Rita Verdonk

Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

67 artikelen

Rita Verdonk © Fenna Jensma

Rita Verdonk liep drie jaar rond bij VWS: ‘Wát een verschrikkelijk departement’

Rita Verdonk werd in 2019 door toenmalig minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid als breekijzer aangesteld om te zorgen voor minder administratiedruk in de jeugdzorg. Ze liep drie jaar rond op het ministerie, maar voelde zich vanaf dag één getraineerd. Ze schetst een beeld van een departement waar de top van de jeugdzorgambtenarij doet waar zij zin in heeft. ‘Ik was “het vriendinnetje van de minister”.’

Een heel slechte start, zo typeert Rita Verdonk haar eerste werkdag bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in januari 2019. Toenmalig minister Hugo de Jonge had haar binnengehaald om de administratieve lasten voor zorgmedewerkers te verlagen. Verdonks allereerste afspraak is met de directeur van de Directie Maatschappelijke Ondersteuning (DMO), maar als ze zich meldt bij de secretaresse zegt zij met rood hoofd dat haar baas extra vakantie heeft opgenomen. ‘Ze had mijn 06-nummer. Dit soort spelletjes om je klein te houden en tegen te werken zijn niet nieuw voor me,’ zegt Verdonk. ‘Vanaf dat moment wist ik dat ik op mijn tellen moest passen.’ 

Verdonk heeft goed na moeten denken voor ze ja zei op dit interview, maar zo zout als op VWS heeft ze het nog niet eerder gegeten. ‘Ik heb best een tijd op het ministerie van Justitie gewerkt en overleg gehad met veel ambtenaren van andere departementen en uitvoeringsorganisaties, maar deze bestuurscultuur ben ik nergens anders tegengekomen. Er wordt op dit moment veel gesproken over een andere bestuurscultuur. Die moet er ook zeker komen, vind ik. Met dit als voorbeeld hoe het in ieder geval niet moet.’ 

‘Ik wil open zijn in dit interview,’ zegt ze, op voorwaarde dat Follow the Money de namen van de mensen waar ze over spreekt niet publiceert. 

Uw bijnaam is IJzeren Rita. Had De Jonge een breekijzer nodig op zijn eigen ministerie? 

‘Dat denk ik wel. Dat bleek wel uit die eerste dag. Het was de bedoeling, in ieder geval van de betrokken directeuren, dat ik ergens aan een bureautje zou gaan zitten. Ze hadden al een plan van aanpak, werd me verteld, ik hoefde niets te doen. Maar De Jonge had mij aangesteld om in het land te gaan kijken wat er gebeurde, want data hebben ze niet op het ministerie. Ik moest in kaart brengen waar de grootste irritaties zaten, waar mensen in de zorg tegenaan lopen op het gebied van administratieve lasten en die substantieel verminderen. Ik zou dus gaan praten met het werkveld, pas daarna zou het naar de bestuurstafels gaan. In die manier van werken krijg je veel mensen mee, maar je krijgt ook mensen tegen je.’ 

Hoe ging dat eerste gesprek toen de directeur eenmaal terug was van vakantie? 

‘Dat was een overlegje waarbij ook de directeur Jeugd aanwezig was. Ik had inmiddels de contouren van een eigen plan van aanpak gemaakt en dat toegestuurd. In dat gesprek kreeg ik te horen dat ze het niet serieus namen; er zat geen financiële paragraaf bij. Dat moest ik als “het vriendinnetje van de minister” wel hebben. Dat werd letterlijk gezegd, en niet als grap.’    

Hoe reageerde u?

'Ik was verrast door de onaangename sfeer. Ik dacht: hoe bestaat dit, dat je zo neerbuigend en vervelend wordt behandeld. Door deze houding en constante tegenwerking heeft mijn project onnodig lang geduurd. Ik had het in anderhalf jaar af kunnen hebben, het werd drie jaar.’

Waarom die weerstand?

‘Ze waren wat bang voor me, denk ik. Uit de wandelgangen hoorde ik dat er een team Rita opgetuigd was, niet om me te ondersteunen, maar om me in de gaten te houden, al kwam ik daar pas veel later achter. Tegen mijn rechterhand is bij haar aantreden gezegd dat ze bij Jeugd en de Directie  Maatschappelijke Ondersteuning moest rapporteren wat ik deed toen ze werd aangenomen.’  

‘Ik kreeg steeds meer het idee dat resultaat halen niet de bedoeling was’

‘Om me heen zagen mensen het ook. ‘Wat jij hier allemaal over je heen krijgt, petje af’, zeiden ze dan zachtjes in de wandelgangen. Daar bleef het bij, zij moeten ook hun hypotheek betalen. Ik besefte dat ik onder deze twee directeuren mijn resultaten niet kon halen. Toen heb ik zelf actie ondernomen en me laten overplaatsen naar het programma Ontregel de zorg. Dat programma viel onder een andere directie, Patiënt en Zorg Ordening (PZO), en dus onder een andere directeur. Dat voelde na Jeugd en de Directie Maatschappelijke Ondersteuning als een warm bad. Inhoudelijk bleef ik wel werkzaamheden uitvoeren voor Jeugd en DMO.'

Wat was het motief om u tegen te werken?

‘Ik sta te boek als resultaatgericht, maar ik kreeg steeds meer het idee dat resultaat halen niet de bedoeling was. Bij mijn aantreden was er net een afspraak met het Ketenbureau gemaakt. Dat is een organisatie die na de decentralisatie verantwoordelijk is gesteld voor de informatiesystemen. Ze zijn niet gemandateerd om beleid te maken, maar ze stonden op het punt om uit te gaan breiden. Daar kwam ik tussen.’ 

‘In een van de vergaderingen met het Ketenbureau vertelde ik waar we mee bezig waren: dat we het land ingingen om met zorgmedewerkers, aanbieders en gemeenten te kijken waar het administratief minder kan. Maar dat schoot de voorzitter in het verkeerde keelgat. Ik belde hem naderhand op – ik had helemaal geen zin in die ongein – om me te verontschuldigen dat ik hem voor een voldongen feit geplaatst had. Maar ik zei ook: ‘Dit is waarvoor Hugo mij heeft ingehuurd.’ Ik ben gewend dat uiteindelijk de bewindspersoon beslist, niet de ambtenaar, maar dat bleek bij VWS niet zo te zijn. En ik had natuurlijk de pech dat Hugo coronaminister werd.’ 

Was De Jonge zich bewust van zijn autoriteitsprobleem? 

‘Ik heb het een aantal keren tegen hem gezegd dat ambtenaren mij tegenwerkten en ik denk dat hij ook van tevoren wel wist dat zij eigenlijk niet wilden. Hij had natuurlijk in de Kamer steeds geroepen dat die administratieve lasten heel belangrijk waren, dus hij moest wat. En daar heb ik ook alle begrip voor, maar had het me effe verteld.’ 

Kunt u een voorbeeld noemen van een situatie waarmee u naar Hugo de Jonge gestapt bent? 

‘Ik kreeg na een paar maanden een jonge ambtenaar van DMO aan mijn bureau die me mededeelde dat hij mijn coördinator zou zijn. Toen hebben we wel even een gesprekje gehad waarin ik hem vroeg wat hij nu precies wilde en of hij zich door zijn directeur had laten sturen. Dat was zo. Ik heb hem toen gezegd dat ik als speciaal adviseur van de minister geen ambtelijke coördinator nodig had. Ik heb tijdens het hele traject gemerkt dat er telkens mensen om me heen waren om me in de gaten te houden. Dat heb ik toen aangekaart. Zelfs overleggen met De Jonge onder vier ogen ging niet, daar zaten altijd ambtenaren bij. Op een gegeven moment appte ik als ik wilde dat hij weer iemand van mijn nek haalde.’ 

Dit klinkt alsof er op VWS stukken niemandsland zijn waar het gezag van de minister niet geldt.     

‘Ja, dat is het echt. Ik had zoveel tegenwerking. Ik heb uiteindelijk Paul Blokhuis gevraagd in te grijpen en tegen het Ketenbureau te zeggen: ‘Hup, terug je hok in, we gaan dit gewoon doen’. Uiteindelijk hebben we een bespreking gehad bij Blokhuis. Daar is ook een heel mooi verslag van, waarin staat dat ik de samenwerking zoek met het Ketenbureau, dat ze van harte welkom zijn om mee te draaien in het traject, maar ook dat we nu stappen gaan maken. Krijg ik erna een mail van een ambtenaar dat ze toch iets anders vonden dan was afgesproken in aanwezigheid van staatssecretaris Blokhuis. Achteraf was ik daar blij mee, omdat die mail zo ontzettend duidelijk maakte hoe de verhoudingen lagen. Toen heb ik gezegd dat ik het niet pikte.’

Zoekt u de oorzaak van dat dit proces zo stroef liep ook bij uzelf?

‘Nee, al heb ik mezelf natuurlijk wel afgevraagd hoe dit kon. Ik denk eerder dat het komt doordat het Ketenbureau dacht dat het de uitbreiding van hun taken al in de pocket had. En toen kwam ik. En natuurlijk ben ik fel; ik heb veel moeite met mensen die niet de capaciteiten en al zeker niet de rechte rug hebben om op een leidinggevende functie te zitten. En wel je handtekening zetten onder een convenant, maar het niet willen uitvoeren, daar kan ik slecht tegen. Deze uitvoeringsorganisatie zou zich meer richten op administratieve lasten. Dat ik aanloop tegen zwakke bestuurders ben ik wel gewend, dat loopt als een rode draad door mijn leven.’ 

Wat zegt het over de cultuur bij VWS?

‘Ambtenaren zeggen ja tegen de minister, maar doen nee. Je ziet het ook terug in de Hervormingsagenda die de jeugdzorg beter en goedkoper moest maken: zo veel werkgroepen, niet de goede voorzitters, zodat mensen ook weer hun eigen spelletjes kunnen spelen. In een van die werkgroepen zat een zorgmedewerker namens de FNV, maar zij kreeg te horen dat ze er zat op persoonlijke titel, in plaats van als afgevaardigde van een vakbond die duizenden mensen vertegenwoordigt. Dat liet de voorzitter gebeuren. De zorgmedewerker is – begrijpelijk – na drie keer vertrokken. Het is een voorbeeld van hoe mensen de dupe worden van die processen.’

Wat merkten ambtenaren ervan als zij uw zijde kozen?

‘Zij werden heel vervelend behandeld door hun eigen leidinggevenden. Zij kwamen met hun vingers tussen de deur. Ik vind dat je dat als leidinggevende altijd moet voorkomen. Laat ik het meest schrijnende voorbeeld noemen: een van mijn naaste medewerkers kreeg afgelopen zomer in een functioneringsgesprek te horen dat haar contract net als het mijne teruggebracht zou worden naar twintig uur, terwijl ze gewoon een zelfstandig arbeidscontract had. Ze had te veel mijn kant gekozen, dat werd gezien als een gebrek aan integriteit, terwijl ze in mijn team zat en dus gewoon haar werk deed. Er was geen sprake van een gebrek aan integriteit. Dit zijn altijd schandalige praktijken, maar als ze plaatsvinden binnen de Rijksoverheid vind ik het helemaal ontoelaatbaar.’

Sinds 1 januari bent u uit dienst. Waarom werd uw contract niet verlengd? 

‘Formeel was de reden dat ik al drie keer een tijdelijke aanstelling had gehad. De echte reden was dat ze me gewoon kwijt wilden, omdat ze hoopten dat ik het werk niet kon afmaken.’ 

Wanneer besloot u met Ontregel de Zorg het land in te gaan?

‘Vrijwel meteen, februari 2019 was de eerste bijeenkomst. Ik heb mijn arbeidssatisfactie echt uit die bijeenkomsten met de zorgmedewerkers gehaald, dat was zó leuk. Die wilden wel verandering, soms zelfs te veel, waardoor het gevaar ontstaat dat je weer niks voor elkaar krijgt.’ 

‘Dit soort processen vereist een rechte rug en daar hebben we er niet veel van in bestuurlijk Nederland’

Een van de doelen van Verdonk is een zogeheten ministeriële regeling geweest. Dat is wetgeving die gemeenten verplicht de verantwoording van zorgaanbieders te vereenvoudigen. Dat zou de wildgroei aan productcodes – Ontregel de Zorg turfde 3800 verschillende codes om de geleverde zorg te verantwoorden – moeten beteugelen. Alle partijen, van gemeenten tot aanbieders, zetten hun handtekening onder het convenant waarin ze hun fiat geven aan dit voornemen. De ministeriële regeling is er echter tot op de dag van vandaag niet, al zegde Paul Blokhuis eind 2021 toe deze in het voorjaar te implementeren.

Waarom was die ministeriële regeling zo belangrijk?

‘Dan heb je een wet. Anders heb je een rapport, je weet wat daarmee gebeurt: dat gaat in de onderste la. Iedereen – de VNG, de brancheorganisatie en de bonden – was blij met het convenant waarin die regeling werd voorgesteld.’

Waarom is de regeling nog niet naar de Tweede Kamer? 

‘Individuele belangen gingen weer spelen. Onwenselijk, maar heel typisch voor het jeugdveld. Het project dat ik deed zou 400 tot 600 miljoen per jaar opleveren, maar intussen speelde ook het conflict tussen de gemeenten en het Rijk over geld. Op zo’n moment moeten alle partijen blijven staan voor wat je eerder met elkaar hebt afgesproken. Het vereist een heel rechte rug, en daar hebben we er niet veel van in bestuurlijk Nederland. En dan had je Jeugdzorg Nederland, de brancheorganisatie. Daar zit een directeur die echt wel wil, maar die heeft te maken met een aantal mensen dat er al 25 jaar zit; ze zijn niet meer in beweging te krijgen. De vakbonden staan écht voor de zorgprofessional, zeker de FNV. Ik had nooit veel op met vakbonden, maar petje af! Onbegrijpelijk dat zij niet gezien worden als volwaardige gesprekspartner.’

Wat zijn de gevolgen voor u geweest van het feit dat Hugo de Jonge alleen nog maar corona deed? 

‘Ik was m’n eerste opdrachtgever kwijt.’

En uw politieke rugdekking.

‘Dat was heel lastig. Ik wilde hem niet lastigvallen, en als ik hem dan toch een appje stuurde kwam er geen antwoord. Dat is ook heel begrijpelijk als je zo’n klus op je bord krijgt. De samenwerking met Paul Blokhuis ging goed, maar ja... Hugo is natuurlijk wel een man die op een gegeven moment met z’n vuist op tafel slaat.’

Kreeg Blokhuis de neuzen dezelfde kant op?

‘Ja, maar dat was meestal van korte duur. Dan hadden we een bijeenkomst met bestuurders en ambtenaren, de gemaakte afspraken werden genotuleerd, maar daar gebeurde vervolgens niets mee. Ik vertel dit ook omdat ik vind dat dit niet mag gebeuren op een departement – dit is de bestuurscultuur die ik aan wil kaarten. Als iedereen denkt zelf de wijsheid in pacht te hebben, doet uiteindelijk ieder zijn eigen ding en is er aan het einde van de rit niets gebeurd; het is los zand. Sturing geven lijkt een vies woord, inspireren als leider gebeurt niet. In plaats daarvan wordt er gezegd ‘we nemen het mee’. Ik zag tijdens vergaderingen de energie gewoon wegvloeien uit de ambtenarenteams, terwijl er wel degelijk veel goede en kundige mensen zitten.’  

Heeft u dit op tijd aangekaart?

‘Ik heb pas helemaal aan het eind over de tegenwerking vanuit VWS gesproken, omdat de professionals, de gemeenten en aanbieders nog wel vertrouwen in me hadden. Ik was bang dat we anders helemaal nergens zouden komen, dus ik heb het voor me gehouden, alleen mijn eigen ambtenaren wisten het. Ik kan veel van me af laten glijden, maar natuurlijk heb ik er ook van wakker gelegen.’

U hebt op meerdere ministeries gewerkt, onder andere als minister van 2003 tot 2007. Bent u dit nooit eerder tegengekomen? 

‘Ik heb lang rondgelopen bij Justitie, maar zoals bij VWS heb ik het nog nooit meegemaakt. Ik heb mezelf voorgenomen om er nooit meer terug te gaan. Never. Wát een verschrikkelijk departement. Toen ik minister was, had ik natuurlijk veel discussies met ambtenaren. Als ze een punt hadden, liet ik me overtuigen. Maar was het een kwestie van niet willen, dan zei ik uiteindelijk toch: dit is het, zo gaan we het doen. Dat verwachtte ik ook op VWS.’    

Afgelopen najaar vroeg u zich bij Pointer hardop af wie het dan moest doen als het nu niet lukte om de zorg te ontregelen. 

‘Ik heb het wel voor elkaar gekregen.’ 

Durft u er een fles wijn op in te zetten dat die ministeriële regeling er komt, nu zowel Paul Blokhuis als u niet meer rondloopt bij VWS?

‘Ja, de toezegging van Blokhuis ligt er, daar moet de Tweede Kamer de nieuwe staatssecretaris aan houden, want het is nog geen gelopen race. Daar ligt ook een taak voor de vakbonden om de politieke partijen te blijven herinneren aan zijn toezegging. En op het ministerie moeten mensen hun rug recht houden om het Ketenbureau in te perken. Kijk naar welk mandaat ze hebben: uiteindelijk gaan de minister en – als zijn verlengstuk – zíjn ambtenaren erover, niet deze uitvoeringsorganisatie.’

In hoeverre is de cultuur bij VWS debet aan de slechte situatie in de jeugdzorg? 

‘Het zal zeker invloed hebben. In het managementteam zitten, zeker bij Jeugd, ook veel mensen waarvan ik denk dat ze niet het kaliber en de statuur hebben om dit hele proces vlot te trekken. In april 2021 schoof de directeur Maatschappelijke Ondersteuning (DMO) door naar Jeugd, zonder sollicitatieprocedure. Je zou een stevig selectieprocedure verwachten voor zo'n belangrijke functie in een veld dat zo in beweging is. Na haar benoeming ging ze meteen drie maanden op sabbatical. Haar plaatsvervanger was op dat moment net vertrokken naar een andere baan. De hele directie was onthoofd.’ 

Een week nadat u stopte bij VWS kondigde u aan dat u de nummer twee op de lijst van Richard de Mos’ partij Hart voor Den Haag staat. Waarom?

‘Ik ben nog niet toe aan de geraniums. Schei uit. Ik wil nog wat leuke dingen doen. Ik woon hier nu tweeënhalf jaar en heb het gigantisch naar m’n zin, dus ik wil wel mijn steentje bijdragen. Het is een nieuwe club, dus er zit nog weinig bestuurlijke ervaring in, je merkt dat het gewaardeerd wordt. En ze doen ook gewoon gekke dingen: nu weer een campagnelied op Bacardi Lemon. Onze lijstduwers zijn twee dj’s, om ook jongeren aan te spreken. We hebben een bus in groen-geel, een limousine. Het is fantastisch hoeveel tijd iedereen hier aan besteedt.’ 

En een James Bond clipje als campagnefilmpje! 

‘Ja, 007, 070. We zouden eigenlijk allemaal onze eigen naam zeggen, voor mij dus ‘Mijn naam is Verdonk, Rita Verdonk’. Maar goed, dat werd een beetje lang. We hebben vooral veel schik gehad bij het maken. Het is een soort warm bad.’ 

Hart voor Den Haag gaat goed in de peilingen. Is het genoeg voor een wethouderschap? 

‘Ja. We staan in de peilingen op negen zetels, daarmee zijn we al de grootste. Ik word wethouder jeugd.’ 

Als het lukt, wat gaat er veranderen?
Verdonk veert op: ’Ja! De jeugd, daar gaan we in Den Haag echt een koplopersrol vervullen. Het traject dat ik bij VWS gestart ben, ga ik hier invoeren. Ik zal gaan kijken wat er nu precies gebeurt, waar we het geld aan uitgeven. Gaat het naar de goede dingen? Kunnen we dat niet op een andere manier doen? Hoe zitten de processen in elkaar? Dat zijn trajecten die ik ontzettend leuk vind. Werk aan de winkel.’ 

Wederhoor

Delen uit dit interview zijn tevoren voorgelegd aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waar het Ketenbureau onder valt. VNG vroeg om het hele interview tevoren in te zien, in plaats van alleen de passages over het Ketenbureau. Follow the Money weigerde dit, waarop de VNG afzag van een inhoudelijke reactie. 

Volgens het ministerie van VWS klopt het niet dat Rita Verdonk niet verwelkomd is door de directie. De directeur DMO was weliswaar op vakantie, de directeur Jeugd – waar Verdonk ook onder viel – was aanwezig om haar welkom te heten. 

VWS ontkent dat er al een plan van aanpak lag voordat Verdonk begon aan haar taak om dat te maken.  

VWS heeft een andere verklaring voor het feit dat de ministeriële regeling om het woud aan regels te kappen nog niet naar de Tweede Kamer is. ‘Op dit moment wordt onderzocht hoe we alle voorstellen voor vermindering van de uitvoeringslasten bij de inkoop van jeugdzorg gecoördineerd kunnen invoeren,’ schrijft de woordvoerder van staatssecretaris Maarten van Ooijen. ‘Daarnaast wordt ook nagegaan hoe snel het model voor bestaande contracten ingevoerd zou kunnen worden. In verband met het aanbestedingsrecht zitten daar haken en ogen aan. Ten slotte loopt onderzoek naar de vraag hoeveel uitvoeringslasten het model naar verwachting bespaart.’

Het ministerie gaat niet inhoudelijk in op de voorgelegde citaten van Rita Verdonk over de cultuur bij de afdelingen DMO en Jeugd. Ook wil het ministerie niet ingaan op de vraag of de directeur Jeugd werd aangenomen zonder dat er een vacature was uitgeschreven, of dat zij na haar aanstelling drie maanden op sabbatical ging.   

Lees verder Inklappen