Rockwool, in Roermond

Rockwool, in Roermond © Marcel van Hoorn / ANP

Steenwolfabriek in Roermond mag van de provincie twee keer zoveel stikstof uitstoten als andere fabrieken

2 Connecties

Relaties

Stikstofcrisis

Locaties

Provincie Limburg
89 Bijdragen

Steenwolfabrikant Rockwool is de op twee na grootste uitstoter van ammoniak in Nederland. Hoewel concurrenten al jarenlang schonere technieken gebruiken, claimt het bedrijf dat het technisch en economisch niet haalbaar is om minder stikstof uit te stoten. Rockwool verwijst hierbij naar een rapport dat naar eigen zeggen ‘onafhankelijk’ is, maar ten dele door het bedrijf zelf lijkt te zijn ingestoken en bovendien ‘summier’ is onderbouwd.

Lees hier het hele verhaal (14 minuten)
Lees de korte versie
Dit stuk in 1 minuut
  • Steenwolfabrikant Rockwool in Roermond is de op twee na grootste ammoniakuitstoter van Nederland. Alleen een fabrikant van kunstmest in Zeeuws-Vlaanderen en een cacaoverwerker in de Zaanstreek stoten meer uit.
  • De fabriek ligt op een steenworp afstand van Nationaal Park de Meinweg. Dit gebied is ernstig overbelast door stikstof, waarvan een groot gedeelte van Rockwool afkomstig is. De stikstof van Rockwool komt in nog 71 andere natuurgebieden terecht. 
  • Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat de (Europese) normen voor grote fabrieken sterk verouderd zijn, al worden die mogelijk binnenkort aangescherpt. Andere grote steenwolfabrieken hebben hun productieproces al jaren geleden zo aangepast dat ze aanzienlijk minder stikstof uitstoten. 
  • Rockwool mag zelfs meer uitstoten dan de Brabantse glaswolfabrikant Saint-Gobain twintig jaar geleden mocht. Dat bedrijf heeft een vergelijkbaar productieproces. 
  • Rockwool vroeg een uitzondering voor zijn te hoge fenol-uitstoot anderhalf jaar te laat aan. Toch kreeg het die. De argumenten voor die uitzondering zijn ‘summier’ en ‘slecht onderbouwd’, zeggen experts tegen Follow the Money. 
  • Voor kleine fabrieken bepaalt de Nederlandse overheid de uitstootnormen. Die zijn al jarenlang dubbel zo streng als de Europese normen voor grote fabrieken. Binnenkort wordt die norm voor kleine fabrieken nóg strenger, waardoor Rockwool dan twaalf keer zoveel uitstoot als anderen is toegestaan.
Lees verder

Heeft het terrein veel last van brandnetels en bramen? Jurgen Ruyter, hoofd groenbeheer van golfbaan De Herkenbosche, denkt van niet. Ook kan hij niet zeggen dat hij de grasmat tegenwoordig minder hoeft te bemesten dan vroeger. Maar goed, in de dertig jaar dat hij verantwoordelijk is voor het groen hier, was de enorme ammoniakuitstoot van de buren altijd een gegeven. 

De Herkenbosche ligt tussen Roermond en de Duitse grens en werd in 1992 geopend. Het gebied werd toen al een kwart eeuw gedomineerd door de grootste steenwolfabriek ter wereld. Eigenaar: de Deense multinational Rockwool. Jaarlijks worden hier honderdduizenden tonnen isolatiemateriaal voor gebouwen geproduceerd. 

Vanaf de parkeerplaats van De Herkenbosche is het zo’n vijftig meter lopen naar het hek van Industriepark Roerstreek-Noord. Achter dat hek: eindeloze pallets steenwol. Een stuk of zes rokende schoorstenen werpen hun schaduw over het terrein. Wat uit die schoorstenen komt, heeft zijn weerslag op de wijde omstreek. In 2020 stootte het bedrijf bijna 219 ton ammoniak uit, een vorm van stikstof. Rockwool is daarmee de op twee na grootste ammoniakvervuiler van Nederland. 

Christianne van der Wal (VVD), minister voor Natuur en Stikstof, kondigde op 25 november aan dat ook de industrie zal moeten bijdragen aan de bestrijding van de stikstofcrisis. Ze wil de vergunningen van de grootste piekbelasters aanscherpen.

Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat andere steenwolfabrikanten hun productieproces inmiddels zo hebben aangepast dat ze hun ammoniakuitstoot significant hebben kunnen verlagen. Maar Rockwool claimt dat een lagere emissie technisch niet haalbaar en ‘economisch niet verantwoord’ is. Daar lijkt weinig van te kloppen.

Ammoniak of stikstof?

Wie ‘stikstof’ zegt, bedoelt vaak ‘stikstofverbinding’. Stikstof is pas schadelijk voor de natuur wanneer het een verbinding aangaat. In combinatie met waterstof wordt het ammoniak (NH3), gecombineerd met zuurstof wordt het stikstofoxide (NOx). Ammoniak komt vooral vrij in de veehouderij, maar ook in de fabriek van Rockwool. Stikstofoxide ontstaat vooral bij het wegverkeer en in de industrie. Tata Steel is Nederlands grootste uitstoter van stikstofoxide.

Sommige planten – zoals berken, pitrus en het pijpenstrootje – gedijen bij extra stikstof, maar allerlei andere plantensoorten kunnen dat niet aan en raken langzaamaan verdreven. De heide raakt op die manier overwoekerd door pijpenstrootjes.

Die stikstofverbindingen hebben ook andere effecten op de bodem. Voedingsstoffen als calcium, kalium en magnesium worden opgenomen door planten of verdwijnen via het grondwater. Ook kan door een langdurig overschot van stikstofverbindingen cadmium en aluminium vrijkomen, wat de bodem en mogelijk zelfs het grondwater kan vergiftigen. Dat alles zorgt ervoor dat op delen van de Veluwe al 90 procent van de eiken is afgestorven.

Lees verder Inklappen

Het effect op de omgeving

Renata Bruinsma is ecoloog bij Staatsbosbeheer. Ze houdt zich bezig met alle Natura 2000-gebieden in Noord- en Midden-Limburg. Daaronder valt ook Nationaal Park de Meinweg, op een steenworp afstand van Rockwool en De Herkenbosche.

‘De natuur hier bestaat uit veel stikstofgevoelige heide,’ zegt Bruinsma. Ze wijst: ‘Daar zie je het pijpenstrootje en de adelaarsvaren oprukken, ten koste van de heide. Allerlei beschermde diersoorten hebben daar last van. De adder is bijvoorbeeld gebaat bij open plekken, waar hij kan zonnen. En de boomleeuwerik broedt op die open plekken.’

‘Het gaat hier niet goed. Als Staatsbosbeheer doen we wat we kunnen: we laten schapen het pijpenstrootje weggrazen, en we hebben onlangs veel adelaarsvarens weggemaaid. Maar dat is echt dweilen met de kraan open. Die kraan moet dicht, voordat unieke dieren en planten hier verdwijnen.’
 

Suikerspin van gesmolten gesteente

De steenwolfabriek in Roermond werd in 1968 geopend. Aanvankelijk was het bedrijf in Nederlandse handen: het was deels eigendom van Hoogovens, tegenwoordig Tata Steel. In 1971 nam de Deense multinational Rockwool een belang van 50 procent. Toen Rockwool na vier jaar volledig eigenaar van de fabriek werd, werkten er 250 mensen. Nu, bijna vijftig jaar later, heeft Rockwool Roermond 1199 werknemers. Het is de grootste steenwolfabriek ter wereld. 

De omzet van Rockwool is fors: alleen al in Nederland zo’n 413 miljoen euro, en de fabriek maakte blijkens de jaarrekening van 2021 bijna 39 miljoen euro winst. Het internationale moederbedrijf boekte dat jaar 292 miljoen euro winst. 

De eerste commerciële toepassingen van steenwol ontstonden in de negentiende eeuw. Het productieproces is sindsdien nauwelijks veranderd. In op kolen gestookte ovens wordt basalt, een vulkanisch gesteente, tot 2200 ºC verhit. Het gesteente smelt dan tot magma. Daarbij komt veel CO2 vrij, maar doordat de steenwol tientallen jaren lang bijdraagt aan de isolatie van gebouwen, verdient het materiaal die uitstoot volgens de fabrikant in honderdvoud terug. 

Het gesmolten basalt gaat naar een spinkamer, een gigantische suikerspinmachine die het magma uit elkaar schudt en er lange vezels van maakt. Die worden vervolgens met bindmiddel bespoten, zodat ze in een wol-achtige structuur aan elkaar plakken. 

Als bindmiddel gebruikt Rockwool fenolhars: een mengsel van fenol, formaldehyde en ureum. En daarin zit het venijn: fenol is giftig, formaldehyde is kankerverwekkend, en ureum is een stikstofverbinding die boven 133 ºC uiteenvalt in ammoniak. Rockwool voegt nog extra ammoniak aan de steenwol toe om de formaldehyde-uitstoot ietwat te beperken.

Kiezen tussen twee kwaden

Dat je van fenol en formaldehyde een zeer sterk plakkende kunsthars kunt maken, werd begin twintigste eeuw door de Belg Leo Baekeland ontdekt. Aan hem dankt fenolhars zijn eerste merknaam: bakeliet. Owens Corning was het eerste bedrijf dat steenwol met fenolhars maakte, in 1938.

In de jaren tachtig constateerden wetenschappers dat formaldehyde waarschijnlijk kankerverwekkend is. In 2007 legde de Europese Unie het gebruik ervan aan banden. Sinds 2016 geldt een minimalisatieverplichting voor deze ‘zeer zorgwekkende stof’. Rockwool wist de afgelopen dertig jaar de uitstoot van formaldehyde van 62.860 kilo per jaar terug te brengen tot slechts 8.963 kilo per jaar.

Steenwolfabrikanten zochten al langer alternatieven voor bindmiddelen op basis van formaldehyde en fenol, zegt Thomas Rosenau, hoogleraar aan de Weense Universität für Bodenkultur. Hij doet onderzoek naar nieuwe bindmiddelen voor de steen- en glaswolproductie. ‘Jaren geleden ontdekten fabrikanten al dat wanneer je ureum toevoegt, je de hoeveelheid formaldehyde en fenol kunt reduceren.’ Extra voordeel: dit bindmiddel bleek veel beter te werken. Vandaar dat de industrie massaal overstapte op bindmiddel dat minder fenol en formaldehyde bevat en steeds meer ureum. 

Volgens een woordvoerder van Rockwool komt een deel van de ammoniakuitstoot door ureum in het bindmiddel, maar een nog groter deel omdat het bedrijf extra ammoniak toevoegt. Dat doet het bedrijf sinds 2003.

Lees verder Inklappen

Alternatieve lijm

Grote fabrieken in de Europese Unie moeten zich voor de uitstoot van allerlei chemische stoffen aan EU-normen houden. Op basis van de ‘best beschikbare techniek’ voor de spinmachines van steenwolfabrieken, moet het haalbaar zijn om niet meer dan 30 à 60 milligram ammoniak uit te stoten per per kubieke meter lucht die uit de schoorsteen komt. Lidstaten mogen zelf de maximale waarde bepalen, zolang die onder de 60 mg/m3 is.

Voor de steenwolindustrie is deze norm tien jaar geleden voor het laatst vastgelegd. Fabrieken moesten daar uiterlijk maart 2016 aan voldoen. Rockwool zegt niet minder dan 60 mg/m3 uit te kunnen stoten, aangezien het de hoeveelheid fenol en formaldehyde in het traditionele bindmiddel niet nog verder kan verlagen. Er zijn inmiddels echter tal van alternatieven, meestal op basis van monosacharide: fructose of glucose, stelt Thomas Rosenau. Hij is hoogleraar aan de Universiteit van Wenen en doet onderzoek naar alternatieve bindmiddelen. ‘Monosacharide lijkt een beetje op karamel, dat is ook ontzettend plakkerig.’

Schreef de Europese Commissie in 2013 nog dat deze alternatieven geen ‘aanvaardbare productkwaliteit’ boden, anno 2022 is dat achterhaald, zegt Rosenau: alternatieve bindmiddelen zijn inmiddels wijdverbreid en op industriële schaal toepasbaar. Rosenau: ‘Knauf en Saint-Gobain produceren al een aantal jaar op grote schaal steenwol zonder formaldehyde, fenol en ammoniak. Hun lijm werkt vaak even goed en soms zelfs beter dan de traditionele lijm. Bovendien wordt die alternatieve lijm gemaakt van hernieuwbare grondstoffen zoals suiker, in plaats van fossiele brandstof.’

Patenten

Rockwool heeft de technologie voor alternatieve bindmiddelen zelfs al in huis. Thomas Hjelmgaard, chief R&D engineer bij Rockwool, publiceert al jaren over duurzame bindmiddelen en heeft op dat gebied meerdere patenten op zijn naam staan. Eén daarvan betreft een formaldehydevrij bindmiddel dat ‘zowel economische als ecologische voordelen heeft’ en tegelijkertijd ‘uitstekende eigenschappen’ bezit om steenwol te binden. Rockwool maakt dan ook al sinds 2017 een specifiek type steenwol zonder formaldehyde. 

Volgens de woordvoerder van Rockwool zeggen die papers en patenten niet zoveel. ‘De bio-based binders waar u naar verwijst, betreffen een R&D project; óf en in hoeverre die in de toekomst zullen leiden tot een mogelijke reductie van de ammoniak-emissies is momenteel ongewis,’ schrijft hij in antwoord op vragen van Follow the Money. 

Het bedrijf bevestigt dat het ook steenwol maakt met een bindmiddel zonder formaldehyde, fenol en ureum, maar alleen voor lichte platen. Voor grote (en dus zware) dak- of gevelstucplaten zou er simpelweg geen geschikt bindmiddel bestaan, stelt de woordvoerder.

Daar maakt Rosenau korte metten mee. ‘Dat was tien of twintig jaar geleden inderdaad het geval, maar tegenwoordig gaat dat niet meer op. Alternatieve bindmiddelen op basis van herbruikbare grondstoffen werken tegenwoordig even goed als traditioneel bindmiddel.’

Lees verder Inklappen

Voldoende reden om de Europese normen te updaten. Dat vindt ook Bianca Maria Scalet. Ze is inmiddels gepensioneerd, maar werkte toen de normen voor de steenwolindustrie werden opgesteld, bij het European Integrated Pollution Prevention and Control Bureau (EIPPCB) van de Europese Commissie. ‘Die normen zijn tien jaar oud. Eigenlijk had de Commissie in 2020 moeten beginnen aan een revisie, maar dat is nog niet gebeurd. Het EIPPCB werkt nu aan updates voor andere industrieën, zoals de keramiek.’

Volgens Scalet hoeft Rockwool overigens niet op nieuwe normen te wachten om te verduurzamen. ‘Rockwool had de afgelopen tien jaar echt meer zijn best kunnen doen, gezien de alternatieven. Als andere bedrijven het kunnen, waarom zij dan niet? Alleen; zolang zo’n bedrijf geen druk voelt om te verduurzamen, doet het dat niet.’ 

Wie de uitstoot van Rockwool vergelijkt met die van het Etten-Leurse Saint-Gobain, de grootste glaswolproducent van Nederland, ziet dat het anders kan. Weliswaar is het productieproces van glaswol iets anders en maakt Rockwool ook zware gevelplaten, grosso modo worden dezelfde technieken toegepast.

De ammoniakuitstoot van Rockwool daalde de afgelopen vijfentwintig jaar met bijna 34 procent (maar was in 2019 en 2020 weer flink hoger dan in 2005). In diezelfde periode wist Saint-Gobain een aanzienlijk grotere daling te bewerkstelligen: bijna 81 procent. 
 


Volgens een woordvoerder van Saint-Gobain is die ammoniakreductie grotendeels tot stand gebracht door de traditionele lijm te vervangen door lijm op basis van suiker. Dat proces nam de afgelopen tien jaar een grote vlucht bij Saint-Gobain.

Wellicht voelde Saint-Gobain ook meer druk van de provincie: het Brabantse bedrijf mag al sinds 2003 maximaal 50 milligram uitstoten, en had ten minste vanaf 2017 een ‘inspanningsverplichting’ voor maximaal 30 milligram per kubieke meter lucht.

Verouderde normen

Maar Rockwool beweert steevast dat het technisch niet haalbaar en ‘economisch niet verantwoord’ is om minder ammoniak uit te stoten. Met succes: in februari 2020 verleende de provincie Limburg Rockwool een omgevingsvergunning om, nét in lijn met de Europese normen, maximaal 60 milligram ammoniak uit te stoten. 

Wrang, aangezien de Rijksoverheid, negen provincies en 35 gemeenten een maand eerder in het in het ‘Schone Lucht Akkoord’ hadden bepaald dat in geval van een bandbreedte voortaan voor de meest strenge optie zou worden gekozen. Dat betekent voor ammoniak 30 milligram, in plaats van 60. Ook de Europese Commissie wil van de bandbreedte af en is van plan de ‘onderkant’ ervan verplicht te stellen – iets wat veel lidstaten volgens oud-EIPPCB’er Scalet nu al doen.

Bij die nieuwe vergunning zou de provincie ‘reeds uitvoerige aandacht’ hebben besteed aan manieren waarop Rockwool zijn uitstoot kon verminderen, staat in een rapport van adviesbureau Tauw, dat enkele maanden na afgifte van de vergunning verscheen. Tauw concludeerde dat de provincie de ammoniaknorm voor Rockwool in principe twee keer zo streng kon maken, in lijn met het Schone Lucht Akkoord. 

Hoewel het Schone Lucht Akkoord niet juridisch bindend is (Limburg tekende overigens pas een jaar later), vindt ook milieurechtadvocaat Janina Hamann dat de provincie een strengere norm had kunnen stellen. ‘De wetgeving loopt vaak achter op de realiteit. De Europese normen zijn verouderd. Het is niet te verdedigen dat kleine fabrieken, waarvoor de Europese normen niet gelden, al jarenlang een strengere norm krijgen opgelegd dan Rockwool.’

‘Economisch niet verantwoord’

De rechtvaardiging om Rockwool een fenoluitzondering en een hoge ammoniaknorm toe te kennen, is dat het volgens de provincie ‘onduidelijk’ is of er een ‘commercieel alternatief’ bindmiddel is met minder formaldehyde, fenol en ammoniak. Rockwool verzwijgt in zijn aanvraag dat andere fabrikanten als Knauf en Saint-Gobain bindmiddel gebruiken zonder die stoffen, en de provincie zelf maakt er in haar beslissing geen melding van. 

De Weense hoogleraar Rosenau vindt dat opvallend. ‘Blijkbaar overweegt Rockwool geen alternatieve bindmiddelen. Daar heeft het misschien technische redenen voor, maar zeker ook economische redenen. Dus lijkt het bedrijf dat onderwerp te vermijden en wijst het liever niet “onnodig” op die alternatieven.’

De provincie ging in 2017 akkoord met de versoepelde fenolnorm, op één voorwaarde: een tweejaarlijkse rapportage waarin Rockwool de voortgang bespreekt. Deze memo’s zijn vrij summier. In 2019 en 2021 stuurde Rockwool twee (vrijwel identieke) notities – elk twee pagina’s lang – waarin het bedrijf eerst de achtergrond van het probleem schetst. In de laatste alinea van de notitie uit 2019 meldt Rockwool alleen:

‘De minerale wol industrie verdiept zich in de mogelijkheden van een formaldehyde vrij bindmiddel. Op dit moment is een dergelijk bindmiddel niet commercieel verkrijgbaar. De ROCKWOOL groep is tevens met een eigen ontwikkeling gestart. Op dit moment is er echter nog geen duurzame en economisch verantwoorde oplossing beschikbaar.’

Dit onderbouwt Rockwool met een verwijzing naar een rapport van adviesbureau Royal HaskoningDHV. Dat rapport – waarover Follow the Money beschikt – bevat één alinea waarin staat dat verlaging van de fenol-emissie ‘significante investeringen’ zou vragen:

‘Het betreft de zogenaamde WBS technologie, dit staat voor World Best Spinning chamber. Dit zou momenteel alleen al voor productielijn 8 een investering van 35,2 miljoen euro vergen. Een dergelijke investering is voor ROCKWOOL niet economisch verantwoord.’

Een voetnoot naar die technologie, de financiële onderbouwing van die 35,2 miljoen en een uitleg waarom de investering ‘niet economisch verantwoord’ zou zijn ontbreekt, net als informatie over alternatief bindmiddel. Wie zoekt naar ‘World Best Spinning chamber’, krijgt nul resultaten, ook op de websites van wetenschappelijke uitgevers en in patentendatabases. De technologie wordt evenmin genoemd in overzichtslijsten van productietechnieken van de Europese Commissie.

‘Ik doe nooit economische afwegingen, dat kan ik helemaal niet. Ik ben chemicus’ – auteur van Haskonings rapport

De auteur van Haskonings rapport is er open over wanneer Follow the Money hem belt. ‘In het rapport vergeleek ik de emissie van fenol enerzijds en die van formaldehyde en ammoniak anderzijds en keek ik naar wat schadelijker is. Ik ken die hele WBS-techniek niet, en weet niet hoe die werkt of hoe ver die gevorderd is.’

En dan deelt hij mee dat Rockwool dit deel van het ‘onafhankelijke rapport’ zelf moet hebben geschreven: ‘Die alinea is echt een toevoeging van Rockwool zelf.’ Dat geldt ook voor de geschatte kosten: ‘Die 35 miljoen is niet van mij afkomstig: ik doe nooit economische afwegingen, dat kan ik helemaal niet. Ik ben chemicus.’

De provincie Limburg nam de informatie uit het rapport van Royal HaskoningDHV in 2017 en 2020 integraal over en ging akkoord met alle uitzonderingen die Rockwool aanvroeg. 

Volgens milieurechtadvocaat Janina Hamann had dit allemaal veel beter gemoeten. De provincie had Rockwool moeten vragen om offertes en prijslijsten van bindmiddelleveranciers. ‘Dan kun je als de provincie zien dat zoiets financieel onhaalbaar is, maar nu kan niemand checken of dit rapport wel klopt. In de vergunning staat ook niets over een kosten-batenanalyse. Dat andere bedrijven wél aan alle eisen kunnen voldoen, wordt evenmin vermeld.’

Ze besluit: ‘Het is gek dat het grootste bedrijf als enige zegt: ik kan me dit niet permitteren.’

Lees verder Inklappen

Uiterste rand van de normen

Hoe ging de provincie te werk? Waarom leidde de ‘uitvoerige aandacht’ in 2020 er niet toe dat Rockwool zijn ammoniakuitstoot tot 30 milligram moest reduceren? Tauw schreef dat Rockwool ‘consistent’ 60 mg vergund heeft gekregen, precies op de uiterste rand van de Europese normen. 

Bovendien kreeg het bedrijf toestemming om dubbel zoveel fenol uit te stoten als de Europese normen toestaan. Om de provincie van de noodzaak hiervan te overtuigen, liet Rockwool een wetenschappelijk rapport opstellen door adviesbureau Royal HaskoningDHV. Het probleem met het bindmiddel van Rockwool, schreef Haskoning, is dat als je de uitstoot van ammoniak en formaldehyde verlaagt, de uitstoot van fenol automatisch stijgt, en vice versa.

Met dat rapport in de hand beargumenteerde Rockwool dat het technisch en economisch niet mogelijk was om aan alledrie de eisen te voldoen. Meer dan 60 milligram ammoniak uitstoten kon niet, vanwege het nabijgelegen natuurgebied De Meinweg, en voor formaldehyde geldt een ‘minimalisatieverplichting’ omdat het een ‘zeer zorgwekkende stof’ is. Daarom moest Rockwool meer fenol kunnen uitstoten dan de Europese norm voorschrijft. 

Maar dat is waarschijnlijk niet eens toegestaan, zegt Keir McAndrew, de Brusselse chef van het internationale adviesbureau WSP. Hij evalueerde in 2018 in opdracht van de Europese Commissie het uitzonderingsbeleid. Alleen in exceptionele gevallen en alleen als er een uitgebreide kosten-batenanalyse is gemaakt, kan een fabriek een uitzondering op de Europese normen krijgen, stelt McAndrew. 

Bianca Maria Scalet, emissie-expert

Om te compenseren voor de hogere fenoluitstoot, zou je eigenlijk een extra strenge eis voor ammoniak moeten stellen. 30 milligram bijvoorbeeld

McAndrew vraagt zich af of de samenhang van fenol, formaldehyde en ammoniak afdoende is, aangezien zo’n uitgebreide beoordeling niet is gemaakt. Bovendien: ‘Die cross-media effects, zoals dat heet, zijn in principe al meegenomen. De ammoniaknorm is bepaald in samenhang met de fenol- en formaldehydenormen. Als een fabrikant dan toch om crossmediale redenen een uitzondering krijgt, denk ik dat je een goede kans hebt wanneer je dat aanvecht.’

Scalet: ‘Er zijn bij mijn weten geen andere steenwolfabrikanten die een uitzondering vragen vanwege die samenhang. Sterker, om te compenseren voor de hogere fenoluitstoot, zou je eigenlijk een extra strenge eis voor ammoniak moeten stellen. 30 milligram bijvoorbeeld.’

Daarnaast sloot de deadline om een uitzondering te vragen al in maart 2016. Rockwool deed de aanvraag eind juni 2017 en was dus flink te laat. 

Milieurechtadvocaat Hamann betwijfelt of de provincie Limburg akkoord had mogen gaan met Rockwools verzoek. Voor Follow the Money nam ze de aanvraag van Rockwool en het onderliggende rapport van Haskoning door. ‘Ik zie in dat rapport weinig bronvermeldingen, of beter gezegd: geen bronvermeldingen. Ook ontbreekt een professioneel ecologisch rapport en de onderbouwing waarom een alternatief bindmiddel “economisch niet verantwoord” zou zijn.’

Met dank aan Leon de Korte en Dimitri Tokmetzis

Reactie Rockwool

Follow the Money heeft gedurende dit onderzoek meerdere keren vragen aan Rockwool gesteld. Die heeft het schriftelijk beantwoord. Ruim een week voor publicatie legde Follow the Money Rockwool een conceptversie van dit artikel voor, waarop het als volgt reageerde:

‘Wij hebben kennis genomen van uw artikel over ROCKWOOL. We zien dat u uitgebreid onderzoek gedaan heeft. Echter het artikel bevat zodanig veel misvattingen en verkeerde conclusies dat we ervoor kiezen niet inhoudelijk te reageren. Het is ondoenlijk om één of enkele van de grootste bezwaren uit te lichten.’

Een herhaald verzoek om voorbeelden te geven van deze ‘misvattingen en verkeerde conclusies’ leverde niets op.

Lees verder Inklappen
Reactie provincie Limburg

‘Zowel de Gedeputeerde Staten als Provinciale Staten van Limburg onderschrijven de stellingname dat de industrie, naast de agrarische sector, ook een wezenlijke bijdrage moet leveren aan het oplossen van de stikstofcrisis. Dat betreft dus ook Rockwool, een bedrijf dat met haar producten een essentiële bijdrage levert aan de klimaatopgave, maar desalniettemin verplichtingen heeft t.a.v. de reductie van de uitstoot. Het College van GS heeft daarom afgelopen dinsdag besloten Rockwool te verplichten onderzoek uit te voeren naar mogelijkheden voor ammoniakreductie.

Wij zijn er inmiddels (sinds 2017) van overtuigd dat aanzienlijke emissiereducties te behalen zijn met alternatieve bindmiddelen. Het gaat daarbij immers om een win-win-win situatie voor de stoffen ammoniak, fenol en formaldehyde. Om die reden is in de milieuvergunning van Rockwool uit 2017 de verplichting opgenomen te rapporteren over de inspanningen die Rockwool verricht op het gebied van de ontwikkelingen van alternatieve bindmiddelen. En is de [omgevingsdienst] sindsdien met Rockwool daarover in gesprek. In 5 jaar tijd zien wij echter geen voortgang op dit vlak en daarom beraden wij ons op verdere stappen.’

Lees verder Inklappen