Ewout Irrgang, Algemene Rekenkamer
© ANP/Bart Maat

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

133 Artikelen

Parlement heeft onvoldoende controle op coronasteun aan bedrijven

De Rekenkamer oordeelt hard over de coronasteun via garanties en leningen waarmee al ruim 62 miljard euro is gemoeid. Snelheid is goed, zeker in een crisis, maar dat ontslaat ministers niet van de plicht om het parlement vooraf tijdig en volledig te informeren, zegt Ewout Irrgang van de Rekenkamer in een interview met Follow the Money. ‘Zo werkt democratie, je kunt niet achteraf een briefje sturen.’

In een periode van slechts vijf coronamaanden – vanaf maart tot en met augustus – gaf de overheid het bedrijfsleven voor maar liefst 60,9 miljard euro aan garantstellingen. Daarbovenop verstrekte ze nog eens 1,8 miljard aan leningen, waaronder die aan KLM. Hierdoor is het financiële risico voor de staat weer terug op het niveau van de kredietcrisis in 2008. Dit blijkt uit cijfers die de Algemene Rekenkamer gisteren bekend maakte.

Garanties dienen om bedrijven te steunen en variëren van de herverzekering van leverancierskredieten tot borgstellingen. Ze stellen de belastingbetaler bloot aan financiële risico’s want de overheid staat garant voor een banklening van een ondernemer. Als die netjes aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen voldoet is de garantsteller, de overheid, geen geld kwijt. Maar zodra de ondernemer niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet of failliet gaat, klopt de bank aan bij de overheid en declareert het verlies. Als vergoeding voor de garantie betaalt de ondernemer een premie waarvan de hoogte varieert.

Het kabinet verwacht dat het verlies voor de overheid – de ‘schade’ van de huidige garantieregelingen – 2,6 miljard euro bedraagt. ‘Maar de crisis zal nog langer bij ons blijven, en mogelijk vloeit er dus meer schade uit voort. Dat is bijna logisch. Het is daarom voor de Kamer van belang dat ze goed op de hoogte wordt gehouden van de nog te verwachten rekening,’ zegt Ewout Irrgang, collegelid van de Algemene Rekenkamer in een interview met Follow the Money.

Het parlement moet worden betrokken bij het uitgeven van publiek geld, dat is niet altijd goed gelukt

De Algemene Rekenkamer startte begin juli een onderzoek naar de manier waarop de overheid garanties verstrekte en bracht daarvan woensdag een rapport uit. Irrgang: ‘Het is belangrijk dat het parlement goed en tijdig wordt betrokken bij het uitgeven van publiek geld. Dat is niet altijd goed gelukt.’

Kritischer benaderen

Dat is een opmerkelijke vaststelling, want de les van de kredietcrisis was juist dat steunmaatregelen vooraf kritischer onder de loep genomen moeten worden. In 2008 namen de overheidsgaranties toe tot ongeveer 250 miljard euro. Daarmee werden banken en bedrijven gered van de ondergang. De lessen – en in 2012 ook de conclusies van de parlementaire commissie-De Wit – waren dat het ongelimiteerd verstrekken van garanties niet goed was verlopen én dat de Kamer daar niet, of te weinig, bij was betrokken. ‘Het risico is dat er in een crisis te makkelijk geld wordt uitgegeven. Een garantie lijkt gratis geld, maar op het moment dat de garantie wordt ingeroepen is het geen gratis geld meer,’ zegt Irrgang. 

Er zijn na de kredietcrisis maatregelen getroffen om terughoudender te zijn: het zogeheten ‘Nee, tenzij-beleid’. Oftewel, we geven geen garantie tenzij goed gemotiveerd wordt waarom die absoluut noodzakelijk is. Irrgang: ‘We komen nu tot een heel hoog bedrag aan garanties en leningen: 62,7 miljard euro aan uitstaande risico’s, vergelijkbaar met de financiële crisis. Dat nee, tenzij is dus niet uit de verf gekomen.’ 

Het is opvallend dat de Rekenkamer nul gevallen tegenkwam waarin een minister een voorstel voor een garantieregeling tegenhield. ‘Wanneer ministers het nee, tenzij-principe huldigen, zou je verwachten dat daar voorbeelden van zijn,’ zegt Irrgang.

Het instrument dat had moeten helpen is het zogeheten toetsingskader, dat verplicht door ministeries moet worden ingevuld. Dit kader is bedoeld om te bepalen of een lening of garantie ‘passend’ is. Als een ministerie garanties wil verstrekken dan moet het vooraf het toetsingskader invullen – met argumenten waarom ze noodzakelijk zijn en alternatieve financiering onmogelijk is, en met ramingen van het maximale financiële risico en de kostendekkendheid van de garantie. 

Een garantie vertegenwoordigt een nieuwe financiële verplichtingen voor een ministerie en moet daarom worden opgenomen in een gewijzigde begroting, die vervolgens goedkeuring moet krijgen van het parlement. ‘Het parlement kan dan beoordelen of er een goede afweging is gemaakt. We zien nu alleen dat het toetsingskader niet goed werkt,’ zegt Irrgang.

Half werk

Minister van Financiën Wopke Hoekstra was op 26 juni in een brief aan de Tweede Kamer nog stellig: ‘Dit toetsingskader zorgt ervoor dat we ook in deze onzekere tijden een degelijke afweging blijven maken.’ De Rekenkamer serveert deze bewering nu af en concludeert dat het toetsingskader ‘niet consequent en consistent’ is toegepast.

De Rekenkamer vindt dat de ingevulde toetsingskaders ‘diepgang’ ontberen: ramingen van de kostendekkendheid van garantiestellingen en van de hoogte van de premies bleken nogal eens te ontbreken. En bij zes van de 22 garanties negeerden de ministeries het verplichte toetsingskader zelfs helemaal.

Irrgang: ‘Dat vinden we zorgelijk, want het risico is dat er te makkelijk naar het instrument van garanties wordt gegrepen en dat het parlement niet goed kan beoordelen of dat verstandig is gebeurd. De Comptabiliteitswet schrijft voor dat je toestemming aan het parlement vraagt voordat je publiek geld uitgeeft. Dat vindt plaats door autorisatie van een gewijzigde begroting. Het toetsingskader moet dus volledig ingevuld worden én de Kamer moet tijdig geïnformeerd worden door de minister. Als instemming vooraf echt niet kan, als het niet in het belang is van de staat om langer te wachten, dan moet de minister de Eerste en Tweede Kamer informeren met een Spoedbrief.’

Daar hebben ministers steken laten vallen, zo achterhaalde de Rekenkamer. Bij vier regelingen – met een omvang van in totaal 2,3 miljard euro – stuurden de ministers Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) en Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) het ingevulde toetsingskader pas toe ná de stemming in het parlement. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de garantieregeling Klein Krediet Corona, dat als doel heeft kleine ondernemers te steunen bij het aanvragen van een krediet. De overheid staat dan garant voor 95 procent van hun totale lening. Hiermee is 713 miljoen euro gemoeid. Het verwachte schadebedrag is behoorlijk hoog (164 miljoen euro) en de berekende premie is met 2 procent relatief laag. De Kamer stemde op 7 mei over Klein Krediet Corona, terwijl ze het ingevulde toetsingskader pas een maand later, op 9 juni, kreeg toegestuurd van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het parlement stemde toch in met de garantieregeling.


Ewout Irrgang, Algemene Rekenkamer

"Kamerleden die onvoldoende informatie krijgen, moeten overwegen of ze daarmee akkoord gaan – zo hoort het niet"

Dit roept de vraag op hoe Kamerleden een geïnformeerd besluit kunnen nemen. Irrgang: ‘Ons rapport is ook een waarschuwing. Dat Kamerleden die onvoldoende informatie krijgen, moeten overwegen of ze daarmee akkoord gaan. Zo hoort het niet.’ 

En zijn de verstrekte garanties dan wel rechtmatig? ‘Daar doen we pas volgend jaar uitspraak over, bij ons oordeel over de Rijksrekening. Maar we zullen er strikt naar moeten kijken, want de wet is heel strikt.’ 

En er ging meer mis. De Rekenkamer trof vier ‘spoedgevallen’ waarin het parlement niet vooraf per Spoedbrief op de hoogte werd gesteld. ‘Ook al is er sprake van een crisis dan is het nog steeds een vereiste dat de Kamer vooraf wordt geïnformeerd. Dat zien we op een aantal punten niet goed gaan. De Kamer moet daar de minister van Financiën op aanspreken.’

Wopke Hoekstra in het verweer

In het Rekenkamerrapport is ook de reactie opgenomen van de minister van Financiën. Wopke Hoekstra onderschrijft daarin het belang om het parlement – ook in crisistijd – te informeren. Hij zegt zijn ambtgenoten te zullen aanspreken op het niet-tijdig verstrekken van de toetsingskaders en het niet-informeren over spoedeisende maatregelen. Hij kondigt ook een evaluatie aan. 

Hoekstra bagatelliseert de kritiek dat ministeries onvoldoende duidelijk zijn geweest over de kostendekkendheid van de garanties. Dat speelt volgens hem een ‘geringe rol’. Het hoogste doel is het ondersteunen van de economie. De Rekenkamer noemt dit ‘een vreemde redenering’. Crisis of niet: ‘Ondersteuning van de economie is immers altijd het doel van risicoregelingen.’ De Rekenkamer stelt dat er legitieme redenen kunnen zijn om hiervan af te wijken ‘maar die afweging moet de minister dan wel expliciet aan het parlement voorleggen’.

Lees verder Inklappen

Irrgang heeft begrip voor de noodsituatie en de druk om de economie overeind te houden, maar roept toch op tot meer waakzaamheid. ‘In maart en april hadden de mensen op de departementen het ontzettend druk. Ze moesten in hoog tempo tientallen miljarden aan publiek geld uitgegeven om de economie overeind te houden, en te zorgen dat salarissen werden doorbetaald. Dat is goed. Maar je weet gewoon als parlement dat je informatiepositie dan kwetsbaar wordt.’

‘Er was een enorme druk om alles te autoriseren en er golden in de Kamer spreektijden van maximaal vijf minuten. We hebben niet zozeer kritiek dat er snel is opgetreden, maar we wijzen op de risico’s. Het risico is dat de zorgvuldige besluitvorming en de parlementaire betrokkenheid afnemen. Het parlement moet daar alert op zijn. Ministers moeten ook in crisistijd gewoon het parlement om goedkeuring vragen als ze publiek geld uitgeven. Zo werkt de democratie, je kunt niet achteraf een briefje sturen.’

Dossier: Coronacrisis

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen zijn ongekend; de uitwerking ervan nog grotendeels onbekend. Welke oplossingen dienen welke belangen?

Lees verder Inklappen
Inschrijven
Dennis Mijnheer
Dennis Mijnheer
Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.
Gevolgd door 1984 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren