• Gelukkig heb ik een woordenboek. Belofte is het woord dat u zoekt.
  • Iedere dag een uur gymnastiek op de basischool, dát is een begin. Door vakleerkrachten, natuurlijk.
  • ‘op het creëren van onderlinge verbondenheid in ... tussen overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven" Jargon, zum Kotzen!
  • zeg maar Universiteit Maastricht. Maastricht University is de internationale merknaam.

Het nieuwe kabinet trekt in deze regeerperiode 170 miljoen euro uit voor preventie en gezondheidsbevordering. Maar bewijs dat initiatieven werken is er niet. De huidige aanpak geeft vooral grote bedrijven een podium voor het maken van goede sier.

Weer of geen weer, elke dag om half 10 zijn de klassen van basisschool De Hekakker in het Drentse Norg leeg. Alle kinderen van de groepen 3 tot en met 8 lopen dan de Daily Mile, een bewegingsproject dat is overgewaaid uit Schotland. Binnen een kwartier lopen de scholieren van De Hekakker een Engelse mijl, ruim anderhalve kilometer.

De korte onderbreking maakt echt een verschil volgens schooldirecteur Han Kemker. ‘Als je tot de pauze doorgaat merk je dat de spanningsboog op een gegeven moment verdwijnt. Maar door de Daily Mile gebeurt dat niet. Het kost je een kwartiertje, maar dat haal je ook weer in doordat de kinderen fris en fruitig aan de les beginnen. Veel kinderen kunnen zich prima twee uur concentreren, maar er is ook een groep die daar enorme moeite mee heeft. Juist bij hen zien we heel veel effect.’ De Daily Mile komt bovenop de reguliere sportlessen. De kinderen elke dag zo een kwartier extra. Zij komen volgens Kemker dan ook makkelijk aan een uurtje beweging per dag, de richtlijn van de overheid.

Maar veel kinderen en ook hun ouders lukt dat niet. Nederlanders leven steeds ongezonder. Alle aandacht voor killerbodies, veganisme en gezonde voeding ten spijt laten de harde cijfers zien dat het op veel terreinen de verkeerde kant op gaat. Kinderen eten ook dit jaar veel te weinig groente en fruit en voor het eerst in jaren zijn jongeren meer gaan roken. 36 procent van de jongeren tussen de 18 en 25 steekt regelmatig een sigaret op. En ook het alcoholgebruik is problematisch binnen deze leeftijdsgroep: 14 procent van hen is een overmatig drinker. En in de afgelopen 25 jaar is bijna de helft van de Nederlanders te dik geworden. 

Nationaal preventie-akkoord

Overgewicht, roken en overmatig alcoholgebruik zijn belangrijke oorzaken van een vroegtijdige dood en kosten de samenleving veel geld. Het voorkomen en afleren van ongezonde gebruiken zou ons als individu en als samenleving dus een hoop ellende kunnen besparen. Het nieuwe kabinet is zich daarvan bewust. In deze regeerperiode trekt het 170 miljoen euro uit voor preventie en gezondheidsbevordering. Na deze periode is hiervoor elk jaar 20 miljoen euro beschikbaar. 

Het preventiebeleid bestaat niet alleen uit een zak geld. Ter bestrijding van overgewicht en roken wil de coalitie ook een ‘nationaal preventieakkoord’ sluiten met ‘patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en -bonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties’, zo valt te lezen in het regeerakkoord. Hoe dat preventieakkoord eruit gaat zien, is nog onduidelijk. Verantwoordelijk staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS moet daarvoor eerst in gesprek met de maatschappelijke partners.

De regering heeft wel al een voorwaarde verbonden aan haar nieuwe beleid: ‘De maatregelen die we nemen op het gebied van preventie moeten bewezen effectief zijn.’ Waarom is in het regeerakkoord expliciet vermeld dat het beleid bewezen effectief moet zijn? ‘Het criterium bewezen effectief is opgenomen om te duiden dat alleen maatregelen die bewezen effectief zijn, worden opgenomen in een medische opleiding of richtlijn’, zo laat het ministerie weten. Maar dat is niet wat in het regeerakkoord staat. Het bevorderen van het opnemen van bewezen effectieve interventies in medische opleidingen en richtlijnen wordt na de bovenstaande voorwaarde genoemd, maar is een apart actiepunt.  

Het is wellicht vanzelfsprekend dat beleid ook effect moet hebben, maar bij gezondheidsbevordering en preventie is die voorwaarde geen overbodige. Van talloze goedbedoelde preventieprogramma’s is vaak geen wetenschappelijk bewijs dat mensen gezonder worden of blijven. En voor het huidige preventiebeleid van de landelijke overheid is geen bewijs dat het werkt. De voorwaarde van bewezen effectieve maatregelen lijkt daarmee bij voorbaat al onhaalbaar.

Zinloze zorgprogramma's

SMARTsize, Coach2Move, LekkerFit! – het zijn de klinkende namen van gezondheidsprogramma’s die zijn opgenomen in de databank van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In deze databank staat ruim 1100 leefstijlinterventies die nu – veelal op lokaal niveau – worden toegepast. Van therapieën voor stoppen met roken tot valpreventie bij ouderen en programma’s voor jongeren met angststoornissen. 

Zorginstellingen, gemeenten en kennisinstituten kunnen hun zelf ontwikkelde interventie aanmelden bij het RIVM, opdat ook andere organisaties de interventies kunnen gebruiken. Willen de indieners feedback of onderbouwing voor een subsidie, dan kunnen zij hun leefstijlproject laten beoordelen door een commissie van deskundigen op kwaliteit, uitvoerbaarheid, en effectiviteit. De erkende interventies krijgen een kwalificatie uiteenlopend van het laagste ‘goed onderbouwd’ tot het hoogste ‘sterke aanwijzingen van effectiviteit’. Slechts vijf interventies ontvingen tot nu toe het hoogste oordeel. Geen daarvan is op het gebied van overgewicht, alcoholgebruik of roken.

Joost Zaat, huisarts en adjunct-hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

"Onder huisartsen is er een eindeloze discussie over in hoeverre leefstijlprogramma’s echt werken. Ze doen een beetje, maar het blijft dweilen met de kraan open"

Slechts drie leefstijlinterventies gericht op overgewicht kregen het een-na-beste oordeel ‘goede aanwijzingen voor effectiviteit’. Joost Zaat, adjunct-hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en huisarts in Purmerend, fileerde vorig jaar het aangedragen bewijs voor deze interventies. Bij een lezing waarin hij zich afzette tegen zogezegd zinloze zorgprogramma’s, keek hij ook naar de databank van het RIVM. Bij één programma aten kinderen minder dan een appel per dag meer, een verwaarloosbare verbetering volgens de arts. Het positieve oordeel van een andere interventie was gebaseerd op een studie met weinig deelnemers. Door de te kleine steekproef konden er helemaal geen harde conclusies verbonden worden aan de resultaten. ‘Er wordt u hier een loer gedraaid. Op wijkniveau is er helemaal geen bewezen interventie.’ 

Hoewel Zaat preventie belangrijk vindt, verzet hij zich al langer tegen de keur aan levensstijl-initiatieven waar ook de huisarts bij wordt betrokken. ‘Onder huisartsen is er een eindeloze discussie over in hoeverre leefstijlprogramma’s echt werken. Ze doen een beetje, maar het blijft dweilen met de kraan open als je in een sociaal zwakke wijk zit waar de gewone groenteboer is verdwenen. Dan kun je wel roepen dat mensen gezonder moeten leven, maar dat gaat niet werken.’ In plaats van allerlei leefstijlprogramma’s ziet Zaat veel meer in een dwingende aanpak door de overheid. Minder tabaksverkooppunten en hogere accijnzen en bindende afspraken over zout- en suikergehaltes in voedingsproducten.

Wet- en regelgeving

De databank van het RIVM verzamelt interventies die bedoeld zijn voor risicogroepen zoals kwetsbare thuiswonende ouderen of jongeren met beginnend overgewicht, maar ook projecten die zijn gericht op algemenere groepen, zoals schoolklassen. Ze zijn niet direct onderdeel van het landelijke preventiebeleid. Gemeenten, individuele scholen of zorginstellingen voeren ze zelfstandig uit.

Voor het overgrote deel van deze interventies bestaat geen wetenschappelijk bewijs dat ze daadwerkelijk leiden tot een betere gezondheid. Maar hoe zit het met het huidige landelijke beleid? Het preventiebeleid van de rijksoverheid komt samen in het Nationaal Programma Preventie (NPP). Dit programma bestaat sinds 2014 en is gericht op minder alcohol, roken, depressie, diabetes, overgewicht en meer bewegen. Het programma wordt in dit kabinet doorgezet, zo valt op te maken uit een reactie van het ministerie: ‘Het voorgenomen nationaal preventieakkoord zal naar verwachting een versnelling en intensivering betekenen van een aantal speerpunten uit het Nationaal Programma Preventie.’

Het NPP kent drie pijlers. Allereerst wet- en regelgeving. Denk daarbij aan het rookverbod of het heffen van accijnzen. Een eerste maatregel van het nieuwe kabinet binnen deze pijler is de verhoging van de accijns op sigaretten. De prijs van een standaardpakje stijgt tot 2021 stapsgewijs met 49 cent. In vier jaar tijd stijgt zo de prijs van een pakje Marlboro met 7,3 procent tot 7,19 euro. 

‘Tabaksaccijnzen behoren tot de meest effectieve maatregelen om het aantal rokers omlaag te brengen'

‘Anti-rookmaatregelen werken het beste als ze zijn ingebed in een breder pakket. Een accijnsverhoging alleen heeft een beperkt effect,’ zegt Esther Croes, arts-epidemioloog van het Trimbos-instituut. Hulpprogramma’s voor het stoppen met roken en een publiekscampagne zijn ook nodig. Een accijnsverhoging is binnen een aanpak wel erg belangrijk: ‘Uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat tabaksaccijnzen in zo’n breed pakket tot de meest effectieve maatregelen te behoren om het aantal rokers omlaag te brengen. In westerse landen gaat een prijsstijging met tien procent gepaard met daling van de vraag met vijf procent.’

De effectiviteit van wetgeving zoals accijnzen en verboden is relatief eenvoudig vast te stellen. Maar veel meer dan een over jaren uitgesmeerde accijnsverhoging op sigaretten doet het kabinet niet. Strengere wetgeving rondom ongezonde producten is niet aan de orde. De overheid zet liever in op preventieprogramma’s die mensen stimuleren gezonder te leven. Het is alleen zeer onzeker of mensen daardoor echt gezonder worden of gezond blijven.

Appels en peren

Onder de tweede pijler vallen wat de overheid noemt ‘programma’s die het gezondheidsbeleid stimuleren’. Dit zijn geen concrete interventies die zijn opgenomen in de databank van het RIVM, maar grootschalige programma’s gericht op bewegen, voeding en een gezonde leefstijl. 

Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) is binnen deze pijler bijvoorbeeld een belangrijk programma. JOGG biedt gemeenten een aanpak om kinderen en jongeren gezonder te laten leven. Uitgangspunt van de aanpak is dat zoveel mogelijk partijen uit de omgeving betrokken zijn bij de gezondheid van het kind. It takes a village to raise a child, is de filosofie die JOGG aanhangt, en dus moet iedereen in de omgeving van een kind betrokken worden bij het creëren van bewustzijn over een gezonde leefstijl: van ouders, scholen en (sport)verenigingen tot winkels in de buurt. Verschillende concrete projecten of leefstijlinterventies die ingrijpen in de omgeving van een kind kunnen zo samen het verschil maken.

Gemeenten zijn verplicht een preventiebeleid op te stellen en JOGG reikt hun daarvoor een aanpak aan. Een derde van de gemeenten is bij JOGG aangesloten. De landelijke organisatie van het programma ondersteunt deze gemeenten en krijgt hiervoor jaarlijks vier miljoen euro subsidie van het ministerie van VWS. Aangesloten gemeenten betalen jaarlijks elk 10.000 euro. Zij krijgen vanuit het landelijke bureau coaching bij de implementatie van de JOGG-aanpak en kunnen er terecht voor advies.

Maar worden kinderen echt gezonder door JOGG? Hoewel er veel onderzoek gedaan wordt naar de aanpak, is er over de effectiviteit nauwelijks iets bekend. Een groot obstakel om vast te stellen of het werkt, is dat de uitvoering per gemeente enorm kan verschillen en vrijblijvend is. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe zij invulling geven aan de JOGG-aanpak. Concrete leefstijlprogramma’s binnen gemeenten kunnen zo opeens onder de paraplu van JOGG vallen, zonder dat er iets wezenlijks veranderd. Los van de vraag of die concrete, lokale leefstijlprogramma’s enig effect hebben, is het vergelijken van JOGG-gemeenten dus appels met peren vergelijken. Dit probleem speelt zelfs bij interventies waarbij het JOGG directer bij betrokken is.

De Daily Mile

Terug naar het Drentse Norg waar de kinderen elke dag de Daily Mile lopen. Het Schotse idee is in augustus vorig jaar door JOGG naar Nederland gehaald. Hoewel JOGG zelf geen leefstijlinterventie is of er een voorschrijft aan gemeenten, promoot het wel dergelijke projecten als Daily Mile. Onlangs vermeldde het trots dat het aantal scholen dat meedoet aan Daily Mile boven verwachting is. Uit onderzoek blijken het er tussen de 440 en 690 te zijn. 

De eigen website van de Daily Mile heeft 180 deelnemende scholen op de kaart staan. De Tamboerijn uit Gorinchem staat ook op de kaart. ‘Vorig jaar hebben wij daar heel intensief aan meegedaan,’ zegt schooldirecteur Andra van Hofwegen. ‘Dit jaar doen we het in een andere vorm met sponsorlopen en activiteiten vanuit Gorinchem Beweegt.’ Wegens langdurige ziekte van de persoon die de Daily Mile coördineerde, is er dit jaar geen vervolg gekomen. De kinderen van De Tamboerijn liepen drie dagen in de week een kwartier, maar dat betekende in hun geval niet dat ze meer zijn gaan bewegen. ‘De Daily Mile hebben we ingeruild voor een reguliere gymles. We kunnen het er niet naast doen, want dan gaat het af van de tijd voor taal, rekenen en aardrijkskunde,’ zegt Van Hofwegen. 

De Hekakker uit Norg en de Tamboerijn uit Gorinchem gaan zo heel verschillend om met dezelfde interventie. Kinderen bij de eerste school lopen elke dag een kwartier extra, bij de tweede werd het ene kwartiertje bewegen vervangen door het andere. In de cijfers van JOGG zijn ze gelijk. 

Naar één aspect wordt nauwelijks onderzoek gedaan: worden de kinderen ook echt gezonder door JOGG?

Het bureau steekt veel energie in het monitoren van zijn activiteiten. Elk kwartaal verschijnt op de website van JOGG een factsheet. Volgens de laatste rapportages werken 1150 sportverenigingen aan een gezonde sportkantine, hebben 479 scholen in JOGG-gemeenten een Vignet Gezonde School, is 80 procent van de gemeenten aan de slag met de themacampagne ‘DrinkWater’, en is het potentiële bereik van JOGG 832.000 kinderen.

Maar naar één aspect wordt nauwelijks onderzoek gedaan: worden de kinderen ook echt gezonder door JOGG en alle beweeg- en voedingsprojecten? Het onderzoek dat er is, geeft daar een weinig optimistisch antwoord op. In opdracht van JOGG voert het Mulier Instituut jaarlijks een monitor uit over de activiteiten van JOGG. In het laatste rapport, uit 2016, vermeldt het slechts twee effectonderzoeken waarbij de groep kinderen die meedoen met de JOGG-aanpak vergeleken wordt met een controlegroep. 

Zo blijken in Zaanstad kinderen uit de JOGG-wijk niet significant meer water te zijn gaan drinken dan de kinderen die niet in een JOGG-wijk wonen. En in de regio Noord-Veluwe nam in de JOGG-wijk het aantal kinderen met overgewicht juist toe en met een gezond gewicht af. In de controlewijk was dit precies andersom. Ook waren de kinderen in de controlewijk significant meer gaan bewegen in tegenstelling tot de wijk met JOGG-aanpak.

Hoewel er veel aan te merken valt op de methodologie van beide onderzoeken, wijzen ze er allerminst op dat de JOGG-aanpak ook effect heeft. Ook JOGG erkent dat de aanpak nu niet bewezen effectief is. ‘We claimen niet dat de JOGG-aanpak nu al effectief is. Wel geloven we erin dat de aanpak effectief zal blijken te zijn, maar dat het nog te vroeg is hier uitspraken over te doen,’ zo laat een woordvoerder weten. ‘De ervaring leert dat gedragsverandering en veranderingen in overgewicht niet van de ene op de andere dag gebeuren. Er is veel inspanning voor nodig, er zijn veel partijen voor nodig om gedurende lange tijd op dit thema in te zetten. Het is nu nog te vroeg om hier effecten op te verwachten aangezien de meeste gemeenten in 2014 zijn begonnen.’

Volgens JOGG zijn er veel partijen nodig om het probleem van jongeren met overgewicht tegen te gaan. Een van die partijen is het bedrijfsleven, want ook bedrijven maken onderdeel uit van de omgeving van een kind. Dat is een veelgehoorde kritiek op JOGG: het bureau trekt wel erg nauw op met de industrie. En die industrie heeft er weinig belang bij om kinderen minder chocopasta te laten eten. 

Gezonder met hulp van Nutella

Juichend staan veertien kinderen voor het stadhuis van Breda. Ze hebben net met een ouder meegedaan aan de Familieloop, onderdeel van een groot jaarlijks hardloopevent in de Brabantse stad. Een hele prestatie. Sporten is geen vanzelfsprekendheid voor de meeste van de deelnemende gezinnen. Onder begeleiding van een trainer van de plaatselijke atletiekvereniging zijn ze in zes weken klaargestoomd voor de familieloop van 1,8 kilometer of een rondje van 3,2 kilometer. Ter stimulering hebben de kinderen ook een boekje met recepten en een waterbidon van JOGG ontvangen. De JOGG-gemeente wil zo de kinderen laten kennismaken met sport en hoopt dat ze ook na het hardloopproject blijven bewegen.

De burgemeester van Breda is Paul Depla, tevens voorzitter van het landelijke programmabureau van JOGG. In Breda wordt JOGG onder meer gesponsord door Ferrero, het bedrijf achter Nutella en chocolademerk Kinder; Perfetti van Melle, snoepfabrikant van onder andere Fruitella en de drop van Klene; Royal Cosun, het moederbedrijf achter Suiker Unie en Aviko; Hero, bekend van cassis, jam en zoete fruitdranken; en Spadel, het bedrijf van de Spa-dranken. Ferrero verbond dit jaar haar naam aan de Familieloop. Het Italiaanse bedrijf maakt in Nederland zo’n 60 miljoen euro omzet per jaar, vooral dankzij kinderproducten als Nutella Surprise-eieren en chocoladerepen. 

Breda is niet de enige gemeente met dergelijke sponsoren. Een kleine vijftien kilometer verder, in gemeente Dongen, is Coca-Cola een belangrijke partner van JOGG in de ondersteuning van sportinitiatieven. Landelijk is voedselconcern Unilever partner. 

Het sponsoren van sportprojecten is een beproefde tactiek van bedrijven met calorierijke producten

Ondanks dat deze bedrijven met hun producten bijdragen aan het probleem van overgewicht, gaat JOGG toch met hen in zee. De samenwerking biedt die bedrijven veel voordelen, want met een kleine inspanning kunnen zij zich dankzij JOGG presenteren als een verantwoorde onderneming. Het sponsoren van sportprojecten is een beproefde tactiek van bedrijven met calorierijke producten. Amerikaanse wetenschappers publiceerden vorig jaar een studie over hoe frisdrankfabrikanten zowel sportactiviteiten sponsorden als tegen anti-suikerwetgeving lobbyden. Door te focussen op beweging als oplossing voor overgewicht leidt de industrie de aandacht af van de de belangrijkste veroorzaker van het probleem: het consumeren van te veel calorieën. 

JOGG, waarvan de voorzitter van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie – de lobbyclub voor de levensmiddelenindustrie –  eerder in het bestuur zat, faciliteert deze strategie in Nederland. Het bureau, dat voornamelijk ondersteund wordt door de overheid en waarvan geen bewijs bestaat dat het werkt, legt zijn samenwerkingspartners geen strobreed in de weg om ongezonde producten aan de man – of liever: het kind – te brengen.

Maar daar blijft de betrokkenheid van deze bedrijven bij het landelijke preventiebeleid niet bij. Ook bij de derde en laatste pijler duiken ze weer op.

Oude wijn, nieuwe zak

Op 27 juni 2016 opent Coca-Cola feestelijk een nieuwe fabriek in Dongen. Zelfs premier Rutte is erbij. Hij houdt een lovende speech met passages die woord voor woord zijn overgenomen uit een folder van de grote frisdrankmaker. Voor Coca-Cola is het ook een mooie dag om zich van haar maatschappelijk betrokken kant te laten zien. Bij de opening ondertekent het een zogeheten ‘pledge’ met ‘Alles is gezondheid…’. In de pledge belooft Coca-Cola negen dingen op het gebied van gezondheid. 

Alles is gezondheid is de derde pijler van het Nationaal Programma Preventie en moet zoals de overheid het zelf noemt een ‘maatschappelijke beweging op gang brengen’. Het is in 2014 opgericht met het oog op twee zorgwekkende ontwikkelingen: het aantal chronisch zieken neemt toe en de gezondheidsverschillen tussen groepen mensen groeit, met name tussen hoger- en lageropgeleiden. Het programma wil hier iets tegen doen door ‘het faciliteren van verbindingen en samenwerkingen waarbij er nadrukkelijk naar verbanden tussen verschillende sociale domeinen wordt gezocht’. Een programmabureau is daarvoor bezig met ‘enthousiasmeren, aanjagen, verbinden, inspireren, faciliteren en monitoren’. Eind vorig jaar is Alles is gezondheid met vijf jaar verlengd en in die periode krijgt het 7,5 miljoen euro van het ministerie van VWS.

Het programmabureau is voornamelijk bezig met het maken van allerlei kleine convenanten, de eerdergenoemde ‘pledges’. Daarin worden afspraken over gezondheidsbevordering vastgelegd waaraan een organisatie zich verbindt. Inmiddels zijn er al meer dan driehonderd. Alleen veel van de beloftes die de ondertekenaars doen, hebben ze al eerder gedaan. Zo ook Coca-Cola. Het bedrijf had zich al gecommitteerd aan de negen doelen in de pledge. De deelname aan het sportproject Olympic Moves bestond al, en ook het doel gemiddeld 10 procent minder calorieën in de producten te stoppen was al onderdeel van de bedrijfsstrategie. Bovendien zijn de beloftes vrijblijvend geformuleerd: Coca-Cola ‘stimuleert een gebalanceerde leefstijl’, ‘zet in op een gezonde ontwikkeling van jongeren’ en heeft meermaal ‘de ambitie om…’. 

Heeft Coca-Cola dan helemaal geen nieuwe inspanningen verricht die voortkomen uit de pledge? Jawel, zegt het bedrijf: ‘We hebben een aantal activiteiten gekwantificeerd op verzoek van Alles is Gezondheid. Bijvoorbeeld aantallen bij activiteiten en programma’s in relatie tot jongeren en een gezonde ontwikkeling. En daarnaast zijn doelstellingen of commitments die we al hadden als losstaande elementen nu gebundeld.’

Het kwantificeren van bestaande activiteiten op het gebied van gezondheid is dus het meest concrete dat is voortgekomen uit de pledge. Waar Alles is gezondheid wel veel waarde aan hecht zijn de cijfers. Volgens Coca-Cola werd vereist dat ze informatie verstrekt over de activiteiten die in de pledge zijn vermeld. ‘Alles is Gezondheid heeft ons verteld dat zij jaarlijks rapporteren aan het ministerie en dat deze de resultaten aan de Tweede Kamer openbaar maakt. Het is voor ons als ondertekenaar een verplichting om de gevraagde informatie aan te leveren voor die jaarlijkse rapportage. Dat is een voorwaarde voor het hele traject van de pledge en ondertekening ervan geweest.’

Het bereik van een activiteit zegt niks over de effectiviteit ervan

In de jaarlijkse rapportages vermeldt Alles is gezondheid trots wat het heeft bereikt. Zo blijkt uit een vragenlijst onder de ondertekenaars dat 12 procent van de activiteiten meer dan honderdduizend mensen bereikt. Maar het bereik van een activiteit zegt niks over de effectiviteit ervan, zo laat een andere pledge zien.

Eredivisie

Ook de populairste competitie in Nederland heeft vorig jaar een pledge getekend. De voetbalorganisatie Eredivisie CV en de achttien eredivisieclubs sloten zich vorig jaar aan bij Alles is Gezondheid. Zij gingen: ‘acties om een gezonde leefstijl te bevorderen verankeren in het meerjarenbeleid van de eredivisieclubs; fans aanmoedigen tot meer bewegen; het gebruik van alcohol en tabak ontmoedigen, zowel binnen als buiten het voetbalstadion; aanmoedigen tot het nuttigen van gezonde voeding en helpen bij het reduceren van stress.

Navraag door FTM bij de Eredivisie CV leert dat de pledge niet leidde tot nieuwe initiatieven. Ook vielen bestaande plannen onder de pledge. Wel was er een speciale ‘maatschappelijke speelronde’ in het teken van gezondheid. In het tweede weekend van april 2016 werd in alle negen wedstrijden van de Eredivisie aandacht geschonken aan de bestaande initiatieven van de voetbalclubs op het gebied van gezondheid. Van walking football door ouderen tot het project Scoor een Boek waarmee FC Groningen kinderen wil aanzetten tot lezen, voorafgaand aan elke wedstrijd werd geprobeerd meer zichtbaarheid te geven aan deze initiatieven. 

Maar een groot succes werd dat niet, bleek uit een interne evaluatie. ‘Je probeert er landelijke bekendheid aan te geven,’ zegt de woordvoerder van de Eredivisie CV, ‘en als je daarna kijkt wat er is blijven hangen van de maatschappelijke speelronde, dan is dat niet een heel krachtige boodschap. Ja, alles is gezondheid, maar dat heeft niet veel impact.’ De clubs vonden het thema gezondheid zo breed, dat het niet lukte om een pakkend statement te maken. De speelronde met Alles is gezondheid heeft dit jaar dan ook geen vervolg gekregen. 

Ook de vijf punten die de Eredivisie CV en de clubs beloofden, worden weinig opgepakt. Het ontmoedigen van roken gebeurt bijvoorbeeld niet actief vanuit de Eredivisie CV. Zij geven alleen een helpende hand aan clubs die er iets aan willen doen, bijvoorbeeld door hen in contact te brengen met een club die een goed ontwikkeld rookbeleid heeft. De afspraken in de pledge zijn dus volledig vrijblijvend en clubs mogen er een eigen invulling aan geven.

Zo kan de speciale speelronde van de Eredivisie wel miljoenen mensen hebben bereikt, maar het is zeer de vraag of dat is blijven hangen bij de voetbalsupporters, laat staan of zij er een sigaret of biertje minder om consumeerden.

'Voelbare impact'

Voorlopig is dat geen reden om Alles is gezondheid te herzien. Een dit jaar gepubliceerde studie door Maastricht University naar het programma kwam tot een zeer positief oordeel. Alles is gezondheid is volgens de onderzoekers uniek op het gebied van preventie door zich te richten ‘op het creëren van onderlinge verbondenheid in gemeenschappelijke opgaven tussen overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven, en de realisatie van gezamenlijke maatschappelijke waarden en ambities’. Ook zijn veel aangesloten partijen positief over de ‘domeinoverstijgende kennisuitwisseling en samenwerking binnen de pledges’.

Alleen, wil het programma echt ‘een voelbare impact hebben op de gezondheid van Nederland’, dan heeft het nog minstens vijf tot tien jaar nodig. Vandaar dat het programma ook met vijf jaar is verlengd.

Het landelijke preventiebeleid bestaat zo vooral uit vrijblijvende preventieprogramma’s waarvan geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat ze werken. Hoe goedbedoeld ook, het is hoogst onzeker dat mensen er echt blijvend gezonder door worden. Wel bieden de landelijke programma’s allerlei organisaties en bedrijven een gesubsidieerd platform waarmee zij zich kunnen presenteren als een maatschappelijk verantwoorde organisatie.

Wil het kabinet vasthouden aan de voorwaarde van bewezen effectieve maatregelen, dan zal het meer moeten inzetten op de eerste pijler: wetgeving. Het ministerie erkent indirect ook dat dit de meest effectieve weg is als gevraagd wordt naar de effectiviteit van het huidige preventiebeleid. ‘In relatie tot roken en alcohol (gedragingen) zijn een aantal beleidsmaatregelen effectief gebleken. Bij overgewicht (een resultante van een aantal gedragingen) zijn er geen bewezen effectieve maatregelen, maar zijn een aantal aanpakken plausibel effectief.’ Het ministerie verwijst hierbij naar een ambtelijke onderzoek. De bewezen effectieve maatregelen op het gebied van roken en alcohol zijn allemaal wet-en regelgeving.

Een dergelijke aanpak verandert wel de verhouding met partijen die bijdragen aan gezondheidsproblemen. Niet meer samen optrekken zoals nu, maar juist strenger optreden. Het is aan het kabinet om daar een keuze in te maken.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Pieter van der Lugt

Gevolgd door 236 leden

Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...

Volg Pieter van der Lugt
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

De commercialisering van ons onderwijs

Gevolgd door 421 leden

Steeds vaker zien binnen- én buitenlandse bedrijven ons onderwijs als een interessante markt. Het is mooi dat ondernemingen z...

Volg dossier