Het besluit van de Europese Centrale Bank (ECB) om de rente naar 0 procent te verlagen, roept de vraag op of het überhaupt mogelijk is om de economie nog met rentemaatregelen te stimuleren. Tegelijkertijd brengt de historisch lage rentestand aanzienlijke risico’s met zich mee. Econoom Jaap Kuipers belicht de oorzaken en (mogelijke) gevolgen van het rentebeleid van de ECB, en verkent de verbanden met de toenemende inkomensongelijkheid.

    Onlangs verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) de kortlopende rente naar 0 procent. Een unicum. Het was de zoveelste stap in een stimuleringsbeleid waarmee de centrale bank al jaren probeert de economie in de eurozone een impuls te geven. Maar werkt zulk stimulerend beleid nog wel bij een rente van 0 procent? Wat als de stagnatie aanhoudt?

    Een van de hoofddoelen die de ECB met zijn stimuleringsbeleid beoogt, is om de inflatie dicht in de buurt van de 2 procent te brengen én te houden. De theoretische gedachtegang daarachter is als volgt. Als de economie sterk groeit, kan dat de inflatie opdrijven tot een niveau van boven de 2 procent. Iedereen wil dan namelijk kopen, en dat drijft de prijzen op waardoor het geld minder waard wordt. De centrale bank verhoogt in dat geval de rente, waardoor lenen duurder wordt, en dus minder aantrekkelijk. Er wordt dan minder geleend, waardoor er ook minder wordt uitgegeven. Dat dempt de koopwoede, en daarmee vertraagt de economische groei en neemt de inflatie af. Ditzelfde mechanisme werkt ook andersom: bij een lage groei, zal een rentedaling het lenen goedkoper maken, waardoor er meer wordt geleend en gekocht, en de groei wordt gestimuleerd. De rentevoet is daarmee een soort dobber. Ze beweegt mee met de deining van de economische activiteit. Stijgt de activiteit, dan stijgt de inflatie en moet men de rente laten meestijgen. Daalt de economische activiteit, dan daalt de inflatie en moet men de rente mee laten dalen.

    De laatste jaren lijkt het er echter steeds sterker op dat er een economische grens is bereikt waarbij het rente-instrument van de centrale bank geen soelaas meer biedt. Ondanks de stimulering van de laatste jaren, wil het namelijk in de verste verte niet lukken om de inflatie in de buurt van het door de ECB gewenste niveau van rond de 2 procent te brengen.

    5 procent is normaal

    De rente blééf dalen, en heeft dus inmiddels in de eurozone de 0 procent bereikt

    De rente waarmee centrale banken in het verleden hebben getracht de inflatie te beheersen, lag vaak ver boven het huidige nulpunt, historisch zo rond de 5 procent. Dat is begrijpelijk, want om je geld uit te lenen wil je natuurlijk een vergoeding. Alleen in de jaren ’70 begon de rente sterk te stijgen, zo zien we in de grafiek van de Amerikaanse 1-jaarsrente. Die forse rentestijgingen kwamen vooral door de grote olieprijsstijgingen. Olie vertegenwoordigde toen een veel groter deel van de waarde van de economie, waardoor de prijsstijgingen een sterk effect hadden op de inflatie. Om die extra inflatie te beteugelen, verhoogde de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, de rente toen sterk. Sinds de jaren ‘80 daalden de inflatie en de rente weer. Eind twintigste eeuw bereikte de rente wederom zijn ‘normale’ niveau van zo’n 5 procent. De rentedaling is sindsdien echter niet gestopt. De rente blééf dalen, en heeft dus inmiddels in de eurozone de 0 procent bereikt.
     

    Net als vroeger, willen mensen ook nu een vergoeding voor het geld dat ze uitlenen. Maar waarom blijft dan de rente dalen? Die vraag is lastig te beantwoorden, en zoals gebruikelijk zijn de economen het er niet over eens. Wel hebben ze alvast een term bedacht voor de huidige economische situatie van lage groei en lage rente: secular stagnation. Als mogelijke oorzaken noemen ze: 1) stagnerende technologische vooruitgang, 2) stagnerende demografie, 3) een volledig opgeleide bevolking, 4) inkomensongelijkheid en 5) publieke schuld. Wat echter vooral opvalt, is dat ze het nog niet weten.

    Toenemende inkomensongelijkheid

    Van al deze mogelijke factoren krijgt de sterk toegenomen inkomensongelijkheid verreweg de meeste aandacht. De Amerikaanse president Obama noemde het de grootste uitdaging van de komende eeuw. Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz zegt al jaren dat de groeiende economische ongelijkheid de belangrijke oorzaak is van de economische stagnatie. En tijdens zijn nobel-acceptatiespeech in 2013, noemde de econoom Robert Shiller de toenemende inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten en de rest van de wereld het belangrijkste probleem van dit moment. En de econoom Thomas Piketty verwierf wereldfaam met de wijze waarop hij de ontwikkeling van inkomens- en vermogensongelijkheid in de afgelopen eeuw belichtte.

    In het Verenigd Koninkrijk verdubbelde de rijkste 1 procent zijn aandeel van 7 procent naar 14 procent

    Hoe groot is eigenlijk de verschuiving van lage naar hoge inkomens? Onderstaande grafiek toont het aandeel van de hoge inkomens (vanaf circa 140.000 dollar) in het totale inkomen in de Verenigde Staten. Dat aandeel steeg sinds de late jaren ‘70 van 33 procent naar 50 procent. Het aandeel van de lagere inkomens daalde over dezelfde periode van 66 procent naar 50 procent. Deze verschuiving vindt in mindere mate ook in Europa plaats. In het Verenigd Koninkrijk verdubbelde de rijkste 1 procent zijn aandeel van 7 procent naar 14 procent. In Duitsland was de divergentie lager, maar stegen de inkomens van de rijkste 10 procent vooral tussen 2000 en 2010 (15 procent), terwijl in deze periode het inkomen van de armste 30 procent juist daalde. Deze divergentie lijkt in Nederland minder sterk. Maar hier heeft het kapitaaldekkingssysteem van onze pensioenen in de praktijk misschien wel hetzelfde effect.

    Geldpakhuizen raken steeds voller

    Hoe leidt inkomensongelijkheid tot lage rente en lage groei? Een goede illustratie daarvan is de documentaire Inequality for all van de Amerikaanse econoom Robert Reich. Daarin vertellen werknemers over hun jaarinkomen. Een buschauffeur: ‘zo’n 28 duizend dollar per jaar’. Een lerares: ‘zo’n 30 duizend dollar per jaar’. Een directeur: ‘zo’n 28 miljoen dollar per jaar’. ‘Dat geld krijg ik nooit op’, vertelde die directeur erbij. ‘Ik kan tegelijk maar in één auto rijden of maar één maaltijd eten’. Weliswaar koopt deze directeur duurdere dingen dan de buschauffeur of lerares, maar er is fysiek gezien een limiet aan wat hij in een jaar kan verbruiken en zijn inkomen ligt daar ruim boven. Het grootste deel van zijn geld wordt dus niet uitgegeven. Het verdwijnt bij wijze van spreken in zijn geldpakhuis en wordt daarmee onttrokken aan de economie. Dit is een groot verschil met de lage en middeninkomens. Die zijn allang blij als ze rond kunnen komen en geven vrijwel alles uit. Voor hen is sparen een luxe.

    Lage en middeninkomens zijn allang blij als ze rond kunnen komen en geven vrijwel alles uit. Sparen is voor hen een luxe

    Ziedaar het mechanisme van stagnatie door toenemende inkomensongelijkheid. Als op macroniveau telkens een deel van het beschikbare inkomen verschuift naar de (heel) hoge inkomens, wordt er elk jaar minder geconsumeerd. De economie slaat dan telkens weer een beetje dood. Dat proces drukt de inflatie en geeft de centrale bank ruimte om de rente te verlagen. Als dit proces zich telkens herhaalt, daalt de rente steeds verder. Het is dan feitelijk een lapmiddel om de groei nog een beetje op peil te houden.

    Dit mechanisme van lagere rente door toenemende ongelijkheid kun je ook gieten in termen van vraag en aanbod op de kapitaalmarkt. Het ‘geldpakhuis' van de rijken raakt alsmaar voller. Dat geld gaat telkens naar zakenbanken, zoals Goldman Sachs om nationaal en internationaal mee te investeren. Het aanbod van kapitaal groeit daarmee. Tegelijkertijd daalt de economische activiteit, waardoor er minder investeringsmogelijkheden zijn. Met andere woorden: het aanbod stijgt en de vraag daalt. Daarmee daalt de prijs van kapitaal: de rente.

    Het bluswater is op

    Deze vraaguitval heeft zich de afgelopen decennia onder de oppervlakte afgespeeld. We hebben in deze periode een aantal grote economische crises gezien, maar tegelijkertijd voltrok zich ondergronds een langzame stagnatie die veel weg heeft van een veenbrand. Het vuur aan de oppervlakte wordt gekoeld met bluswater (een rentedaling), maar ondergronds brandt het vuur door. En het probleem is nu dat het bluswater op is. Wat gebeurt er nu de rente op 0 procent staat?

    De verhouding tussen het hoogste en laagste salaris in bedrijven is de afgelopen decennia in alle westerse landen dan ook sterk toegenomen

    Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat de oorzaken van de toenemende ongelijkheid niet zijn weggenomen. In de Verenigde Staten speelt vooral de invloed van de hoge inkomens op het nationale beleid. Hiervan is onder andere de deregulering van banken sinds de jaren ‘80 het gevolg. Daarnaast is het vakbondslidmaatschap in de gehele westerse wereld de afgelopen decennia sterk afgenomen, en daardoor zijn de laagstbetaalden steeds verder in de verdrukking geraakt. Dat is gepaard gegaan met de trend om aan de onderkant van het loongebouw te snijden in de kosten, en de opbrengsten hiervan aan de bovenkant te verdelen. De verhouding tussen het hoogste en laagste salaris in bedrijven is de afgelopen decennia in alle westerse landen dan ook sterk toegenomen. Daarnaast hebben overnames en schaalvergrotingen gezorgd voor een concentratie van eigenaarschap. Kleine (familie)bedrijfjes zijn opgegaan in grote bedrijven. Deze ontwikkelingen zijn nog steeds gaande.

    Loonmatiging en toenemende belastingdruk

    Sinds het Akkoord van Wassenaar van 1982 is loonmatiging in Nederland het economische devies. Nog steeds heeft het woord voor veel mensen een positieve lading, niet alleen bij ons maar ook bij de Duitsers. Ons land heeft echter, net als Duitsland, al decennialang een zeer omvangrijk handelsoverschot. Blijkbaar werken we juist te goedkoop. Hiervan profiteren vooral de exporterende bedrijven. Zij kunnen met relatief lage salariskosten relatief dure producten in het buitenland verkopen. De opbrengst komt ten goede aan de bedrijfstop en de aandeelhouders. Ondanks het jarenlange handelsoverschot, is loonmatiging nog steeds het devies.

    De inkomensdivergentie heeft zich ook op netto-niveau voltrokken. De afgelopen jaren is de belastingdruk verschoven van kapitaal naar arbeid. Minister Zalm noemde arbeid zelfs de sitting duck van de belastinggrondslagen: werknemers zullen, in tegenstelling tot kapitaal, niet zo snel naar het buitenland vertrekken, waardoor je arbeid makkelijker kunt plukken. Die verschuiving komt vooral ten goede aan de hogere inkomens, die immers over veel spaargeld of vermogen beschikken. Ook deze grondslagverschuiving is nog niet gekeerd.

    Op internationaal vlak zijn de mogelijkheden voor belastingontwijking steeds sterker toegenomen

    Daarnaast zijn op internationaal vlak de mogelijkheden voor belastingontwijking steeds sterker toegenomen. Hogere inkomens maken handig gebruik van fiscale constructies om een zo groot mogelijk deel van hun bezit vrij van belasting te houden. Op soortgelijke wijze weten grote bedrijven hun fiscale afdrachten sterk te beperken door ze via belastingparadijzen te laten lopen. Daarnaast houden ze steeds meer opbrengsten aan als kasreserve. Aandeelhouders worden op die manier niet beloond via belastbare dividenduitkering, maar via grotendeels onbelaste vermogensstijging.

    Aanhoudende stagnatie dreigt

    De sterk toegenomen inkomensgelijkheid heeft de afgelopen decennia gezorgd voor sterk afgenomen economische activiteit in de westerse wereld. Uitgaven nemen af, besparingen nemen toe en de dalende rentevoeten op de internationale kapitaalmarkten zijn hiervan het spiegelbeeld. Als de scheefgetrokken inkomensverdeling niet snel wordt aangepakt, zal de economische stagnatie zich voortzetten. Dat zal onvermijdelijk leiden tot toenemende werkloosheid in de gehele westerse wereld. Dit kan een onwelkome ontwikkeling zijn in een tijd waarin veel mensen ontevreden zijn over de toenemende immigratie, een sentiment dat wellicht deels valt toe te schrijven aan het decennialang niet meedelen in de economische groei — een ontwikkeling die zó ver is voortgeschreden dan we er inmiddels aan gewend zijn dat een postbode met een volledige baan zijn gezin niet meer kan onderhouden. De huidige onvrede zou wel eens grotere vormen kunnen aannemen als er ook nog grootschalige werkloosheid optreedt.

    Iedereen die geld wil lenen, heeft dat al lang gedaan

    Het is mede om een dergelijke escalatie te voorkomen dat de Europese Centrale Bank zich al jarenlang inspant om de economie te stimuleren. Ze bedient zich daarvoor van de twee traditionele instrumenten. In de eerste plaats koopt de ECB staatsobligaties op van investeerders in ruil voor nieuw gedrukt geld, in de hoop dat de investeerders een deel van dit nieuwe geld zullen uitgeven. Het tweede instrument is bovengenoemde renteverlaging, die het goedkoper zou moeten maken om geld te lenen zodat mensen meer gaan lenen en uitgeven. Investeerders zijn echter geen consumenten met een laag- of middeninkomen, die het geleende geld meteen weer uitgeven. En iedereen die geld wil lenen, heeft dat al lang gedaan. Lenen is namelijk al een tijd lang spotgoedkoop. Door het nóg goedkoper te maken, zullen weinig mensen nog van gedachten veranderen.

    Consumptiewensen uitgesteld

    Zitten we dan muurvast in deze economische werkelijkheid? Nee. Economie en samenleving zijn menselijke creaties, die door menselijk handelen kunnen worden bijgestuurd. Fatalisme speelt juist degenen in de kaart die momenteel garen spinnen bij de status quo. Bovendien gaat het om een probleem dat goed beschouwd te gek voor woorden is. Er wordt te weinig geld uitgegeven. Maar wie wil er nu geen geld uitgeven? Het antwoord is: de mensen die al veel geld hebben. Hun consumptiewensen zijn al grotendeels bevredigd. Consumptiewensen zitten juist aan de onderkant, zoals het verduurzamen van je huis. Deze wensen worden uitgesteld omdat daarvoor onvoldoende budget is. De beste manier om de economie te stimuleren is daarom ervoor te zorgen dat de scheefgetrokken inkomensverdeling wordt rechtgetrokken en dat de oorzaken ervan worden weggenomen. Als de mensen met de laagste inkomens structureel meer te besteden krijgen, wordt het beschikbare geld wél uitgegeven. Dan stijgt de economische activiteit en zal ook de rente weer stijgen.

    Met een rente van 0 procent hebben we de bodem bereikt

    Met een rente van 0 procent hebben we de bodem bereikt. Voortaan zouden mensen beloond moeten worden om geld te lenen, en dat kan niet de bedoeling zijn. Het traditionele instrument van de centrale banken, de renteverlaging, werkt niet meer en de onderliggende oorzaak wordt niet weggenomen. Op deze manier zal de rente voorlopig nog wel even laag blijven, en de economische activiteit ook. Het maakt niet uit wat je politieke kleur is, bij deze economische inrichting is niemand gebaat. Het is dan ook de hoogste tijd om onze koers te verleggen.

    Over de auteur

    Jaap Kuipers (39) studeerde algemene economie en politieke filosofie. Hij is werkzaam bij een economisch onderzoeksbureau dat actief is op het gebied van overheidsfinanciën en schrijft op persoonlijke titel.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 294 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De ECB-miljarden

    Gevolgd door 862 leden

    Bij wie komen de miljarden aan publiek geld terecht? Het monetair beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) lijkt een ver-va...

    Volg dossier