Inkomensongelijkheid groter dan gedacht

    De inkomensongelijkheid in Nederland is groter dan tot nu toe wordt aangenomen omdat een deel van het inkomen van rijke Nederlanders in de CBS statistieken niet wordt meegenomen, zo ontdekte Follow the Money.

    Meten is weten, zo luidt een aloude tegeltjeswijsheid. Daaruit volgt automatisch het nuancerend tegeltje: we weten slechts wat we meten. IJverig bediscussiëren politici en commentatoren de cijfers over de Nederlandse inkomensongelijkheid, maar weinigen van hen zullen op een frisse zomeravond eens de dikke CBS-boekwerken met methodebeschrijvingen doornemen. Hoe onze cijfers tot stand komen, is aanzienlijk minder interessant dan het eindresultaat — een Gini index; de x procent bezit x procent. Bij een Gini-index van 1 heeft elke persoon in een land evenveel inkomen, bij een gini vam 100 heeft 1 persoon alle rijkdom in handen.  De Gini-index is dé algemeen gebruikte maatstaf voor inkomensongelijkheid.

    Nederlandse inkomensongelijkheid lijkt laag

    De Gini-index voor Nederland ligt al zo'n twintig jaar rond de dertig, extreem laag, zo blijkt uit cijfers van de CIA.  De inkomensongelijkheid is in Nederland volgens de officiele cijfers zelfs gedaald, van 32,6 in 1994 naar 32, 6 in 2007. In de Verenigde Staten is een omgekeerde trend zichtbaar, van 40.8 in 1994 naar 45 in 2007. Deze verschillen zijn ten dele te verklaren uit de verschillende berekening van de inkomensongelijkheidstatistieken, blijkt uit een analyse van Follow the Money. Bij de Nederlandse gegevens over inkomensongelijkheid blijken de statistische details namelijk zeer belangrijk. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) neemt namelijk niet alle vormen van inkomen mee bij het berekenen van de inkomensongelijkheid. Als Nederlandse statistici dezelfde methoden zouden gebruiken als in de Verenigde Staten, dan zou de verdeling aanzienlijk schever zijn. Dat kan, legt Wim Bos van de afdeling inkomensstatistiek van het CBS uit, omdat ieder statistisch bureau in hoge mate haar eigen definities maakt. ‘Wat betreft de inkomensdefinitie zijn er betrekkelijk weinig internationale afspraken,’ aldus Bos.

    Wat we niet zien

    Het CBS neemt bijvoorbeeld de vermogenswinst niet mee in haar berekening van het inkomen. Een vermogenswinst ontstaat, zoals de naam al doet vermoeden, wanneer iemand zijn aandelen of ander bezit met winst weet te verkopen. Het CBS neemt wel inkomen uit vermogen (winstuitkeringen, rentebetalingen, huurinkomsten etcetera) mee, maar niet de winst op verkoop van aandelen of obligaties. Zulke vermogenswinsten zien de statistici als ‘incidentele baten’, net als bijvoorbeeld loterijwinsten en erfenissen (die ook niet in de inkomensstatistiek zitten).
    'We weten slechts wat we meten'
    Vermogenswinsten concentreren zich uiteraard met name bij mensen met veel bezit, dus aan de top van de vermogensverdeling. Dit verklaart ook waarom volgens het CBS ongeveer de helft van alle huishoudens met een vermogen van meer dan tien miljoen euro een besteedbaar inkomen van minder dan een ton had. De meest vermogende Nederlanders hoeven in het grootboek van het CBS geen inkomen te hebben om toch inkomen te hebben. Een voorbeeld: de vier eigenaren van TomTom brachten in 2005 hun bedrijf naar de beurs en haalden samen 343 miljoen euro op. Een flinke klapper die hen linea recta op de Quote 500 rijkenlijst katapulteerde. Maar een klapper die het CBS niet als inkomen meeneemt en om die reden onzichtbaar blijft. De miljardendeal van John en Joop met Telefonica? Nee, die bestaat niet voor het CBS. De Telfortdeal die Marcel Boekhoorn een half miljard opleverde ook niet.   Best raar. En er is meer met het registreren van vermogenswinsten aan de hand. Bedrijven geven steeds vaker hun winst terug aan de aandeelhouder door eigen aandelen in te kopen. Het inkopen van eigen aandelen zorgt uiteindelijk voor meer vermogenswinst, maar dit blijft dus ongezien in de statistiek. Stel dat Phillips in plaats van 1 miljard euro aan winst uit te keren aan aandeelhouders, 1 miljard euro aan aandelen terugkoopt van aandeelhouders. In principe moet het ongeveer hetzelfde effect hebben – aandeelhouders worden 1 miljard rijker – maar niet in de CBS statistiek. Het CBS zou best cijfers over vermogenswinsten willen publiceren, aldus Wim Bos, maar kan dat niet. ‘Zaken die niet belast worden, nemen wij ook niet waar,’ legt hij uit. En daar zit de crux. Want in bijvoorbeeld de Verenigde Staten moet men vermogenswinst gewoon aangeven bij de belastingdienst. In Nederland doen we daar niet aan. We rekenen voor het gemak met een fictief rendement en belasten dat. De Belastingdienst weet dus niet eens wat iemand aan vermogenswinst maakt. En daarom weet het CBS het ook niet.

    Out-of-the-box

    Een tweede probleem met de statistiek is het Box 2 inkomen. Aangezien inkomen uit het eigen bedrijf in Nederland pas wordt belast op het moment dat iemand zijn aandelen verkoopt of dividend uitkeert, is het dikwijls aantrekkelijk om, zolang dit kan, winst in het bedrijf te laten zitten. De commissie-Dijkhuizen, die in 2013 onderzoek deed naar hervorming van het belastingstelsel, constateerde dat grootaandeelhouders ‘op grote schaal’ gebruik maken van winstinhouding om belasting uit te stellen. De commissie becijferde dat DGA-ondernemingen  in 2010 potentieel 13,4 miljard euro aan winst konden uitkeren, terwijl directeur-grootaandeelhouders (DGA) in dat jaar maar 3,6 miljard euro aan inkomen aangaven. Het gros van de winst bleef dus – met goede fiscale redenen - in de onderneming zitten. Toegenomen ondernemingsvermogen wordt echter ook niet meegenomen in de inkomensstatistiek. Dat is op zich logisch, maar het geeft wel te denken. Stel dat je in land A een belastingstelsel hebt dat het sparen in privé bevordert en in land B een belastingstelsel dat sparen in het eigen bedrijf bevordert. Dan zal in land B de inkomensongelijkheid – voor zover bedrijfseigenaren tot de hogere inkomensgroepen behoren – altijd lager uitvallen. Maar er is meer: het CBS neemt winstuitkeringen en vermogenswinst in box 2 groter dan een kwart miljoen euro niet mee om ‘statistische en conceptuele redenen’. Een eigenaar van een groot eigen bedrijf die zichzelf een fors dividend uitkeert, zal in de statistiek ongezien blijven. Wederom, omdat dit volgens het CBS ‘incidentele baten’ betreft. Het CBS geeft desgevraagd aan dat ze niet weet hoe groot de onderschatting is die dit oplevert. Hoe dan ook zal ook dit met name aan de top van de inkomensverdeling tot onderschattingen leiden.

    Conclusie

    Om te zien wat voor impact dit kan hebben, is het raadzaam eens naar een land te kijken dat wel vermogenswinst meeneemt in haar statistiek. Saez en Piketty hebben het inkomen van de rijkste 0,01 procent van de Amerikanen onderverdeeld naar inkomensvormen. Wat blijkt: de belangrijkste bijdrage aan het toegenomen inkomensaandeel van de rijkste 0,01 procent is vermogenswinst (in het donkerrood). Ook inkomen uit eigen onderneming (onze box 2; in deze grafiek in het rood) blijkt een grote bijdrage te leveren. Beiden worden in Nederland om voorgenoemde redenen niet meegenomen dan wel onderschat.   nulpuntnuleenprocent   Kortom, Nederland laat een aantal belangrijke inkomensvormen weg uit haar inkomensstatistiek waardoor de meeste prominente leden van de Quote 500 rijkenlijst in gelijksoortige grafieken nauwelijks een rol van betekenis spelen. Hoe groot de impact hiervan is, valt onmogelijk met exactheid te stellen. Dat deze in potentie groot kan zijn illustreert in ieder geval de Verenigde Staten en dat zou op zijn minst voer voor discussie moeten opleveren.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren