Ontstellend, maar waar: zelfs politici snappen nauwelijks iets van geldschepping. Gastauteur Martijn Jeroen van der Linden is dan ook blij met de tienpunten-uitleg van de NVB, al verhullen die nog steeds de macht van banken. Zelfs DNB laat kinderen onjuistheden melden in spreekbeurten. Van der Linden hanteert het rode potlood, 'niet om te zeuren, maar om het maatschappelijk gesprek verder te brengen.'

    Eerder deze week publiceerde de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) een stuk waarin zij antwoord tracht te geven op tien vragen over geldschepping. In dit artikel wil ik ingaan op de achtergrond, een aantal onvolledigheden aanstippen en doelen van monetaire hervorming verhelderen. Niet om te zeuren, maar om het maatschappelijk gesprek verder te brengen. 

    Onwetendheid heerst

    De afgelopen vier jaar heb ik tientallen presentaties gegeven over het geldsysteem en monetaire hervorming. Geregeld werd ik glazig aangekeken wanneer ik vertelde dat private banken geldscheppende instellingen zijn. Ook theatermakers De Verleiders stellen dat 95 procent van de bezoekers na hun show toegeeft niet te hebben geweten hoe geldcreatie werkt en wat banken precies doen. De meeste mensen denken dat private banken het geld van spaarders doorgeven aan kredietnemers; in de praktijk scheppen private banken echter nieuw geld in het proces van kredietverstrekking. De causaliteit werkt dus precies andersom dan de meeste mensen denken.  
    Uit een recente Dods poll in het VK blijkt dat niet alleen ‘gewone mensen’ maar ook politici geldschepping nauwelijks snappen
    Uit een recente Dods poll in het VK blijkt dat niet alleen ‘gewone mensen’ maar ook politici geldschepping nauwelijks snappen: slechts 12 procent van de Britse parlementsleden weet dat bankleningen nieuw geld creëren, 71 procent denkt dat de overheid al het geld schept. Uit recente reacties van Nederlandse politici en opiniemakers op voorstellen tot monetaire hervorming blijkt dat een verkeerd begrip van geld ook in ons land waarschijnlijk de grootste hindernis is. Een juist begrip van de werking van zowel het huidige geldsysteem als mogelijke alternatieven is echter een vereiste om een gedegen maatschappelijk gesprek te voeren over de toekomst van het geld dat wij elke dag gebruiken.

    Consensus

    Laat ik voorop stellen dat ik zeer content ben met de bijdrage van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en het vorig jaar gepubliceerde stuk De geldscheppingsparadox van ING-economen Brosens en Cliffe. We naderen een soort consensus over de werking van het huidige systeem: het verstrekken van kredieten door private banken leidt tot het ontstaan van nieuwe banktegoeden (nieuw digitaal geld). Toch is er nog een lange weg te gaan. Op cruciale punten is er een verschil van inzicht en er circuleren nog teveel documenten die een totaal verkeerde uitleg van geld geven en soms zelfs misleidend genoemd kunnen worden. Voorbeelden zijn Zo maak je een spreekbeurt over geld van ING en Van Kauri tot Euro van de DNB. In deze stukken wordt de Nederlandse jeugd ten onrechte voorgespiegeld dat geld iets fysieks is en private banken pure intermediairs zijn.

    Verspreidt de NVB mist?

    Dan naar het stuk van de NVB. Op een aantal punten zijn de redenaties mistig. Ik noem er hier drie. Ten eerste wordt gesteld dat banken in het proces van geldschepping geen bezit voor zichzelf creëren maar enkel een schuld (punt 6 en 9). Dit is half waar. Kredietverstrekking leidt namelijk niet alleen tot een schuld/een verplichting van de bank (het geld dat de kredietnemer kan opeisen) maar ook tot een bezit van de bank (het krediet waarover de kredietnemer rente betaalt). De bank verhoogt beide kanten van de bankbalans. Tegenover een nieuw bankkrediet staat een nieuw banktegoed. Daarnaast kopen banken wel degelijk goederen en financiële producten met zelfgemaakt geld. Hier profiteren ze van het privilege op geldschepping. Geen enkele andere speler in de economie kan dit doen. Het zou de NVB sieren dit te erkennen. 

    Publiek versus privaat eigendom

    Ten tweede stelt de NVB onder punt 7: 'Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat staatseigendom van banken samengaat met relatief veel economische inefficiënties en dus kosten voor de samenleving.' Dit is twijfelachtig. De NVB noemt geen bronnen, lijkt literatuur die het tegendeel bewijst te negeren en een definitie van staatseigendom ontbreekt. Afgelopen week publiceerde Ellen Brown nog een artikel over de prestaties van publieke banken met de veelzeggende titel Why Public Banks Outperform Private Banks: Unfair Competition or a Better Mousetrap?
    Burgerinitiatief Ons Geld stelt voor de geldschepping en de geldhoeveelheid te nationaliseren
    Maar in het kader van het burgerinitiatief Ons Geld wil ik benadrukken dat wij niet het (staats)eigendom van banken willen aankaarten, wij stellen voor de geldschepping en de geldhoeveelheid te nationaliseren. Dit is totaal iets anders dan het nationaliseren van banken zoals in het geval van ABN is gedaan. Ik verwijs degenen die dit verschil in detail willen begrijpen naar een artikel van Herman Daly.

    Gelijk speelveld

    In voorstellen tot monetaire hervorming blijven private banken en private bankiers gewoon bestaan. Monetaire hervormers hebben niets tegen private spelers, maar vinden enkel dat zij niet langer zelf geld mogen maken; monetaire hervormers vinden ook niet dat de overheid zelf moet gaan bankieren, wel wordt er gepleit voor meer marktwerking. De overheid heeft in onze visie de taak een gelijk speelveld te realiseren waarop private partijen kunnen acteren. Momenteel is er sprake van zeer beperkte marktwerking binnen de bankensector omdat private spelers gedekt worden door de staat (via de belastingbetaler en centrale bank). Dit is onwenselijk. In Nederland is er bovendien sprake van een oligopolie binnen de sector: de vier grote banken,
    ING, Rabobank, ABN en SNS, hebben een marktaandeel van tenminste 85 procent. Kortom, een door de staat gedekte oligopolie. Iedere markteconoom zou hiertegen moeten ageren
    ING, Rabobank, ABN en SNS, hebben een marktaandeel van tenminste 85 procent. Kortom, een door de staat gedekte oligopolie. Iedere markteconoom zou hiertegen moeten ageren. Vreemd genoeg gebeurt dit nauwelijks. Zolang dit gedekte oligopolie bestaat dienen we bankiers te beschouwen als goedbetaalde overheidsfunctionarissen en niet als risicodragende marktspelers.

    Wetmatigheid?

    Ten derde, onder punt 9, stelt de NVB dat 'Ervaringen leren dat dit [geldscheppings]proces niet beter of eerlijker verloopt als het in overheidshanden is. Het antwoord is dus nee, er ligt geen gemakkelijke pot met geld door geldschepping uit particuliere handen te geven.' Akkoord, er ligt geen makkelijke pot, maar wel een potje. Helaas onderbouwt NVB de ervaringen niet en wordt het principiële vraagstuk wie het recht tot geldcreatie toebehoort ontweken. Onder anderen Steven Zarlenga (2002) heeft zeer gedetailleerd beschreven dat geldschepping door private banken vaak leidt tot excessen. Er zijn dus op zijn minst twee verhalen te vertellen. Vaak verwijzen de ervaringen naar hyperinflaties in dictaturen (zoals Mugabe’s Zimbabwe) en naties uit vervlogen tijden (zoals Weimar Republiek). De geldigheid van deze ervaringen in moderne democratieën is dubieus. De NVB lijkt ons te willen doen geloven dat de menselijke geschiedenis een belangrijke wetmatigheid kent: publieke geldcreatie leidt altijd tot excessen. Onzin. Onder bepaalde, vaak extreme, condities zijn in het verleden zowel publieke als private geldcreatie wel eens ontspoord. Laten we bij de feiten blijven (zie o.a. Cato Institute 2012).

    Utopie of reële mogelijkheid

    Tot slot, uit de vele reacties op het burgerinitiatief blijkt dat veel mensen geldschepping door private commerciële banken een belangrijke weeffout vinden. Regelmatig zie ik zelfs reacties voorbijkomen waarin wordt gesteld dat het huidige geldsysteem onrechtvaardig is.
    uit de vele reacties op het burgerinitiatief blijkt dat veel mensen geldschepping door private commerciële banken een belangrijke weeffout vinden
    Hoe komt dit? Het lijkt erop dat steeds meer mensen zich afvragen waarom ons geld, ons betaalmiddel, als schuld door private banken in circulatie wordt gebracht en zich tevens afvragen in hoeverre geldcreatie en winstmaximalisatie samengaan. Gelukkig hebben we in de 21ste eeuw in democratieën de mogelijkheid om over alternatieven te bediscussiëren en nieuwe wetten te implementeren. In de afgelopen eeuwen zijn op deze manier diverse onrechtvaardigheden uitgebannen. We kunnen nu van geldcreatie een exclusieve constitutionele overheidstaak maken: transparant, afrekenbaar en met wettelijke doelstelling. Ons betaalmiddel kan dan circuleren zonder schuld en winstmaximalisatie is niet langer leidend in het proces van geldcreatie. Bovendien is het dankzij ICT en digitalisering nog nooit zo eenvoudig geweest de geldschepping en de geldhoeveelheid in het algemeen belang in te richten. Dit is geen utopie, maar is een mogelijkheid die verder uitgewerkt en bediscussieerd dient te worden. Star vasthouden aan een disfunctionerend geldsysteem getuigt niet van gezond verstand en vooruitgangsstreven maar van dogmatisme en verstarde machtsverhoudingen.  Martijn Jeroen van der Linden is bestuurder van de Stichting Ons Geld

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 227 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Van wie is ons geld?

    Gevolgd door 1237 leden

    Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

    Volg dossier