Risicobesef banken verzuipt in een vloedgolf van regeltjes [interview]

Toezichthouders en centrale banken zijn met een stortvloed aan nieuwe regelgeving gekomen om een nieuwe kredietcrisis beter te bezweren. Hoogleraar Risicomanagement Theo Kocken maakt zich zorgen: 'De grootste ramp is dat de regelgeving zo omvangrijk wordt en compliance zo overbelast raakt, dat niemand meer nadenkt over echte risico’s'.

Risicomanagement staat, sinds de kredietcrisis, in Brussel, Bazel en Den Haag hoog op de agenda's. Dat is mooi, maar aan het thema zelf kleven óók de nodige risico's. Het doel is nobel. De weerbaarheid van financiële instellingen moet omhoog, want we willen niet weer massale staatssteun uit de kast hoeven halen om systeembanken overeind te houden. De Europese Centrale Bank voert nu stresstesten uit, eist via Basel III hogere kapitaalbuffers, bonussen worden beperkt en de voorheen ongereguleerde derivatenmarkt krijgt te maken met nieuwe regelgeving in de vorm van de European Market Infrastructure Regulation (EMIR).

Maar Theo Kocken (50), hoogleraar Risicomanagement voor Institutionele Beleggers aan de Vrije Universiteit, maakt zich zorgen. Hij vreest dat box ticking de boventoon voert. Met andere woorden: dat deze exercitie bij de banken ontaardt in een exercitie afvinken van door de toezichthouder opgelegde regeltjes waaraan is voldaan. Zonder zelf na te denken waaróm die regeltjes er zijn. Kocken heeft dagelijks te maken met, vaak nieuwe, acties uit Den Haag, Brussel en Bazel. Als oprichter en directeur van het risicomanagementbureau Cardano helpt hij Nederlandse en Britse pensioenfondsen, maar ook banken en verzekeraars, op het gebied van risicomanagement. Praktijkervaring deed hij in de jaren negentig op als Hoofd Market Risk bij ING en Rabobank International. Als econometrist schreef Kocken in de loop der jaren meerdere boeken en publicaties over risicomanagement waarin hij waarschuwde voor de toenemende complexiteit van derivaten, de onhoudbaarheid van het huidige pensioenstelsel en het gevaar van de steeds groter wordende afhankelijkheid van de zogeheten Value-at-Risk (VaR).  

 

Wie hebben het nu drukker: risk managers of compliance officers?

Kocken: ‘Beiden zijn te druk. En te druk met de verkeerde dingen. Het probleem is dat er de laatste jaren ontzettend veel nieuwe regels zijn bijgekomen. Daar kan compliance niks aan doen, additionele regelgeving op zichzelf kan ook zinnig zijn, maar de som van alle regelgeving is gewoon teveel. Vroeger was die nog principle-based, maar dat is inmiddels veranderd in uitgeschreven rule-based regelgeving. Die trend is wereldwijd waar te nemen bij nieuwe regelgeving vanuit Brussel, met de kapitaalseisen van de Bank for International Settlements in Bazel en toezichthouders zoals De Nederlandsche Bank [DNB] en Autoriteit Financiële Markten [AFM]. Compliance krijgt steeds meer werk. Dat is natuurlijk fijn voor ze, ik ben alleen bang dat er daardoor op boardniveau nog minder nagedacht wordt over de echte risico’s. Het draait niet meer om goede principes van risk management, maar om het naleven van een overkill aan wetgeving. Ik vind dat compliance zelf ook moet gaan klagen dat de effectiviteit afneemt.’

'Het draait niet meer om goede principes van risk management, maar om het naleven van een overkill aan wetgeving'

Wat merkt u zelf van de toegenomen regeldruk?

‘Ik hoor mensen in de bankwereld en bestuurders bij pensioenfondsen klagen over de regeldruk. Er zijn zoveel nieuwe bankregels bijgekomen dat ze moeten gaan kiezen welke ze wel en welke ze niet gaan implementeren. “We kunnen het niet eens meer bijhouden, zoveel pagina’s komen er per dag aan nieuwe regelgeving bij. We moeten aan zoveel extra eisen voldoen,” zeggen ze. Banken, verzekeraars en pensioenfondsen zijn alleen maar bezig met het implementeren van regels. De focus ligt nu op box ticking, maar kijk eens hoe banken zoals Citibank in de Amerikaanse huizencrisis helemaal de mist ingingen. Kees Cools van Tilburg University heeft daar laatst onderzoek naar gedaan: De grote banken die het hardst onderuit gingen in 2008 waren het meest “governance compliant”, maar intussen wel bezig zichzelf op te blazen. Ik zeg daarmee niet dat compliance niet relevant is, maar het geeft wel aan dat meer regels geen nieuwe crisis voorkomen.’

In hoeverre vormt de regeldruk een bedreiging voor risicobeheer?

‘Banken moeten allerlei data opleveren bij de AFM, DNB en ESMA [European Securities and Markets Authority]. Daarna wordt er bij de toezichthouders nagedacht wat ze nu precies met die data gaan doen. Het is gewoon: veel data opleveren en dan is het goed. Dit geeft mensen “Illusion of Control”. Het komt neer op box ticking, maar daardoor wordt niet meer goed nagedacht over wát er nu echt verkeerd is gegaan in 2008. Of verkeerd kan gaan in de toekomst. Wat is er nu aan de hand met de hoge aandelenmarkten en quantative easing [het opkoopprogramma van centrale banken om kapitaal te verschaffen aan banken, red.]? Wat zijn daarvan de risico’s? Waar is een nieuwe crisis zich aan het ontwikkelen? Dat zijn belangrijke vragen om over na te denken, die haal je niet uit data uit het verleden. De grootste ramp die ik zie gebeuren, is dat de regelgeving zo omvangrijk wordt, en compliance zo overbelast raakt, dat er niet meer wordt nagedacht over echte risico’s. Als het niet verandert dan gaan we een nieuwe crisis tegemoet.’

Het zelfcorrigerende mechanisme van de financiële industrie lijkt tekort te schieten, gezien de grote schaal waarop bijvoorbeeld derivaten werden verkocht aan MKB-ers en semi-overheidsinstellingen. Illustratief is ook het schandaal bij woningcorporatie Vestia waar Deutsche Bank de woningcorporatie heeft overladen met derivaten. Is meer regelgeving noodzakelijk?

‘Professionals zoals pensioenfondsen boven de een miljard moeten natuurlijk wel derivaten kunnen gebruiken, ze moeten hun risico’s kunnen afdekken. Maar het is absurd dat woningcorporaties voor miljarden aan kredietderivaten hebben. Als zij complexe derivaten gebruiken, moet dat onder toezicht van DNB komen te staan. Het MKB moet je nooit met derivaten opzadelen, daar hebben ze te weinig kennis voor. Het is bovendien idioot om bij een lening met variabele rente van een miljoen een renteswap van een miljoen af te sluiten om de rente te fixeren. Geef de MKB-er gewoon een vastrentende lening in plaats van twee producten die hetzelfde opleveren.’

Verbieden dus.

‘Ja, derivaten voor het MKB moet je verbieden. De enige die daar echt iets tegen kan doen, is DNB die kan eisen dat instellingen stoppen met de verkoop van zulke voor leken te complexe producten.’

U hebt te weinig vertrouwen in de zorgplicht van banken?

‘Als de één het niet aanbiedt, doet de ander het wel. Die pakt dan de winst en dan ontstaat er altijd weer druk bij degene die niet meedoet. Peer pressure is een enorm krachtig en nauwelijks te stoppen proces. Moraliteit wordt dan een schuivend vlak. Door toezicht moeten zulke extremen op de financiële markten eruit gehaald worden.’

Brussel heeft zich nu met de EMIR-regelgeving ook gestort op de voorheen ongereguleerde derivatenmarkt. Er moet gerapporteerd worden en gehandeld via central clearing platformen. Wat is de impact daarvan?

‘Brussel vindt de derivatenwereld ondoorzichtig, dat is terecht, dus ze gaan met central clearing platformen werken. Alle financiële contracten en informatie van tegenpartijen moeten in verschillende vormen gerapporteerd worden. Maar er moet ook verplicht gehandeld worden op een zeer klein aantal centrale platformen. Die platformen worden zelf systeemrisico’s indien dit niet goed doordacht wordt.’

Pensioenfondsen zijn nog tot halverwege 2015 vrijgesteld voor central clearing, maar de lobby is op gang gekomen om de vrijstelling te verlengen. Waarom?

‘Pensioenfondsen worden dadelijk gedwongen om op een klein aantal platforms te handelen, maar mogen ook geen obligaties meer als onderpand geven. De banken die de platforms runnen, willen graag cash dus dat komt ze goed uit. Het vereist echter dat pensioenfondsen hun obligaties gaan repo-en [omzetten, red] naar cash. Dan komt er een enorme druk op die repo markt, want alle pensioenfondsen moeten dagelijks hun obligaties omzetten naar cash om te kunnen handelen op het centrale platform. Je hebt dan wel het ene gat – de ondoorzichtigheid van de derivatenhandel – gedicht, maar het leidt aan de andere kant tot instabiliteit. Wat als de repo-markt opdroogt? Wordt het dan niet een veel grotere ramp dan we ooit hadden kunnen voorzien? Als je nu een pre-mortem zou moeten schrijven dan is dit het.’

'Het nieuwe systeem kent een systeemrisico en dat is altijd levensgevaarlijk'

Waarin schuilt het grootste gevaar?

‘In het algemeen geldt dat als je gaat centraliseren, en daar zit één fout vanuit die top, dat impact heeft op de hele wereld. Het nieuwe systeem kent een systeemrisico en dat is altijd levensgevaarlijk.’

Het voordeel is wel dat centraal toezicht makkelijker te bewerkstelligen is.

'Dat is de pluskant, ja. Het rapporteren via een centraal platform vind ik ook helemaal niet fout, maar het gaat te snel door ook handelen te centraliseren. En als er een fout in het design zit – zoals mogelijk in de repovereisten – is dat desastreus. Je kunt beter lokaal kleine foutjes maken dan centrale fouten. Dat is de kern van mijn filosofie. Maar we neigen ernaar alles te centraliseren. Neem de centrale banken. Als dadelijk blijkt dat de centrale banken, inclusief Mario Draghi bij de ECB, een fout hebben gemaakt met alle opkoopprogramma’s dan zijn de gevolgen niet te overzien. De centrale banken in Europa, de Verenigde Staten en Japan zijn met één groot en bijna identiek experiment bezig. Hyperinflatie à la de Weimarrepubliek is dan niet uitgesloten. Of een andere ramp door deze enorme top-down systeem-aanpak. Kijk, Alan Greenspan heeft toegegeven dat hij 30 jaar lang dacht dat deregulering goed was, maar erkende dat hij een fout in zijn model heeft gemaakt waardoor de financiële wereld nu op zijn gat ligt. Het geeft aan dat niet alles gecentraliseerd moet worden. Ik zou juist kiezen voor kleinere banken die failliet kunnen gaan. Zorg dat de depositohouders niet de dupe worden en maak een paar overheidsbanken met een nutsfunctie. De focus ligt nu helaas vooral op regelgeving en aan box ticking doen om vooral maar compliant te zijn.’

Wat zijn de grootste uitdagingen voor risicobeheer?

‘Alle value at risk modellen met normale verdelingen, die nog steeds mainstream zijn, moeten vervangen worden door modellen van instabiliteit, maar die zijn er nog niet. Zolang die er nog niet zijn moet je met scenario’s en de bijbehorende consequenties werken. Er moet gedacht worden in termen van een niet-stabiele wereld waar dingen helemaal kunnen omslaan. Alles wat je vandaag meet is zinloos in een stresssituatie. Als het fout gaat, trekt iedereen bijvoorbeeld zijn aandelen terug, maar dat is niet omdat die bedrijven het zo slecht doen. Het is “complexiteit”, de dynamiek van groepen. Het is belangrijk scenario’s in kaart te brengen en daar op te handelen door middel van verzekeringen of derivaten of door ervoor zorgen dat je het kunt opvangen via buffers of goede living wills te hebben.’

Waarom moet u er als externe partij aan te pas komen om bij financiële instellingen tot andere risk management inzichten te komen? Waarom is daar geen intern mechanisme voor?

‘De geschiedenis leert dat financiële instellingen de grootste neiging hebben om overoptimistisch te worden, teveel risico te nemen en te fragiel te worden en kapot te gaan. Om de tien, twintig jaar zijn er grote savings & loan-achtige crises. Dat hebben ze telkens niet zelf kunnen voorkomen. Externe visie op instabiliteit van de organisatie helpt sterk.’

‘De geschiedenis leert dat financiële instellingen de grootste neiging hebben om overoptimistisch te worden'

De kredietcrisis ligt nu nog vers in het geheugen, maar zullen uw adviezen niet steeds meer vervagen zodra het aantal ‘crisisvrije’ jaren toeneemt?

‘Mensen kwamen na de crisis naar ons toe met de vraag: “Jullie hebben anderen zo goed geholpen, kunnen jullie mij nu ook helpen? Nou, ik kan mensen preventief helpen, maar ik kan ze niet aan hun haren uit het moeras trekken. Maar als er vervolgens weer jarenlang goede rendementen worden behaald, neemt de euforie weer toe, overconfidence treedt op en risico’s lijken verdwenen terwijl die dan juist feitelijk toenemen. Dan wordt de risk manager langzaam maar zeker “die doemdenker” die ervoor zorgt dat kansen niet worden benut. Dat is ons eeuwige lot. Mensen hebben de neiging opgaande lijnen door te trekken, terwijl opgaande lijnen juist geassocieerd moeten worden met een toenemende kans – kijk naar de geschiedenis – dat het weer fout gaat. Mensen zien mij soms als Mister Doom, maar ik ben - in alle bescheidenheid - Mister Robustness die helpt om die grote schokken op te kunnen vangen.’

***********

Dit is een ingekorte weergave van een interview dat onlangs verscheen in Tijdschrift voor Compliance. Het zesde nummer van 2014 is geheel gewijd aan het thema Compliance en Risk Management en gaat onder meer over de Big Data-trend en gegevensbescherming. Klik hier voor een abonnement of proefnummer.

Dennis Mijnheer
Dennis Mijnheer
Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.
Gevolgd door 1768 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren