Russische verkoophit in VS: de civiele AK47

    De Kalashnikov-fabrikant Izhmash verkeerde jarenlang in zwaar weer door de afnemende vraag naar de AK-47. Maar Amerikaanse particulieren trekken het bedrijf nu uit het slop.

    Amerikaanse wapenliefhebbers vertonen bovenmatige interesse in de civiele uitvoering van de Kalashnikov, genaamd Saiga. Volgens fabrikant Izhmash is er vorig jaar 50 procent meer geëxporteerd naar Amerika – ’s werelds grootste markt (4,3 miljard dollar op jaarbasis) voor civiele wapens. Bijbehorende productie-aantallen worden echter niet genoemd. De toenemende Amerikaanse vraag is echter hoe dan ook een opsteker voor fabrikant Izhmash, die er, sinds de uitvinding van de AK-47 (Mikhail Kalashnikov, 1947), meer dan 100 miljoen stuks van produceerde.

    Herpositionering

    De afgelopen jaren kraakte het business model nogal, want de militaire markt werd overspoeld door tweedehands AK-47’s en nog goedkopere Chinese spin-offs. Onder leiding van Maksim V. Kuzyuk, huidig lid van Izhmash’ raad van bestuur en voormalig directeur van de Boston Consulting Group in Moskou, vond er onder aanmoediging van het Kremlin twee jaar geleden een herpositionering plaatst waarin de fabrikant zich hoofdzakelijk ging richten op de particuliere markt. Met succes: ongeveer 70 procent van de totale productie betreft nu de civiele wapens zoals de semi-automatische Saiga, en daarvan gaat 40 procent richting de Verenigde Staten.

     

    Foto: De Russische premier Medvedev inspecteert een prototype van de AK-12

     

    Amerikaanse support

    De toenemende Amerikaanse vraag zorgt voor een hogere bezettingsgraad van de fabriek in het Russische plaats Izhevsk (die voorheen structureel onderbezet was). Het Kremlin profiteert indirect van de Amerikanen, want de aanstaande productiekosten van het nieuwe model AK-12 zal door de verbeterde bezettingsgraad lager uitvallen. De AK-12, het nieuwe volautomatische wapen voor de militaire markt, komt dit jaar nog uit, en zal grotendeels in de handen van Russische militairen belanden.


    Bron: New York Times
     

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid