© Hans Perukel

Gevallen en gevluchte vastgoedtycoon Roger Lips eist strafproces

    Een verdachte die zijn strafproces opeist. Je hoort het niet elke dag, maar dat is wel wat de naar Dubai gevluchte vastgoedtycoon Roger Lips in een brief aan de baas van het Openbaar Ministerie eist. Hoe zit dat?

    ‘Uw organisatie lijkt bij vlagen in wanorde. Ik heb geen begrip voor die wanorde. Wat er ook gebeurd is aan uw kant in mijn strafzaak… ik eis berechting, en ik wíl een oordeel.’ Dat staat te lezen in een drie pagina’s tellende brief, waarvan een kopie in het bezit is van FTM. Afzender: de gevallen Brabantse vastgoedtycoon Roger Lips. Ontvanger: Gerrit van der Burg, de voorzitter van het college van procureurs generaal. Lips eist dat Van der Burg hij zich aan zijn belofte houdt: de naar Dubai gevluchte ondernemer wil door het Openbaar Ministerie (OM) worden aangeklaagd en berecht.

    De aanklacht die er ligt, komt van de curatoren in de failissementen van Lips: zij hebben bij het OM aangifte gedaan van failissementsfraude met paulianeus handelen. Volgens de curatoren deed Lips een aantal privé/zakelijke transacties voor eigen gewin, ten nadele van de schuldeisers. Volgens Lips ontbreekt bewijs. Lips: ‘Dus ten einde raad vraag ik nu ook op deze wijze aan het Openbaar Ministerie: Wanneer krijg ik mijn kans mijn onschuld te bewijzen?’ 

    Voor Willem Koops, de strafadvocaat van Lips, is het de eerste keer in zijn loopbaan dat hij pro-actief vraagt om een berechting.  ‘Ik vind het onbegrijpelijk dat niet allang een dagvaarding is uitgebracht,’ zegt de advocaat, die eerder verdachten in de vastgoedwereld bijstond. ‘In een zaak waarin zo veel partijen roepen dat ze gelijk hebben, moet die zaak toch gewoon aan de rechter worden voorgelegd?’

    Opkomst en ondergang

    Roger Lips (1964) werkte zich sinds 1993, en vooral na 2000, door transacties met woon- en zakelijke panden op tot een van ’s lands grootste ondernemers in vastgoed. In 2008 heeft zijn portefeuille een waarde van 1,2 miljard; bij de vastgoedtak van SNS Bank, waar hij de meeste van zijn kredieten afsloot, wordt hij zelfs de grootste klant. Tegelijkertijd heeft Lips een kerstboom aan vennootschappen — op het hoogtepunt zo’n 180 — opgetuigd, voor alle verschillende projecten. Het bekendste daarvan: The Wall, het langgerekte rode winkelcentrum langs de A2.

    Als de wereldwijde financiële crisis een scherpe daling van zijn vastgoed veroorzaakt, beginnen de problemen voor Lips. In april 2013 wordt hij op verzoek van zijn huisbankier ABN Amro eerst privé failliet verklaard. Nadat hij enkele maanden later de rechtszaak tegen zijn persoonlijk bankroet verliest, worden ook zijn bedrijven één voor één failliet verklaard.

    Vlucht naar Dubai

    Lips verzet zich met hand en tand tegen de onttakeling van zijn concern. De curatoren stellen op hun beurt dat Lips hen tegenwerkt en informatie achterhoudt. Ze zetten het zwaarst mogelijke wapen in om Lips aan te pakken: de gijzeling. Dat lukt. In september 2013 geeft de rechtbank opdracht tot de gevangenneming van Lips, omdat hij volgens de curatoren niet voldoet aan de wettelijke inlichtingenplicht bij faillissement. Lips zit naar eigen zeggen drie weken vast voor twee verhoren. Als hij in december 2013 hoort dat er een tweede gijzelingsbevel tegen hem is uitgevaardigd, vlucht hij naar Dubai. Later volgen ook echtgenote Astrid Van Sluisveld en de rest van het gezin. Omdat Nederland geen uitleveringsverdrag met de Verenigde Arabische Emiraten heeft, zijn ze daar veilig voor de Nederlandse gijzelingsbevelen.

    Sindsdien is de strijd met de curatoren — Flip Schreurs van Boels Zanders Advocaten, Jan Stadig van Banning Advocaten en bovenal Ruud Dekker van Dekker Smits Advocaten —  slechts heviger geworden. Tussen 2013 en nu zijn er zo’n 200 procedures tussen Lips en de curatoren opgestart. In januari 2014 doen de curatoren aangifte tegen Lips en echtgenote van Sluisveld. Het voornaamste verwijt: drie jaar eerder zouden zij zij samen met hun vijf kinderen een aantal stichtingen op hebben gericht met de bedoeling om privé kapitaal veilig te stellen. Paulianeus handelen dus. In mei 2016 verkrijgen de curatoren ook een gijzelingsbevel tegen Van Sluisveld.

    In zijn brief herhaalt Lips de klachten tegen de rechtsgang die hij al jaren koestert. Hij verzet zich tegen het zijns inziens valselijk forceren van de faillissementen. De curatoren zouden vooral de eigen bankrekeningen willen spekken, volgens Lips al voor tenminste 6 miljoen euro.

    Die aantijging kan Lips echter niet hard maken, omdat curatoren hun summiere verslaglegging al bijna vijf jaar niet voorzien van eigen declaraties. Dekker, die de meeste uren maakt met alle bankroete bedrijven, publiceerde helemaal nog geen urenverantwoording. Daarmee voldoen de curatoren niet aan de officiële Recofa richtlijnen. Dit terwijl curator Schreurs voorzitter is van de branchevereniging Insolad, waar deze richtlijnen als de norm worden beschouwd. Op vragen van FTM wensen de curatoren geen antwoorden te geven.

    Uiteindelijk reiken negen procedures tot aan de Hoge Raad. Het overgrote deel verliest Lips. Zelf wijt hij dit aan het disfunctioneren van de rechtsstaat, die met de Failissementswet private advocaten in de vorm van curatoren vrij spel geeft. Met name de rechtbank Oost-Brabant in Den Bosch zou volgens Lips gemeen spel spelen met de curatoren: ‘Een rechter-commissaris hoort onafhankelijk te zijn, maar de man is gewoon keihard partij samen met de curatoren tegen mij. Ieder onafhankelijk toezicht op het handelen van de curatoren ontbreekt simpelweg.’ Een wraking door Lips en Van Sluisveld van rechter-commissaris De Vries wordt in maart 2018 niet-ontvankelijk verklaard.

    Aangifte bij het OM

    Tussen januari 2014 en juni 2016 doen de curatoren zo’n twintig keer aangifte tegen Lips en Van Sluisveld en hun stichtingen en Holdings. In oktober 2017 volgt een concept tenlastelegging van het OM: die bevat onder meer de beschuldiging van paulianeus handelen. Daarbij gaat het om villa’s in Uden en Zwitserland, een wagenpark met 15 luxueuze auto’s en een door de curatoren vermoed bedrag van ruim 5 miljoen euro op een Canadese rekening, waarmee de Lipsen in hun levensonderhoud in Dubai zouden voorzien.

    Volgens de curatoren haalde de Brabander deze vermogensbestanddelen op onwettige wijze uit de boedel. Lips zelf zegt dat hij volkomen legaal handelde: ‘In 2010 kreeg een grote herstructurering van de bedrijven beslag in overleg met banken en belastingdienst, en zijn privé bezittingen herverdeeld. Stichting en Astrid verkochten aandelenbelangen, de koopsom werd schuldig gebleven en zekergesteld. Ik meen dat de koopprijs totaal 24 of 28 miljoen was. Allemaal fiscaal goedgekeurd.’

    Carolien Noorduyn van NVVS Advocaten probeert namens Van Sluisveld tot een schikking met het OM te komen, maar dat voorstel wordt afgewezen. Lips’ advocaat Willem Koops doet zo’n verzoek niet: Lips wil, in tegenstelling tot zijn echtgenote, volgens Koops graag berecht worden. Koops maakte nog niet eerder mee dat tussen een opsporingsbevel en de tenlastelegging/dagvaarding meer dan vijf jaar verstrijken.

    Die dagvaarding moet komen van Gonda van der Wulp en Gerjan Heidema, landelijke Officieren van Justitie voor faillissementsfraude in Zwolle. Lips beweert dat het onderzoek in samenspraak met de Fiod is afgerond. Het OM zegt desgevraagd dat dit een onjuiste bewering is. ‘Het strafrechtelijk onderzoek is nog niet afgerond. Het OM zal daarom geen nadere mededelingen doen over een eventuele dagvaarding’, zegt de woordvoerder van het OM.

    ‘Wij zijn verjaagd, ordinair verbannen en gestript van ons Nederlanderschap’

    Het OM, zo blijkt uit correspondentie in handen van FTM, ziet een aanvullende aangifte van de curatoren tegemoet en is dus zo lang niet klaar met het onderzoek en de dagvaarding. Inmiddels is wel een aantal getuigen voor de strafzaak gehoord, ook aangedragen door Lips. Dat heeft jaren geduurd, maar volgens het OM is de traagheid behalve aan de pensionering van de vorige Officier van Justitie evenzeer te wijten aan de weigerachtige houding van Lips en Van Sluisveld. Zij en hun advocaten ontkennen dat stellig, want ze beantwoordden al vele vragen van het OM. Het dossier beslaat, zo stelt ook het OM, inmiddels vele duizenden pagina’s en groeit nog.

    Wel/geen vrij reizen

    Achter Lips’ eis tot spoedige berechting zitten twee strategische redenen: ten eerste de grotere kans om de strafzaak te winnen dan de civiele zaak. In de civiele kwesties is hij aan de verliezende hand. Lips meent in een strafzaak zijn onschuld te kunnen aantonen van de beschuldiging van faillissementsfraude, voornamelijk op grond van de goedgekeurde herstructurering van 2010. Daardoor kan hij immers vanuit de stichtingen privé-uitgaven doen die volgens hem allerminst paulianeus zijn.

    Hoe dan ook is het volgens Lips voor het OM niet te bewijzen dat hij constructies opzette met als doel later faillissementsfraude te plegen. De curatoren menen dat bewijs aangedragen te hebben; de strafzaak moet uitwijzen wie er gelijk heeft.

    Anders dan in een civiele zaak moet de aanklager in een strafzaak aantonen dat Lips willens en wetens een aantal transacties tussen zijn bedrijven en stichtingen heeft uitgevoerd met het oogmerk fraude te plegen. Met eventuele vrijspraak in de strafzaken, indien opzettelijke fraude niet aantoonbaar is, hoopt hij de curatoren een slag te bezorgen in de civiele afwikkeling. En wellicht met de pleidooien en ingebracht bewijs de grond voor de gijzelingen ongedaan maken.

    Een tweede voordeel dat Lips en Van Sluisveld met een strafzaak hopen te behalen, is vrij reizen. Lips komt hier in zijn brief op terug: ‘Wij zijn verjaagd, ordinair verbannen en gestript van ons Nederlanderschap. Dit is niet anders uit te leggen. We willen vrij kunnen reizen, Nederland kunnen bezoeken, en we willen ons gelijk. Want dat hebben we. We willen het krijgen,’ schrijft hij.

    Van der Wulp en Heidema lieten Lips en Van Sluisveld weten dat ze ‘het bevel aanhouding buiten heterdaad’, (het arrestatiebevel voor Lips voor voorarrest) laten vallen, daarmee implicerend dat het echtpaar hun strafzaken in Nederland vrij kan bijwonen.

    ‘Dit is bizar’

    Echter, tegen Lips en Van Sluisveld staan ook bevelen tot gijzeling uit van de Rechtbank Oost-Brabant in Den Bosch in de civiele procedures. Het Openbaar Ministerie is ook de uitvoerende instantie voor de gijzelingsbevelen van de rechtbank. Dus curatoren vragen de gijzeling aan, de rechtbank (rechter-commissaris) geeft na goedkeuring het bevel tot aanhouding. Het Openbaar Ministerie moet het uitvoeren en Lips en Van Sluisveld laten vastzetten.

    Heeft het OM met de aanwijzing voor vrij bezoek van de strafzaken ook de bevelen voor de gijzelingen in de la gelegd? Lips en Van Sluisveld menen van wel: het kan niet in de strafzaak vrij reizen beloven als de gijzelingen moeten doorgaan. Hun advocaten Koops en Noorduyn trachtten daar tevergeefs helderheid over te verkrijgen.

    De verwachting dat de gijzelingsbevelen zullen vervallen, lijkt niettemin vooral op wishful thinking gestoeld, blijkens het antwoord van het OM wanneer we de kwestie voorleggen: ‘Het OM volstaat met de mededeling dat het bevel tot aanhouding van de betreffende verdachten in het kader van de strafzaak is ingetrokken. De gijzelingsbevelen van de rechtbank Oost-Brabant betreffen een civielrechtelijke kwestie die losstaat van het strafrechtelijk onderzoek.’

    De woordvoerder van de rechtbank Oost-Brabant bevestigt deze zienswijze. Dat is ook logisch, want het OM kan als uitvoerder niet een bevel tot gijzeling naast zich neerleggen. Op vragen of de rechter-commissaris gijzelingsbevelen zal intrekken, eventueel tijdelijk, verwijst de rechtbank naar de wet en het OM bij wijze van ontkenning.

    Lips is desgevraagd verbolgen: ‘Dit is bizar. Als het Openbaar Ministerie schriftelijk bevestigt dat de aanhouding is ingetrokken, moet ze dat waarmaken. Het Openbaar Ministerie is één en ondeelbaar. De linkerhand moet dus hetzelfde doen als de rechterhand. Van Officieren van Justitie mag verwacht worden dat ze nadenken voor ze uitspraken – op schrift ook nog – doen.’

    Prof.dr. Miranda de Meijer, Bijzonder hoogleraar Openbaar Ministerie aan de Universiteit van Amsterdam (en Senior Advocaat-Generaal van datzelfde OM) stelt: ‘Inderdaad is het OM in zekere zin één en ondeelbaar, maar toch is de reactie van het OM wettelijk volkomen gegrond. Voor vervolging geldt het opportuniteitsbeginsel: het OM heeft een zekere mate van beleidsvrijheid met betrekking tot het uitvoeren van bevoegdheden, zoals het al dan niet intrekken van strafrechtelijke aanhoudingsbevelen. De civiele aanhouding voor de gijzelingen is geen taak met vrijheden, het OM moet die rechterlijke beslissing op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of de Faillissementswet uitvoeren. Dat behoren de advocaten van de heer en mevrouw Lips ook te weten.’

    Dit artikel kwam mede tot stand met de hulp van televisie - en documentairemaker Hans Perukel. Olsthoorn en Perukel werken gezamenlijk aan een documentaire over Roger Lips.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter Olsthoorn

    Peter Olsthoorn zwierf na een studie Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit rusteloos door het Oostblok, waar zijn journali...

    Volg Peter Olsthoorn
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren