Wiebe Draijer, bestuursvoorzitter Rabobank
© ANP / Koen van Weel

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de situatie omtrent het coronavirus (SARS-CoV-2). In dit dossier verschijnen alle relevante artikelen en updates over de pandemie. Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

84 Artikelen

Risicoloos ondernemen: banken strijken met eer van coronamaatregelen overheid

Bankdirecteuren werpen zich dezer dagen op als redders van de economie, en poetsen hun gehavende blazoen flink op. In werkelijkheid neemt de overheid een groot deel van hun ondernemersrisico over, terwijl de bank de marge opstrijkt.

Banken zijn nu deel van de oplossing en niet het probleem,’ zei ABN Amro-topman Kees van Dijkhuizen op 20 maart in NRC Handelsblad. ‘Anders dan in 2008 zitten de banken nu in het kamp van de good guys.’ Diezelfde krant citeert ook Rabobank-ceo Wiebe Draijer: ‘We willen alle ondernemers in nood een duidelijk signaal geven: we staan als sector voor jullie klaar.’ Op het NOS achtuurjournaal van 19 maart mochten beide bankdirecteuren nog meer snoeverij verkondigen. Kees van Dijkhuizen: ‘Banken zijn zwaar gekapitaliseerd en kunnen dit met gemak aan.’

Als we feiten van fictie scheiden, blijft er weinig van dit narratief overeind. 

Banken zijn niet de redders van het mkb – dat is de overheid

‘We staan als sector voor jullie klaar,’ zei Draijer. Daarmee doelt hij expliciet op de ‘aflospauze’ die de Rabobank, ING, ABN Amro, Triodos en de Volksbank aan mkb’ers geven. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) kondigde op 19 maart aan dat bedrijven met een lening tot 2,5 miljoen euro zes maanden uitstel van aflossing krijgen. Grotere klanten moeten individueel afspraken maken met hun bank om een regeling te treffen. 

Deze regeling is een positief gebaar van de NVB jegens ondernemers die door de coronacrisis in de problemen komen. Het biedt ondernemers in elk geval enige lucht. Maar laten we deze bancaire coulance wel even in perspectief plaatsen.

In de eerste plaats hebben de banken flink wat goed te maken tegenover het mkb. Na de kredietcrisis bleek dat de banken het mkb massaal hadden overladen met rentederivaten. Dat heeft tal van ondernemers de nek gekost, en duizenden andere mkb’ers hebben jarenlang financieel moeten bloeden. Slechts een deel van hen is gecompenseerd. Daarbovenop hebben de banken het mkb laten opdraaien voor hun financiële tegenvallers: juist toen de economie op zijn gat lag, verhoogden banken de renteopslag van bestaande klanten. Op grond van de kleine lettertjes in contracten lieten ze het mkb betalen voor strengere bankenregels en hogere toezichtkosten. Dat gebeurt nog steeds.

De uitwerking van de regeling die de NVB aankondigde, is per bank verschillend. De Rabobank wijst bij de uitleg op haar website meteen op de crisismaatregelen van de overheid: ‘We vragen je altijd om te onderzoeken of je gebruik kunt maken van overheidsmaatregelen, zoals het uitstellen van belastingen en het aanvragen van werktijdverkorting.’ De overheid vangt dus de eerste klappen op, pas daarna springt de bank bij.

In feite neemt de overheid bijna alle risico’s van de bank over, terwijl de rente die mkb’ers voor het krediet betalen wel gewoon in de zakken van de bank verdwijnt

Die bijval is zeer welkom, maar qua omvang beperkt. De banken verlenen kleine bedrijven ruimte om de aflossing zes maanden stil te zetten, maar de rentebetalingen (ook voor ondernemers met een veel te hoge renteopslag) gaan wel gewoon door. Hun schuld blijft ook gewoon openstaan. Ondernemers die de coronacrisis doorkomen moeten vervolgens dus 6 maanden langer blijven aflossen en over die verlengde periode (extra) rente betalen. 

Voor ondernemers die zwaar getroffen worden door de crisis is uitstel van aflossing niet voldoende. Zij hebben een additioneel overbruggingskrediet nodig en kunnen daarvoor bij hun bank terecht. Dat klinkt opnieuw alsof de bank hier de barmhartige Samaritaan is, maar in werkelijkheid is het de overheid die de risico’s op zich neemt, of beter gezegd: de belastingbetaler.

De overheid heeft de borgstelling midden- en kleinbedrijf (BMKB) enorm verruimd. De Rabobank: ‘De verhouding tussen het borgstellingkrediet en de financiering voor eigen risico van de bank is 3:1. Dit is een verruiming van de vorige regeling, waar de verhouding 1:1 was.’ In feite neemt de overheid bijna alle risico’s van de bank over, terwijl de rente die mkb’ers voor het krediet betalen wel gewoon in de zakken van de bank verdwijnt.

Banken zijn niet zwaar gekapitaliseerd 

Dat banken zwaar gekapitaliseerd zijn, zeggen bankdirecteuren eigenlijk altijd. Lehman Brothers was in 2008 ook ‘zwaar gekapitaliseerd,’ maar een dag later viel de bank wel om.

Na de kredietcrisis zijn de kapitaalbuffers van banken verhoogd, verdubbeld zelfs. Maar een verdubbeling van 3 naar 6 procent komt bij lange na niet in de buurt van de eigen-vermogenseisen (20-30 procent) die volgens wetenschappers Admati en Hellwig, auteurs van The Bankers’ New Clothes, nodig zijn om de banken echt veilig te maken.

Bovendien is het maar net welke cijfers je bekijkt. Bankdirecteuren wijzen op de CET1-ratio, gebaseerd op de boekwaarde van de bezittingen. Maar de waarde in de boeken is statisch en vormt geen goede indicator van de marktwaarde van die bezittingen. ‘Bankinvesteerders denken dat het eigen vermogen van Europese banken nagenoeg nul is,’ twitterde Jonathan McMillan, auteur van The End of Banking, op 18 maart. Het plaatje dat hij erbij zette, is veelzeggend. De banken staan er nog slechter voor dan ruim een jaar geleden, toen FTM een vergelijkbare analyse uitvoerde. Afgelopen maand halveerde de beurswaarde van het Europese bankwezen. Je kunt op de beurs dus een volledige bank opkopen voor een fractie van het bedrag dat in de boeken staat vermeld als eigen vermogen (waarop de CET1-ratio gebaseerd is).

[Bron: Jonathan McMillan op Twitter]

De belastingbetaler betaalt

De op boekwaarde gebaseerde ruimte die banken nu hebben om hun balans te verlengen (door extra krediet te verlenen), hebben ze te danken aan de strengere kapitaaleisen die na 2008 werden ingevoerd. Toch grijpen banken overal ter wereld de coronacrisis aan om te lobbyen voor versoepeling van die regels. Met succes: ook in Nederland verlaagde toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) de kapitaaleisen en wordt een ondergrens voor de risicoweging van hypothecaire leningen uitgesteld.

Wat DNB en de NVB er niet bij vertellen, is dat de risico’s van deze maatregel worden gedragen door de Nederlandse spaarder en belastingbetaler

Uiteindelijk moeten de kapitaalbuffers wel weer terugkomen op het huidige niveau, zegt DNB, maar voorlopig is dat dus niet aan de orde. Door de versoepeling van de regels valt 8 miljard aan kapitaal ‘vrij’ bij de Nederlandse banken. Dat betekent dat ze voor maximaal 200 miljard extra krediet kunnen verlenen.

Maar wat DNB en de NVB er niet bij vertellen, is dat de risico’s van deze maatregel – ook los van alle crisisgerelateerde overheidsgaranties – worden gedragen door de Nederlandse spaarder en belastingbetaler. Wanneer de economie zich snel herstelt en de leningen goed blijken te renderen, gaat de winst naar de aandeelhouders. Maar gaat het fout, dan vangt de spaarder – en, ook met het depositogarantiestelsel, uiteindelijk de belastingbetaler – de klap op wanneer banken gered zullen worden. De minimale eigen-vermogenbuffer die er was, is dus al opgebruikt, anders hadden de regels niet versoepeld hoeven worden.

De ECB financiert

De Nederlandse grootbanken betaalden hun aandeelhouders in 2019 een mooi dividend, maar de vergoeding die depositohouders voor hun spaargeld krijgen is nagenoeg nihil – terwijl zij dus een groot deel van het risico dragen. Dat risico wordt met een lager eigen vermogen nog groter. 

De versoepeling van de toezichtregels ontlast vooral de goedbetaalde bankmanagers en de aandeelhouders van de bank. Banken hoeven geen additioneel kapitaal aan te trekken. De winst die overblijft na aftrek van loonkosten en bonussen hoeft dus niet over meer aandeelhouders te worden verdeeld. Ondertussen kunnen banken hun bedrijfsvoering handig financieren met het goedkope krediet van de Europese Centrale Bank. Op 19 maart schreef de ECB dat ze 3 biljoen euro aan liquiditeit beschikbaar stelt via zogenoemde ‘refinancing operations’. De ECB: ‘Banken kunnen lenen tegen de laagste rente die we ooit hebben aangeboden: -0.75 procent.’ 

Onze ‘good guys’ betalen dus niets, maar krijgen 0,75 procent rente toe van de centrale bank voor hun eigen financiering. Op elke mkb-lening die ze vervolgens uitzetten, incasseren zij ondertussen nog steeds rentes die variëren van 1 tot wel 14 procent. Een aardige rentemarge dus, terwijl de overheid nu grotendeels garant staat voor het ondernemersrisico op die 'coronakredieten'. Op die manier is het niet zo moeilijk om ‘onderdeel van de oplossing’ te zijn.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Thomas Bollen
Thomas Bollen
Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.
Gevolgd door 3996 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren