© Boomerang Create

  • Rente is huur op een boekhoudregel, dividend is een risicopremie!
  • Wat is dividend?

De moraliteit van rente staat sinds mensenheugenis ter discussie. In de meeste rente-debatten vandaag de dag gaat het echter vooral over de cijfertjes. Is dat wel terecht? In de serie 'mythes en waarheden over geldschepping' stelt FTM de vraag: hoort het rekenen van rente nog wel thuis in ons moderne geldsysteem?

Als het over de rechtvaardigheid van rente gaat, doemt bij mij het beeld op van de woekeraar Shylock uit Shakespeare's 'the merchant of Venice'. Shylock is bereid om de koopman Antonio een lening te verstrekken zonder rente te rekenen, maar onder een speciale voorwaarde: een pond van Antonio's eigen vlees dient als onderpand. Wanneer Antonio zijn schulden niet kan afbetalen, slijpt de joodse moneylender zijn mes om het onderpand op te eisen.

Antonio is het contract geheel vrijwillig aangegaan, dus de eis is legitiem. Het is in dit verhaal niet de wettigheid van het contract die ter discussie staat, maar de moraliteit. 

Religie

Geld verdienen met het uitlenen van geld is historisch gezien altijd een moralistisch onderwerp geweest. De Griekse filosofen Aristoteles en Plato beschouwden het als onnatuurlijk; de islam, maar oorspronkelijk ook het christendom, veroordelen het rekenen van rente als een zonde.

Het waren uiteindelijk de christelijke Medici die het internationale bankieren uitvonden

Binnen het jodendom was de leer net wat minder streng: Joden mochten wel rente rekenen aan niet-Joden. Deze uitzondering — en de middeleeuwse uitsluiting van Joden van veel andere beroepen, bijvoorbeeld als gevolg van het antisemitische gildesysteem in Nederland — verklaart waarom Joodse families van oudsher de rol van financier op zich namen. Het is ook een verklaring waarom we vandaag de dag nog veel Joodse namen als Rothschild, Warburg en Goldman tegenkomen in de bankierswereld; eenmaal verworven posities worden niet zomaar vergeven.

Toch waren het uiteindelijk de christelijke Medici die het internationale bankieren uitvonden. Zij wisten met boekhoudkundige constructies het renteverbod — en daarmee de christelijke moraal — te omzeilen. Met de opkomst van het kapitalisme is die moraal steeds minder prominent geworden en voert het christendom tegenwoordig een gedoogbeleid betreffende renteheffing. 

Wat is rente?

Rente is een vergoeding voor het ter beschikking stellen van geld aan een ander. De persoon die een schuld aangaat — de schuldenaar — belooft niet alleen het geleende bedrag terug te geven aan de kredietverstrekker, maar daar bovenop een (periodieke) vergoeding te betalen. De hoogte van die vergoeding wordt meestal uitgedrukt als percentage van het geleende bedrag: de rente.

Lees verder Inklappen

Machtsverhoudingen

Het is niet verwonderlijk dat zo'n beetje alle wereldreligies iets over dit onderwerp te zeggen hebben: kredietverstrekking is een praktijk met significante maatschappelijke gevolgen. Krediet en rente dicteren immers de verhouding tussen vermogenden en zij die geen geld hebben, maar wel gebruik willen maken van het vermogen van anderen. Kredietverstrekking omvat dus niet alleen een ethische component, maar speelt een bepalende rol in maatschappelijke machtsverhoudingen – eveneens geen onbelangrijk interessegebied voor het religieuze instituut.

Maar krediet biedt mensen mensen met een tekort aan financiële middelen ook de mogelijkheid om hun ambities te verwezenlijken. Zodoende vervult het een belangrijke — zo niet onmisbare — rol in onze samenleving. Dankzij krediet kunnen studenten hun opleiding financieren en ondernemers hun bedrijfsactiviteiten. De morele bezwaren van de wereldreligies hebben dan ook niet zozeer betrekking op het verstrekken van krediet an sich, maar op het najagen van winst met deze praktijk. De vergoeding die wordt gevraagd voor het ter beschikking stellen van financiële middelen – de rente – staat daarin centraal. 

Het morele bezwaar tegen rente

De christelijke theoloog Thomas van Aquino was een groot criticaster van het rekenen van rente. Hij baseerde zich op de filosofie van Aristoteles, die geld verdienen met geld als onnatuurlijk bestempelde: ‘Geld is bedoeld om te gebruiken als ruilmiddel, niet om zichzelf te vermeerderen met rente.’ 

Ons geldsysteem steekt fundamenteel anders in elkaar dan in het oude Athene 

Zowel Thomas van Aquino als Aristoteles zagen rente als onrechtvaardige manier om te profiteren van een ander. De theoloog richt zijn pijlen vooral op het vragen van woekerrente: het heffen van een dermate hoog rentetarief, dat de schuldenaar geen kans laat om ook weer uit de schulden te komen. Deze wordt zo veroordeeld tot een leven als schuldslaaf, die moet zwoegen om rente op te hoesten, maar nooit zelf eigendom zal vergaren.

Wat Thomas van Aquino waarnam in het christelijke Europa van de middeleeuwen, gold eerder al in het Griekenland van Aristoteles. En ook vandaag is het nog actueel. Niet alleen in Griekenland, maar ook in Nederland geldt: eenmaal diep in de schulden, kom je er moeilijk uit.

Het moderne bankieren

Op dit moment bevinden de rentestanden zich op een historisch laag niveau; het is dus onzin om te stellen dat banken op dit moment dezelfde woekerrentes rekenen als de gierige loan sharks en gehaaide moneylenders. Toch wil dat niet zeggen dat de morele discussie over rente daarmee irrelevant is geworden. De lage rentestanden zijn het gevolg van ons moderne geldsysteem — en dat steekt fundamenteel anders in elkaar dan in het oude Athene of het Venetië van de middeleeuwen.

In de tijd van Aristoteles fungeerden gouden en zilveren munten als geld; die kon je niet zomaar bijdrukken. In ons huidige fiat geldsysteem wordt geld echter niet meer geslagen uit edelmetaal, maar gecreëerd op een computerscherm — door leningen te verstrekken. Het moderne bankieren is dus iets heel anders dan het simpelweg uitlenen van geld. De Amerikaanse econoom Hyman Minsky zei het in 1986 al op treffende wijze: ‘om geld uit te lenen, moet een moneylender eerst geld hebben.’

"Zolang er geld verdiend kan worden met het verstrekken van een lening, wordt de digitale geldpers aangezwengeld"

In ons huidige bancaire systeem is het verlenen van krediet echter niet gelimiteerd door de bestaande geldhoeveelheid. De twee factoren gaan hand in hand: hoe meer leningen worden verstrekt, hoe meer geld er in omloop komt.

En dat levert de nodige problemen op. Of, zoals de Amerikaanse econoom Joseph Stiglitz schrijft: ‘Hoewel het moderne financiële systeem gebaseerd op fiatgeld niet lijdt onder de onzekerheden van nieuwe goudvondsten, lijdt het aan iets ergers dan dat: volatiliteit in de creatie van geld en krediet door het bancaire systeem leidt, zonder adequate regulering, tot de booms en busts die het kapitalistisch systeem hebben gekenmerkt.’ 

Commerciële banken hebben hierin een cruciale rol: zij zijn de geldscheppende instanties van onze tijd. Zolang er geld verdiend kan worden met het verstrekken van een lening, wordt de digitale geldpers aangezwengeld. De drijfveer van banken is op de eerste plaats het maken van winst; het zijn uiteindelijk toch de aandeelhouders waar ze voor werken. Zo kunnen grote hedge funds en beurshandelaren goedkoper lenen dan de gemiddelde MKB-er. Dat het nieuwe geld daardoor vooral wordt rondgepompt binnen financiële markten, is niet de zorg van de bank. De reële economie schiet er weinig mee op, maar de aandeelhouders zijn tevreden.

Geld met geld verdienen

Waar de geboorte van geld uit geld — en daarmee het vragen van rente — door Aristoteles en Thomas van Aquino nog als onnatuurlijk werd gezien, is de praktijk inmiddels uitgegroeid tot een ware kunstvorm. Hoewel het rekenen van rente ook voor moderne banken nog steeds de basis van het verdienmodel vormt, hebben creatieve techneuten daarbovenop allerlei ingewikkelde rentederivaten ontworpen. Zelfs de meeste bankiers snappen nog maar weinig van deze derivaten — maar zolang het mooie bonussen oplevert, gaat de verkoop door en wordt de morele discussie niet gevoerd. 

Dat brengt ons terug bij de hoofdvraag: wat rechtvaardigt het rekenen van rente binnen ons moderne geldsysteem? Econoom Ewoud Jansen, die eerder actief betrokken was bij de gelddiscussie op FTM, schrijft in zijn boekje  ‘Geld, schuld & banken’ dat ‘rente, net als een salaris, een vergoeding is voor het vervullen van een belangrijke economische functie. Zo valt een deel van de nationale productie toe aan hen die middelen ter beschikking stellen aan anderen.’ Hij voert hiervoor drie argumenten aan: rente is een vergoeding voor gemaakte onkosten, het lopen van risico, en het tijdelijk afstand doen van je middelen. 

Drie argumenten voor het rekenen van rente

Het verstrekken van een lening brengt kosten met zich mee. Denk daarbij aan arbeids- en administratiekosten die worden gemaakt om het proces in goede banen te leiden. Het rekenen van rente om de onkosten te dekken valt daarom goed uit te leggen. Ewoud Jansen krijgt hierin zelfs bijval van de christelijke theologen uit de middeleeuwen en islamitische juristen ten tijde van Mohammed. Zij noemden het weliswaar geen rente, maar stonden het wel toe om bepaalde ‘servicekosten’ in rekening te brengen voor het verstrekken van krediet. 

Rente wordt bovenal gezien als risicopremie. De kredietverstrekker loopt het risico dat de schuldenaar het geleende bedrag uiteindelijk niet terug kan betalen. Het is moreel goed te verantwoorden dat er een redelijke vergoeding wordt gevraagd voor het dragen van dat risico. Let wel: dit is dus geen woekerrente.

Ten derde kun je rente zien als compensatie voor opportunity costs, ook wel lucrum cessans genoemd. Deze kosten werden door verschillende christelijke denkers in de middeleeuwen al beschouwd als een rechtvaardige uitzondering voor het rekenen van rente. Als je jouw middelen aan anderen ter beschikking stelt, kun je ze zelf niet gebruiken of investeren. Het is redelijk om daar een vergoeding voor te vragen. 

Lees verder Inklappen

Het verschil tussen het rekenen van woekerrentes of het vragen van een redelijke rentevergoeding, valt op basis van deze drie posten goed te toetsen. Zo is de hoogte van een kostendekkende service fee eenvoudig vast te stellen op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten voor kredietverschaffing. Met een transparanter bankenlandschap en een golf van fintech-innovaties in het verschiet, valt zelfs te verwachten dat deze kosten in de toekomst alleen maar zullen dalen. 

Risicopremie

Het inschatten van specifieke ondernemersrisico’s blijft een kunst op zichzelf. Deze risico’s hangen immers sterk af van de aard en omvang van het betreffende bedrijf. Zolang er voldoende concurrentie tussen kredietverstrekkers is, zullen de premies dicht bij de daadwerkelijke risico’s blijven.

De hoge marktconcentratie van de Nederlandse bankensector laat op dat punt alleen wel wat te wensen over. Bedrijfsleningen zijn bovendien slechts een kleine post op de bankbalans vergeleken met hypotheekleningen en obligaties. De risicopremies die banken incasseren voor het verstrekken van deze vormen van krediet zijn een stuk discutabeler.

Zo zijn de winstmarges op hypotheekleningen nog altijd fors, terwijl het risico voor banken grotendeels wordt afgedekt door het onderpand van de aangekochte woning. Maar vooral de rechtvaardigheid van eerder betaalde rentevergoedingen op (staats)obligaties komt in het geding, wanneer we het huidige rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB) in ogenschouw nemen.

De bank doet helemaal nergens tijdelijk afstand van

Om de Europese economie bij elkaar te houden en de euro te redden, voert de ECB een lage-rentebeleid en koopt de centrale bank obligaties op. Dankzij dit beleid hebben banken en beleggers hun kredietrisico's op obligaties kunnen overdragen aan de belastingbetaler. Zodoende hebben Europese burgers de banken gered.

Dat werpt de vraag op of de reeds aan banken betaalde rentevergoedingen in de periode hiervoor wel te rechtvaardigen waren met dat risico-argument. Als risico's overgeheveld worden naar het publieke domein, juist op het moment dat gevreesde scenario's werkelijkheid worden, dan kun je niet meer spreken over 'het dragen van het risico.' In werkelijkheid droeg de belastingbetaler altijd al het risico, maar de premie daarvoor verdween in de zakken van de bank.

Opportunity costs

De belangrijkste legitimatie voor het rekenen van rente die dan overblijft, zijn de opportunity costs: een vergoeding voor het zelf niet kunnen beschikken over de uitgeleende middelen. Jansen vergelijkt in zijn boekje het uitlenen van geld met het uitlenen van een auto of hotelkamer. Wanneer je tijdelijk afstand doet van je auto, kun je er niet zelf in rondrijden; de rente compenseert daarvoor.

Binnen ons hedendaagse geldsysteem loopt deze vergelijking echter volledig spaak. Geld ontstaat pas wanneer een persoon of bedrijf een lening afsluit bij de bank. De bank doet in feite dus helemaal nergens tijdelijk afstand van: het geld bestond niet voordat de lening werd verstrekt en verdwijnt ook weer wanneer die lening wordt afgelost. Er is dus ook helemaal geen sprake van opportunity costs

Zou het zo kunnen zijn dat de natuurlijke rente gewoon nul procent is, en dat de kredietmarkt ook prima kan functioneren met een kostendekkende vergoeding of zaakspecifieke risicopremie? En dat geld met geld verdienen eigenlijk onnatuurlijk is? Misschien had Aristoteles dan toch gelijk.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Thomas Bollen

Gevolgd door 1553 leden

Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

Volg Thomas Bollen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Van wie is ons geld?

Gevolgd door 1795 leden

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

Volg dossier