Roemer meer Europeaan dan zijn opponenten

    De volle laag kreeg Emile Roemer na zijn over-my-dead-body-uithaal richting Brussel. Volkomen onterecht, meent columnist Ewald Engelen. In zijn ogen is de SP'er een echtere Europeaan dan andere lijsttrekkers.

    Nou dat heeft Emile Roemer geweten. Na zijn aftrap van de verkiezingen afgelopen donderdag in  Het Financieele Dagblad – over zijn ‘dead body’ zou hij de boete van Brussel betalen als Nederland zich niet hield aan de begrotingsregels – kreeg hij me toch een bak stront over zich heen.

     

    VVD-Kamerlid Mark Harbers verweet hem dat de SP geen spat beter was dan Griekenland. D66-lijsttrekker Pechtold noemde de uitspraken onverantwoord. CDA-leider Buma beschuldigde Roemer van ouderwets socialistisch potverteren. Zijn christen-democratische partijgenoot Maxime Verhagen deed alsof Roemer een vandalistische kwajongen was en noemde de uitspraak ‘dieptriest’. Terwijl demissionair CDA-minister van Financiën Jan-Kees de Jager wees op de marktreactie op Roemers uitspraken – hogere rentestanden – en de ongeruste telefoontjes die zijn ministerie van grote beleggers had ontvangen.

     

    De euro is door drie jaar Europees gemodder uitgegroeid tot de grote twistappel. En dus wordt iedere eurosceptische uitspraak van wat de grote winnaar van de verkiezingen lijkt te gaan worden – de SP – te vuur en te zwaard bestreden door het Kunduz-kamp. Dat de andere partijen dondersgoed weten dat Roemers uitspraken voor binnenlandse consumptie zijn bedoeld en in het vuur van de campagne werden gedaan, wordt slim over het hoofd gezien. Roemer werd door zijn criticasters niet neergezet als oppositioneel politicus in verkiezingstijd, maar als aspirant-Premier in crisistijd. 

     

    Fikkie
    Van politici en hun ‘spinners’ kun je niet anders verwachten. Dat is hun raison d’être. Anders ligt dat voor het journaille en de commentatoren op radio, tv, krant, weekblad en Twitter. In plaats van kanttekeningen langs bovenstaande lijnen, wakkerden die het fikkie met wellust aan. Ha leuk, eindelijk een echt relletje – na de valse start van de langstudeerboete eerder die week. En zo kon het gebeuren dat Roemer de afgelopen week zonder enig weerwoord werd weggezet als een wereldvreemde gek die nog lang niet rijp was voor de Grote-Mensen-Wereld van Brussel en zijn Eurotoppen. De oud-wethouder uit Boxmeer moest eerst nog maar eens een lesje hardneuzig realisme krijgen, alvorens bij de volwassenen te mogen aanschuiven.

     

    En daarmee was Roemers boodschap onschadelijk gemaakt. Jammer, want Roemer heeft groot gelijk: macro-economisch gezien is er namelijk niets dommers dan je houden aan de regels van het Europese Groei en Stabiliteitspact. Die eisen dat Nederland volgend jaar zijn begrotingstekort terugbrengt van 4,6 procent nu naar 3 procent dan. De enige manier waarop Nederland zich daar op zo’n korte termijn aan kan houden, is door lastenverzwaring. En zo gebeurt.

     

     

    Roemer heeft macro-economisch gelijk jegens Brussel volgens Engelen.

     

    Klein bier
    De Kunduz-partners maken weliswaar mooie sier met hervormingen – versoepeling ontslagbescherming, latere pensioneringsleeftijd en verlaging hypotheekrenteaftrek – in het totale bezuinigingspakket is dat klein bier. Tweederde van het totaalbedrag van € 12 miljard wordt opgehoest door lastenverzwaringen: hogere BTW, meer eigen bijdragen (zorg, kinderopvang), minder inflatiecorrectie, minder aftrekposten, etc. Dat heeft dus niets te maken met structurele sanering van de overheidsfinanciën, het vergrijzingsbestendig maken van de Nederlandse verzorgingsstaat, een politiek-filosofische visie op de rol van de staat of een ideologisch toekomstperspectief op Nederland en haar burgers in de 21ste eeuw. En alles met het redden van de euro en de Europese Unie door beleggers te appaiseren.

     

    Ik ben het met de Kunduz-coalitie eens dat er veel mis is met de Nederlandse verzorgingsstaat, maar hervormen en bezuinigen doe je in hoogconjunctuur niet in de laagconjunctuur waar we ons sinds het uitbreken van de Grote Financiële Crisis in september 2008 in bevinden. Nederlandse huishoudens zien nu al vier jaar hun vermogens slinken, hun salarissen dalen en de werkgelegenheidskansen voor zichzelf en hun kroost schraler en schraler worden. Met alle consequenties vandien: grote en kleine uitgaven (huizen, auto’s, keukens, schoenen) worden uitgesteld, overschotten opgepot en schulden afbetaald. En datzelfde geldt voor banken en bedrijven: geen investeringen, geen leningen en koortsachtig verkorten van de balans.

     

    Onverantwoord macro-economisch experiment
    Je economie onder dit soort condities onderwerpen aan een negatieve bestedingsschok van zo’n € 30 miljard – de € 18 miljard van het kabinet Rutte plus de € 12 miljard van de Kunduz-akkoord – is een onverantwoord macro-economisch experiment. Het zal de binnenlandse recessie alleen maar verder verlengen en verdiepen – met groeiende werkloosheid, toenemend welvaartsverlies en stijgende huisuitzettingen tot gevolg – en de bezuinigingsopdracht (tekort en schuld worden immers uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product) alleen maar verder verzwaren. En waarvoor? Om een stel ongekozen bureaucraten in Brussel tevreden te stellen, omdat regels nu eenmaal regels zijn en om de internationale reputatie (lees: bij beleggers) van Nederland niet te grabbel te gooien.

     

    Driewerf onzin. De SP – en veel anderen – hebben van meet af aan gefundeerde bezwaren gehad tegen het type macroeconomische theorie die met het Verdrag van Maastricht in constitutioneel beton is gegoten. Met maximaal drie procent begrotingstekort, maximaal 60 procent staatsschuld en een centrale bank met uitsluitend een inflatiebestrijdingsmandaat, trekt het Verdrag precies de verkeerde lessen uit de crisis van de jaren dertig. De lessen van Milton Friedman, niet die van John Maynard Keynes.

     

    Tijdens crises kunnen staten niet volstaan met monetair beleid (renteverlagingen, monetaire verruiming) maar moeten zij ook met begrotingsbeleid (oplopende tekorten en stijgende schulden) een macroeconomische bestedingsimpuls kunnen geven. Dat is met de maxima van Maastricht onmogelijk, zo beweerden vroege tegenstanders als Kees Vendrik (oud-GroenLinks nu Rekenkamer), Robert Went (WRR) en Geert Reuten (senator SP). En beweren tegenstanders van het eurocrisisbeleid als Roemer, Geert Wilders en Paul Krugman nog steeds.

     

    Europa redden van de bezuinigers
    Wat die regels betreft: inderdaad is drie jaar crisisbestrijding vooral gaan zitten in het aanscherpen van de begrotingsregels en het organiseren van sancties er op – mede op aandringen van Nederland. Maar domme regels zijn domme regels, en alleen domme mensen houden zich aan domme regels.

     

    Bovendien zijn interstatelijke regels van een andere aard dan de regels waar burgers zich binnen staten aan moeten houden. Je als staat niet houden aan een controversiële bezuinigingsafspraak is echt wat anders dan als fietser door rood licht rijden. Wie dat niet snapt, heeft geen gevoel voor juridische proporties. In het interstatelijk recht hangt de Raison d’État altijd als schaduw boven bilaterale en multilaterale verdragen en kan altijd aanleiding zijn tot unilaterale ontbinding of versoepeling.

     

    Zeker wanneer de Raison d’État, zoals in het geval van Roemer, geen particuliere nationale belangen behartigt, maar – zo betoog ik hier – collectieve Europese belangen betreft – kort en grof: Europa redden van de bezuinigers – zijn er goede argumenten om te dreigen deze regels met voeten te treden. Juist een Nederlandse U-bocht zou de Brusselse dynamiek wel eens zeer ten goede kunnen doen keren.

     

    Drogreden
    Maar de belangrijkste drogreden is die van de internationale reputatie van Nederland bij beleggers, die Roemer met zijn uitspraken te grabbel zou gooien. Ook beleggers wordt het namelijk steeds duidelijker zichtbaar dat het Europese crisisbeleid op een volstrekt onjuiste probleemanalyse berust. Het dominante beeld is dat we ons allemaal – in meer of mindere mate – als Griekenland hebben gedragen.

     

    Oftewel, de crisis is veroorzaakt door overheden die zich niet hebben gehouden aan de afspraken en teveel staatsschuld hebben opgebouwd, waarvoor zij nu – door beleggers – worden bestraft met oplopende rentes en – in het extreme geval (Griekenland, Portugal, Ierland en Spanje) – met een kopersstaking. De oplossing ligt dan voor de hand: strengere regels, effectievere sancties en bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen – om tekorten terug te dringen, schulden af te bouwen en weer toegang te krijgen tot de kapitaalmarkt.

     

    Het tegenovergestelde gebeurt: de ene na de andere lidstaat schiet in recessie (nu ook Finland), de handelsstromen over en weer komen meer en meer onder druk te staan, waardoor niet-Europese beleggers de euro ontvluchten en de sterke lidstaten worden gedwongen een groeiend aantal zwakke lidstaten te helpen met schuldsanering.

     

    Eurocrisis geen begrotingscrisis
    Geen wonder. De eurocrisis is namelijk helemaal geen begrotingscrisis. De echte oorzaak – zo wordt steeds duidelijker, bij supranationale organisaties (IMF, OECD), beleggers (Rabobank, ING, Citigroup, Barclays) en kredietwaardigheidsbureaus (Standard & Poor’s) – is een onverantwoorde aanwas van private schulden. Bij banken, bij huishoudens, bij projectontwikkelaars, bij bedrijven, bij semi-publieke instellingen – ziekenhuizen, scholengemeenschappen, universiteiten – en bij lokale overheden.

     

    Aangeblazen door een historische unieke groei van de bancaire balansen – sinds 1980 zijn de balansen verdrievoudigd in vergelijking met wat zij de eeuwen er voor waren – zijn in een substantieel deel van de eurozone macroeconomische verdienmodellen ontstaan, die sterk steunden op imperfecte vastgoedmarkten, financiële innovatie (securitiseren, mondiaal interbancair lenen en schaduwbankieren) en een onverzadigbare (en politiek invloedrijke) bouwsector.

     

    Een snel stijgende vraag naar vastgoed door goedkopere en makkelijkere financiering bij trager reagerend aanbod resulteerde in een dynamiek van exponentieel stijgende prijzen, die op hun beurt een belangrijke aanjagende rol hebben gespeeld bij het macro-economische succes in de 21ste eeuw van landen als Ierland, Spanje en Nederland (en buiten de eurozone: het VK, Denemarken, Hongarije) en – via het financierings- en exportkanaal – van Frankrijk, België, Italië en Duitsland.

     

    Vastgoedzeepbellen
    Hoewel Frankrijk, België, Italië en Duitsland zelf geen vastgoedzeepbel hebben gehad, zijn Franse, Duitse en Belgische banken grote aanjagers geweest van vastgoedzeepbellen in de Europese periferie. Bovendien hebben de Franse, Italiaanse en Duitse exportsector flink voordeel gehad van de bestedingsgolf die werd veroorzaakt door het welvaartseffect van stijgende huizenprijzen.

     

    Toen met het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 de mondiale interbancaire kapitaalmachine met donderend geraas ineenstortte en de bron van goedkoop kapitaal van het ene op het andere moment volledig opdroogde, bleek de kurk waarop veel euroeconomieën de afgelopen toen jaar hadden gedreven – het gefinancialiseerde vastgoedcomplex – plotseling wel degelijk wankel en kwetsbaar.

     

    In de negatieve prijsspiraal die op deze schok volgde, bleken al doende steeds meer activa aangetast, moesten banken steeds meer produkten afschrijven, moesten zij op die afschrijvingen steeds hogere reserveringen treffen, en werden bedrijven, beleggers en huishoudens geconfronteerd met steeds grotere waardedalingen van een groeiend aantal beleggingscategorieën: huizen, obligaties, deposito’s, levensverzekeringen en pensioenbesparingen.

     

    Neerwaartse prijsspiraal
    In veel eurolanden – Griekenland en, wellicht, Portugal en Italië uitgezonderd – zijn de stijgende begrotingstekorten en oplopende staatsschulden het gevolg van deze neerwaartse prijsspiraal, niet de oorzaak. Door kapitaalssteun en buffergeranties aan banken. Door bestedingssteun – in de vorm van lagere belastingafdracht en stijgende uitkeringen – aan huishoudens en bedrijven.

     

    In Nederland is dat niet anders. Kon Minister Bos in september 2008 nog een overschot van een half procent presenteren, bij een staatsschuld van even onder de 50 procent, vier jaar later schrijven we rode cijfers van dik vier procent en kriebelt de staatsschuld aan de 80 procent.

     

    Business as usual voor banken
    Oorzaak en gevolg worden in het Europese crisisbeleid door elkaar gehusseld. Europa bestrijdt de gevolgen van de private schuldencrisis – oplopende overheidsbegrotingen en stijgende staatsschulden als gevolg van verzorgingssstatelijke crisissteun aan burgers en huishoudens – met bezuinigingen en lastenverzwaringen, en laat de oorzaak – een neerwaartse prijsspiraal door de ontvlechting van de mondiale kapitaalmachine en het ineenzijgen van de verspillende vastgoedzeepbellen die zij voor de crisis heeft helpen blazen – zo goed als ongemoeid. Verzorgingsstaten moeten van Brussel grondig op de helling – lees: verkleind – terwijl banken, op wat bijknippen en bijpunten na, zo snel mogelijk terug moeten naar business as usual.

     

    Zo maakt de ECB zich nauwelijks zorgen over de sociaal-economische consequenties van het hardvochtige bezuinigingsbeleid – economische krimp, stijgende armoede, stijgende suïcide en – vooral – scherp oplopende (jeugd)werkloosheid – maar wel om de renationalisering van kapitaal en de ontvlechting van de Europese bancaire markt als gevolg van de eurocrisis.

     

    Botsen met democratische grondbeginselen
    Het tekent het grootindustriële en grootbancaire vaarwater waar het Europese project vanaf de jaren tachtig steeds meer in terecht is gekomen. Wat goed is voor banken en bedrijven is echter, zo maakt de eurocrisis zichtbaar, niet altijd goed voor Europese burgers.

     

    Dat is waar Roemer, in mijn ogen, met zijn ‘over my dead body’ tegen ageerde. De bestrijding van  de eurocrisis dreigt uit te monden in een hardvochtige, technocratische en gedepolitiseerde aanval op de verworvenheden van het Europese sociale model, waar verzorgingsstaat en een sociale markteconomie cruciale bestanddelen van zijn. En onder het mom van crisisbestrijding overweegt de Europese elite bovendien stappen naar Europese politieke integratie te zetten die botsen met democratische grondbeginselen als: geen belasting, zonder representatie, en: geen machtsuitoefening, zonder electorale controle.

     

    Alexander Pechthold bevreemdt in Europees verband volgens Engelen

     

    Eutopisme
    Zoals Enzensberger eind jaren tachtig over Europa schreef: 'Wie in Brussel wat te zeggen heeft is niet gekozen en wie gekozen is heeft niets te zeggen.' Anno 2012 is dat niet anders. Wat het Eutopisme bij zelfbenoemde democraten als Pechtold des te meer doet bevreemden.

     

    Hoe meer burgers zich hiervan bewust worden – en er is geen probater middel om electorale ogen te openen dan onzinverhaaltjes te vertellen over een onnodig hardvochtig bezuinigingsspakket -- hoe sneller de stilzwijgende publieke steun voor het Europese integratieproject zal wegebben.

     

    Zo bezien is Roemer een grotere Europeaan dan zijn politieke tegenstanders. Roemer snapt ten minste dat Europa sociaal en democratisch moet zijn of niet zal zijn.

     

    * * *

     

    Lees ook op Follow the Money:

     

    Wakker worden! Het is weer 1931 (Ewald Engelen, 12 juli 2012)
    Schuld, boete en lege glazen (Jesse Frederik, 30 november 2011)
    Nog meer schuld is wel slecht (Edin Mujagic, 3 februari 2012)
    - De oplossing voor de Eurocrisis (Bas Jacobs, 31 juli 2012)

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 2079 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren