Regering passeert parlement inzake pensioenen

    Gerommel aan het pensioenfront. Binnen de EU zijn pensioenen hoofdzakelijk een nationale bevoegdheid. Ze zijn onderdeel van het arbeidsrecht en sociale zekerheid en over die beleidsterreinen gaan de nationale lidstaten. Echter een nieuwe Europese richtlijn beoogt een forse volgende stap te zetten naar een Europese pensioenmarkt.

    Het standpunt van de Nederlandse regering en het parlement ten aanzien van de pensioenen is in het verleden altijd geweest: dat is een nationale kwestie, waar Brussel zich niet mee moet bemoeien. Maar sinds PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) verantwoordelijk is voor het pensioenbeleid, lijkt dat standpunt te wankelen. Dit blijkt uit de recente ontwikkelingen rondom het pensioendossier.

    De feiten

    Wat zijn de feiten? Al in 2010 heeft de Kamer ‘nee’ gezegd tegen nieuwe pensioenrichtlijnen uit Europa. Sterker, zij deelde een ‘gele kaart’ uit, want het betrof een nationale kwestie. Er kwam ook een behandelvoorbehoud, maar het lijkt erop dat de regering een diepgaand debat over deze kwestie uit de weg wil gaan. In een eerdere motie had CDA pensioenwoordvoerder Omtzigt er al bij de Nederlandse regering op aangedrongen dat dit onderwerp belangrijk genoeg was voor een zogeheten 'gele kaart procedure', aangezien de plannen niet voldoen aan de eis, dat het Nederlandse stelsel allereerst een nationale verantwoordelijkheid is en het voorliggende voorstel dus de subsidiariteitstoets niet haalt. Uit eerdere afspraken was bovendien gebleken dat de regering geen verdere stappen mocht zetten zonder daarover de Kamer te informeren wat er verandert in eventuele nieuwe voorstellen. Brussel wil echter nieuwe Europese pensioenrichtlijnen invoeren en komt met een compromisvoorstel. Op 28 november ontvangt staatssecretaris Klijnsma dat betreffende 'compromis' uit Brussel, waar ze namens Nederland over heeft onderhandeld. Maar ze stuurt dat aangepaste compromis vervolgens pas zes dagen later, op donderdagmiddag 4 december, naar de Kamer. Daarvoor deed ze eerst een persbericht uitgaan met als titel “Brussel komt Nederland tegemoet op pensioenrichtlijn”, daarmee de indruk wekkend een politiek succesje te hebben geboekt.
    'Behoefte aan een debat? Nee, natuurlijk niet'
    Het blijft tamelijk vaag waarin Brussel Nederland dan tegemoetgekomen zou zijn. Vanwege voornoemde redenen had Omtzigt een spoeddebat over deze kwestie aangevraagd op 9 december jongstleden. Uit dat debat een citaat van het lid Omtzigt: 'Behoefte aan een debat? Nee, natuurlijk niet. Met deze richtlijn streeft de EU naar een interne markt voor pensioenfondsen — dat staat er letterlijk in — op Europese schaal, zeg maar een soort pensioenunie.' Vervolgens diende Omtzigt een tweetal moties in, namens het CDA die mede werden ondertekend door de PVV, SP, SGP, CU, VNL, PvdD en 50 plus. De essentie van die moties bestond eruit, dat het parlement voldoende tijd moet krijgen om de complexe en omvangrijke Europese wetgeving over de nieuwe pensioenrichtlijnen te bestuderen en dat het pensioendossier een nationale aangelegenheid was, is en moet blijven.

    'Regering communiceert en informeert gebrekkig'

    Beide moties werden door de huidige coalitiepartijen VVD en PvdA, met steun van D66, verworpen. Nu gaat het in dit geval niet over het feit dat moties niet worden aangenomen, dat is dagelijkse praktijk in het parlement. Het bezwaar van de partijen die de motie hebben ondersteund, gaat over de vraag of parlementariërs wel voldoende in de gelegenheid worden gesteld om hun controlerende taak uit te oefenen. Met andere woorden: over het goed functioneren van onze parlementaire democratie. In het haastig georganiseerde debat was het CDA de enige partij die sprak. Geen enkele andere partij achtte dat nodig. De VVD en de PvdA, die Omtzigt destijds nog gesteund hadden bij de gele kaart-procedure, kwamen niet naar het spreekgestoelte om hun politieke draai in dit dossier uit te leggen. Omtzigt stipte twee belangrijke omissies aan. Allereerst de gebrekkige wijze van communiceren en informeren door de regering over een onderwerp dat miljoenen Nederlanders raakt. Nu en in de toekomst. Ook maakte hij duidelijk dat volksvertegenwoordigers onvoldoende tijd krijgen om zich te verdiepen in een complexe materie, die pensioenen nu eenmaal zijn.
    Er kan op deze manier geen zorgvuldige afweging worden gemaakt over dit complexe dossier
    Daardoor kan er geen zorgvuldige afweging worden gemaakt of de nieuwe pensioenplannen goedgekeurd zouden moeten worden of niet, aldus Omtzigt. En dit lot treft niet alleen leden van de Tweede Kamer, maar ook de leden van de Eerste Kamer. Afgelopen maandag nog beklaagde senator Kees de Lange zich over de gebrekkige voorbereidingstijd voor onder andere de wet aanpassing toetsingskader pensioenfondsen en de wijze waarop dergelijke ingrijpende wetsvoorstellen door de senaat worden gejast. Volgens De Lange heeft deze gang van zaken niks meer met zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid te maken, maar met een uitruil van politieke belangen. De Lange noemde de Senaat zelfs een 'Chambre de Manipulation' in plaats van het gangbare 'Chambre de Reflexion'. Staatssecretaris Klijnsma verdedigde zich tegen de aantijgingen van Omtzigt, door te verklaren dat de EU Nederland wel degelijk tegemoet gekomen was op een aantal punten. Welke punten, daarover bleef Klijnsma vaag: 'Het gaat dan over de gedetailleerde en uniforme bepalingen over pensioencommunicatie. Die zijn in het huidige voorstel aanzienlijk gestroomlijnd en in detailniveau teruggebracht. Ze bieden meer flexibiliteit aan lidstaten. Daarmee zijn er geen gevolgen meer voor het wetsvoorstel pensioencommunicatie dat bij de Kamer ligt. De ruime en gedetailleerde gedelegeerde bevoegdheden zijn in lijn met de motie van het lid Omtzigt. Het compromisvoorstel bevat geen gedelegeerde bevoegdheden meer; helemaal niet meer. Voor Nederland was dit in het bijzonder van belang op het gebied van risico-evaluatie om een opening naar prudentiële eisen te voorkomen.' De staatssecretaris motiveerde haar haast door te suggereren dat onder het komende Letse voorzitterschap de pensioenrichtlijnen wellicht nog slechter zouden kunnen uitpakken voor Nederland: 'Ik besef terdege dat de tijd om hiernaar te kijken voor de Kamer kort is. Het is wat het kabinet betreft echter niet verstandig om pas later te besluiten binnen de Raad. Wanneer het onder het Italiaanse voorzitterschap niet lukt om consensus tussen de lidstaten te bereiken, zal er onder het Letse voorzitterschap een nieuwe fase aanbreken, waarin de onderhandelingen zich weer in een voor Nederland ongewenste richting kunnen begeven.' Hier nam het lid Omtzigt geen genoegen mee. Hij wees erop, dat er gewoon in het voorstel staat dat EIOPA richtlijnen kan opleggen aan De Nederlandsche Bank en zelfs de formulieren kan voorschrijven, dus dat hetgeen de staatssecretaris zei, niet klopt. Bovendien wees Omtzigt erop, dat er een behandelvoorbehoud ligt met een brief van de voorzitter van de commissie Europese Zaken, de heer Knops, waarin staat dat de minister belangrijke beslispunten vooraf zou voorleggen aan de Tweede Kamer.
    'Is dit de manier waarop wij hier zaken doen? Wat doe ik hier dan nog?'
    Voorts constateerde Omtzigt droogjes dat dit in het geheel niet is gebeurd en vroeg zich hardop af of hij met één aanvullende vraag zou moeten instemmen met vergaande Europese regelgeving die gaat over 1200 miljard aan pensioenvermogen. Hij besloot met de opmerking dat dit de Tweede Kamer onwaardig is. Volgens de Kamervoorzitter was dat behandelvoorbehoud door de betreffende commissie echter opgeheven, waarop Omtzigt zich vervolgens afvroeg wat hij daar in de Kamer eigenlijk nog te zoeken had: 'Ja, en die afspraken zijn in stemming gebracht door u als voorzitter. Daarin stond dat de regering van tevoren zou informeren. (…) Is dat de gang van zaken die wij als Tweede Kamer van de regering zouden moeten accepteren en waardoor wij nu worden geconfronteerd met vergaande regelgeving waarmee we binnen tien seconden, met maar één partij zo zeg ik erbij, moeten instemmen? (…) Is dit de manier waarop wij hier zaken doen? Wat doe ik hier dan nog?'

    Stap naar Europese pensioenunie

    De Kamer lijkt hier dus voor een voldongen feit te worden geplaatst, aldus Omtzigt: 'Een controversieel onderwerp dat vele Nederlanders raakt wordt er snel even doorgejast, zónder dat we ons goed hebben kunnen voorbereiden. Het parlement wordt voor een voldongen feit gesteld, tegen alle eerdere afspraken in. Dat is ongehoord.' Volgens Omtzigt zal de consequentie daarvan zijn dat Nederland een forse stap zet richting Europese pensioenunie, zonder dat er een open en diepgaand debat in Kamer en samenleving erover heeft plaatsgevonden. Het blijft, ook na de toelichting van de staatssecretaris tijdens het spoeddebatje, onduidelijk wat de voordelen voor Nederland van een interne Europese pensioenmarkt precies zijn.

    Complexe problematiek

    Nederland heeft een van de rijkste pensioenstelsels ter wereld. Van de 28 EU landen hebben er 24 niet of nauwelijks gespaard voor de oude dag. Alleen niet-eurolanden Groot-Brittannië en Denemarken, en euroland Ierland hebben dat.
    Het échte probleem wordt niet opgelost
    Het is ook niet helder waarom bijvoorbeeld het boekreservesysteem van Duitsland expliciet buiten de richtlijn valt. Het échte probleem  – de vele landen die niet gespaard hebben – wordt volgens Omtzigt met de nieuwe richtlijn niet opgelost. De principiële vraag of pensioenen wel geharmoniseerd moeten worden en hoe dat vervolgens gefinancierd zou moeten worden, wordt door de Nederlandse regering niet gesteld. De Europese Unie heeft expliciet te kennen gegeven een open markt voor pensioenen op te zetten, waarbij in het kader van competitie een werkgever wordt aangemoedigd het land van vestiging van zijn pensioenfonds te kiezen. De pensioenproblematiek is een dusdanig complexe problematiek, dat het niemand verwondert dat er een hoorzitting met terzake kundige experts nodig is om tot een afgewogen oordeel te kunnen komen. Het besluit van de regering om dit complexe dossier zonder serieus debat door de Kamer te jagen heeft daarom bij veel Kamerleden verbazing en verontwaardiging gewekt. Verbazing, omdat Nederland zich steeds op het standpunt heeft gesteld dat dit pensioendossier een nationale aangelegenheid was en verontwaardiging, omdat men vindt dat hun parlementaire taak niet goed kan worden uitgeoefend.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 231 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren