© ANP / Koen Suyk

    Kort nadat Frank Heemskerk in 2011 uit de politiek vertrok, kreeg hij een goedbetaalde bestuursfunctie bij ingenieursbureau Royal Haskoning. Daarvoor hielp hij als staatssecretaris van Economische Zaken het bedrijf aan contracten in het buitenland, verhoogde hij overheidsfondsen waaruit bedrijven als deze putten en besprak hij zijn beleid met hen in vergaderingen van de lobbyclub Dutch Trade and Investment Board (DTIB). Heemskerk: ‘Ik zie geen enkel conflict of interest.’

    ‘Je moet er transparant over zijn. Vandaar ook dat ik meewerk aan dit interview,’ zegt Frank Heemskerk (PvdA). Hij antwoordt telefonisch op onze vragen naar mogelijke conflicten tussen zijn functie als staatssecretaris tussen 2007 en 2010, en zijn latere bestuursfuncties voor ingenieursbureaus Royal Haskoning en het fusiebedrijf Royal HaskoningDHV.

    Als staatssecretaris van Economische Zaken beheerde Heemskerk de portefeuille buitenlandse handel; hij moest de export van Nederlandse bedrijven stimuleren, waaronder ook Royal Haskoning en DHV. In januari 2011, nog geen jaar na zijn aftreden, nam Heemskerk zitting in de Raad van Bestuur van Royal Haskoning. Hij begeleidde er de fusie met DHV en werd in 2012 lid van de Raad van Bestuur van Royal HaskoningDHV. Hij verdiende 300.000 euro per jaar. In 2013 vertrok hij naar de Wereldbank, waar hij een hoge functie kreeg.

    Over Heemskerks overstap naar Royal Haskoning was geen ophef

    Andere politici die van de publieke sector naar een vergelijkbaar domein in de private sector overstapten, werden mikpunt van kritiek. Zo noemde GroenLinks-kamerlid Liesbeth van Tongeren het ministerschap van Camiel Eurlings ‘één lange sollicitatiebrief’ aan de KLM’: Eurlings werd er in 2011 lid van de directie, nadat hij eerder als minister subsidies aan het bedrijf had toegekend. Journalist Jesse Frederik bestempelde VVD’er Gerrit Zalm onlangs tot ‘veelverdiener bij bedrijven die hij eerder cadeautjes gaf’. Oud-staatssecretaris van Defensie Jack de Vries (CDA) werd in 2011 lobbyist voor de Nederlandse luchtvaartindustrie. Premier Balkenende (CDA) verdiende na zijn premierschap (2002-2010) ruim vier ton per jaar als partner van het grote private accountants- en adviesbureau Ernst & Young. Zijn voorganger, oud-premier Wim Kok (PvdA), aanvaardde na zijn premierschap (1994-2002) commissariaten bij ING, KLM en Shell.

    De draaideur in Den Haag draait ‘de laatste tijd nogal soepel,’ wat vaak leidt tot ‘gefronste wenkbrauwen’, zei Nederlands bekendste lobby-expert, Rinus van Schendelen, in 2013. Maar over Heemskerks overstap naar Royal Haskoning was geen ophef. ‘Eerder omgekeerd,’ zegt Heemskerk zelf. ‘Men zei: “Wat fijn dat een voormalig bewindspersoon voor zo'n mooi internationaal Nederlands bedrijf gaat werken”.’

    Opmerkelijk, want Heemskerk heeft als staatssecretaris direct en indirect invloed gehad op de omzet van zowel Royal Haskoning als DHV, zijn latere werkgevers. Heemskerk reisde de wereld over om tijdens handelsmissies naar bijvoorbeeld Zuid-Afrika en Panama deze (en andere) Nederlandse bedrijven bij buitenlandse overheden te promoten. Voorts had hij zeggenschap over overheidsfondsen waar zowel Royal Haskoning als DHV uit hebben geput en was hij politiek verantwoordelijk voor opdrachten die zijn ministerie aan deze bedrijven verstrekte.

    Bovendien besprak Heemskerk als staatssecretaris hoogstpersoonlijk en met enige regelmaat zijn beleid met onder andere de directeur van DHV. Dat deed hij aan de vergadertafel van de Dutch Trade and Investment Board (destijds nog de Dutch Trade Board geheten), het in 2004 opgerichte publiek-private overlegorgaan van bedrijven en topambtenaren. Dat blijkt uit de notulen van dit overlegorgaan die wij via de Wet openbaarheid bestuur verkregen.

    Alleen daardoor kunnen we nu de omvang van Heemskerks eerdere bemoeienis met Royal Haskoning en DHV in kaart brengen.

    Private bedrijven met overheidsopdrachten

    Royal Haskoning en DHV zijn oer-Hollandse ingenieursbureaus, opgericht in respectievelijk 1881 en 1917, maar inmiddels wereldwijd actief. Ze adviseren over en ontwerpen irrigatieprojecten, havens, dijken en andere soorten infrastructuur; en ze zijn overal actief, van New Orleans tot in Mozambique. Vaak betreft het projecten van publiek belang, gefinancierd door overheden. In 2017 kwam maar liefst 37 procent van de omzet van het inmiddels gefuseerde Royal HaskoningDHV via overheden, blijkens hun jaarrekening; 49 procent van de omzet werd in Nederland verdiend.

    Hoe gunstig die warme banden voor DHV uitpakten, blijkt uit de notulen van de DTIB

    Nederlandse bewindslieden helpen dergelijke bedrijven aan buitenlandse contacten en contracten. ‘In weinig sectoren is economische diplomatie zo van belang als in de watersector,’ concludeerden Yasha Lange en Casper Thomas in april 2012 in hun reportage voor De Groene Amsterdammer, mede omdat deze bedrijven kampen met een krimpende thuismarkt en steeds fellere mondiale competitie. Bovendien worden veel van hun projecten in het buitenland deels gefinancierd met Nederlands ontwikkelingsgeld.

    Een goede relatie met de Nederlandse overheid is dus essentieel. Hoe gunstig die warme banden voor DHV uitpakten, blijkt uit de notulen van de DTIB. Op de vergadering van 8 december 2010 besprak DHV-directeur Bertrand van Ee ‘de activiteiten in China sinds 1995’ en zei: ‘Met ORET is DHV in staat geweest om vaste voet aan de grond te krijgen in China door het exporteren van Nederlandse kennis en materialen ten behoeve van waterzuivering.’ ORET staat voor Ontwikkelingsrelevante Export Transacties, een geldpot bedoeld om infrastructuur in ontwikkelingslanden te financieren. Van alle ORET-schenkingen die na 2007 zouden zijn afgerond, 936 miljoen euro in totaal, werd circa 34 miljoen euro (3,6 procent) direct aan DHV toegekend, meldt een overheidsevaluatie uit 2015. Daarnaast werden DHV en Royal Haskoning regelmatig gecontracteerd door andere ontvangers van ORET-middelen voor advies en technische ondersteuning, meldt hetzelfde rapport.

    ‘Salesmanager van Nederland’

    In Heemskerk treft het Nederlandse bedrijfsleven een goede bondgenoot; als voormalig bankier bij ABN Amro is hij vertrouwd met het bedrijfsleven. Al op zijn eerste DTIB-vergadering, op 2 april 2007, betoont Heemskerk zijn dienstbaarheid aan de BV Nederland. Hij meldt er dat hij zichzelf ziet als 'de salesmanager van Nederland in het buitenland' en daarbij graag bereid is 'deuren voor Nederlandse ondernemers te openen’. In een interview met Vrij Nederland (april 2008) meldt Heemskerk dat hij voorafgaand aan een economische missie de bazen van multinationals altijd even persoonlijk opbelt: ‘Dan vraag ik of ik nog iets voor ze kan betekenen in het land van bestemming.’

    Heemskerk hecht aan intensief overleg met het bedrijfsleven. Drie tot vier keer per jaar bespreekt hij delen van zijn beleid bij de DTIB. En Heemskerk prijst de DTIB omstandig: ‘De DTB zijn [wat betreft] internationaal ondernemen de oren en de ogen van EZ,’ zegt hij op de vergadering van april 2007. En verder: ‘Het is aan EZ om de zaken politiek verder te brengen. Het commitment van de DTB is daarbij van belang.’ Zijn lange termijn beleidsagenda bespreekt hij, nog voordat hij die naar de Tweede Kamer stuurt, meermaals binnen de DTB met alle daar aanwezige bedrijfsvertegenwoordigers. Daar schuift ook steevast de directeur van DHV bij aan; eerst Ad van Hamburg, later Bertrand van Ee, met wie Heemskerk later in het bestuur van Royal HaskoningDHV zou zitten.

    Royal Haskoning en DHV mogen Heemskerk dus gedurende zijn staatssecretariaat met enige regelmaat persoonlijk adviseren over zijn beleid. Maar er zijn meer voorbeelden waaruit blijkt dat beide bedrijven direct en indirect van Heemskerks inspanningen en beslissingen profiteren.


    Frank Heemskerk

    "ik kan er als staatssecretaris toe bijdragen dat deuren opengaan die anders gesloten zouden blijven"

    Handelsmissies

    Zo schrijft Heemskerk vlak voor zijn aftreden als staatssecretaris in een artikel in Internationale Spectator: ‘ik [kan] er als staatssecretaris toe bijdragen dat deuren opengaan die anders gesloten zouden blijven en bedrijven helpen mee te dingen naar contracten die anders nooit voor hen zouden zijn weggelegd.’ Hij meldt dat hij persoonlijk ‘de Nederlandse kwaliteiten onder de aandacht van mijn Panamese counterparts [heeft] gebracht’; Panama had eind 2006 immers besloten het kanaal te verbreden. Zijn economische diplomatie had succes, schrijft Heemskerk: die ‘heeft ertoe geleid dat het Nederlandse adviesbureau DHV-groep thans de regering van Panama adviseert’ over de verbreding van het Panamakanaal. DHV kreeg uiteindelijk zelfs het projectmanagement over de uitbreiding toegewezen, een klus die werd betiteld als een ‘megaorder’. In IS vertelt Heemskerk voorts vol lof hoe zijn ministerie opkomt voor de Nederlandse industrie rondom de aardolie- en gasvelden op het Russische schiereiland Jamal. Daarbij speelt een samenwerkingsverband van Nederlandse bedrijven een rol, waarvan ook Royal Haskoning deel uitmaakt.

    Heemskerk en de top van beide bedrijven treffen elkaar bovendien meerdere malen persoonlijk. Wanneer Royal Haskoning een groot contract voor een irrigatieproject in Turkije binnensleept, ter waarde van 250 miljoen euro, wordt dat ondertekend tijdens het officiële bezoek van staatssecretaris Heemskerk aan Turkije, in november 2008.

    2g@there en ORIO

    Royal Haskoning en DHV maken daarnaast regelmatig gebruik van diverse overheidsfondsen waarover Heemskerk directe zeggenschap heeft; fondsen die onder Heemskerk worden verhoogd of op zo’n manier worden hervormd dat, toevallig of niet, juist ingenieursbureaus als DHV en Royal Haskoning ervan profiteren.

    Neem het relatief klein fonds 2g@there. Dat fonds heeft als doel ‘(clusters van) Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen te ondersteunen bij hun positionering op buitenlandse markten’. In 2009 verhoogt Heemskerk het budget voor 2g@there van 12 miljoen naar 16 miljoen per jaar. Cijfers over de mate waarin Haskoning en DHV hiervan profiteren zijn niet openbaar, maar ze maken herhaaldelijk deel uit van dergelijke clusters. Binnen de Dutch Trade Board staat de overheidssteun aan ‘clusters’ meermalen op de agenda. Onder toeziend oog van Heemskerk wordt een ‘Werkgroep Clustervorming’ opgericht, om de ‘clustervorming’ van bedrijven en kennisinstellingen op buitenlandse markten verder uit te werken. Voorzitter van de werkgroep: DHV-directeur Ad van Hamburg.

    Bij het fonds Ontwikkelingsrelevante Infrastructuur Ontwikkeling (ORIO) gaat het om veel grotere bedragen. ORIO wordt in 2008 door Heemskerk en collega-PvdA’er Bert Koenders, dan minister voor Ontwikkelingssamenwerking, in het leven geroepen om ORET te vervangen. Aan ORET verdienden Royal Haskoning en DHV dan al decennialang miljoenen euro’s.

    ORIO start met een jaarlijks budget van 120 miljoen euro en heeft als doel infrastructuur in ontwikkelingslanden te financieren via het Nederlandse ontwikkelingsbudget. De transitie van ORET naar ORIO wordt regelmatig binnen de DTIB besproken, in aanwezigheid van zowel Heemskerk als DHV-directeur Ad van Hamburg. Heemskerk stelt op de vergadering van oktober 2007 dat ‘zijn inzet is om ORET zoveel mogelijk toegankelijk te houden voor het Nederlands bedrijfsleven’.

    Alleen een kleine niche had baat bij ORIO: ingenieursbureaus en consultants, de sector van Royal Haskoning en DHV

    ORIO zou uiteindelijk op meerdere fronten falen. Zo plukte niet het hele Nederlandse bedrijfsleven de vruchten van ORIO, maar kon alleen een kleine niche oogsten: ingenieursbureaus en consultants, de sector van Royal Haskoning en DHV. Vanwege de ‘wijze waarop het proces is ingericht’ blijven projecten structureel steken in de ‘ontwikkelingsfase’, constateert Carnegie Consult in 2013 in een evaluatie. Van de 66 projecten blijkt dat ‘nog geen enkel project zich in de uitvoeringsfase bevindt, terwijl er wel al EUR 22,1 mln. is uitgegeven aan ontwikkeling, beoordeling en procesbegeleiding’, stelt het rapport.

    Vooral ingenieursbureaus en consultants spinnen garen bij ORIO, meldt de evaluatie: ‘Uit de interviews kwam naar voren dat ORIO in haar huidige vorm een zeer aantrekkelijk instrument is voor de ontwikkelaars van projecten; daarbij gaat het dan meestal om ingenieursbureaus en consultants.’. Ook Tweede Kamerlid Edith Schippers (VVD) merkt op, in Kamervragen aan minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, dat ‘door de gewijzigde opzet van de regeling het ORIO-geld nu voornamelijk terecht komt bij adviesbureaus en consultants, en daarmee blijft hangen in rapporten en theorieën’. Ondertussen is een andere groep bedrijven, ‘Nederlandse leveranciers van kapitaalgoederen en aannemers/bouwers’, erg ontevreden en beoordelen zij ORIO als ‘weinig aantrekkelijk’, meldt Carnegie Consult.

    Royal HaskoningDHV zou uiteindelijk aan zeker tien door ORIO gefinancierde projecten deelnemen: van kustbescherming in de Malediven tot een waterproject in Mozambique, volgens open data van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. In totaal is voor deze projecten minstens 88,5 miljoen euro begroot, waarvan een deel naar Royal HaskoningDHV stroomt.

    Een deel van deze projecten gaat overigens pas van start na Heemskerks entree in het bestuur van Royal HaskoningDHV, zoals de ontwikkeling van de haven van Ziguinchor in Senegal, een project ter waarde van 21,2 miljoen (begonnen in januari 2012). Anders gezegd: Heemskerk bestuurt tussen 2011 en 2013 een bedrijf dat dingt naar financiering uit een fonds dat hij zelf als staatssecretaris mede oprichtte.

    ‘Kloof tussen politiek en bedrijfsleven’

    Naast deze gevallen waarbij Heemskerks toekomstige werkgevers, Royal Haskoning en DHV, profiteerden van werkzaamheden en beslissingen van de staatssecretaris, is er in elk geval één voorbeeld bekend waarbij Heemskerk, in 2008, DHV rechtstreeks opdracht geeft voor een project in Nederland zelf; een verkennend onderzoek ‘om gps te gebruiken om automobilisten snel naar een vrije parkeerplaats te leiden’.

    Krap een jaar na zijn aftreden als staatssecretaris gaat Heemskerk aan de slag als bestuurder bij Royal Haskoning en het latere Royal HaskoningDHV, voor drie ton per jaar. Hij houdt niettemin een warme band met Den Haag: als voorzitter van het ‘kernteam Export en Promotie’, een publiek-privaat overlegorgaan van de ‘Topsector Water’, maakt hij zich namens de watersector hard voor ‘exportbevorderend beleid’.

    Te weinig regelgeving in Nederland tegen draaideurpolitiek, zegt Transparency International Nederland

    De Nederlandse afdeling van de internationale NGO Transparency International (TI-NL) wijst op haar website op de gevaren van de ‘draaideur’, de frequente overstap van politici van de publieke naar de private sector, en benadrukt het belang van goede regelgeving. ‘De draaideur tussen de politiek en het lobbyen verhoogt de kans op corruptie,’ stelt TI-NL. Onderzoeker Willeke Slingerland waarschuwde in de Volkskrant: ‘Aan een sterk informeel netwerk zit het risico van corruptie, omdat men geneigd zal zijn elkaar te bevoordelen en onderling de zaken te regelen.’

    In Nederland gaan oud-politici vaak als lobbyist aan de slag bij bedrijven, meldt TI-NL: ‘Sinds 1990 heeft minstens 25 procent van de landelijke oud-politici een baan gekregen in de top van een brancheorganisatie, een belangenvereniging of een public affairs bureau.’

    Per mail licht Lotte Rooijendijk de standpunten van TI-NL toe. ‘Er zijn in Nederland nog onvoldoende regels voor politici die een nieuwe functie willen bekleden waarbij ze specifieke belangen behartigen. Halverwege 2017 is weliswaar besloten een afkoelperiode in te voeren van twee jaar voor oud-bewindspersonen’, maar deze deze maatregel gaat niet ver genoeg.’ De afkoelperiode houdt in dat een bewindspersoon gedurende twee jaar niet namens een bedrijf mag lobbyen op het terrein waarover hij of zij als bewindspersoon verantwoordelijk was. Immers, politici die ‘na hun actieve politieke carrière werkzaam worden in een sector waar zij direct betrokken bij zijn geweest, wekken de schijn van belangenverstrengeling’.

    ‘De afkoelperiode zou ook moeten gelden voor andere politici, zoals Tweede Kamerleden,’ stelt TI-NL. ‘Wij pleiten voor een afkoelperiode voor alle politici, zoals die bijvoorbeeld geldt in Brussel. Eurocommissarissen mogen na hun functie een jaar niet werken bij bedrijven waar ze in hun politieke rol mee te maken hadden.’

    Bovendien laat de Nederlandse maatregel ‘ruimte over om af te wijken van de vastgestelde afkoelperiode van twee jaar, bijvoorbeeld bij deelname aan een handelsmissie of wanneer de secretaris-generaal de afkoelperiode simpelweg tijdelijk opheft. Daarnaast ontbreekt het aan een controlerende instantie die in het geval van overtreding een sanctie op kan leggen.’

    Voorts zijn er volgens TI-NL ook andere  maatregelen nodig; van wettelijke gedragscodes tot ‘verplichte lobby-registers’, van ‘openbare consultatie’ tot betere handhaving.

    Lees verder Inklappen

    Gevraagd naar zijn relaties met Royal Haskoning en DHV tijdens zijn staatssecretariaat, benadrukt Heemskerk telefonisch dat er geen sprake was van belangenverstrengeling of van het eenzijdig bevoordelen van zijn latere werkgevers, en dat hij nooit buiten zijn mandaat is getreden. Hij herhaalt het mantra: ‘Wat ik deed was altijd in het belang van het totale Nederlandse bedrijfsleven. En aangezien zowel DHV als Haskoning Nederlandse bedrijven zijn, profiteren zij per definitie van wat een staatssecretaris voor het Nederlandse bedrijfsleven doet.’ Op details gaat hij niet in, meldt hij FTM op voorhand.

    Volgens Heemskerk speelde zijn relatie als staatssecretaris met Royal Haskoning en DHV geen rol: hij werd aangesteld omdat het bedrijf op zoek was naar ‘een econoom met internationale kennis’ en bij voorkeur iemand ‘met verstand van overheden en de publieke sector. Daar paste ik goed in’.

    Heemskerk beklemtoont het nut van sterke banden tussen politici en het bedrijfsleven: de deuren tussen publiek en privaat moeten voldoende open blijven. ‘Ik vind het goed als er regels zijn over afkoelingsprocedures en over het tegengaan van mogelijke conflicts of interest,’ aldus Heemskerk. ‘Tegelijkertijd willen we ook geen riante wachtgeldregelingen voor politici. We zien in Nederland liefst dat politici weer snel aan de slag gaan als ze de politiek verlaten hebben.’

    Het echte gevaar, volgens Heemskerk, ligt niet in te nauwe banden tussen politici en bedrijfsleven, maar juist in een te grote kloof tussen beide. ‘Je moet enorm oppassen dat de kloof die tussen politiek en bedrijfsleven bestaat, niet te groot wordt.’

    ‘Het moeten geen gescheiden werelden worden.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Platform Authentieke Journalistiek

    Gevolgd door 160 leden

    Het Platform Authentieke Journalistiek wil met kritische berichtgeving een bijdrage leveren aan een eerlijkere samenleving.

    Volg Platform Authentieke Journalistiek
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Platform Authentieke Journalistiek

    Gevolgd door 160 leden

    Het Platform Authentieke Journalistiek wil met kritische berichtgeving een bijdrage leveren aan een eerlijkere samenleving.

    Volg Platform Authentieke Journalistiek
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 840 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Volg dossier