Waar blijven de Libische miljoenen?

3 Connecties

Achmea lijkt zich te verwonden aan de verzorging van 53 Libische oorlogsslachtoffers. Een dochter van de Nederlandse verzekeraar heeft nog miljoenen tegoed.

Aan het hulpprogramma voor Libische oorlogsslachtoffers dreigt een dochter van verzekeraar Achmea een pijnlijke schram over te houden. Bronnen dicht bij de verzekeraar melden Follow the Money dat slechts een gering deel van de kosten door Libië zijn betaald. Van de gegarandeerde 10 miljoen dollar zou nog geen vijfde deel binnen zijn gekomen. Staatsgaranties zijn er, alleen zijn die niet door Nederland afgegeven, maar door Libië. De hardheid van die garantie wordt betwist, zo beweren de bronnen.

 

Bevroren Libische tegoeden
Eind oktober 2011 maakte de Nederlandse regering een humanitair gebaar richting de Libische bevolking. Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal honoreerde het verzoek van de Libische Nationale Overgangsraad een vijftigtal oorlogsslachtoffers adequate medische verzorging te geven.

"Libië betaalt voor de behandelingen. De zorg voor de vijftig Libiërs gaat niet ten koste van zorg aan Nederlanders", zo benadrukte het ministerie van Buitenlandse Zaken eind oktober.

Het ministerie was zo slim om de afhandeling en ook de financiële risico's voor de hulp in handen te geven van Holland Intercare (HIC) een dochter van verzekeraar Achmea. Normaal vindt er bij overheidsopdrachten eerst een Europese aanbesteding plaats, maar omdat de Nederlandse overheid formeel geen opdrachtgever is en HIC de financiële risico's droeg, kon deze tijdrovende procedure worden overgeslagen.
Een en ander viel samen met de Libische ambities van de Achmeadochter. Die zou graag van de mogelijkheden willen profiteren om in de woestijnstaat zorgcentra op te zetten.

De zorg zou mogelijk worden gemaakt door de Temporary Financing Mechanism (TFM) waar de Libische overgangsregering al een half jaar financieel op leunde. Het door de Verenigde Naties gesanctioneerde TFM zorgde in de tijd van de burgeroorlog dat de Libische overgangsregering middelen had om in zijn behoeften te voorzien. De middelen, die in eerste instantie tijdelijk door andere overheden aan het instituut werden verschaft, werden weer gedekt door de bevroren Libische tegoeden in het buitenland, waaronder de bevroren Libische tegoeden in Nederland en Curaçao. Die tegoeden werden in augustus 2011 al deels door minister Rosenthal 'ontdooit', vooral om de gezondheidszorg in Libië te ondersteunen. Een maand later verzocht Nederland de Verenigde Naties om nog eens 2 miljard dollar te ontdooien. Na een paar weken keurde de VN dat goed en konden de Libiërs weer over hun gelden beschikken.

In november kwamen de slachtoffers naar Nederland toe en werden in 21 verschillende ziekenhuizen verspreid over Nederland ondergebracht.

 

Een Libische gewonde in een Nederlands ziekenhuis

Weinig om het lijf
Volgens een emailwisseling die in het bezit is van Follow the Money, maakte Holland Intercare zich danig zorgen over de betaling van de kosten. Nog voordat de Libische gewonden naar Nederland werden verscheept, zag HIC de bui al hangen. Wat nu als de Libische Interimregering zijn woord geen gestand zou doen?

"Ik stuur je het contract dat wij hebben gesloten met TFM", schreef een medewerker van HIC aan een vertegenwoordiger van Buitenlandse Zaken (BUZa). "Als BUZA, met dit contract als achtergrond, schriftelijk kan aangeven dat - als TFM haar verplichtingen niet nakomt BUZA garant staat dan kunnen wij verder. Dan geven wij alle garanties af. Is dat een optie?"
Nee, dat bleek voor Buitenlandse Zaken geen optie te zijn.
"Wij hebben herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat BUZA noch enig ander departement van de NL overheid hiervoor garant kan staan", verzucht de man van BUZa (namen van de betrokken personen zijn bij FTM bekend). "Dit is toch vanaf het begin duidelijk geweest?"
"Waarvoor hebben jullie de garantie eigenlijk nodig?", vervolgt hij. "Is het ter overbrugging van de periode waarin je nog geen geld hebt? Heb je niet sowieso al een overkoepelende garantie van het TFM op basis waarvan verhaal op fondsen daarvan mogelijk is?"

Nee, die had HIC nog niet.

Na enige persoonlijke bemiddeling van ambassadeur Gerard Steeghs ontving HIC pas op 8 december 2011 een garantiestelling van de Libische minister van Financiën, de accountant Hasan Zeglam. De door Zeglam afgegeven garantie zou echter weinig om het lijf hebben want niet gedekt door harde bankgaranties.

 

De garantiestelling van Hasan Zeglam. Hoeveel is zijn handtekening echt waard?


HIC onderhield intussen vriendschappelijke contacten met de Libiers, met het oog op de toekomstige ontwikkeling van de medische sector in Libië. Van een reisje naar Tripoli, waar HIC voor was uitgenodigd, kwam tot op heden niets terecht.




Email van Jeroen Stoffels van HIC aan een vertegenwoordiger van de Libische overgangsregering (klik op afbeelding om te vergroten).


Met ingang van 2012 werd het TFM opgeheven en werd de Libische interimregering verantwoordelijk voor de betaling van bijvoorbeeld de kosten van de verzorging van oorlogsslachtoffers in het buitenland. De betalingen vanuit Libië kwamen echter niet op gang. Pas vorige week zou een eerste som van 2 miljoen aan HIC zijn overgemaakt.

Achmea zegt zich "geen zorgen" te maken over de betalingen aan HIC. "Er ligt een contract en dat gedekt wordt door TFM", zegt de woordvoerder van Achmea. "Het kan even duren, maar we houden alle vertrouwen in de Libiërs".



Kader Holland Intercare

Holland Intercare (HIC) is een vennootschap waarvan de aandelen voor 49 procent in bezit zijn van Agis Participaties, de investeringsmaatschappij die voor 100 procent eigendom is van Achmea dat op haar beurt eigendom is van Eureko. Rabobank is de belangrijkste aandeelhouder en heeft op dit moment een belang van 29 procent in Eureko. Achmea laat weten dat het haar belang van 49 procent, te koop is. "Dat is een investeringsbeslissing van Agis en heeft niets te maken met de situatie met het behandelen van de Libische oorlogsslachtoffers".