Regisseur Mali-documentaire ‘De Missie’ hekelt Nederlands defensiebeleid

In een documentaire over de Nederlandse missie in Mali, die 11 juli werd uitgezonden op NPO 2, legt Robert Oey het onvermogen van de Nederlandse politiek bloot om een goed doortimmerd beleid te formuleren voor buitenlandse militaire projecten. ‘Het is een sexy industrie geworden waar veel mensen in werkzaam willen zijn.’

Regisseur Robert Oey (1966) volgde de Nederlandse missie in Mali twee jaar lang van dichtbij. Hij constateert een groot gebrek aan ambitie bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Wij willen met missies vooral meedoen. Dat vinden we leuk. Maar we hebben geen idee wat we ermee willen bereiken.’ Oey maakte vorig jaar een documentaire over de Nederlandse missie in Mali, die maandag 11 juli op televisie werd uitgezonden bij NPO2. 

Het is 2010 als Oey de Nederlandse militairen in Afghanistan bezoekt voor de documentaire waar hij dan aan werkt. ‘Op militaire bases als Kandahar, Kabul en Mazar-i-Shariff zag ik talloze landen enorme investeringen doen. Ik zag ook dat deze landen deze investeringen doen zonder een duidelijk omschreven einddoel en zonder een specifieke, historische, strategische of economische band met Afghanistan, maar omdat ze deel willen uitmaken van de zogeheten internationale security force,’ schrijft hij in een toelichting op zijn nieuwste documentaire, De Missie.

Op zoek naar investeringen

Die investeringsdrang zonder duidelijk doel voor ogen is volgens Oey een aspect van moderne oorlogsvoering. De gemeenschap die zich met het internationaal veiligheidsbeleid bezighoudt, is voortdurend op zoek naar nieuwe investeringen, merkt hij. ‘Landen als Syrië, Irak en Mali werden als mogelijke opties genoemd. Terug in Nederland kwam ik erachter dat in Nederland de Stuurgroep Militaire Operaties wekelijks interdepartementaal overleg voert over het internationale veiligheidsbeleid. Topambtenaren van Defensie, Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken beoordelen in dat overleg welke (militaire) investeringen Nederland wil doen en vooral waar.’

Het wordt, onder andere, Mali. Oey besluit er een documentaire aan te wijden. In De Missie volgt hij de Nederlandse kolonel Joost de Wolf, officier van het Korps Mariniers. De Wolf schopt het in 2014 tot chef militaire operaties bij de VN-vredemissie MINUSMA, en Oey reist met hem mee naar Mali.

‘Binnen een maand was het een enorme cluster fuck

Daar blijkt de taak van De Wolf niet mee te vallen. Om met de kolonel zelf te spreken: ‘Binnen een maand was het een enorme cluster fuck.’ Het is een man van vette oneliners (‘peacekeeping... But there is no peace to keep’). Regelmatig botst De Wolf met Buitenlandse Zaken. Zoals wanneer civiel adviseur Warner ten Kate, op pad gestuurd door Den Haag, even zijn ‘brain komt picken’ en hem vraagt militairen af te staan voor wat civiele klussen. Die zijn namelijk een stuk goedkoper dan civiele krachten. ‘Dat gaat niet, ook maar misschien, gebeuren,’ stelt De Wolf resoluut. In de voice over licht hij verbouwereerd toe: ‘We worden continu aangevallen. We hadden een hoop doden en gewonden. En op dat moment komt er iemand binnen van Buitenlandse Zaken, en die stelt onze Nederlandse inlichtingeneenheid ter discussie.’

Een veilig midden

Wat wil Den Haag nou eigenlijk? Dat is de vraag die Oey met de documentaire wil oproepen. Voorlopig komt er geen antwoord op. In een interview met Follow the Money vat hij het schematisch samen: ‘We hebben een ministerie van Defensie, een kabinet en een parlement. Nou, dat kabinet zegt uiteindelijk op basis van wat hoge ambtenaren hebben ingefluisterd dat we een missie moeten doen. Dan zegt de minister: “o, dat vind ik ook een leuk idee.” Een PvdA-minister en een VVD-minister gaan natuurlijk met zijn tweetjes eerst met Mark Rutte praten, en vervolgens wordt er in het kabinet gezegd: “nou, we vinden het allemaal een topidee, gaan we doen.” En dan wordt de missie in een Artikel 100-brief aan het parlement voorgelegd, die er eigenlijk alleen maar kennis van kan nemen. Voor de vorm gaan ze daar even ouwehoeren over de operationele aspecten. Dus niet, en dat is het punt dat ik wil maken, over de politieke doelstellingen die we willen halen. Alleen maar: hebben we genoeg helikopters, is het niet te warm?’ De reden daarvoor is duidelijk, aldus Oey. Niemand wil zijn handen branden. ‘Dat is een veilig midden. Ik vind het ook fijner om te lullen over technische aspektjes dan over iets waar je een visie over moet ontvouwen. Politieke doelstellingen zijn net wat ingewikkelder om te halen. Als je die niet haalt, word je daar op afgerekend.’

Door het gebrek aan inhoudelijke discussie neemt Den Haag beslissingen op basis van onduidelijke argumenten, vindt Oey. ‘We beschermen onze Hollandse soevereiniteit opeens in Mali. Om de straten van Rotterdam en Amsterdam vrij te houden van terroristen, hoor je dan in de politiek. Of om, wat ze dan eigenlijk zeggen, ze vrij te houden van vluchtelingen. Nou als je dat wilt bereiken, moet je mij eerst uitleggen hoe je dat gaat doen.’ 

De documentaire van Oey komt niet uit de lucht vallen. Hij heeft een langdurige fascinatie voor de militaire wereld en maakte al diverse documentaires over Defensie, zoals Gesneuveld, over de nabestaanden van Nederlandse gesneuvelde soldaten, en Vandaag Kopen We Een Vliegtuig, over de aanschaf van de JSF. 

Hij heeft zelfs even overwogen om van carrière te wisselen, toen hij cateraar Supreme in Afghanistan aan het werk zag. ‘Ik zag die lui werken en dacht: dat zou ik wel willen doen. Je loopt gewoon rond, misschien zelfs met een wapen. Je bent er op het moment dat er niets is, en je weet dat er ergens een partij is die zegt: we willen honderd wc's, we willen een x aantal bakkerijen. En dan zeg ik: dit is het bedrag, en hier mag je tekenen. En niemand die zegt: “nou, wacht even hoor, dat croissantje dat kost 5,95, dat vinden we toch een beetje duur”.’

‘Ik vind het ook fijner om te lullen over technische aspektjes dan over iets waar je een visie over moet ontvouwen’


In plaats daarvan houdt hij het bij regisseren. Defensie was altijd een aantrekkelijk onderwerp voor films. ‘Omdat er iets te zien is. Heel veel spulletjes. En het vliegt en het duikt en het rijdt en het rent.’ Maar zijn eigenlijke motivatie is serieuzer. ‘Ik zie dat de organisatie in Nederland naar de periferie van dit land is geduwd. Ik woon zelf in Amsterdam, in de wijk Watergraafsmeer. Ik geloof niet dat iemand daar werkt voor de krijgsmacht, of iemand kent die voor de krijgsmacht werkt.’

En dat is een probleem. ‘Als wij die krijgsmacht alleen maar zouden hebben om oefeningen te doen op de Veluwe, met militairen die af en toe door een vizier naar Duitsland kijken, voor wanneer de Russen komen, dan had ik het ook niet zo belangrijk gevonden. Het verschil is dat wij tegenwoordig missie na missie na missie na missie draaien. Dat het een industrie is geworden waar ongelooflijk veel geld in omgaat — een sexy industrie, waar veel mensen in werkzaam willen zijn.’ Oey waagt zich aan een voorspelling: ‘Voor het eind van het jaar zitten we ook in Libië.’ Dat land speelt namelijk een veel grotere rol in de vluchtelingenstroom dan Mali, meent hij.

Zelf zal hij er dit keer niet achteraan reizen. ‘Ik doe niks meer met de krijgsmacht. Ik ben er helemaal klaar mee. Wat ik wilde bereiken met de film is dat er een gesprek zou ontstaan met de directie Veiligheidsbeleid, met de top van de Nederlandse krijgsmacht, met Kamerleden.’
Dat gesprek is er niet gekomen. ‘Bij Buitenlandse Zaken is de film heel slecht gevallen.’


Robert Oey

"Wat ik wilde bereiken met de film is dat er een gesprek zou ontstaan met de directie Veiligheidsbeleid, met de top van de Nederlandse krijgsmacht, met Kamerleden"

Toch heeft de regisseur geen beperkingen opgelegd gekregen tijdens het filmen van De Missie. ‘Nul. Er is één voorlichter van Defensie geweest die de film gezien heeft. Die applaudisseerde, die was enthousiast. Maar hij heeft te weinig rekening gehouden met de reacties die de film bij Buitenlandse Zaken opriep.’ En daarom blijft het nu vanuit Den Haag ooverdovend stil.

Momenteel werkt Oey aan een boek over Defensie. Dat beschrijft niet alleen de gebrekkige politieke aansturing van militaire missies, maar vooral ook de aantrekkingskracht van de krijgsmacht. ‘Het gaat niet over posttraumatische stress, waar we ons eindeloos op hebben blindgestaard. Soldaten bij wie het misgaat, die ziek zijn, die zelfmoord plegen. Ik ben geïnteresseerd in die militairen die op Facebook foto's laten zien: “Fantastische bruiloft gehad in Zuid-Frankrijk. Morgen gezellig weer naar de Green Zone in Bagdad.” Snap je? En dan denk je bij jezelf: hè, we waren toch een heel pacifistisch landje?’

Gemist

>> De documentaire is via NPO.nl terug te zien.

Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Charlotte Waaijers