. Zo zou de verhuizing naar Zeeland de regionale economie vooruit helpen. Regeringspartij CDA stelde wel als voorwaarde dat ‘de exploitatie van de nieuwe kazerne niet duurder mag uitvallen dan die van de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn’. De verhuizing van Doorn naar Vlissingen zou namelijk een besparing van 2,7 miljoen opleveren op de jaarlijkse gebruikskosten, de zogenaamde exploitatiekosten.

    Daarnaast was de marinetop niet geneigd om, in tijden van bezuinigingen, een gegeven paard in de bek te kijken: de nieuwe kazerne kwam destijds neer op een investering van 160 miljoen, terwijl de rest van de krijgsmacht de broekriem moest aantrekken. Het waren onzekere tijden: niemand wist hoeveel bezuinigingen nog zouden volgen. Als intern argument voor de verhuizing werd de mariniers voorgehouden dat verhuizing naar de kust het Korps Mariniers minder vatbaar zou maken voor samenvoeging met de Korps Commandotroepen. Politiek Den Haag zou de tijdelijke intrek in de voormalige landmachtkazerne in Budel namelijk wel eens kunnen aangrijpen om zo’n fusieplan – dat al 15 jaar geregeld de kop opstak in Haagse discussies – door te drukken. Door de kazerne ‘aan zee’ te vestigen, zette Defensie in op verdere integratie van vloot en mariniers, terwijl het idee om de elitetroepen van de landmacht met die van de marine te combineren minder logisch werd, argumenteerde de marinetop.  

    De combinatie van werkgelegenheid en de jaarlijkse besparing van 2,7 miljoen euro gaven de doorslag. De marine kon in tijden van sluitende kazernes en wegbezuinigde tanks een gloednieuwe kazerne niet afslaan. Minister Hillen kreeg in juni 2012 toestemming van de Tweede Kamer om zijn plannen voor de nieuwe kazerne verder uit te werken. 

    Die ‘uitwerking’ duurt inmiddels al zes jaar. En dat is precies het probleem. Bovendien is van de oorspronkelijke toezeggingen uit 2012 nog maar weinig over. 

    Morgen op Follow the Money het tweede deel van dit tweeluik over de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 710 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Volg Dieuwertje Kuijpers
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren