© ANP/Jacek Turczyk

‘Reset’ van handelsbeleid begint met niet ondertekenen van CETA

    Zeer tegen de zin van veel Europese burgers, zet de Europese Unie stevig in op de handelsverdragen CETA en TTIP. De effecten van deze verdragen, zowel in positieve als negatieve zin, zouden echter lang zo groot niet zijn als verwacht, schrijven Hella Hueck en Robert Went. En moet Nederland überhaupt wel internationale handelsverdragen sluiten als zelfs de Nederlandse regering pleit voor stevige herziening van het handelsbeleid?

    'Wat vinden jullie zelf eigenlijk van TTIP: is het een zegen of een vloek?' Dat was de slotvraag aan het eind van een leuk gesprek met een zaal vol scholieren op het Kaj Munk college in Hoofddorp. We waren al op veel vragen ingegaan. Over de bedoeling van TTIP. Over de geclaimde voor- en nadelen. Over het geschillenmechanisme ISDS en ICS (‘ISDS-light’). Over democratie. Over het geopolitieke argument voor TTIP. En over wat je zelf kunt doen als je betrokken bent bij de toekomst van onze handel. Aan het einde van de bijeenkomst werd om een voorlopig oordeel gevraagd. Wat vinden jullie, als je nu moet kiezen?

    Het formele antwoord is natuurlijk dat er nog geen verdrag is. Maar we weten natuurlijk wel het een en ander. Een zegen wordt TTIP sowieso niet. De eventuele economische baten — er is discussie over de vraag of die er überhaupt komen — zijn in elk geval klein. Over tien jaar levert het verdrag ons een kopje koffie per week op, hebben we al eens voorgerekend. TTIP is geen project om de groei in Europa aan te jagen, ook al is die indruk wel gewekt.

    Zowel voorstanders als tegenstanders van TTIP en CETA claimen soms te veel

    Is TTIP dan een ramp? Nou nee, dat is ook overdreven. Zowel voorstanders als tegenstanders van TTIP claimen soms te veel. Hetzelfde geldt voor CETA, het verdrag tussen de EU en Canada waar volgens onderzoek van Foodwatch de meeste Nederlanders nog nooit van hebben gehoord. De eventuele baten van CETA zijn marginaal, maar het verdrag betekent echt niet het einde van het Nederland van nu. Daar zijn we nog altijd zelf bij.

    Meer beschermende maatregelen

    De emoties lopen in sommige Europese landen hoog op over TTIP en CETA, en in de VS is datzelfde aan de hand met TPP, het voorgenomen handelsverdrag tussen landen rondom de Stille Oceaan. Het dominante verhaal in de media en van onder andere het IMF is op dit moment dat veel burgers zich tegen globalisering keren en dat daardoor destructief protectionisme dreigt. De website van Global Trade Alert, waar real time handelsmaatregelen van overheden worden bijgehouden, laat inderdaad zien dat er meer beschermende maatregelen worden ingevoerd dan er worden opgeruimd. De Verenigde Staten zijn daarin koploper. Sinds 2008 heeft de regering van Obama ruim 650 beschermende maatregelen genomen, en dat is meer dan landen als India en Rusland. Ook Nederland beschermt z’n thuismarkt: tegenover 76 liberaliserende maatregelen staan volgens de Global Trade Alert 266 protectionistische maatregelen.

    Het nieuwe normaal

    De vraag is: zijn deze maatregelen inderdaad ‘destructief’? De internationale handel groeit al een jaartje of vijf minder dan in de decennia daardoor. Wen er maar aan, schreven onderzoekers van de Europese Centrale Bank vorige maand, want dit is het nieuwe normaal. Er is namelijk een aantal structurele oorzaken voor de geringe groei van handel — oorzaken die losstaan van beschermende maatregelen:

    1.    Opkomende economieën worden volwassener.

    Opkomende landen zijn de afgelopen tien jaar meer met elkaar gaan handelen in plaats van met ontwikkelde economieën zoals Europa. Zo vindt een groeiend aantal Chinese auto’s zijn weg naar landen als Brazilië, Egypte en Zuid-Afrika.

    2.    Waardeketens zijn geen aanjager meer van extra handelsgroei.

    In de jaren ’90 kwam het produceren in internationale waardeketens op; zo bestaat de iPhone uit componenten uit meer dan 20 landen. Deze ontwikkeling leidde tot veel extra handel, maar nu de ketens er zijn is dit effect weggevallen. Bovendien worden consumenten steeds kritischer: worden producten wel duurzaam geproduceerd en is er geen kinderarbeid aan te pas gekomen? Steeds meer bedrijven ontdekken bovendien een belangrijk risico van ketens: dat de hele boel stilvalt als er met één onderdeel iets misgaat. De Europese Centrale Bank (ECB) houdt er daarom rekening mee dat bedrijven hun ketens weer wat korter zullen maken om meer controle te kunnen houden. De UNCTAD, het VN-orgaan voor handel en ontwikkeling, noemt dat in haar onlangs verschenen Trade and Development Report 2016 ook een belangrijke reden voor de geringere groei van handel.

    Nieuwe protectionistische maatregelen spelen maar een kleine rol in de afname van de handelsgroei

    3.    Effect handelsverruimende maatregelen neemt af.

    Aan het verlagen van transportkosten, een belangrijke aanjager van handelsgroei, komt een keer een eind. En opkomende landen die tot de wereldhandelsorganisatie WTO zijn toegetreden, zijn ook al ver gevorderd met het opheffen van handelsbelemmeringen. Daar zijn geen grote bijdragen aan de groei van de handel meer van te verwachten, zeggen de onderzoekers van de ECB.

    Bottomline: nieuwe protectionistische maatregelen van landen spelen maar een kleine rol in de afname van de groei van handel. En TTIP of CETA zullen daar zelfs in de meest optimistische — en onwaarschijnlijke — scenario’s echt geen verandering in brengen.

    Handelsfundamentalisme

    Het meest knellende probleem van de wereldeconomie is op dit moment niet dat economieën zich van elkaar afsluiten, schrijft Harvard-econoom Dani Rodrik in de New York Times, maar het gebrek aan legitimiteit van globalisering. Een voorbeeld? Uit het onlangs verschenen 35e kwartaalonderzoek over de stemming in Nederland van het SCP blijkt dat hogeropgeleiden veel positiever zijn over globalisering dan mensen met hooguit een mavo-opleiding: 83 procent van de academici verwerpt de stelling dat globalisering vooral nadelen heeft 'voor mensen zoals ik', tegenover slechts 22 procent van de lager opgeleiden.


    Dani Rodrik, Harvard-econoom

    "Het meest knellende probleem van de wereldeconomie is het gebrek aan legitimiteit van globalisering"

    Nog een keer gaan uitleggen dat de sceptici het niet goed begrepen hebben, waar het IMF toe oproept, zal niet werken bij mensen die zichzelf tot de sociaal-economische verliezers rekenen. Het is zelfs contraproductief. We hebben geen tijd voor dit soort ‘handelsfundamentalisme,’ zegt Rodrik. Er moet een betere balans komen tussen globalisering en nationale autonomie: ‘Wat een populist als Trump gevaarlijk maakt, zijn niet zijn specifieke voorstellen over handel. Maar zijn plannen dragen niet bij aan een coherente visie op hoe de Verenigde Staten en een open wereldeconomie naast elkaar kunnen gedijen.’

    Nieuwe verkeersregels

    Velen wijten de toenemende ongelijkheid en stagnerende inkomens (mede) aan globalisering. Het verhaal is echter ingewikkeld, en de rollen die technologie, globalisering en nationaal beleid daarin spelen zijn moeilijk los van elkaar te zien. Wel lijkt het erop dat globalisering een doel op zich is geworden. Rodrik pleit al langer voor nieuwe verkeersregels voor globalisering, met meer ruimte voor democratische nationale keuzes en eigen voorkeuren, standaarden en normen.

    Als alleen de winnaars van globalisering profiteren, is het geen goede deal

    Kritiek is er ook van de bekende econoom Jeffrey Sachs. Ik geloof in internationale handel,’ schrijft hij in The Boston Globe, ‘maar ik ben een tegenstander van TPP en TTIP.’ Een grote draai, want Sachs was indertijd groot voorstander van NAFTA, een handelsovereenkomst uit 1993 tussen Mexico en de Verenigde Staten. Ondertussen zijn vriend en vijand het er echter over eens dat NAFTA honderdduizenden Amerikaanse banen heeft gekost. Het grootste bezwaar van Sachs is dat handelsovereenkomsten niet los gezien moeten worden van de overheidsbegroting, zoals nu gebeurt. ‘De Verenigde Staten hebben nog geen belastingbeleid om ervoor te zorgen dat een handelsovereenkomst voor het hele land voordeel oplevert.’ De opbrengst kan door handel groter worden, maar als alleen de winnaars van globalisering daarvan profiteren is het geen goede deal.

    In Nederland heeft de Sociaal-Economische Raad in een unaniem aangenomen rapport over TTIP een aantal mooie uitgangspunten op een rij gezet voor handelsverdragen. Tegelijk roept minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) op tot een ‘reset’ van handelsbeleid. Wat ons betreft zou het daarbij in elk geval moeten gaan om meer aandacht en betere instrumenten om de verliezers van globalisering te compenseren. Nog mooier zou zijn dat we zoeken naar betere verkeersregels voor globalisering, zodat er minder of geen verliezers meer zijn. Daarnaast vinden we het essentieel om ruimte te bieden aan nationale voorkeuren, nu het bij handelsvragen steeds meer over standaarden en normen gaat (tarieven zijn meestal al afgeschaft of spelen nog slechts een marginale rol). Consumentenorganisaties en vakbonden zouden van begin tot eind een plaats en stem moeten hebben in het proces waarmee verdragen tot stand komen, want nu hebben vooral grote bedrijven daarop veel invloed. En ISDS en ICS zouden geschrapt moeten worden, want die perken de soevereiniteit van landen in en zijn niet meer van deze tijd.


    "Consumentenorganisaties en vakbonden zouden een plaats en stem moeten hebben in het onderhandelingsproces, nu hebben vooral grote bedrijven daarop veel invloed"

    Symbolische waarde

    Maar wat betekent dat voor TTIP en CETA? Je kunt redeneren dat de Tweede Kamer CETA in meerderheid heeft goedgekeurd, en dat ‘slechts’ een aantal duizenden mensen ertegen te hoop loopt op een demonstratie (hoe groot was de demonstratie van de voorstanders ook al weer?), dus vooruit met de geit. Maar als de meeste mensen in het land niet weten wat CETA is, als de economische baten van CETA heel klein zijn (als ze er al zijn), als zoveel mensen zich ongemakkelijk voelen bij het verdrag, en als tot op het hoogste niveau door beleidsmakers over een ‘reset’ van handelsbeleid wordt gedacht en gepraat, is het dan geen mooie investering in het draagvlak voor inclusieve globalisering om er toch maar vanaf te zien?

    Canada valt buiten de top 10 van grootste handelspartners van de EU, maar de symbolische waarde van CETA is veel groter, schrijft het FD: ‘Ondertekening laat zien dat de EU nog handelsverdragen kan sluiten.’ Maar dat kun je ook omkeren. CETA nu niet ondertekenen geeft aan de rest van de wereld het sterke signaal af dat de EU niet alleen praat over een reset van handelsbeleid, maar daar ook serieus werk van gaat maken.

    Over de auteur

    Robert Went

    Robert Went is econoom en werkt bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

    Lees meer

    Volg deze columnist
    Over de auteur

    Hella Hueck

    Hella Hueck (1972) is financieel-economisch journalist. Zij werkte ruim tien jaar als verslaggever voor RTL Nieuws en present...

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Internationale vrijhandelsverdragen

    Gevolgd door 316 leden

    Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid